De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE NIEUWE PSALMBERIJMING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE NIEUWE PSALMBERIJMING

8 minuten leestijd

Hoe was dat in 1773 ?

Het is geen wonder, dat er vooral in onze kringen een grote bedachtzaamheid is ten aanzien van de voorstellen om tot een nieuwe psalmberijming te komen.

Voor ons, die ons in de eredienst vrijwel tot de psalmbundel beperken, betekent immers de overgang naar 'n nieuwe berijming veel ingrijpender verandering dan bij degenen, die in de kerkdiensten in veel beperkter mate van de psalmbundel gebruik maken.

Bovendien, de betekenis, die de huidige psalmberijming voor het geloofsleven heeft gehad en nog heeft, heeft geleid tot een grote gehechtheid vooral van de oudere generatie aan veel geliefde verzen van deze berijming.

Inderdaad hééft de huidige berijming ook heel wat verzen, die terecht tot haast klassieke liederen zijn geworden.

Het is dan ook geen wonder, dat de commissie, die de opdracht kreeg, de psalmberijming te herzien, aanvankelijk óók dacht aan een restauratie van de huidige bundel.

Zoals de eerste reactie van velen, die de voorgestelde proeve van een nieuwe berijming doorlezen, óók is: Waarom heeft men niet veel meer van het goede uit de huidige berijming gehouden? Natuurlijk moet juist het feit, dat de psalmen onder ons zo'n grote plaats innemen, óns allereerst er toe brengen, nauwkeurig van de voorgestelde nieuwe berijming kennis te nemen. Wij moeten ons daarbij opnieuw op onze huidige berijming bezinnen. De vraag dringt zich dan op, hoe het komt, dat wij niet meer dan de helft van de huidige berijming werkelijk ook gebruiken, terwijl dit heus niet alleen aan de melodieën ligt.

Vanzelf komen wij er dan ook achter, waarom de commissie al spoedig van een restauratie van de huidige bundel moest afzien en tot een vrijwel geheel nieuwe berijming kwam, al blijft het de vraag of er werkelijk niet meer bewaard kon blijven, dan wat gerestaureerd overbleef (de psalmen 25, 116, 118, 138 en enkele coupletten in de psalmen 75, 79, 89, 124).

Graag wil ik in een aantal artikelen nader ingaan op vragen als: Is er werkelijk een nieuwe berijming nodig en hoe moeten wij staan tegenover deze proeve?

Misschien stimuleert het ook anderen tot beoordeling en kan het onze kerkeraden helpen, die via de classicale vergaderingen hun oordeel moeten geven.

Maar eerst wilde ik wat ingaan op de bedachtzaamheid, waarover ik in het begin schreef. Het is eigenlijk een gevoel van onbehagen, dat ik bij velen bespeur: laten ze ons toch vooral niet de oude vertrouwde psalmverzen afnemen.

Dezer dagen kreeg ik een briefje van de volgende inhoud:

„Als God de Heilige Geest in je hart woont en je bent altijd vertroost en bemoedigd en versterkt en geleid in de oude psalmen en je kent de nieuwe psalmen niet uit je hoofd, hoe kan de Heilige Geest dan een mens van binnen bedienen? Of blijft hij of zij dan toch met die oude psalmen leven, die je zo'n 40 of 50 jaar bemoedigd hebben? "

Ik denk, dat veel lezers van „De Waarheidsvriend" met mij zo'n vraag kunnen begrijpen.

Natuurlijk kun je zeggen: u moet niet van psalmen spreken als u psalmfberijming bedoelt. De Heilige Geest maakt ons de werken Gods openbaar in de taal, waarin wij geboren zijn en bedient zich dus ook van de psalmberijming waarbij we zijn opgegroeid. Een psalmberijming is natuurlijk altijd een tijdelijke vorm, waarin wij de psalmen zingen, eenvoudig, omdat het taalgebruik verandert in de loop der tijden.

De eerste eeuwen na de Hervorming werden in ons land de psalmen gezongen in de berijming van Petrus Dathenus. Ook die berijming heeft uiteraard een grote betekenis gehad in het geloofsleven en van de generatie rond 1773 is dus óók het grote offer gevraagd van in de eredienst over te gaan van Datheens berijming op de huidige berijming, al zal in het persoonlijk leven deberijming van Datheen bij de ouderen natuurlijk nog wel jaren daarna gefunctioneerd hebben.

Natuurlijk moet ook een eventuele overgang-nu naar een nieuwe berijming met voorzichtigheid geschieden en het spreekt vanzelf, dat ook dan de huidige berijming in het persoonlijk leven, bij de ouderen vooral, blijft leven. De vraag is trouwens al opgekomen, of een aantal van de oude verzen niet ook nog in het kerkboek moet bewaard blijven, als een nieuwe berijming zou worden ingevoerd.

Ik ben eens nagegaan, hoe men in 1773, toen de huidige berijming ook niet zonder weerstanden werd ingevoerd, over dergelijke vragen sprak.

In Barneveld stond in die dagen een ds. Van de Berg, die zelf in de commissie had gezeten, een commissie waarvan in Amsterdam getuigd werd aan de gemeente: „Zij paarden harsenen, harten en handen, om uw nut te bevorderen!"

Ds. Van de Berg hield bij de invoering van de berijming-1773 in Barneveld een preek, waarin hij aan het slot de weerstanden memoreert, die eenvoudige vromen hebben tegen de nieuwe berijming. Hij zegt dan:

„Zij zullen zich mogelijk herinneren menigvuldige zegen, die hun de goddelijke genade bij het zingen der oude psalmen geschonken heeft en duchten, dat zij voorts van zo grote voorrechten zullen verstoken wezen.

Doch de zodanigen verzoeken wij op het eenparig getuigenis van zulke godvruchtigen die in deze soort van zaken genoegzaam kundig zijn (!) te willen geloven, dat deze verandering ten hoogste noodzakelijk was, tot de verheerlijking van God. Zij mogen de goddelijke goedheid voor de zegen, die zij onder het gebruik van een zo kreupel gezang genoten hebben, zoveel te groter dankbaarheid toebrengen, omdat het middel zo gebrekkig was, en voorts hopen, dat de Heer nu voortaan, door een veel geschikter middel, dat Hij naar de bestelling van Zijn hoge voorzienigheid zo gunstig bezorgd heeft, in de harten die Hem vrezen, ter Zijner verheerlijking, nog veel meer vertroostingen door Zijn Heilige Geest zal willen uitstorten".

En hij voegt er even verder aan toe:

„Hoe onbetamelijk zou het niet wezen, wanneer een weldaad, waarmee uw goddelijke Ontfermer voornamelijk uw nuttigheid en uw vertroosting bedoelt, door u met tegenzin en ongenoegen werd aangenomen".

Het zijn woorden, die niet uitmunten door bescheidenheid, maar het typeert wel weerstanden, die er natuurlijk ook toen waren tegen het nieuwe.

In Friesland was het een zekere ds. Lemke, ook een gecommiteerde voor de nieuwe berijming, die, ook in een preek, inging op bezwaren van gemeenteleden.

Het bezwaar bijvoorbeeld van nieuwe boekjes te moeten kopen. Hij zegt:

„Dit behoorde wel bij enigszins vermogenden niet de minste zwarigheid te ontmoeten, al ware het alleen om allerlei verwarring in de openbare godsdienst naar vermogen te voorkomen".

Maar hij gaat ook op andere bezwaren in:

„Bij sommigen zal misschien de grijze oudheid van Datheens berijming zwaar genoeg wegen om die te behouden, alsof daardoor aan deze berijming een soort waardij of heerlijkheid werd bijgezet, terwijl juist om deze reden de verandering des te noodzakelijker was.

Bij anderen zal men zich waarschijnlijk op zijn eigen ouderdom beroepen en zeggen: Daar ik mij tot hiertoe van Datheens berijming en niet zonder stichting voor mijn gemoed bediend heb, zie ik geen genoegzame reden voor verandering en inzonderheid niet, omdat ik vele psalmen uit de oude berijming van buiten ken, die 't mij onmogelijk is uit de nieuwe nu te leren."

Hier heeft hij niet zoveel van terug, maar hij zegt toch:

„Staat het inderdaad zo met iemand, hij doe wat goed is in zijn ogen; niemand wordt met geweld hier gedwongen. Alleen drage hij zorg, dat zondige stijfhoofdigheid onder dat voorwendsel zich niet verschuile en hem een bijzonderheid doe najagen, die althans gewetenshalve niet valt te verdedigen."

Hij komt dan nog een keer terug op de bezwaren van de aanschaffing:

„Weer anderen zullen zich misschien beroepen op hun al te geringe middelen, om zichzelf en hun huisgenoten van de nodige psalmboeken te voorzien.

Dan, ik hoop niet dat ook zulken van dat voorwendsel zich bedienen zullen, die met een lofwaardige spaarzamelijkheid en verstandige inkorting van hun, ja menigmaal zondige, uitgaven, in korte tijd veel meer zouden kunnen bezuinigen dan er tot aankoop der psalmen nodig is.

Wat zulken onder u betreft, wier onvermogen kenbaar is, in die nood is voorzien door de liefdadigheid van vermogende kerkleden, welke ik niet voorbij kan, daarvoor als voor een loffelijk liefdewerk, harteiijk te danken, met de toewensing, dat hun een ruime vergelding van de God der liefde geworden moge.

En wierd dit voorbeeld door andere vermogenden wel ingezien, zij zouden hetzelve volgen en ere dus aan de openbare godsdienst doen."

U ziet, zulke citaten geven een beeld van de weerstanden ook toen, maar ze typeren ook in andere opzichten de tijd, waarin onze huidige berijming, bijna 200 jaar geleden, werd ingevoerd.

In een volgend artikel wil ik mij graag met u wat nader in onze huidige berijming verdiepen, voor wij komen tot een bespreking van de voorgestelde nieuwe.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

RONDOM DE NIEUWE PSALMBERIJMING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's