BOEKBESPREKING
Keur uit de kerkelijke pers 1961, 176 blz., ƒ 2,90 (voor abonne's ƒ 2, 25), Uitgave Bosch en Keuning N.V., Baarn.
De krant is een ééndagsvlieg; een weekblad leeft wat langer, maar wie kan die bladen bewaren en als men ze netjes bijeenhoudt, wie kan er dan later nog weg in vinden? En bovendien, hoeveel van het geschrevene is na een jaar volkomen achterhaald! — En toch zijn er artikelen, die van betekenis blijven; ook zijn er stukken, die een typisch beeld geven van het kerkelijke leven in een bepaalde tijd en die daarom waard zijn niet te worden vergeten. Nu is de redactie van de bekende BBB-serie er vorig jaar mee begonnen een bloemlezing te doen samenstellen uit wat in de kerkelijke bladen in 1960 geschreven was. Blijkbaar heeft deze uitgave voldaan en vandaar een nieuwe keur over 1961.
De redactie van deze bloemlezing heeft getracht de artikelen zo te kiezen, dat de lezer het kerkelijke leven in al zijn bontheid weerspiegeld vindt. Zij heeft zich de vraag gesteld: Wat heeft het kerkelijk leven in ons vaderland vorig jaar beroerd? Nu, dat is geen kleine opgave! ledere redactie zou weer andere stukken opgenomen hebben. Ik had vast en zeker een stuk uit één van de Kronieken van Theologia Reformata opgenomen.
Het werk vangt aan met een artikel over de Een-procent-actie van de Geref. Kerken, die meer dan zeven millioen gulden opbracht en het boeit eindigt met een stuk van prof. Severijn in verband met de hurrie rondom Staphorst. En verder lezen wij over vele onderwerpen: over het Ned. Bijbelgenootschap, over de nieuwe RK.-Bijbelvertaling, over de verhouding Herv. — Gereformeerden, over de Hervormingsdag, waarover ook een R.K. theoloog schrijft, over de zaak Smits. Ik doe maar een greep.
Ik vind deze goed verzorgde uitgave een goede vondst.
P. Howard, „Frank Buchman's Geheim", 134 blz., geb. ƒ 5.90. A. W. Sijthof, Leiden, 1962.
De Oxford-groepbeweging heeft al heel wat pennen in beweging gebracht; er is, ook van belijdende zijde, heel wat critiek uitgebracht op Frank Buchman, die de ziel van het geheel was. Men heeft wel gesproken van geestelijke naaktloperij, en de critiek richtte zich, afgedacht van de dogmatische vragen, op het soms onbetekenende van de Goddelijke instructies, die gedurende de zogenaamde stille tijd werden ontvangen.
Maar in het leven van velen, vooral vooraanstaanden in de maatschappij, intellectuelen uit het Oosten en uit het Westen, heeft Buchman, die in aug. 1961 op 83-jarige leeftijd overleed, iets betekend. Howard, die veel over Buchman en de Morele Herbewapening heeft geschreven, vertelt nu in dit boek over het geheim van het leven en werken van Buchman. Het ging bij Buchman om een eerlijk contact met zijn medemens van hart tot hart; hij zocht door te dringen tot de drijfveren van het leven, tot de kern.
Met vele dingen zullen onze lezers hartelijk instemmen. Ik denk aan Buchman's strijd tegen het Communisme Het is, zegt hij, een verkeerde ideologie, maar een ideologie en daarom kan het Communisme alleen bestreden worden met morele en geestelijke wapenen. De enige werkelijke hoop, dat de volkeren in vrede zullen samenleven, ligt in de verandering in de harten van mensen.
De Paasboodschap van 1961 was: Alle morele grenzen zijn verdwenen.
Had Buchman hierin geen gelijk ? Onder de titel: Alle kraaien zijn zwart, sprak Buchman over de zondige aard van de mens. Een gering besef van de zonde betekent, zeide hij, een gering besef van Christus.
Toen Buchman voor de eerste keer in Oxford kwam, wilden de mensen urenlang met hem over hun intellectuele twijfel discussiëren. Buchman zeide: Daar liggen jullie problemen niet; zij zijn van morele aard.
Geheel overtuigd heeft de schrijver mij toch niet. Over het veranderen van mensen wordt voor mijn bewustzijn iets te snel en te simpel gesproken. — Aan het slot gaat de schrijver in op wat men gezegd heeft van Buchman. Ik kan mij goed begrijpen, dat iemand, die zoveel liefde en eerbied voor Buchman heeft, voor hem opkomt, en dat siert hem ook nog — toch, er zullen ook wel eerlijke tegenstanders van Buchman zijn geweest. Zeker, iemand wiens geweten geraakt is, slaat terug; daarvan weet ieder, die met het Woord Gods tot de mensen komt, maar er is vervolging en critiek, die onze eigen schuld is. Dat bewustzijn miste ik toch wel.
Ik las dit boek van begin tot eind met spanning.
Bt.
Dr. H. Faber, Pastoraal Psychologische Opstellen, 142 blz., ing. ƒ 3.90. Boekencentrum, 's-Gravenhage, 1961.
Dit 19de deel van de Praktisch Theologische Handboekjes is een bundeling van een aantal opstellen, waarvan het merendeel reeds eerder IS gepubliceerd. Het zijn boeiende artikelen, u kunt zeggen, dat het mode is over deze onderwerpen te schrijven en te lezen, en dat is ook wel zo, maar deze vragen moeten ook aan de orde komen, ; wie met het pastoraat in aanraking komen, en dat zijn niet alleen de predikanten, worden met hun neus op deze problemen gedrukt.
Hij schrijft over de jeugd, maar ook over de ouderen. Ik noem het artikel: Het laatste kind gaat de deur uit. Over de jeugd: Enkele aspecten van het doodsbeleven van jongeren. Daarnaast: Enige opmerkingen over de mentaliteit ten aanzien van Kerk en Godsdienst van de tegenwoordige jeugd. — Nu vind ik „de tegenwoordige jeugd" altijd maar een moeilijk te hanteren begrip. Al generaliserende wordt men gemakkelijk eenzijdig en onbillijk. Over welke jeugd spreekt men? De schrijver geeft een rustige bezonken beschouwing. Hij wijst er op, terecht dacht ik, dat men voor een beter begrip van de tegenwoordige jeugd het beste van het milieu kan uitgaan.
Na de februari-ramp schreef de schrijver een artikel over: Het kind tussen angst en vertrouwen.
Daarnaast zegt de schrijver enkele dingen over de pastorale arbeid, over de betekenis van de psychosomatische geneeskunde voor de pastorale praktijk, over het werk van Rogers. Hier en ook in het stuk over de moderne ziekenhuispredikant, komt ook veelszins de moeilijke verhouding van predikant en arts aan de orde. Met dankbaarheid las ik: „Zonder twijfel kan meer psychologische en sociologische scholing (voor de predikant) nuttig zijn, zij is m.i. zelfs nodig. Maar deze kennis is nooit meer dan een hulpmiddel. Het gaat in de zielszorg om een eigen autonome kern, om een eigen taak en opdracht".
Op welke wijze kan een toekomstig predikant geholpen worden om het odium van wereldvreemdheid kwijt te raken? Moet een theoloog een tijdlang fabrieksarbeider of verpleger zijn? Dat dacht men vroeger, maar de schrijver betwijfelt dit, terecht.
Het geheel is een interessant werk geworden, dat zich vlot laat lezen. Al zou ik niet willen beweren, dat de schrijver in het psychologische blijft steken; voor mijn bewustzijn zitten wij hier toch in de voorhof. Maar de voorhof moeten wij door om het heilige te betreden.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's