De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RICHTLIJNEN VOOR DE HOUDING JEGENS ROME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RICHTLIJNEN VOOR DE HOUDING JEGENS ROME

7 minuten leestijd

Op de vergadering van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk, gehouden op 30 oktober 1961 is behandeld een concept pastoraal advies over de „reformatorische houding jegens de Rooms-Katholieke Kerk en haar leden". Dit advies, — op verzoek van het moderamen — opgesteld door ds. W. H. Meijboom en dr. C. A. de Ridder, is volgens het verslag dat "Woord en Dienst" (jg. 10, no. 24) van genoemde vergadering gaf, in de Synode over het algemeen met veel waardering ontvangen. Er werd dan ook besloten om het — na verwerking van de ter synode gemaakte opmerkingen en na vaststelling van de eindredactie door het breedmoderamen — te doen uitgaan naar de kerkeraden en de predikanten.

Dit is inmiddels gebeurd. Ongeveer begin april heeft de kerk bedoeld geschrift ontvangen; met als officiële titel: De reformatorische houding jegens de Rooms-Katholieke Kerk en haar leden. Onderschrift: Richtlijnen aanvaard door de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk. Uitgave Boekencentrum N.V., s-Gravenhage (ƒ 0, 60).

De Richtlijnen bevatten vijf hoofdstukjes, waarvan we in het kort de inhoud hier willen weergeven. "

Hoofdstuk I.

Contacten tussen Hervormden en Rooms-Katholieken.

Er hebben in de na-oorlogse jaren allerlei ontmoetingen plaatsgevonden. In gesprekskringen maar ook op conferenties en cursussen. Er worden gezamenlijke samenkomsten belegd, b.v. kerstzang-samenkomsten. Er is overleg en samenwerking op velerlei terrein. „Zelfs komt het voor, dat priesters en predikanten van „elkaars" kansels de gelovigen toespreken in lijdensmeditaties en dat de Hervormingsdag samen wordt „gevierd" " (blz. 5). Geconstateerd wordt dat sommige Hervormde gemeenteleden de geschetste contacten beslist onjuist achten en menen te moeten volharden in een afwerende houding, dat anderen daarentegen zich er bijzonder over verheugen, terwijl er ook een groep is die de situatie als verwarrend ziet en het uiterst moeilijk vindt tot de juiste mening te komen (blz. 6).

Hoofdstuk II.

Oorzaken van de verlevendiging der ontmoeting.

Genoemd worden de oorlogservaringen, al wordt daar onmiddellijk aan toegevoegd dat de R.K.-kerk juist na de oorlog weer in haar isolement terugkeerde. Verder worden genoemd:

a. het naar voren treden van de leek: juist de leken der beide kerken ontmoeten elkaar veelvuldig;

b. de politieke gang van zaken: de rooms-katholieke en reformatorische dhristenen nemen ook op politiek terrein elkaar tegenwoordig meer ernstig dan vroeger;

c. de ontkerstening: wij maken ons als christenen daar gezamenlijk bezorgd over;

d. de oecumene: er is aan bedde zijden oecumenische bewogenheid.

Dit zijn de hoofdoorzaken van het meer naar elkaar luisteren van de Hervormde en de Rooms-Katholieke kerk (blz. 9).

Hoofdstuk III.

Het karakter der ontmoeting.

Het gehele leven is bij deze ontmoeting betrokken. We kunnen in ons land eenvoudig niet meer langs elkaar heenleven.

Hoofdstuk IV.

De principiële houding van de Reformatorische kerk jegens de Rooms-Katholieke kerk.

Het streven naar contact mag niet neerkomen op een geringschatting van de verschillen in geloof. De christelijke liefde die ons naar elkaar toedrijft, mag de strijd om de waarheid, die ons nog steeds gescheiden houdt, niet schuwen. Gereleveerd wordt om welke redenen de Reformatie de leer van Rome heeft afgewezen; het ging haar hierom dat Christus alleen onze Middelaar is voor God, en dat we alleen door genade en door geloof behouden worden.

Voor een bredere uiteenzetting hiervan verwijzen de richtlijnen naar het Herderlijk Schrijven van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk betreffende de Rooms-Katholieke Kerk, dat in 1950 verschenen is. „Nog steeds — aldus de Richtlijnen — meent de synode het oordeel in dit geschrift over de rooms-katholieke leer uitgesproken, te moeten handhaven, ondanks de vele vernieuwingen, die thans bezig zijn zich in de rooms-katholieke theologie en in het leven van de Rooms-Katholieke Kerk door te zetten" (blz. 14).

Wat deze vernieuwingen betreft, de Richtlijnen noemen het volgende:

a. de nieuwe aandacht die in de R.K.kerk geschonken wordt aan de Heilige Schrift;

h. het streven naar vernieuwing van de prediking; deze wordt n.i. steeds meer gezien in haar eigen betekenis naast het sacrament;

c. de betekenis van de liturgische beweging, die opkomt voor een actiever en geestelijker omgaan met het sacrament dan vele onzer voor mogelijk hadden gehouden (blz. 15);

d. het streven om aan de leek de hem toekomende plaats te geven in de kerk, nl. als lid van het lichaam van Christus;

e. het doorbreken van een nieuw en geestelijker kerkbegrip, want vele rooms-katholieken zien de kerk niet alleen meer als een instituut maar ook als het mystieke lichaam van Christus, en zelfs heeft paus Pius XII al in deze geest zich uitgelaten in zijn encycliek Mystici corporis;

f. een andere houding dan vroeger in de rooms-katholieke theologie tegenover de belijdenis der Reformatie; hierbij wordt gedoeld op de waardering die vele rooms-katholieke theologen tegenwoordig hebben voor het religieus gehalte van de Reformatie en de poging die zij doen om de „waarheid" van de Reformatie in het grote geheel van hun eigen katholieke theologie op te nemen, te integreren.

Tenslotte wordt nog gewezen op de interessante ontwikkelingen in de rooms-katholieke leer over Maria.

De Richtlijnen zien echter in deze vernieuwingen toch geen reden tot een lichtvaardig optimisme aan reformatorische zijde. Want ten eerste, principieel is er niet zoveel gewijzigd in de houding van de Rooms-Katholieke kerk ten aanzien van het gezag der Heilige Schrift. Ten tweede, het is de vraag of de verkondiging van het Woord Gods in de Rooms-Katholieke kerk wel de plaats kan innemen die zij in de Kerk van Christus behoort in te nemen. Er is dan ook geen reden om het oordeel der Reformatie over de mis te herzien. Ten derde, de onbijbelse scheiding tussen geestelijkheid en leken wordt principieel gehandhaafd, ook all wordt de leken grotere ruimte toegekend in de kerk. Ten vierde, de Rooms Katholieke kerk is ondanks al wat zij tegenwoordig leert over de kerk als het mystieke lichaam van Christus, nog even exclusief als altijd. Ten vijfde, de kloof tussen de belijdenis van de Reformatie en het rooms-katholieke dogma is dieper dan men aan rooms-katholieke zijde vaak vermoedt. Tenslotte, wat de Maria-verering betreft, die heeft ons sinds 1950 — het jaar waarin Maria's hemelvaart tot dogma werd verklaard — verder uit elkaar geslagen dan ooit.

Opent dan het gesprek tussen Rome en de Reformatie geen nieuwe perspectieven? Toch wel! Het feit dat dit gesprek plaatsvindt, dat op zichzelf biedt al een nieuw en hoopvol perspectief. Het is n.l. een gesprek dat gevoerd wordt met liefde voor de andere partij en met eerbied voor haar standpunt. En vooral, men rekene met de kracht van de Heilige Geest, die ook in de kerk van Rome werkt. De vernieuwingen kunnen de eerste tekenen zijn van een bekering van deze kerk tot haar bijbelse oorsprong (blz. 21 en 22).

Hoofdstuk V.

Onze houding in de praktijk.

Het is noodzakelijk de ander te willen leren kennen. Ook moeten we bereid zijn onszelf te doen kennen, dus de ontmoeting niet vrezen maar zoeken. Daarin zal de bijbel uitgangspunt moeten zijn. Dit alles betekent niet dat we geen stevige houding tegenover Rome hébben aan te nemen. We moeten vriendelijk zijn maar beslist.

Hoofdstuk VI.

Oecumenisch perspectief.

Al is de R.K.kerk ver van de Bijbel af komen te staan, toch ontmoeten we haar als christelijke kerk. Christelijke kerken mogen tot geen enkele prijs langs elkaar heengaan, integendeel ze moeten op elkaar ingaan. Wij aanvaarden en bevorderen de mogelijkheid van ontmoeting. Ze zal voor beide zijden tot gevolg hebben een meer volledig rechtdoen aan de openbaring van God in Christus. Dus - volgens de Richtlijnen — ook voor de Reformatie. Er wordt n.l. gezegd (blz. 33), dat erkend moet worden dat in de R.K.-kerk schatten van geloof bewaard zijn gebleven, die in onze kerk langzamerhand zijn verdwenen. Genoemd wordt dan de biecht.

Met opzet hebben wij in deze beknopte weergave van de Richtlijnen reeds enige punten naar voren gebracht waarover we in een volgend artikel een paar kritische opmerkingen willen maken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

RICHTLIJNEN VOOR DE HOUDING JEGENS ROME

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's