De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het Nieuwe Testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Nieuwe Testament

6 minuten leestijd

Openbaring 20. Het Duizendjarig Rijk

36

Enige tijd geleden vroeg een lezer van de Waarheidsvriend naar de uitleg van Openbaring 20, en in verband daarmee naar een uiteenzetting van het zgn. Chiliasme, de leer van het Duizendjarig Rijk (Chilios - 1000).

Immers, wat ons in Openbaring 20 vers 1 tot 11 wordt meegedeeld, kunnen wij samenvatten als het gezicht van het Duizendjarig Rijk.

Over de inhoud van dit Schriftgedeelte en over het Chiliasme is reeds zeer veel geschreven. De grote vraag hierbij is: wat wordt toch eigenlijk in Openbaring 20 bedoeld? Stellig is het voor de uitleg één van de moeilijkste hoofdstukken uit de Heilige Schrift. En wij mogen gerust zeggen: veel in dit hoofdstuk is ons niet volledig duidelijk.

Voor de uitleg en toepassing van dit Schriftgedeelte is vooral de vraag van gewicht, hoe wij de verschillende hoofdstukken in het geheel van dit laatste Bijbelboek moeten zien. Is het de bedoeling, dat wij het zó zien, dat, wat Johannes in de opeenvolgende gezichten getoond wordt, en hij in de opeenvolgende hoofdstukken heeft opgetekend, ook chronologisch (in de tijd) op elkaar volgt? Volgt, wat Openbaring 20 ons meedeelt, ook chronologisch, — in de tijd—, op datgene, wat in Openbaring 19 beschreven staat? Of moeten wij het zó zien, dat de Openbaring van Johannes niét bedoelt, dat, wat in de verschillende hoofdstukken achtereenvolgend wordt meegedeeld, ook in de tijd in diezelfde volgorde vervuld wordt? Bedoelen de opeenvolgende gezichten soms dezelfde feiten op verschillende wijze te belichten?

M.a.w.: Wil Openbaring 20 ons iets meedelen, dat helemaal aan het einde van de wereld- en kerkgeschiedenis zal plaatsvinden, nadat dus geschied is, wat ons in Openbaring 19 beschreven wordt, de nederlaag van het beest en van de valse profeet? Of, wil dit hoofdstuk ons iets meedelen, dat al veel éérder, ook vóór datgene wat ons in Openbaring 19 wordt beschreven, in vervulling is gegaan? Gaat het dus in Openbaring 20 om iets, dat reeds in de loop van de werelden kerkgeschiedenis gaande is? Om iets, dat ook nu reeds gaande is? Of om iets, dat nu zelfs haar einde reeds nabij is, of dat wij thans zelfs achter de rug hebben?

Wij willen aan het verzoek van de lezer van ons orgaan voldoen en ons in enkele artikelen met dit onderwerp bezighouden. Wij leven thans in een tijd, waarin wij twee geweldige wereldoorlogen achter de rug hebben. De dingen ontwikkelen zich in onze tijd snel. Duizelingwekkend zijn de moderne uitvindingen en de toepassingen daarvan. Maar dreigend, onzeker, is de algehele wereldtoestand, mede door de moderne bewapening. Het is geen wonder, dat men in deze tijd zich temeer bezig houdt met de vraag naar de zin der geschiedenis en waarop deze zal uitlopen. Het Communisme pretendeert ten diepste een antwoord te hébben op deze vraag. De overwinning van het wereldcommunisme zal de heilstaat op aarde brengen. in. maatschappelijk en sociaal en zelfs in geestelijk opzicht. De Kerk des Heeren heeft alle eeuwen dóór en ook in deze tijd het antwoord op de vraag naar de zin en het einde der geschiedenis. Zij weet uit het Woord, dat God de Heere bezig is Zijn Raad te vervullen. Zijn gemeente te vergaderen. Zijn Koninkrijk in heerlijkheid te doen komen en het Rijk van Satan volkomen te niet te doen. Dit alles als de kroon op datgene wat Christus door Zijn dood en opstanding verworven en tot stand gebracht heeft. Hierbij heeft de Kerk te leven, hiervan heeft zij te getuigen.

De vraag kan gesteld worden, welke plaats neemt in de vervulling van die Raad Gods, in de loop van de wereld en kerkgeschiedenis, datgene, wat Johannes in Openbaring 20 zag, — het Duizendjarig Rijk, in?

De antwoorden op deze vraag zijn niet eensluidend. Daar is heel wat over gedacht en geschreven. En in de loop der eeuwen hebben de verklaarders van de Heilige Schrift en de theologen over deze kwestie zeer verschillend geoordeeld. Wie hiervan ook maar enigszins kennis neemt, voelt de neiging bij zich opkomen om te concluderen: men weet het niet precies.

Wel is duidelijk, dat bij de vragen, die rond Openbaring 20 rijzen, nog één zaak van grote betekenis is: nl. welke is, naar de Schrift, de plaats van het volk Israël en welke rol speelt dit volk niet maar in de geschiedenis, in de gewone zin van het woord, doch in de heilsgeschiedenis en in de vervulling van de Raad Gods tot aan de voleinding der wereld?

Juist door alles, wat in de laatste wereldoorlog en daarna met dit volk is gebeurd en door de vorming van de staat Israël, is ook deze zaak in onze tijd opnieuw aan de orde gesteld.

Is de bijzondere betekenis van Israël als volk Gods met zijn verwerping van de Christus in de volheid des tijds voorgoed voorbij? Of, heeft de Heere ook na deze verwerping toch nog een bijzondere bedoeling met dit volk?

En, moeten de voorzeggingen van de profeten, met name die, welke spreken van een terugkeer en bekering van het volk Israël zó worden opgevat, dat ze hun aanvankelijke vervulling vinden in de terugkeer na de ballingschap en hun verdere vervulling over de komst van Christus in het vlees heen in de Kerk van de Nieuwe Bedeling? Of, moeten ze zó worden opgevat, dat ze nog een andere vervulling zullen vinden? En dat bij deze - vervulling het volk Israël bijzonder betrokken zal zijn?

Deze vragen zijn van belang, ook in verband met de vraag naar de bedoeling van Openbaring 20!

Nog eens, met dit alles stellen wij een onderwerp aan de orde, dat zeker niet tot de gemakkelijkste behoort. En het zou alleen maar van eigenwijsheid getuigen, wanneer wij, terwijl in de loop der eeuwen door theologen en bijbelverklaarders van naam over dit onderwerp zeer verschillend gedacht en geoordeeld is, zelf besliste uitspraken zouden durven doen.

Toch willen wij, als antwoord op het bedoelde verzoek van onze lezer wat breder op dit onderwerp ingaan. Wij hopen en verwachten, dat dit niet alleen die éne lezer, maar ook andere lezers zal interesseren.

Wij stellen ons voor, eerst een historisch overzicht te geven van de ontwikkeling van de uitleg van Openbaring 20 en van het Chiliasme in de loop der jaren. Wij menen, dat dit de vrager van ons orgaan en anderen met hen óók zal interesseren.

Vervolgens bespreken wij die uitleg van Openbaring 20, welke de inhoud van dit hoofdstuk ziet als iets, dat in de loop van de wereld- en kerkgeschiedenis vervuld wordt en gaande is. Wij letten hierbij op de betekenis van deze uitleg, doch ook op de vragen, welke dan rijzen.

Daarna bespreken wij die uitleg van dit hoofdstuk, welke ervan uitgaat, dat, wat Johannes hier ziet, nog vervuld moet worden aan het einde van de wereld- en kerkgeschiedenis. En wij willen ook hierbij letten op de betekenis van deze uitleg. Maar tevens op de vragen, welke bij deze uitleg rijzen.

Tenslotte willen wij dan voorzichtig een eigen oordeel uitspreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit het Nieuwe Testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's