Meditatie
EVANGELIEVERKONDIGING
HANDELINGEN 18 : 1-6.
Jezus Christus heeft Zijn gemeente in de wereld gesteld met de opdracht tot Evangelieverkondiging aan alle creaturen.
Daartoe heeft de gemeente de toerusting des Heiligen Geestes ontvangen. Als een storm is de Geest van God over haar gekomen en heeft haar de wereld in gestormd, onweerstaanbaar. Dit is het geheim van de Evangelieverkondiging. Zij hangt niet van mensen af, maar is Gods werk. De apostelen zouden uit zichzelf niet in Rome, India en Egypte gekomen zijn. Maar door Goddelijke openbaring en drang des Geestes zijn ze gegaan tot de einden der aarde.
Jeruzalem—Rome: dat is de lijn die wij vinden in de Handelingen der apostelen, langs welke de evangelieverkondiging in eerste instantie is gegaan.
Beginnende te Jeruzalem is aan Joden en Jodengenoten, aan Grieken en Romeinen verkondigd dat Jezus de Christus, de Gezalfde Koning is. En langs deze lijn verder kwam de verkondiging ook tot ons, van plaats tot plaats, van land tot land en van werelddeel tot werelddeel. Het Koninkrijk Gods baande zich een weg over het rond der aarde.
In onze tijd gaat de Evangelieverkondiging nog voort, maar de stuwkracht des Geestes schijnt minder te zijn dan toen in de begintijd der Christelijke kerk. Natuurlijk: de werkingen des Geestes worden nu in rustiger banen geleid dan toen, net als een rivier, die uit een waterval wordt gevoed, maar die weinig meer heeft van het geweld van de waterval. Hier kunnen wij ons min of meer mee troosten. En toch zou het ook niet mogelijk zijn, dat wij als Kerk des Heeren ons onttrekken aan de windkracht des Geestes?
Als wij de Handelingen der apostelen lezen, dan valt het op, dat de Evangelieverkondiging in de grote steden zoveel aandacht krijgt. Denk aan Caesarea, Antiochië, Efeze, Athene, Korinthe en Rome.
Daar waar het leven bruiste, in de centra van handel, politiek, cultuur en religie heeft Paulus het Evangelie van Jezus Christus verkondigd.
In Korinthe, die grote handelsstad in Griekenland, waar zoveel te koop was, centrum van het bonte leven, juist daar heeft Paulus 1 1/2 jaar gewerkt. Van deze stad krijgt hij de verzekering dat „De Heere er veel volks had."
Hebben wij vaak niet de neiging om ons met de Evangelieverkondiging terug te trekken uit het gewoel der wereld? Wij kunnen als kerk de stad met haar bonte verscheidenheid van leven niet meer aan en troosten ons dan maar met de gedachte dat het op de dorpen toch nog niet tegenvalt. Daar staat immers de kerk nog in het midden. Jawel, maar in de grote steden is dit in elk geval niet meer het geval. En als wij dan zien dat véle dorpelingen, als ze naar de grote stad verhuizen, de weg naar de kerk niet meer vinden, dan komt toch de vraag op ons af of het kerkelijk leven op het dorp wezenlijk nog wel beter is dan in de stad. Oefende Evangelieverkondiging werkelijk kracht uit op het leven in stad en dorp?
Wij weten allen heel goed dat het antwoord op deze vraag weinig bemoedigend luidt. Dit is verontrustend, waar wij toch weten dat de verkondiging van het Evangelie een kracht moet zijn tot zaligheid.
Hoe zou het toch komen dat de windkracht des Geestes zo is afgenomen? De oorzaak er van moet bij ons liggen. Zou dit ook de oorzaak kunnen zijn, dat wij zo weinig wachten op de kracht des Geestes?
En dat wij weinig verwachting koesteren komt weer hier uit voort dat wij zo weinig bezig zijn met de nood der wereld. Wij laten die wereld veelszins maar wat zij is en trekken ons als kerk terug op een windstil plekje, waar we weinig merken van de stormen die er over de wereld gaan. Wij leven gezapig, gemoedelijk en overdadig, debatteren wat met elkaar over allerlei quasi-gewichtige onderwerpen, terwijl de wereld, Gods wereld, haast in brand staat.
Wij spreken op ons windstille plekje, in de luwte, over het geestelijke leven, terwijl wij ons van onze geestelijke verantwoordelijkheid om als een licht in de wereld te schijnen niets aantrekken, omdat we die wereld veel te slecht en te werelds vinden.
Paulus dacht er anders over. Hij zocht juist de steden op, waar het leven bruiste en waar de zonde welig tierde. In de kracht des Geestes stond hij in de grote havenstad Korinthe en heeft daar het Evangelie verkondigd. Hij had de moed om op de kracht des Geestes te vertrouwen. En die moed die missen wij maar al te zeer en daarom trekken wij ons terug in de luwte van het leven. Maar laten wij dan beseffen, dat wij op deze wijze bezag zijn om de kracht des Geestes in te perken. De windkracht des Geestes wil juist ook daar werken waar het leven bruist en woelt, om Zijn macht te betonen tegen de macht van de geest uit de afgrond.
Hoe zwaarder wij de roeping tot Evangelieverkondiging aan een wereld in nood voelen drukken, des te dringender zal de bede zijn om de windkracht des Geestes. En hoe moeilijker de omstandigheden zijn, 'des te minder kunnen wij de Geesteskracht missen.
Dat Paulus het in Korinthe ook niet gemakkelijk heeft gehad, daar hoeven we niet aan te twijfelen. Zijn contact met Aquila en Priscilla, waarschijnlijk een Joods-Christelijk echtpaar uit Rome, is hem ongetwijfeld tot grote steun geweest. En tussen de regels door kunnen we in vers 5 lezen dat de komst van Silas en Timotheüs hem echt goed gedaan heeft.
Deze Christenen, Paulus, Aquila en Priscilla, Silas en Timotiheüs, hebben wat ivoor elkaar betekend in de zaak der Evangelieverkondiging in dat wereldse Korinthe. Zij vonden elkaar in de gezamenlijke opdracht om het Evangelie te verkondigen.
Wanneer wij aIs Christenen ons meer bewust waren, wat het betekent om het Evangelie te moeten verkondigen in een na-Christelijke tijd, dan zouden wij elkaar zeker ook gemakkelijker vinden.
Als wij ons de opdracht der Evangelieverkondiging aan deze wereld bewust zijn, dan kan het niet anders of wij worden als Christenen naar elkaar toegedreven om samen te staan in de stormen die er over de wereld gaan. En zouden wij dan ook samen met al de Christenen niet ervaren dat de windkracht des Heiligen Geestes ook in onze „na-Christelijke tijd" in staat is, om mensen in beweging te zetten in de richting van Gods Koninkrijk?
Van ons als Christenen wordt de geloofsmoed gevraagd om verwachting te hebben van dezelfde Geest die in de grote havenstad Korinthe veel volks voor het Koninkrijk van Jezus Christus bijeen-vergaderde. In de stad en op het platteland moet de Evangelieverkondiging voortgang hébben. Maar ook in Afrika en Azië. Dit is de opdracht die rust op de schouders der Christelijke gemeente, waarvan u en ik leden zijn. De vervulling van deze opdracht kan alleen geschieden in een gelovig verwachten van de Heilige Geest, door Wie mensen worden overtuigd dat Jezus is de Christus, de Gezalfde Profeet, Priester en Koning.
De Heilige Geest heeft Paulus de weg gewezen naar Korinthe.
Ieder die de naam van Christus noemt, late zich ook door diezelfde Geest de weg wijzen, ter vervulling van de Evangelische opdracht voor de wereld waarin hij leve. In woord en daad moge door ambtsdragers en gemeenteleden aan de wereld verkondigd worden dat Jezus de Christus is. Het moge geschieden, maar wete wel dat het ook moet geschieden. Wie zich aan de opdracht onttrekt, onttrekt zich aan Christus. Wie zich niet wil en kan onttrekken wachte op de Heilige Geest en bidde: Kom, Schepper, Geest. Uw kracht worde in mijn zwakheid volbracht.
Amen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's