KERKNIEUWS
Beroepen te:
Vierhuizen-Zoutkamp, I. D. H. Dijk te Terkaple, Terhorne en Goingarijp — Papendrecht (vak. H. C. Bultman, toez.), J. Jongerden te Bruchem en Kerkwijk-Delwijnen — Leiden (vak.m. Ottevanger), P. J. Bos te Sprang (N.B.) —Putten vierde pr.pl., J. Kooien te Reeuwijk —- Rotterdam-centr. (vak. dr. J. Sperna Weiland), B. Klein Wassink te Gorinchem — Middelburg (wijkg. 3), L. de Vrijer te Eibergen — Bennekom, H. S, J. Kalf te Bennebroek — Amstelveen wijkg. 5 - Buitenveldert) (toez.), H. van Coeverden te Broek in Waterland.
Aangenomen naar:
Baambrugge (toez.), W. J. Hottinga te Lage Zwaluwe — Gorinchem (toez.), W. van Bruggen te Bovensmilde.
Bedankt voor:
Krimpen aan de Lek, J. A. de Bruyn te Emst.
Bevestiging en intrede Ds. C. Treure te Hasselt
Zondag 10 juni was het voor de gemeente Hasselt een vreugdevolle dag door de overkomst van ds. C. Treure van Hillegersberg. De bevestiging geschiedde in de morgendienst door de consulent ds. Van Lokhorst van Mastenbroek met de tekst uit Handelingen 2 vers 14: „Maar Petrus, staande met de elven verhief zijne stem."
Spreker gewaagde hier van een wel zeer bijzondere Pinksterdienst, die tevens de bevestiging is van wederom een dienaar des woords aan zijn gemeente. Zo kunnen wij hierin ook nu weer zien dat het werk Gods door gaat, zoals reeds al de eeuwen door de dienaars èn predikers werden uitgezonden om het woord Gods te verkondigen.
Een prediker moet kunnen spreken, maar een prediker moet ook kunnen luisteren, naar wat de Geest te zeggen heeft. Dan zal de prediking tot de gemeente ook staan in het teken van de apostel Petrus.
Na de bevestiging werd ds. Treure op verzoek van de bevestiger toegezongen Ps. 134 vers 3. Ds. Van Lokhorst sprak vervolgens een hartelijk woord tot de pas bevestigde herder en leraar en eindigde deze dienst met dankgebed en het uitspreken van de zegen des Heren.
Was tijdens de bevestigingsdienst het kerkgebouw reeds geheel bezet, bij de intrede van ds. Treure in de middagdienst was de belangstelling zo groot, dat zeer veel stoelen en banken erbij geplaatst moesten worden, zodat de kerk overvol was.
Ds. Treure bepaalde zijn toehoorders bij de tekst voor de prediking uit Handelingen 10 vers 29: „Daarom ben ik ook zonder tegenspreken gekomen, ontboden zijnde. Zoo vraag ik dan, om wat reden gijlieden mij hebt ontboden".
Gemeente, reeds vele predikanten hebben op deze kansel voor mij het woord Gods mogen verkondigen. En nu staat hier weer een door God geroepen predikant, om het Woord uit te dragen, een prediker, een mens aan wien niets menselijks vreemd is, van gelijke bedeling als ieder uwer; maar hij heeft het woord Gods te verkondigen.
En dan kan en mag het niets anders zijn dan een woord dat twee wegen aanwijst: Een weg des behouds of een weg des verderfs. God vroeg naar Cornelius. Gemeente, God vraagt ook naar u! Zijn hier ook armen van geest en biddende, die ook de Heere Jezus toch zo nodig hebben? Zie dan naar Cornelius: hij was biddende en roepende om geholpen te worden, zijn gebed werd verhoord. Mannen moesten er uit gezonden worden naar Joppe. Er was een roepende gemeente Cesarea, maar ook een prediker die door de Heere bekend werd gemaakt, de weg die hij te gaan had. Petrus werd toebereid voor de dienst die hij te houden heeft in Cesarea Hij ging de weg Gods; hij kon niet anders.
Ook van deze, uw plaats, werden mannen uitgezonden tot een prediker; en ook hier staat een prediker welke ook de roeping die tot hem kwam op te volgen had, de weg van de grote stad naar het platteland. Hij kon er ook niet onderuit komen ; hij is ook gegaan de weg die de Here hem bevolen heeft. Ook hij heeft de weg des levens te verkondigen te midden der gemeente.
Om wat reden hebt u mij ontboden gemeente? Is het uw begeerte te mogen drinken uit de fonteinen des heils; te mogen ontvangen een beker koud water? O, wat zal Corelius gedronken hebben als een dorstige naar de wateren des levens. Wat zal hij het woord Gods ingedronken hebben, zittende aan de voeten van de apostel Petrus.
Gemeente, zijn hier ook van die bidders die smekend uitzien naar de komst van die prediker, om het woord te mogen beluisteren? Het woord dat niet gebonden is, ook niet aan Hasselt, maar dat heen gaat door en over kerkmuren heen.
Vaders, moeders, kinderen vraagt biddende naar het woord Gods. Jonge mensen zoekt het nu!
Na het zingen van Ps. 34 vers 2 sprak ds. Treure allereerst de consulent ds. Van Lokhorst toe hem dankende voor de bevestiging en tevens namens de kerkeraad voor het consulentschap welke deze in de vacature welke 68 weken heeft geduurd, heeft vervuld.
Wethouder van Mulligen werd ook de dank toegebracht voor zijn aanwezigheid namens de burgerlijke gemeente.
Ook de plaatselijke artsen werd een hartelijk en vriendschappelijk woord toegesproken.
Verder de afgevaardigden van de P.K.V. Overijssel en de Classis en de ring Kampen en de Varende gemeente. Collega's uit de ring en omgeving, de heer Van Milgen als tijdelijke hulp in het pastoraat. En de predikanten van de plaatselijke Gereformeerde en Christelijk Gereformeerde Kerken.
De kerkvoogdij en de kerkeraad werd dank gebracht voor alles wat gedaan werd voor en tijdens het beroep en de overkomst naar de gemeente. Verder de leden der Vrouwenver. voor het schoonmaken der pastorie, de koster en organist voor hun medewerking, de verschillende verenigingen en het personeel der Hervormde school. En tot slot de gemeente voor de belangstelling en liefde betoond in de voorbijgegane weken. Ook werd nog dank uitgebracht aan die aanwezigen uit de vorige gemeente: Hillegersberg, Ederveen en Wilsum voor hun betoonde belangstelling.
Namens de P.K.V. Classis en Ring werd ds. Treure toegesproken door ds. Doppenberg van Wilsum.
Namens de burgerlijke gemeente door wethouder Van Mulligen.
Ds. Verdoorn namens de Gereformeerde en Christelijk Gereformeerde kerken.
Door dr. Nienhuis als voorzitter namens de kerkvoogdij. Namens de kerkeraad en school door ouderling Brinkman welke ds. Treure toe liet zingen de zegenbede uit Ps. 122 vers 3.
SOEST
Door de Gereformeerde minderheidsgroep is een bedrag van bijna veertigduizend gulden toegezegd voor de bouw van een kerk.
Men heeft zich reeds in verbinding gesteld met een architectenbureau.
Stappen zijn gedaan om bouwvolume te verkrijgen. Met de (bovenvermelde toezeggingen is het bouwfonds gestegen tot ƒ 55.500, —.
Er wordt ook uitgezien naar een geschikt bouwterrein.
Het kerkbezoek gaat steeds vooruit. Ook het aantal catechisanten neemt nog steeds toe.
Ds. H. van Lunzen over de politieke voorlichting van „Hervormd Nederland".
HET WEEKBLAD „HERVORMD NEDERLAND" EN NIEUW-GUINEA
De politiek zeer weinig neutrale houding, die het in 80.000 Nederlandse gezinnen binnenkomende weekblad der Herv. Kerk in de laatste jaren steeds meer inneemt, noopt mij tot het signaleren daarvan. Ik doe dat vooral omdat ik weet, dat tallozen zich daaraan ergeren, zonder nochtans het initiatief op te brengen tot protest. En ik meen daartoe ook verplicht te zijn als een der zeer weinige liberalen, die vanaf het begin in 1956 zitting namen in het nationale Comité, dat toen werd opgericht als reactie op de zogenaamde „Oproep tot bezinning" van de Synode der Herv. Kerk.
Natuurlijk heb ik geprobeerd mijn protest opgenomen te krijgen in het genoemde weekblad. Maar dat mislukte, zoals vrienden mij al hadden voorspeld.
Om zo weinig mogelijk plaatsruimte te vergen is het beste, dat ik hier maar het stuk laat volgen, dat geen plaats kon krijgen in het weekblad welks hoofdredacteur het artikel schreef, waartegen ik vooral mijn protest richtte. Hier is het:
„VOORWENDSEL OM DE OORLOGSMACHINE IN WERKING TE STELLEN"?
Ik moet met alle beslistheid en nadrukkelijkheid, die in woorden tot uitdrukking kan worden gebracht, protesteren tegen de strekking en bewoordingen van het voorpagina-artikel van F. H. L. in het blad van 16 april j.l.
In dit artikel getiteld „Laatste kans" pleit F. H. L. nog eens weer voor „de enige reële mogelijkheid om iets voor W. Nieuw-Guinea te bereiken: de principiële aanvaarding van bestuurswaarneming en uiteindelijke bestuursoverdracht aan Indonesië."
Allereerst: ik acht het onjuist en onbillijk, dat steeds maar weer in voorpagina-artikelen in „Hervormd Nederland" een zeer eenzijdige en in de kaart van de dictatuurstaat Indonesië spelende visie over deze zaak naar voren wordt gebracht en (door de gedurige herhaling) eigenlijk gepropageerd wordt. Wijzende op de naam van dit blad, breng ik dit naar voren: in een blad, dat zich „Hervormd Nederland" noemt mag niet zonder ophouden op de voorpagina een eenzijdige visie gepropageerd worden.
Dit zou zelfs niet mogen indien deze publikaties namens de Synode geschiedden (wat niet het geval is). — Want de Synode is allerminst „de kerk". Indien de Synode namens „de kerk" zou willen gaan spreken inzake een kwestie, die ons hele volk aangaat, zou zij eerst zorgvuldig de mening, althans van de „grondvergaderingen der kerk" (de class, vergaderingen) moeten horen en eigenlijk ook de kerkeraden.
Ik acht, met velen, deze hardnekkige aanbeveling van overdracht aan Indonesië, niet op haar plaats in dit blad, dat in zaken, die in allerlei grote en kleine politieke belangenspanningen verwikkeld liggen, neutraal behoort te zijn. Ik acht deze aanbevelingen uit den boze en allerminst in overeenstemming met de waardigheid en de belangen van onze kerk en van ons volk.
Ik had u al veel eerder mijn protest willen uiten, maar ben er pas toe overgegaan nadat ik het bovenbedoelde stuk van F. H. L. de alle spuigaten te buitengaande insinuatie had gelezen, die inhoudt, dat onze regering haar vasthouden aan het recht van zelfbeschikking der Papoea's zou toepassen als een „voorwendsel".
Ik bedoel namelijk deze vreselijke zin, die stond in de een na laatste alinea van het artikel van F. H. L., dat getiteld was: „De laatste kans": „Maar dat moet (slaat op het daarvóór gebruikte begrip „zelfbeschikking" — H. v. L.) geen voorwendsel meer lijken te zijn om de oorlogsmachine in beweging te brengen".
Men begrijpe goed: deze insinuatie wordt niet gedaan tegen Soekarno c.s., die nu al een paar jaar met de ergste dreigementen en daden chanteren, maar tegen de blijkens haar woorden en daden (loslating van een aantal Indonesische invasie-mensen!) uiterst vredelievende Nederlandse regering, die als Indonesië ermee had ingestemd, de kwestie van het recht op Nieuw Guinea allang had willen voorleggen aan het Internationale Hof van Justitie.
Hoe klein de kans ook is, dat zulk een protest zal helpen de gesignaleerde politisering van het genoemde weekblad te stoppen, omdat de hoofdredacteur tegelijk een der secretarissen der Synode is, lijkt het mij toch goed dat zoveel mogelijk lezers van het Hervormde Weekblad zich beklagen bij de Synode (adres: Carnegielaan 9, Den Haag).
Odoorn, mei 1962.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's