De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

WAARDIG, ONWAARDIG, GELOVIG

5 minuten leestijd

Lucas 7:4: hij is het waard, dat Gij hem dit doet Lucas 7:6: want ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak zoudt inkomen Lucas 7:9: Ik heb zo'n groot geloof zelfs in Israël niet gevonden

1. De hoofdman, van wie ons Lucas 7 vertelt, verschijnt in het Evangelie voor ons in drieërlei belichting.

Eerst zien we hem door de bril der Joden (a).

Vervolgens geeft hij ons een zelfportret (b).

Tenslotte horen wij, hoe Christus over hem denkt (c).

a. De Joden „mogen" deze man. Dat blijkt duidelijk als de nood in zijn leven komt. Gemiddeld houdt een mens dan weinig vrienden over. Maar hij is óók in moeilijke dagen verzekerd van de sympathie van de bevolking van Kapernaüm.

Als zijn geliefde slaaf doodziek is en dokter A noch dokter B enige hoop op herstel geven, leeft de hele bevolking met hem mee.

De burgers schudden niet meewarig hun hoofd, maar ze gaan namens de officier naar de Heere Jezus.

En ze gaan waarlijk niet met lege handen: alle deugden, die de hoofdman ten opzichte van de Joodse gemeenschap aan de dag heeft gelegd, nemen ze mee. Het zijn er niet weinig! „Want hij heeft ons volk lief" (vers 5a)

Dat is al héél veel in de antieke wereld, waarin anti-semietische stemmingen regel en pro-joodse houding uitzondering zijn. „.... en heeft zelf onze synagoge gebouwd" (vers 5b). Als een lid van de kerk een ton voor de kerkbouwactie geeft, kijken we verrast op.

Hier laat een buitenstaander uit eigen middelen een synagoge bouwen: óók in die tijd géén geringe zaak.

Als een mens het waard is, door Jezus geholpen te worden, dan hij. Zo redeneren de notabelen van Kapernaüm.

b. Zélf oordeelt deze heiden anders. We merken bij hem niets van maatschappelijke of kerkelijke deugden, waardoor hij zich onderscheiden heeft. Dat kan ook niet anders.

Zijn zelfportret is ontstaan onder de belichting van de heiligheid Gods. En onder die belichting verstuiven alle menselijke deugden en gerechtigheden als kaf voor de wind.

Waar Christus in het zicht komt, worden wij geconfronteerd met de levende en heilige God. In die confrontatie staat de hoofdman hier getekend.

En daarom is er bij hem een klaar besef van eigen onwaardigheid,

c. De Heere Jezusziet bij deze heiden geloof. En als Hij dat ziet, is het er ook. Uiteindelijk is het niet belangrijk, hoe de mensen over ons denken. Dat kan strelend of kwetsend voor het vlees zijn: we kunnen er niet van leven. In onze verhouding tot God gaat het uitsluitend om Gods gedachten over ons.

Het gaat zelfs niet om onze onwaardigheid: ook daarvan kan niemand leven. Daarom zoekt deze mens Christus en vindt Hem!

Niet zonder reden vertelt Lucas bijna niets van de hoofdman zélf. Van zijn zoeken. Van zijn vragen, éér Christus in zijn leven kwam.

Hij schrijft geen biografiën van gelovigen, doch predikt de komst van het Koninkrijk in de Koning Christus. Daarin ligt het zwaartepunt van dit zo aansprekende verhaal. Christus spreekt hier zelfs van groot geloof: in Israël (dat drager en hoeder is van Gods Beloften — naar Romeinen 9: 1 vv —) vond Hij dat niet.

We denken alleen maar — in het kader van onze Schriftoverdenking — aan de harde woorden van de Heiland over Kapernaüm (Luc. 10 : 15).

2. Het appèl, dat vanuit deze geschiedenis tot ons komt is kort en bondig: Christus' informatie naar ons geloof.

Want niet een kerkelijke of andere onderscheiding, waarom een ander ons waardig acht, zelfkennis, waardoor we ons onwaardig achten, doch alleen het geloof, dat de toevlucht neemt tot de Heere Jezus Christus, vindt in Hem Gods eindeloze barmhartigheid en goedheid.

Dat geloof verwacht niets van de mens, maar alles van God.

Het is altijd weer: gemeenschap met Christus zoeken en vinden.

Het kan geen rust vinden in wat anderen zeggen, ook niet in wat wij zelf in eigen leven vinden, maar alleen in Jezus Christus. Daarom moet de hoofdman bij Christus terechtkomen.

Daarom zien we door het venster van het geloof iets van de glans en de heerlijkheid van Gods Koninkrijk in zijn leven schitteren.

Christus de Heiland staat hier voor ons in de lengte, de breedte, de hoogte en de diepte van Zijn Middelaarswerk: wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.

Dat wordt hier bewaarheid. Echt geloof wordt nooit beschaamd.

Waar een mens zich buigt met verstand, wil en gemoed voor Christus, daar komt Hij en daar blijft Hij. Dat zien wij hier. Ook bij onszelf? Daarnaar informeert de Heere Jezus bij ons. Hebben wij het antwoord al gereed?

Wij mogen leven in de tijd der genade: nu is het de dag des heils (2 Cor. 6:2). In Christus worden ook wij geconfronteerd met de heilige God. Dan blijft er niets over van onze werken. Maar Gods werk in Christus komt in het middelpunt van ons leven. En wij leren Christus geloven op Zijn Woord.

Eenmaal zal de Heere Jezus voor het laatst informeren naar ons geloof. „Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde? "

Bekeert u daarom en gelooft Zijn Evangelie!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's