DE GEREFORMEERDE BOND EN DE EENHEID
In dit tweede artikel wil ik ingaan op de spanning eenheid en waarheid. Het is duidelijk, dat ir. Plomp bedoelt, dat, wanneer alle nadruk valt op dé eenheid, de waarheid meestal verbleekt en omgekeerd, dat wanneer alle nadruk valt op de waarheid of wat men Voor waarheid houdt, de eenheid-der kerk verdwijnt. Daarom wil hij niet óf: eenheid óf waarheid, maar èn eenheid èn waarheid.
In dit verband duikt de katholiciteit (algemeenheid) van de kerk op.- Wanneer wij onze gedachten laten gaan over de katholiciteit van de kerk, dan kunnen wij onderscheiden de kerk, zoals deze zich over de gehele wereld uitbreidt van Noord naar Zuid en van Oost naar West in de kerk, die vanaf de Pinksterdag tot nu toe bestaat en belijdt. De eerste katholiciteit is dus de breedtelijn (in alle landen en op alle plaatsen), de tweede is de lengtelijn van Pinksteren tot Wederkomst. De eerste rept zich naar de einden der aarde, de tweede naar het einde der tijden (Volten: „Rondom het belijden der kerk", blz. 18).
Deze katholiciteit is naar haar zichtbare zijde gruwelijk geschonden. Op haar breedtelijn blijkt, dat er velen in de kerk zijn, die er niet thuis horen en er buiten zijn, die er wel in horen.
Ook in haar voortgang is deze katholiciteit geschonden, omdat vanaf het schisma in de elfde eeuw (Rooms-Katholiek en Grieks-Katholiek) tot en met de vrijmaking in 1944 de voortgang van de kerkgeschiedenis één twistbeeld geeft van de verscheuring en versplintering van de ene kerk uit de Handelingen tot de vele kerken in onze tijd.
Daaruit is maar één conclusie mogelijk: Wat God zeer goed gedaan heeft, hebben wij mensen door onze zonden bedorven. Wij, die geroepen zijn tot medearbeiders, zijn vaak de bedervers van Gods Kerk. Dat moge ons tot in het diepst van de ziel raken. Is de katholiciteit naar haar zichtbare zijde niet verminkt en geschonden?
Moet het ons niet aangrijpen, dat er soms zovele kerken plaatselijk naast of tegenover elkaar staan? Kerken, die soms allen zeggen, dat zij op dezelfde basis van Schrift en Belijdenis en Kerkorde staan? Staan daarom de papieren van de gereformeerde gezindheid niet zo bijzonder laag, omdat bij alle enigheid des geloofs er een grote onenigheid of verscheidenheid van kerken zichtbaar is? Dat bedoelt ir. Plomp wanneer hij een opmerking van mij verkeerd citeert.
Welke bezwaren wij ook tegen dit eenheidsstreven hebben, wie niet van harte lijdt aan de verscheurdheid van het lichaam van Christus, miskent bepaalde bedoelingen in de oecumene en in de actie van de achttien en in andere strevingen.
De reformatie bracht de breuk met Rome en het kon niet anders. Maar de Reformatie brak in drie kerken uiteen: de gereformeerde, de lutherse en de anglicaanse kerk. Daarvoor zijn allerlei verklaringen te geven, maar het feit is er.
De afscheiding bracht de breuk met de hervormde kerk, de doleantie herhaalde dit, zonder dat afscheiding en doleantie ooit geheel verenigd zijn (de Chr. Geref. Kerk). Moeten wij verder nog spreken van de breuken in de Geref. Kerken, de Chr. Geref. Kerk, de Geref. Gemeenten enz. enz.?
Wat dat betreft zijn er tranen voor nodig om in het geloof vol te houden (en dat is mogelijk, omdat de kerk voorwerp van het geloof. is): Ik geloof één heilige, algemene (katholieke) christelijke kerk. Ik ga op dit alles hier niet dieper in, omdat de bespreking van het boek van ds. H. Volten: Rondom het belijden der kerk in de volgende nummers daarvoor brede aanleiding geeft. Dit moest eerst geschreven worden tot onze verootmoediging en tot verklaring van de houding van velen in het huidige eenheidsstreven. Wij, moeten elkander willen verstaan!
Wij hebben dit ook nodig om een beter inzicht te krijgen in de bedoelingen van de artikelen 27—33 van onze Ned. Gel. Bel. Immers De Brés kon in die tijd nog uitgaan van de situatie ware kerk— valse kerk. Met de ware kerk bedoelt hij de gereformeerde, met de valse de rooms-katholieke.
Maar waar is nu de ware kerk? Niemand durft het aan (misschien de vrijgemaakten wel) om eigen kerk als de ware kerk te betitelen. Wij zijn openbaring, niet de openbaring van het lichaam van Christus. Dat zij ir. Plomp van harte toegegeven.
Maar daarmee zijn wij met deze artikelen van de Ned. Gel. Bel. niet Maar. Want wie De Brés kent, weet, dat hij als leerling van Calvijn de kerk nu eens onzichtbaar dan weer zichtbaar noemt. Deze onderscheiding is geen scheiding. Bij Calvijn treft het telkens, dat hij nu eens over de zichtbare dan weer over de onzichtbare kerk spreekt als één en dezelfde kerk. Echter zo, dat het hart van de onzichtbare kerk klopt in de zichtbare kerk. Vandaar, dat hij in boek IV van zijn Institutie voortdurend op zijn qui vive is om de kerk, zoals deze zich aan ons voordoet, te doorlichten met de bijbelse noties van het kerk-zijn. Door de onderscheiding zichtbaar-onzichtbaar (het gaat mij niet om woorden, maar om de zaak, die er door aangeduid wordt) verschafte hij zich de distantie om de kerk van zijn dagen gedurig onder de goddelijke kritiek te zetten.
Daarbij komt de kerk bij Calvijn altijd complex te voorschijn. Daarmee bedoel ik alles wat hij schrijft over Hoofd- Lichaam, de unio mystica (verbinding met Christus tot in de meest bevindelijke noties) de kenmerken van de kerk, de kenmerken van de ware Christenen. Dit alles vinden wij bij De Brés in de Ned. Gel. Bel. terug.
Daarbij dient niet vergeten te worden, dat de kerk bij Calvijn hangt aan de vetkiezende daad van God. Dat wil in de praktijk zeggen: wie de artikelen 27— 33 over de kerk belijdt, belijdt ook artikel "16 (over de verkiezing), belijdt ook de val en de goddelijke ontferming, enz. enz.
Dat wil zeggen, het gaat om het geheel en daarin wel om een zeer levend geheel. Het is een waarheid in de eenheid en de eenheid in de waarheid.
Daarvoor heeft Calvijn gestreden, geleden en gebeden.
Ondanks hem is de katholiciteit der kerk geschonden. Dat is de zonde en de ongerechtigheid, de liefdeloosheid en het staan op eigen standpunten, het zich vastklampen aan en het zich onderschikken aan de overheid, die haar spel speelde met de kerk. Het is het nationalisme der volken enz. geweest, dat Calvijns idealen niet hebben verwerkelijkt.
Om nu tot ir. Plomp terug te keren is dit mijn hoofdbezwaar tegen hem, dat hij zo weinig kritisch staat ten opzichte van de kerken van nu, i.e. de hervormde en gereformeerde kerken. Daarbij dienen wij onszelf en eigen organisatie in die kritiek te betrekken.
Moeten wij niet erkennen, dat het leven van deze beide kerken zich ver verwijderd heeft van de sana et pura doctrina (de gezonde en zuivere leer)? Betekent dit dan dat de belijdenis de sta-in-de-weg is om beide kerken te herenigen? Juist niet. Want de praktijk leert, dat de Hervormde Kerk daarom naar de Gereformeerde Kerken toegroeit, omdat de Gereformeerde Kerken bezig zijn niet alleen formeel, maar ook materieel zich los te maken van de diepten van de belijdenis. Weliswaar heeft de belijdenis lange tijd letterlijk gegolden in de Gereformeerde Kerken, maar functioneerde het ook? Sprak reeds tientallen van jaren het diepe leven van de belijdenis mee in de prediking en publicaties? Was het niet tot een voorgevel geworden, waarachter een diepgaande wijziging was op te merken? Is niet gebleken, dat de ondertekening van de drie formulieren geen garantie is, tenzij de innerlijke wortelverwevenheid aanwezig is? Heeft niet het intellectualisme daar zijn duizenden verslagen?
Is het in de Hervormde Kerk anders? Hebben wij niet de schuld van de eeuwen op ons? Is er niet een vervreemding, niet alleen van de taal van de belijdenis, maar ook van de inhoud?
Houdt dit halt bij de gereformeerde bond? Allerminst! De gang van zaken in de Gereformeerde Kerken is voor ons een teken aan de wand. Wanneer de belijdenis niet beleefd wordt in onze harten is haar gezag louter leugen en bedrog.
Wat heeft dit alles met de eenheid te maken? Alles! Immers in deze eenheidspoging is weinig van de religie der belijdenis te vinden. Dat is geen oordeel over personen, maar een intuïtief benaderen van stromingen en een voorzichtig beproeven (o hoe moeilijk is dit) van geesten.
Mijn groot bezwaar tegen de gedachten van ir. Plomp is, dat hij de spanning van het gereformeerd-zijn in de katholiciteit van de kerk wel signaleert, maar er geen weg voor wijst. Ik krijg de indruk, dat ook hij het gereformeerd-zijn als een sta-in-de-weg ziet voor de beleving van de katholiciteit van de kerk. En dat is het nu juist, waartegen verzet moet worden geboden. Het gaat niet over de vraag of andere kerken, die het gereformeerde stempel uit de reformatie missen, niet delen van het lichaam van Christus kunnen zijn. Maar het gaat over de vraag of gereformeerd en katholiek elkander volledig moeten dekken en daarom het gereformeerd karakter van de kerk aan de eenheid van de kerk moet worden opgeofferd.
Dat deed mij in mijn inleiding kritisch staan tegen deze poging tot de eenheid van de zijde van de 18. Niet de katholiciteit van de kerk is tussen ir. Plomp en mij in het geding, mits wij beiden hetzelfde onder katholiciteit verstaan, maar het gereformeerd karakter van de Ned. Herv. Kerk en de Gereformeerde Kerken in de situatie van nu. Daarover de volgende keer.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's