De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

In ons vorig persoverzicht memoreerden we het artikel van ds. Groenewoud in het Hervormd Weekblad, waarin hij handelde over twee struikelblokken die er voor de gereformeerden liggen in de herv. kerk. Het eerste struikelblok was de vrijzinnigheid. Maar met een warme openhartigheid waarschuwde ds. Gr. de gereformeerden dat er nog een struikelblok in de herv. kerk was, namelijk de gereformeerde bond, met dat liederenbord, zoals u zich zult herinneren.

In het nummer van 5 juli gaat ds. Gr. nu op het eerste struikelblok in. Boven zijn artikel schrijft hij „Elkaar aanvaarden". Wat de vrijzinnigen betreft merkt hij in dit artikel op:

En daarom moeten wij ook niet beginnen met de vrijzinnigen er uit te zetten om ons daarna met de gereformeerden te verenigen. De kerk heeft namelijk altijd aan geloofsbezit, als ik het eens zo mag zeggen, gewonnen door de worsteling met de afwijking van de waarheid der Schrift. Elke ketterij komt niet alleen maar voort uit afwijzing van het evangelie, uit ongeloof dus, maar ook uit confrontatie met dé cultuur. De ketterij stelt vragen waarop de kerk antwoord moet geven. En dit antwoord kan ze alleen geven, als ze het probleem dat de ketterij stelt, zelf doorworstelt. Door deze worsteling komt ze tot dieper inzicht in de waarheid, versterking van haar geloof, verrijking van haar belijden. En op deze wijze alleen kan ze de cultuur van deze tijd verstaan en de mens van deze tijd aanspreken. De vraag mag aan de gereformeerden gesteld, of zij niet daarom zoveel moeite hebben, het werk onder de buitenkerkelijken op de rechte wijze aan te vatten, omdat ze de belijdenis der kerk zo goed handhaven en geen ketterij kennen. Daarom zou het voor hen juist geen winst zijn, als het begon met het wegnemen van de zwakheid van de Hervormde Kerk.

Er zullen gereformeerden zijn die zich in dit betoog kunnen vinden. We denken aan enkele uitlatingen van prof. Br. Wurth, die we onlangs in het persoverzicht citeerden. Maar we stellen ons voor, dat er ook nog veel gereformeerden zullen zijn die nog allerlei vragen en bedenkingen hebben. Uit de kerkgeschiedenis haalt ds. Gr. het woord „Worstelen" (met de ketterij); maar in de situatie van de herv. kerk van vandaag zwakt hij het af tot hoogstens „Stoeien". De herv. kerk worstelt nu toch niet met de vrijzinnigheid (zo zullen vele gereformeerden zeggen), zoals onze vaderen geworsteld hebben met het remonstrantisme. In het gunstigste geval stoeit de rechtzinnigheid alleen maar een beetje met de vrijzinnigheid in de herv. kerk. Men moet de vrijzinnigen er vooral niet uitzetten, want hun aanwezigheid verdiept het inzicht in de waarheid, verrijkt het belijden en versterkt het geloof. We moeten ook niet vergeten, dat we per sé de cultuur van deze tijd niet meer zullen verstaan, als de vrijzinnigen uit de kerk zouden zijn. In de geref. kerk snappen ze zodoende van de cultuur natuurlijk niks. Misschien kan de zending (onder de Mohammedanen b.v.) hier nog wat van leren.

Toch geloven we niet dat de kerk in vorige eeuwen zo over Arianisme, Pelagianisme en Remonstrantisme gedacht en gesproken heeft als ds. Gr. nu over de vrijzinnigheid doet. Misschien zal het nu ook nog wat meevallen met de binnenmuren in de herv. kerk, waar prof. v. Itterzon een vorige keer over schreef. Wellicht nog geen kanselruil tussen vrijzinnigen en geref. bond, maar mogelijk toch wel tussen vrijzinnigen en confessionelen. Immers de kerk, en dus de gemeente zal alleen antwoord kunnen geven op de vragen die de ketterij stelt, als ze het probleem dat de ketterij stelt, zelf doorworstelt.

Nu, ds. Gr. zulke bemoedigende en troostelijke woorden gesproken heeft aan het adres van de gereformeerden wat betreft hun eerste struikelblok in de herv. kerk, zal hij stellig in een volgend artikel het tweede struikelblok onder de loep nemen, namelijk de geref. bond in de herv. kerk. Met spanning wachten we af of daar nog wat aan te doen zal zijn.

Dankbaar zijn we dat ds. Gr. in hetzelfde artikel eens nadrukkelijk de vinger legt bij een o.i. kwalijke zaak, die men tegenwoordig alom tegenkomt. Om tot eenwording te komen bepleit men kanselruil, en als bet dan nog niet wil, dan moet men maar gemeenschappelijke avondmaal gaan vieren. Zo af en toe krijgt men werkelijk de indruk dat de avondmaalsviering zoiets als een „Akkertje"; dat helpt ook overal tegen. Hierover merkt ds. Gr. op:

Kanselruil wordt ook wel voorgesteld, en gemeenschappelijke avondmaalsviering. Dit laatste is trouwens een zaak, die ook in ander verband nog al nadrukkelijk en volhardend wordt bepleit. Mij spreekt dit niet zo sterk aan; ik geloof zelfs niet, dat dit voorop moet gesteld. Omdat het avondmaal als sacrament een teken en zegel bij de prediking is. Het is niet iets op zichzelf staands. Het veronderstelt verbondenheid in de prediking in geloven en belijden.

Prof. Brillenburg Wurth verblijft op 't ogenblik in Amerika. Wekelijks geeft hij in het Geref. Weekblad (Kok) z'n indrukken weer. In de nummers van 6 en 13 juli vertelt hij ons van de preken die hij gehoord heeft. Bij zijn kerkgang van twee opeenvolgende weken is hij wel van het éne uiterste in het andere gevallen, zo vertelt hij. In het G^W. van 6 juli krijgen we een verslag van een preek van Vincent Peale, die hij hoorde in New York. Hij schrijft daar o.a.:

Gezondheid heeft voor de Amerikaan de plaats ingenomen van het „heil" in de Schrift. Een gezond mens te zijn, zonder spanningen, conflicten, dat is zijn ideaal. Ook nu in de preek van Vincent Peale kwamen er reeksen voorbeelden van mensen die op het punt stonden van een „mental breake down", een psychische instorting, maar die geholpen, volop en afdoende geholpen waren door zijn boodschap van de echte geestelijke gezondheid door de harmonie met God.

Hij vertelde o.a. een verhaal van een kennis van hem, een enorme zakenman, die ook door zijn prediking het geheim van die geestelijke gezondheid had leren kennen en nu een tevoren onvermoed fenomenaal succes in zijn zaken toeleefde. Het werd ons als het ware voor ogen geschilderd hoe dat ging. Op een gegeven ogenblik haalde de prediker uit de zak van zijn toga een stuk of wat papiertjes te voorschijn van de grootte van dollarbiljetten. En hij verteld: dat waren papiertjes die deze vriend altijd in zijn zak had. Op het ene stond: „Zoek het Koninkrijk Gods en alle dingen worden u toegeworpen"; op het andere: „Bid en gij zult ontvangen enz." Dat waren allemaal beloften van God. En nu moet je maar vast geloven, dat die onvoorwaardelijk gehonoreerd werden evengoed als bankbiljetten bij de beste bank.

Die boodschap werd onmiskenbaar met een enorme gloed en bezieling en met veel welsprekendheid voorgedragen, telkens door enkele geestigheden gekruid, die niet nalieten een klein lachsalvo in de kerk te doen opklinken. Het was typisch toen men in de tweede dienst dat alles precies op dezelfde manier „opgevoerd" kreeg. Het geheel van deze dienst was niet oninteressant, was het dat maar. Neen, nu en dan hoorde je zelfs maar onbeschrijfelijk: arm. Als dit nu Amerikaanse godsdienst is — en er is reden om aan te nemen, dat het zeker niet het slechtste op dit gebied is — dan is er niet zoveel reden om voldaan erover te zijn dat de kerkgang in Amerika toch, nog behoorlijk op peil is. Want dit was nu van a—z een „evangelie naar de mens". Was het liberale theologie in de zin van loochening van bijbelse waarheden? Dat zeker niet. Je zou bijna zeggen: was het dat maar. Neen, nu en dan hoorde je zelfs nog een bekende bijbelse klank over het kruis of iets dergelijks. Maar hier was nu niets meer van de majesteit en de heerlijkheid van Gods verlossend Woord, van Zijn heilsboodschap in Christus over. Dat het Evangelie een crisis, een oordeel betekent over de natuurlijke mens en over zijn zelfzuchtig verlangen naar welvaart en gezondheid, daarvan hoorde men niets. Dat zou vermoedelijk dit keurige welgedane publiek ook helemaal niet naar de zin zijn geweest.

In het nummer van 13 juli van het G.W. beschrijft ons prof. Br. W. een kerkgang bij de onder ons ook wel bekende dr. Mc. Intire. Hier hoorde hij precies het tegenovergestelde in een preek over de tekst: „Uw Koninkrijk kome":

Maar deze preek was dan ook van a-z alleen maar antithese. Van barmhartigheid Gods over wereld en mensheid kwam niets, maar dan ook niet aan de dag. Met zeer grote nadruk werd geponeerd: Het Koninkrijk dat is hetzelfde als de kerk, het getal der uitverkorenen. Die twee vielen voor Mc.Intire volkomen samen. Het Koninkrijk Gods had met de wereld en haar samenleving niets te maken. „Die zijn het domein van de satan. En heel de spits van de preek was de vernietiging van satans rijk, zonder dat voor de wereld en de samenleving ook maar enig evangelisch uitzicht geopend werd. Een boodschap van het begin tot het eind zo meedogenloos hard en zo het „vrome" zelfgevoel van de „uitverkoren kerk" strelend, dat men het maar moeilijk meer Evangelie kon noemen.

Gedurende de vakantie van prof. Ridderbos neemt prof. Polman waar in de rubriek Van Week Tot Week van het Geref. Weekblad (Kok). In het nummer van 13 juli stelt nu de waarnemer een kwestie aan de orde die hij zelf een interessante kwestie noemt. Op de redactietafel lag namelijk al enige tijd te wachten een schrijven van een ouderling die het moeilijk had met de ondertekening van de 3 formuleren van enigheid, want hij had bezwaar tegen art. 1 punt 15 van de Dordtse Leerregels. Echt iets dus voor prof. Polman om dit schrijven in het weekblad te behandelen en te beantwoorden.

Het bezwaar van de ouderling komt hier op neer: In genoemde passage wordt de verwerping ook een eeuwig besluit Gods genoemd. En, zoals prof. Polman een vorig jaar reeds betoogde we hebben dit toen ook al in ons pers-overzicht gememoreerd, is dit een louter logische gevolgtrekking uit de verkiezing van eeuwigheid. Het is juist zo merkwaardig dat de Bijbel deze logische conclusie, die- schijnbaar volkomen klopt, toch nergens trekt. In de Schrift wordt de donker-dreigende realiteit van de verwerping nergens ontkend, maar zij wordt ons steeds als een aangrijpende daad Gods midden in de historie getekend.

Omdat alle ambtsdragers in de geref. kerken de 3 formulieren moeten ondertekenen, is het te begrijpen dat prof. P. z'n artikel eindigt met de volgende opmerkingen.

Daardoor wordt echter de hoofdvraag van dr; Brouwer ten hoogste actueel en klemmend. Kan dit allemaal, gezien onze Gereformeerde praktijk van belijdenishandhaving en belijdenisondertekening? Wordt er zo geen bepaalde vrijheid genomen, die men toch krachtens het ondertekeningsformulier van Dordt niet heeft? (denk alleen maar aan de bekende woorden „in alles overeenkomstig Gods Woord" en aan de belofte „er niets tegen te zulIen leren"). Weten de ouderlingen wel wat ze doen, als ze onder deze formulieren zo hun handtekening zetten? Is het niet voor alles gewenst een verkort formulier op te stellen, dat geen misverstanden kan wekken en dit laten ondertekenen?

Op al deze vragen kunnen we eerst een gegrond antwoord geven, nadat we ons het wezen, de waarde, de functie en het gezag van onze belijdenisgeschriften nader hebben ingedacht. We zouden het kort zo willen uitdrukken: Een belijdenisgeschrift is een stem, een staf en een stok. En het stellen daarvan roept onmiddellijk de vragen op: Wat voor een stem, wat voor een staf, wat voor een stok? Weet U het? Het wordt in elk geval een interessante kwestie ook voor u, als u nu reeds voor uzelf tracht deze vragen te beantwoorden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juli 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's