DE GEREFORMEERDE BOND EN DE EENHEID (3)
In het vorige artikel kwam de katholiciteit van de kerk aan de orde. Het slot van het tweede artikel stelde, dat m.i. de katholiciteit van de kerk, zoals deze door velen wordt voorgestaan, op gespannen voet staat met het gereformeerd karakter van de kerk der reformatie.
Nu komen wij tot de praktijk. Waarom juichen wij dit eenheidsstreven van de 18 niet toe? Omdat het Gereformeerd karakter zowel van de Gereformeerde Kerken als van de Hervormde Kerk in het geding is en wij menen, dat de katholiciteit van de kerk geen sta-in-de-weg mag zijn voor dit gereformeerd karakter.
Zoals uit vorige artikelen gebleken is, gaat het om de eenheid in het geloof. Eveneens is gebleken, dat waarheid en eenheid complex is. De waarheid is een geheel, omdat God, de God der waarheid is, Christus de Waarheid is en de Geest de Geest der Waarheid is. Deze God der Waarheid verschijnt ons in Christus ais de Waarheid door de Geest dei Waarheid in het kleed der Waarheid (de Heilige Schrift). Hij maakt ons, die leugenaars zijn, tot kinderen, die in de Waarheid wandelen. Dit hangt alles samen. Daarom is de kerk één in de waarheid. Deze eenheid is een gave en vertroosting en tegelijk een opgave (Johannes 17). Deze eenheid in Christus hangt samen met de eenheid van de Vader en de Zoon. De eenheid in Christus is een machtige geloofswerkelijkheid.
Wanneer dit eenheidsstreven uit deze diepe bijbels-reformatorische geloofswerkelijkheid voortkwam, zou ik er voor in vuur en vlam staan. Maar dit ontbreekt juist voor mijn besef. Dit hangt m.i. samen met een optrekking van de Heilige Geest uit de ambten, de prediking, de sacramenten enz. Heel het z.g. oecumenisch kerkbegrip heeft te maken met deze optrekking van de Heilige Geest. Het gaat erom, dat het hart van de onzichtbare kerk klopt in de zichtbare. Ik verwacht van deze eenheidspoging niets dan ellende en verdere teruggang zowel in de Hervormde Kerk als in de Gereformeerde Kerken, 'k Wil dit met een voorbeeld toelichten.
Rondom het ontwerp Kerkorde in onze kerk en tijdens de behandeling en aanneming daarvan is menigmaal gezegd, dat de Heilige Geest deze wijziging 'bewerkte. Wie zal precies zeggen waar Zijn werkingen begonnen en eindigden? Wie heeft niet bevend gehoopt, dat dit alles waar zou zijn?
Ir. Plomp spreekt over een belangrijke wijziging ten goede ia onze kerk, ook al zou hij deze wijziging veel verder doorgevoerd willen zien.
Zonder het wit-zwart schema te willen hanteren, zonder miskenning van het vele goede door middel van deze wijziging , verschillen wij hier in waardering. Dit alles is gebeurd zonder waarachtige bekering tot God en zonder waarachtige reformatie over de gehele linie. Dat zegt niet, dat er geen voortgang is van het werk Gods, maar wel, dat de ingezonkenheid van het geestelijk leven en de daarmee gepaard gaande ontkerstening niet is opgeheven.
Het merkwaardige is, dat dit gepaard is gegaan met een verder verlies van het gereformeerd karakter van onze kerk. Dit verlies zou te overkomen zijn, wanneer het geestelijk leven was opgebloeid. Maar naarmate de inhoud van de belijdenis vervaagde en vervaagt, zien wij in vele steden en dorpen de kerken leeglopen. Wij kunnen dan wel spreken van een belangrijke wijziging ten goede, maar het klopt niet met de werkelijke stand van zaken.
Een tweede voorbeeld is de vereniging van vele lutherse en gereformeerde gemeenten in Duitsland. Heeft dat opbloei gebracht in het geestelijk leven in Duitsland? De vraag te stellen is haar te beantwoorden. Heeft de wereld daar geloofd, dat Jezus door de Vader gezonden is?
Een volgende vraag. Waaruit komt het eenheidsstreven voort bij velen in de Gereformeerde Kerken? Behalve de prijzenswaardige motieven is er bij velen een gevoel van onbehaaglijkheid, een leegheid, een afzetten tegen een verleden, dat ook niet in alles te prijzen is. Men voelt zich met eigen kerk ziek. Dat alles moet ons aangrijpen en tot zelfonderzoek dringen. Uit deze onbehaaglijkheid, uit dit ziek-zijn wordt als het middel aangewezen en aangeprezen: vereniging met de Hervormde Kerk. Maar — en dat is de kernvraag — meent men, dat dit de oplossing is? Gezien de ontwikkeling in de Gereformeerde Kerken verwacht ik van hun grensbewaken van het belijden in de Hervormde Kerk niet veel. Wij zien in de Gereformeerde Kerken een ontwikkeling, die doet denken aan de ontwikkeling in de jaren 1930—1950 in onze eigen kerk. Dezelfde vragen en soms dezelfde antwoorden worden gesteld en gegeven als bij ons. De nieuwe kerkorde (1951) was daar van het resultaat. Vanwege het gebrek aan helderheid in het belijden (vage contouren van art. 10) hebben zo goed als alle hervormd gereformeerden tegen deze kerkorde gestemd en gezegd: de strijd om kerkherstel zal worden voortgezet. En is het opmerkelijk, dat de voorliefde van de gereformeerden juist gaat in de richting van de midden-orthodoxie, die deze oplossing in onze kerk heeft voorgestaan. Dat is een teken aan de wand. Bij beiden is een losweking van Dordt, van art. 16 van de Ned. Gel. Bel. enz. gaande. Dat wil zeggen: deze eenheidspoging houdt ten nauwste verband met de nieuwere koers in de Gereformeerde Kerken, die door Berkhof gesignaleerd werd. Dit alles is smartelijk, maar de waarheid vraagt eerlijkheid.
Dit is geen pleidooi voor de verdere gescheidenheid van de kerken. Maar een dringende roep om reformatie van de kerken over de gehele linie. Dit roept om een kritische doorlichting van de situatie van nu. Is dit negatief? Dit negatief zijn kan voortkomen uit de liefde voor de waarheid en de eenheid. Wanneer iemand deze poging van deze 18 afwijst, betekent dit niet, dat men de eenheid van de kerken niet van harte bevorderen wil.
Dit neen tegen deze poging kan samenhangen met de analyse van wereld en kerk in deze tijd. Onze analyses zijn niet onfeilbaar, de mijne ook niet. God gaat Zijn eigen weg. Hij is van niemand afhankelijk. De Geest blaast waarheen Hij wil. Welke wondere wegen - de Geest ook gaat. Hij is altijd de Geest van het Woord Gods. Wanneer iets niet naar het Woord Gods is, is het ook niet naar de Geest. Daarop hebben wij te letten.
Nu nog een woord over een gemiste kans. Ir. Plomp verwijt de Gereformeerde Bond een kans gemist te hebben. Wanneer wij allen achter deze herenigingspoging waren gaan staan, had dit de gereformeerden meer getrokken naar de hervormd gereformeerden en zouden de hervormd gereformeerden voluit hebben meegedaan.
Het woord kans is al een naar woord. Maar de bedoeling is duidelijk. Hoewel!? Deze gehele zaak is buiten de Gereformeerde Bond omgegaan. Niemand heeft ons daarin betrokken. Het is uitgegaan van apostolair gerichte mensen in de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken. Voordat de Gereformeerde Bond één woord had gesproken, had menigeen in de Gereformeerde Kerken reeds verzekerd, dat bij de vereniging van de Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken behalve de links gerichte vrijzinnigheid ook de Gereformeerde Bond als een van de voornaamste struikelblokken was te beschouwen. Dat wil zeggen: van de zijde van de Gereformeerde Kerken is over de Gereformeerde Bond heen contact gezocht met de midden-orthodoxie. Behalve dit contact van de 18 is er het contact van de moderamina van de synoden van de Hervormmde en Gereformeerde Kerken. Heeft de Gereformeerde Bond een kerkelijk apparatuur om dit officiële contact op te nemen? Ook daar staan wij grotendeels buiten.
Van de zijde van de leiding van onze kerk is voorheen nooit de moeite gedaan om iemand uit de kringen van de Gereformeerde Bond aan te trekken om met anderen uit eigen kerk het gesprek met de gereformeerden te voeren. Men wilde blijkbaar het gesprek met de gereformeerden niet doorkruisen met de verschillen in eigen kerk. Ook daar kwam de Gereformeerde Bond niet aan te pas. Verder zijn er contacten geweest in het verleden en ten dele in het heden tussen de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Bond, contacten, die blijkbaar van de zijde van de gereformeerden achter gesteld zijn bij het officiële contact tussen de moderamina.
Men kan dan spreken van een dieper isolement en van een gemiste kans, maar wat wil men? Zowel de Hervormde Kerk als de Gereformeerde Kerken, stellen er blijkbaar geen belang in om de Gereformeerde Bond in deze zaak voluit te betrekken, gezien wellicht het standpunt van de bond in het verleden en het heden.
Dat moge ons tot zelfonderzoek dringen. Zijn het onze onhebbelijkheden, uit het verleden en het heden, die tot dit passeren aanleiding gaven? Hangt het samen met onze wetenschappelijke armoede? Moeten wij ons niet veel diepgaander gaan bezinnen op de leer over de kerk (de ecclesiologie)?
Zijn wij te antithetisch (teveel denkend en levend uit de tegenstelling met anderen) en te weinig thetisch, dat wil zeggen: te weinig positief bewerend? Leven wij de reformatie in onze gemeenten wel voor zowel aan de midden-orthodoxie als van de Gereformeerde Kerken? Komen wij niet pas in het geweer, wanneer anderen iets gaan doen, waartegen wij grote bezwaren hebben, terwijl wij nalaten de reformatie actueel te maken in deze tijd? Dat zijn vragen, die niet alleen tot voortdurende bezinning roepen, maar die ook om voortdurende correctie vragen van onze kerkelijke en persoonlijke handel en wandel.
Bij dit alles hopen wij — voorzover dit passeren voortkomt uit innerlijke verwantschap van de midden-orthodoxie met de Gereformeerde Kerken (en die is er onmiskenbaar!) een vaste koers te gaan en (God geve het) in de meest innige verwantschap met het belijden en de belijdenis der kerk te Wijven leven.
Bij deze zaken verstuiven alle kerkpolitieke motieven en begeren wij alleen door Gods Waarheid geleid te worden.
Gaarne staan wij open voor ieder, die ons een uitnemender weg wijst. Wij zijn maar gebrekkige en zondige mensen, die ons op niets te verheffen hebben. De ziekte van de kerk is ook de ziekte van de hervormd gereformeerden. Hoe zou dat anders kunnen in de verwevenheid van de geslachten? Die verwevenheid strekt zich uit ook tot de geslachten van de Afscheiding en Doleantie met wie wij in de voorgeslachten veel gemeenschap gehad hébben en die ten dele nog hebben. Vanuit deze verwevenheid in de geslachten, vanuit het zelfde teken van het Verfbond der genade ligt er een ontroerende roeping voor ons allen. Wij hebben de hand aan de ploeg te slaan en in het geloof in de God der Waarheid Hem te smeken om een reformatie. Deze reformatie doet alle menselijk knutselwerk verstuiven en doet over ons lichten de Zon der Gerechtigheid, onder Wiens vleugelen genezing is ook voor al onze kerkelijke kwalen. Dan wijst Hij ons de weg, dat is de weg van Zijn Waarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's