De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

DE HEMEL STELT NIET UIT!

8 minuten leestijd

2 Petr.3:9 De Heere vertraagt de belofte niet, (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende dat enigen verloren gaan, maar dat zij Allen tot bekering komen.

In de brieven van Petrus richt de apostel zich tot de gemeenten in de verstrooiing. Gemeenten dus, die eigenlijk geen gemeenten meer zijn, maar naar alle kanten uit elkaar gevallen zijn. Zij hebben van het evangelie gehoord en het zelfs dankbaar in het geloof aangenomen. Maar nu zij in brokken en stukken uiteengevallen zijn, nu er geen vaste leiding en lijn meer is, nu zij eigenlijk op zichzelf zijn aangewezen, nu wordt hun geloof ernstig bedreigd. We kunnen ons dat misschien in onze tijd wel beter voorstellen dan ooit. Als de band met de kerk gedwongen of vrijwillig losgelaten wordt, dan komt er van een christelijke levenswandel ook al heel gauw in de meeste gevallen niet veel meer terecht.

Is dat niet heel dikwijls de oorzaak van de onkerkelijkheid, die in onze dagen hand over hand toeneemt; en waarachtig niet alleen in de grote steden van ons land!

Het geweten wordt in slaap gesust met de gedachten, dat het allemaal zon vaart niet zal lopen. Er wordt ontzettend veel en gevaarlijk gespeculeerd op de goedheid en barmhartigheid Gods, zonder dat die in het hart wordt gekend. En tegen die speculatie trekt Petrus hier van leer. Hij waarschuwt die in de verstrooiing leven tegen hen, die niet alleen zelf geen geloof hechten aan Christus' wederkomst ten oordeel, maar die ook anderen hun mening trachten op te dringen.

We zouden het zo kunnen zeggen: in ons tekstwoord ageert Petrus tegen hen, wier levenswandel en geloof niet is gegrond op de Heilige Schrift (en de belijdenis, waar dit tekstwoord nu ook ons geldt!).

Met name het geloof in Christus Jezus, Die komen zal om levenden en doden te oordelen, verdedigt Petrus hier.

Veel valse leraars en profeten zijn onder de verstrooide gemeenten aan het werk gegaan. En ze drijven de spot met het geloof in Christus' wederkomst. En ze doen het wel zó intens en geraffineerd, dat je wel erg sterk in je geloof moet staan om weerstand te kunnen bieden. Hoort u maar wat ze zeggen: „waar is nu uw God, waarop u vertrouwt? Waar blijft God? En waar blijven de inlossingen van Zijn beloften. Hoe lang nu al gelooft u in God en wat verandert er eigenlijk mee? Is alles niet bij het oude gebleven sinds de vaderen ontslapen zijn? Wat is er nu eigenlijk van het begin der schepping af veranderd in de wereld en in uw persoonlijk leven ook? "

En u, die dit leest, moet over deze duivelse vragen maar eens nadenken. Heeft de duivel, wat uw leven betreft, misschien gelijk? Zij, aan wie Petrus dit schrijven richt, zijn langzaam maar zeker ook tot de conclusie gekomen, dat er veel waarheid in de beweringen van deze door de duivel gevoede 'leraars en profeten schuilt. En ze zijn er naar gaan leven ook! En ik weet het niet, maar het zou kunnen zijn dat u eigenlijk bewust of onbewust, er ook van uitgaat, dat God niet zoveel doet en dat er van wat Hij ons in Zijn Woord zegt weinig uitkomt!

Hoort u dan nog even hoe Petrus hierover denkt. De Heere vertraagt de belofte niet! God is geen God dat Hij liegen zou. Hij schippert niet maar wat met Zijn Woord en de daarin gedane toezeggingen. God is niet slordig, maar precies! Er mogen er dan zijn, die Hem van traagheid verdenken, maar dat is niet waar! Weet u, zegt Petrus, waarom Christus nog niet is teruggekomen om te oordelen de levenden en de doden? Waarom Hij deze wereld nog laat bestaan en Zijn beloofde nieuwe aarde nog niet doet doorbreken? Enkel en alleen, omdat Hij lankmoedig is over ons! God heeft niet de tijd met de doorstoting van Zijn Rijk, maar wel heeft Hij geduld met u! Hij heeft geduld, zegt Petrus, met allen die nog niet door en in het geloof behoren bij de kudde die van Christus is. Hij heeft nog geduld met hen, die nog niet leven uit de zekerheid des geloofs. God wil niet, dat ze zonder meer hun verderf tegemoet leven, maar.... dat zij allen tot bekering komen. Is dat geen heerlijk woord? Wel heel wat anders dan wat de valse profeten er van maken! Maar anderzijds is het toch ook, met name ook voor onze tijd!? , een indringend en diep ernstig woord. Want u mag niet halverwege de tekst de bijbel maar dichtslaan. Het is niet: „niet willende dat enigen verloren gaan", en dan een punt! We beleven een tijd, waarin het ook alles behalve gemakkelijk is aan het geloof in Christus' wederkomst vast te houden en daaruit dag in dag uit te leven. Daar maken we bijna teveel voor mee! En als het u nog wel meevalt daaraan vast te houden, vergeet u dan niet, dat Christus niet zo maar weerkomt, maar om te oordelen de levenden en de doden. En wie houdt het uit in dat gericht?

Christus komt weer! En we zijn geneigd spottend te vragen: wat zien we nu van de verwerkelijking van Zijn wederkomen? Daar geeft de duivel u maar wat graag ten antwoord op: niets! En wat is uw antwoord? Als u niet achteloos aan het leven van vandaag voorbijleeft dan heeft u vast al wel eens gedacht: wat komt er nu eigenlijk van Gods beloften terecht? Misschien dat u dat op dit moment wel denkt. Dan krijgt de Prediker van u gelijk, als hij zegt dat er niets nieuws onder de zon is: eten, drinken, werken, trouwen, geboren worden en sterven. En daar houdt het dan wel mee op.

En dan nu Petrus, of liever nog: nu God. Het is geen traagheid van God, geen laksheid of ongeïnteresseerdheid in de mens van Hem, of waar we Hem misschien heimelijk nog meer van beschuldigen! Maar het is geduld! Het is het „heden der genade" waarin wij leven mogen.

En we mogen ons wel schamen misschien, als we God van alles en nog wat hebben beticht. O, en er komt nog meer! Het is geduld van God dat Hem weerhoudt de grote oordeelsdag reeds nu te doen aanbreken. Maar ook: God wil niet dat enigen verloren gaan. Dat is de grond van Zijn geduld. Hij is bewogen met ons lot! De mens van nature gaat verloren om de zonde en de schuld waarmee hij bij God te boek staat. Maar God geeft het heden der genade, „opdat allen tot bekering komen". Zegt u het maar: dat had u niet van God gedacht. Eén van de grootste zonden van de mens is wel, dat hij altijd weer te klein van God denkt. In deze laatste woorden van onze tekst klinken de woorden van Christus Zelf door: in het huis Mijns Vaders zijn vele woningen. En wij denken altijd weer over de hemel in aardse proporties en dus aan woningnood. We hebben zo voor ons zelf de aardse woningnood naar boven geprojecteerd, naar de hemel. Hoe we dat weten? Omdat we over die laatste woorden van de tekst zo gemakkelijk heenlezen en heenleven. „God wil dat zij allen tot bekering komen". Daar heeft u de onvoorwaardelijke eis Gods voor een toewijzing van een hemelwoning. De bekering! De bekering die zal moeten plaats hebben in de tijd van Gods geduld, in dit heden der genade.

En hoe staat het daarmee bij u? Als nog maar uitgesteld misschien en intussen God maar van uitstel beschuldigen? Bekeren is geloven, dat er tussen paradijs en wederkomst wel degelijk iets is gebeurd. Geloven, dat God niet stil zit! Geloven, dat God tot een zondige, in zichzelf verloren wereld heeft gesproken in de gave van Zijn Zoon Jezus Christus. In de gaven der genade en verzoening. In de gave van de wederopneming door Hem tot kind Gods. Geloven ook, dat God zo nog dagelijks spreekt. Het is ook geloven, dat Christus eenmaal wederkomt en daar rekening mee houden. Zo is bekeren ook dagelijks waakzaam zijn in dat geloof. „Waakt, want gij weet niet wanneer de Heer des huizes komen zal". En als Hij u dan slapend aantreffen zou, dan gaat u verloren! Als u dan zou denken, dat het allemaal wel zo'n vaart niet lopen zal. Daarom, „hetgeen Ik u zeg, dat zeg Ik u allen: waakt!" Opdat Zijn wederkomen naar deze wereld u niet dodelijk overvalle. Waakt, met een gelovig ongeduld uitziende naar die dag. Want zalig, die Hem tegemoet leven met het Maranatha op de lippen: Kom Heere Jezus, ja kom haastig.

Waakt dan en bidt opdat u niet in diezelfde verzoeking valt, als waartegen de apostel Petrus u hier zo waarschuwt!

(Waspik)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's