Uit het Nieuwe Testament
40 OPENBARING 20 HET DUIZENJARIG RIJK
Ditmaal gaat het ons om het verdere verloop van de geschiedenis van het Chiliasme en van de uitleg van Openbaring 20, in de eeuwen na de Reformatie.
Wij maken dan een sprong in de historie naar het einde van de 18de en het begin van de 19de eeuw. Dan zijn wij bij de jaren van de Franse Revolutie. Een zeer bewogen tijd! Jaren van belangrijke omwentelingen op politiek en maatschappelijk terrein. Het behoeft ons daarom niet te verbazen, dat wij ook in en na die tijd in West Europa het verlangen naar de Toekomst des Heeren weer sterker zien worden. Dat treffen wij aan buiten ons land en in ons land. Vooral in de kringen van het Réveil. In deze kringen legde men tegenover de geest van de versteende Orthodoxie en van het Rationalisme — (de Openbaring Gods onderworpen aan het oordeel van de menselijke rede), — welke toen sterk in de Kerk heerste, weer nadruk op de persoonlijke beleving van de waarheid Gods. Het geestelijk leven kwam tot nieuwe bloei. En het was geen wonder, dat in deze kringen van het Réveil, waar de persoonlijke gemeenschap met Christus weer zo gezocht en beoefend werd, tevens het verlangen naar Christus' toekomst opleefde.
Dit ging echter ook hier gepaard met de opleving van Chiliastische gedachten.
Wij noemen enkele bekende figuren uit deze kringen van het Réveil. Cappadose en Da Costa! En wij vergeten niet, dat dezen bekeerde Joden waren. Bij hen vinden wij weer de gedachte omtrent een vrederijk, dat nog zou moeten komen in de toekomst en dat zou samen vallen met de bekering van Israël en het herstel van de Joodse natie.
Van belang is, dat ook hier weer valt te constateren, dat deze mannen, bekeerden uit Israël dus, de vervulling van de profetieën in het Oude Testament niet alleen in geestelijke zin, doch ook in letterlijke zin nemen en die vervulling dus niet alleen in het geestelijke laten opgaan.
Opmerkelijk is, hoe wij in deze zelfde tijd in Duitsland, in Elberfeld, Wuppertal, chiliastische opvattingen aantreffen. Wuppertal is een gebied, waar steeds vanaf de Reformatie de zuivere prediking van het Woord gebracht werd en een bijzonder geestelijk leven gevonden werd, ook toen het Rationalisme in Duitsland doorwerkte en het geestelijk leven grote schade toebracht. Hier hebben mannen gearbeid als Kohlbrugge en Krummacher.
Opvallend, dat in deze streek ook chiliastische gedachten opdoken, vooral in de tijd van het Réveil!
Krummacher hoopte op een bekering en herstel van Israël!
Intussen, bijzondere aandacht vragen op dit punt de Afgescheiden Kerken in ons eigen land.
Het is weer geen wonder, dat ook in deze Kerken de hoop op de toekomst des Heeren sterk opleefde. Immers, de leden van deze Kerken zijn in de vorige eeuw vaak eveneens aan hoon en verdrukking onderworpen geweest, 't Is begrijpelijk, dat juist bij hen, die ook in bijzondere zin het kruis moesten dragen terwille van hun geloof, het verlangen naar die toekomst de harten vervulde.
Zelfs de gedachte aan een regering van Christus in deze bedeling nog, waarbij Zijn nu vervolgde gelovigen met Hem zouden heersen, kreeg weer een plaats in de harten. Zo treffen wij ook het Chiliasme weer aan in deze Kerken.
Verschillende synoden van deze Kerken hebben over dit onderwerp gehandeld, omdat er in haar midden voorgangers waren, die de leringen van het Chiliasme verkondigden. Opmerkelijk zijn de standpunten, welke op die synoden werden ingenomen, en de uitspraken, welke werden gedaan. De leer van het Chiliasme, dat Christus nog zou wederkomen om eerst nog duizend jaren zichtbaar en lichamelijk op aarde te regeren, werd als strijdig met het Woord Gods veroordeeld. Hoewel tegen deze beslissing protesten rezen, o.a. van niemand anders dan van ds. J. van Andel, een bekende uitlegger van de Heilige Schrift, van wiens hand verschillende verklaringen van verschillende Bijbelboeken zijn verschenen.
Wel werd op een van de synoden de uitspraak gedaan, dat men met de tucht ten opzichte van de aanhangers van de leer van het chiliasme voorzichtig moest zijn en dat iemand, alleen om déze gevoelens, niet gecensureerd mocht worden.
Over het algemeen waren de gemoederen in de Afgescheiden Kerken ten opzichte van deze kwestie nogal verdeeld. Dit bleek b.v. duidelijk op de Synode in 1879 te Dordrecht gehouden. Op deze vergadering der Kerken bleken drie stromingen te zijn. Eén, die het Chiliasme zonder meer afwees, één, die het met de gevoelens van het Chiliasme niet eens was, maar toch die gevoelens wilde dulden. En één, die de mening was toegedaan, dat de belijdenis op het punt van de Toekomst des Heeren moest worden verduidelijkt en uitgebouwd. De vertegenwoordigers van deze stroming spraken uit, dat zij voor de komst van Christus ten oordeel nog bijzondere openbaringen van Hem verwachtten. De wijze, waarop deze zouden geschieden, konden zij niet verklaren. De gebeurtenissen zelf zouden eerst de rechte verklaring der profetieën geven. Maar er zou, volgens hen, in de Schrift over de Toekomst des Heeren nog wel het één en ander staan, dat in de belijdenis niet zou zijn verdisconteerd. Hierbij verwezen ook zij nadrukkelijk naar Openbaring 20, waarvan de inhoud dus ook volgens hen nog in de toekomst vervuld moet worden! Verder wezen de vertegenwoordigers van deze derde stroming er op, dat er op dit punt verschil van gevoelen bestaat onder de meest rechtzinnige en godzalige leraren en leden der Kerk. En daarom zouden zij niet graag diegenen, die in de richting van het Chiliasme denken, en overigens de leer van de souvereine genade Gods en dus de grondwaarheden van het Christendom en het kenmerkende van de Gereformeerde religie van harte geloven, als on-rechtzinnig en on-bijbels in hun denken veroordelen en lastig vallen!
Uiteindelijk handhaafde ook déze synode de beslissingen van de vorige. Echter tegen de zin van verschillende bekende voorgangers in deze Kerken, als b.v. J. H. Donner, W. H. Gispen, L. Lindeboom en J. Bavinck. Dezen wilden niét het Chiliasme erkend zien, wél een duidelijker uitleg van de punten, welke hierbij in het geding waren. Een volgende synode (te Zwolle 1882) handelde wéér over deze kwestie. De zaak leefde blijkbaar wel in deze Kerken. En weer werd het Chiliasme afgewezen. Doch opvallend is, dat tevens de uitspraak herhaald werd, dat degenen, die het Chiliasme voor stonden, in de Kerk geduld moesten worden.
Steeds treffen wij dus in deze Kerken, waar dit onderwerp zo aan de orde geweest is, een voorzichtige houding aan ten opzichte van dit punt. Aandacht verdient ook het feit, dat deze synode de uitspraak deed, dat voor uitbouw der belijdenis de tijd niet rijp was, omdat het leerstukken betrof, welke in het geloofsbewustzijn der gemeenten nog niet tot helderheid waren gekomen.
Blijkbaar heeft men het in de gescheiden Kerken eerder aangedurfd de belijdenis te besnoeien (art. 36) dan uit te bouwen!
Intussen, steeds ontmoeten wij in de kringen van de Afgescheiden Kerken dus mannen aan, die in meer of minder gematigde vorm het Chiliasme voorstonden. Bekend zijn in dit opzicht ds. Sipkes en vooral de reeds genoemde ds. J. van Andel. Deze laatste heeft uitvoerig geschreven over het nóg te verwachten vrederijk van Christus op aarde. Verschillende profetieën zouden daarheen wijzen. Tijdens dat vrederijk zal Christus regeren in Zijn hoedanigheid van zoon en erfgenaam Davids. Dus in vereniging met Zijn volk Israël. Kanaan zal daarom het middelpunt zijn van deze heerschappij. Zo neemt Van Andel in zijn verklaring op de Romeinenbrief, Rom. 11 vers 26 „en dan zal geheel Israël zalig worden" in letterlijke zin. Het gaat hier om Israël in vleseHjke zin. Dat zal nog éénmaal tot Christus geibracht worden. God volbrengt nog aan Israël Zijn onberouwelijke roeping, zelfs nadat het de Christus verworpen heeft. Deze verwerping zal niet altijd duren. Volgens Van Andel kunnen wij zeggen, dat God éénmaal met Israël begon. (Wij vragen: is het juist, het zó te zeggen? ). Zo zal God eenmaal met Israël eindigen. De historie der volgende eeuwen zal daarmee in verband staan, zo schreef Van Andel in zijn dagen!
Ook van Openbaring 20 geeft Van Andel een uitvoerige uiteenzetting natuurlijk in de lijn van het bovengenoemde. Wat Johannes in dit hoofdstuk ziet, moet dus ook volgens hem nog vervuld worden in de toekomst, binnen het raam van onze geschiedenis.
Bij dit alles is opmerkelijk, dat wij in de kringen der Afgescheiden Kerken, naast de bewuste aanhangers van het Chiliasme, anderen aantreffen, die déze leer afwezen, doch wél geloofden in een bekering van Israël in de toekomst!
Intussen, wat de afwijzing van de leer van het Chiliasme betreft, hier mogen wij niet zonder meer voorbijgaan aan enkele bekende theologen, als b.v. Gravemeyer, Knap, De Moor, Greydanus, die allen deze leer hebben bestreden. Ook Bavinck schenkt in zijn Gereformeerde Dogmatiek, boek IV, aandacht aan dit onderwerp. Hij schrijft daar, dat het Chiliasme dus een letterlijke vervulling van de profetieën uit het Oude Testament aanneemt. Hij acht dit in strijd met andere gegevens uit de Schrift, met name uit het Nieuwe Testament, welke, volgens hem, alleen een geestelijke vervulling leren. Daarbij ziet Bavinck de bijzondere betekenis van Israël als een tijdelijke. Hij wijst er juist op, dat wij goed in het oog moeten vatten, dat Gods beloften aan de gevallen mens (Adam, Noach) oorspronkelijk een universalistische (alle volkeren omvattende) strekking hadden. De vervulling van die beloften betrof wel tijdelijk Israël, doch na de komst van Christus en na Israels verwerpen van de Christus, alle volkeren. Wat de profeten dus verkondigen aangaande het herstel van Israël moet geestelijk worden opgevat en slaat op de Kerk van alle eeuwen.
Een apart standpunt nam dr. A. Kuyper in. In zijn „E Voto", zijn grote verklaring van de Heidelberger Catechismus, wijst hij het chihasme af. Echter, in zijn „Van de Voleinding" ziet hij de vervulling van Openbaring 20 toch ook nog in de toekomst liggen. Doch dan zó, dat hij, wat Johannes in dit hoofdstuk getoond wordt, nauw betrekt op de éne wederkomst van Christus ten oordeel.
In Openbaring 20 gaat het, volgens hem, om die ene wederkomst. Doch die zal in verschillende stadia verlopen. Er zal dan nog een laatste appèl zijn op de mensen. De Satan mag dit niet verhoeden. Daarom zal hij dan nog „een tijd" gebonden worden. De Schrift noemt dat 1000 jaren, wat dus een symbolische betekenis heeft en aanduidt een laatste goddelijk geheim van Zijn genade.
Ringnalda verklaart in zijn „Het Koningschap van Christus" Openbaring 20 in dezelfde zin.
Latere synoden in de gescheiden Kerken hebben weer over het Chiliasme gehandeld en het afgewezen. Zo b.v. de synode van de Christelijk Gereformeerde Kerk in Rotterdam, 1931, die zich met dit onderwerp heeft bezig gehouden in verband met de gevoelens van ds. Berkhoff, een uitgesproken Chiliast, die uitvoerig zijn zienswijze op de profetieën en op Openbaring 20 beeft weergegeven in zijn boeken: „De Wederkomst van Christus" en „De Christus Regering".
Nog éénmaal vervolgen wij ons historisch overzicht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's