De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL

7 minuten leestijd

en wanneer zij mij zeggen: hoe is Zijn Naam, — wat zal ik dan tot hen zeggen? En God zeide tot Mozes: Ik zal zijn die Ik zijn zal. Exodus 3 : 13, 14.

Als God in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid een man van 80 jaar, die al veertig jaar als een nomade in de woestijn zwerft, roept tot Zijn bijzondere dienst, moet die man wel krachtig overreed worden. Mozes ziet als een berg op tegen deze bijzondere opdracht het instrument Gods te zijn, waardoor Hij Zijn volk uit de Egyptische slavernij zal voeren. Hij maakt bezwaren. Hij kan het niet, eigenlijk wil hij het niet. Hij vreest het ongeloof van zijn volk, de hardheid van de Farao en de zwakheid van zijn eigen wil. Als God ons roept zitten wij vol bezwaren. Zo ook Mozes. Hij stelt de Heere zijn vragen. Verkeerde vragen.

Eén van die vragen is de vraag naar Gods Naam. Heere, hoe heet Gij? Als het volk vraagt naar de naam van de God hunner vaderen, wat moet ik dan zeggen?

Ogenschijnlijk een gewone en begrijpelijke vraag. Waarom zou Mozes de God der vaderen niet vragen hoe Hij heet? In feite is het echter een zeer verkeerde vraag, een zondige, zelfs heidense vraag. In de eerste plaats geldt een naam ter onderscheiding van anderen. Om niet in de war te raken, met anderen die op ons lijken. Mozes wil Gods Naam weten ter onderscheiding van de afgoden. Maar daarmee brengt hij de onvergelijkelijke God op het niveau van met Hem niet te vergelijken afgoden.

Maar er is een tweede zonde in die vraag naar Gods naam. Naar de gedachten van die tijd betekent het weten van de naam van een god, dat je een zekere macht, een zeker recht op die godheid had. Naar de naam vragen betekent over de naamdrager willen beschikken. Naar Gods Naam vragen betekent: over God willen beschikken. Eigenlijk vraagt Mozes: God, laat mij Uw Naam mogen bezitten, mogen hanteren als een tovermiddel, geef mij de beschikking over Uw handtekening, zodat ik die kan zet­ten onder al mijn plannen en ideeën.

Over God willen beschikken. Laten wij Mozes niet te zwaar vallen, lezer. Want hij geeft hier op zijn wijze en in de woorden van zijn tijd uiting aan de diepste neigingen van ons eigen hart. Wij willen eigenlijk ook in het diepst van ons hart over God kunnen beschikken. Zijn handtekening zetten onder onze wensen, onze gedachten, onze theologieën. Zonder te vragen: Heere, wat wilt Gij, Gij alleen. Wij dragen hierin in ons hart mee de zonde van Adam en Eva, die als God willen zijn, beschikkend over de handtekening Gods.

Een zieke, die zijn genezing van de Heere wil afdwingen zonder te vragen naar Zijn wil, wil beschikken over God. Een teleurgestelde, die kwaad is op God omdat Hij hem ondanks zijn hartstochtelijk gebed die teleurstelling niet bespaard heeft, wil beschikken over God. Een mens, die zijn bekeringsweg de Heere voorschrijft: „Zo moet het", wil beschikken over God. Godsdienst wordt ten diepste zelfdienst. En zelfdienst is ten diepste afgodisch, zoals de vraag van Mozes afgodisch was.

En toch, ondanks dit dwingend vragen, wordt de vlam in de braamstruik niet verterend op Mozes gericht. De Heilige God gaat Zich openbaren. Hij geeft een antwoord. Maar niet een antwoord naar Mozes' snit. Een waar antwoord Gods. „En God zeide tot Mozes: Ik zal zijn Die Ik zijn zal". Of, anders en wel beter vertaald: „Ik ben Die Ik ben". Mozes krijgt geen naam in handen, want de Naam is de uitdrukking van het wezen en welke naam zal het wezen Gods uitdrukken? Ik zal zijn Die Ik zijn zal, Mozes, Ik ben Die Ik ben. Geweldig antwoord van de geweldige God. Ik ben er. Zo is God.

Wat is er de eeuwen door al gepeinsd over dit woord. Het klinkt zo raadselachtig. Is God dan het zijn der dingen, in filosofische zin?

Ik tast naar een voorbeeld. Toen wij midden in de oorlog zaten en de Duitsers bijna schenen te overwinnen, spraken we veel en graag over de geallieerden. „De bondgenoten zijn er toch ook nog!" Ja, ze zijn er. Maar wat waren ze in 1942 nog ver weg. Tot de invasie kwam, en daarna de bevrijding. Toen zeiden we weer: Ze zijn er! Maar wat was dat een ander „er-zijn"; ze waren midden in ons bestaan gekomen. 

Welnu: zo betekent dit woord Gods tot Mozes: Ik ben er. Ik ben er reddend en vergevend. Ik ben er oordelend en vertroostend. Ik ben aanwezig en Ik zal daar zijn, bij en voor Mijn volk, op Mijn wondere en machtige wijze, maar wezenlijk en heerlijk. Dat is de Naam van de Verbondsgod, die een werkwoord is: Ik ben er, actief, bezig, werkend met Mijn machtige handen aan het gericht over de vijand en aan de bouw van Mijn volk. Ik ben aanwezig. Ik ben bezig. Ik ga mee. Ik zal er wezen. In de nood. Nee, Mozes, je krijgt geen beschikking over Mij in heidense zin. Maar Ik ben er. In de woestijn van jouw leven, in de nood van een verslagen volk, in de tichelovens van Egypte, werkend en handelend voor Mijn volk.

Mozes wilde met Gods Naam machtige daden doen. Maar God keert het om. Hij is de machtige, die daden doet, en Hij neemt Mozes mee in de vaart van Zijn werk. En in de kracht van die God moet Mozes gaan. „Mozes, ga. En Ik zal zijn Die Ik zijn zal". Houd dat maar vast. Ik ben de Getrouwe die Mijn Verbond houd. Zo is God. Hij doorkruist al onze plannen en gedachten en ideeën en wil ons zetten op Zijn wegen.

En Mozes heeft gemerkt hoe God er was. Farao werkte tegen, maar de Heere bleek werkzaam en brak zijn macht. De Verderfengel ging overal de huizen binnen, maar de Heere toonde Zich Israels Beschermer. En de Heere ging mee, de Rode Zee door, de woestijn door, de geschiedenis door.

Eeuwen na Mozes toont de Heere op het hoogste Wie Hij is en hoe Hij is. Daar daalt het Beeld Gods op aarde neer. Jezus Christus. „Eer Abraham was ben IK". De Christus daalt neer in de nood en de verlating, plaatsvervangend lijdend voor Zijn volk. Hij verzoent de zware schuld. Hij lijdt hun zware straf. Zo openbaart zich die liefderijke God. Zo is Hij bezig. In Christus de Getrouwe God voor hen die need'rig knielen.

Lezer, zo is God. Hij toonde Zich de Redder voor Zijn kermend volk, in Egypte. En zo is Hij in Christus nog. Zie naar Christus, zegt de Heere, zie in Hem hoe Ik bezig ben. Voor u. Voor een volk in de nood. Zo wil Ik ook uw God zijn. Nee, niet op uw manier, maar op Mijn manier. Niet met behoud van uw visie wellicht, maar wel met behoud van uw ziel.

Lezer, laat die God tot u spreken. Laat die God aan u werken. Geef u toch over aan die God. Niet niet behoud van uw zelfdienst, maar met behoud van uw hart voor de eeuwigheid.

Die God, de Heere, wil er zijn en zal er zijn, reddend, troostend, vergevend, voor mensen die Hem nodig hébben. Op hun hoofden schrijft Hij Zelf zijn Naam. Hij werkt met Zijn Geest aan de vernieuwing van ons leven.

Ik ben er. Wat een troost voor zieke mensen. „Al ga ik ook door een dal der schaduwen des doods: Gij zijt bij mij".

Ik ben er. Wat een troost voor oude mensen die Hem kennen. Hoe dichter ik nader tot mijn dood, hoe dichter bij die heerlijke God.

Ik ben er. Wat een troost voor teleurgestelden. Al gaat alles anders dan ik had gehoopt, dit weet ik: God is met mij. Reddend, vergevend, werkend aan mijn heil.

Ik ben er. Wat een troost voor mensen die tobben over hun bekeringsweg. God doet het op Zijn manier en gelukkig niet op de mijne.

Ik ben er. Dat blijft ook de zekerheid voor het geloof in de vaak zo verbijsterende moderne wereld waarin wij leven en waarin de Heere dikwijls juist zo ver schijnt.

Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Jazeker, ook voor de toekomst der gemeente Gods geldt de waarheid van Gods Naam. Gods wagens lopen op eeuwigheidssporen. Deze God leidt Zijn volk naar het eeuwige Kanaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's