HET KOMENDE CONCILIE (2)
Het is geen wonder, dat paus Johannes XXIII, — gezien zijn leeftijd — na eenmaal de komst van een nieuw concilie te hebben aangekondigd op 25 januari 1959, de grootste spoed bij de uitvoering van het plan betracht heeft. Zijn opzet schijnt het geweest te zijn het concilie reeds in 1961 te doen plaatsvinden. Maar hier heeft hij van af moeten zien, de voorbereidingstijd was daarvoor te kort.
Dit is misschien ook wel de reden waarom wij zolang in het onzekere zijn gebleven omtrent de aanvangsdatum. Pas eind vorig jaar werd meegedeeld, dat de paus op eerste kerstdag in zijn toespraak die hij hoopte te houden de datum zou bekend maken. Doch ook toen gebeurde het niet, d.w.z. wèl vond op eerste kerstdag de officiële aankondiging van het concilie plaats, en werd meegedeeld, dat het in 1962 zou beginnen, maar de preciese aanvangsdatum werd pas op 2 februari 1962 bekend gemaakt. In zijn Motu proprio „concilium" van die datum lezen wij de volgende mededeling: „Wij bepalen daarom na rijpe overweging eigener beweging en op grond van ons apostolisch gezag en schrijven voor, dat het Tweede Vaticaans Concilie op 11 oktober van het lopende jaar zal beginnen" (Katholiek Archief jg. 17, no. 9, kolom 194). Reeds op 21 maart 1961 had de paus bij voorbaat de H. Josef tot Beschermer van dit Tweede Vaticaans Concilie aangesteld. Het zal dus — indien er niets tussenkomt — straks op 11 oktober zijn, dat het nieuw concilie voor het eerst bijeen zal komen, n.l. in de St. Pieterskerk te Rome. Verwacht wordt dat er ongeveer 3000 deelnemers zullen zijn.
Dit brengt ons er toe even er bij stil te staan wie dan die deelnemers zullen zijn. Uiteraard zullen alleen deelnemen die tot het concilie uitgenodigd worden, en daarom is de eigenlijke vraag: wie worden er uitgenodigd? Het wetboek van de r.k. kerk schrijft dat nauwkeurig voor. Canon 222 van dat wetboek bepaalt dat het de kardinalen, de patriarchen, de aartsbisschoppen, de bisschoppen en de oversten van de grote kloosterorden en congregaties zullen zijn. Er zullen dus alleen „geestelijken" komen, geen „leken". Natuurlijk is het mogelijk dat er leken worden uitgenodigd om als „adviseurs" aanwezig te zijn, maar een eigenlijke stem hebben ze op het concilie niet.
Het concilie zal gepresideerd worden door de paus, of indien hij verhinderd is of dat verkiest door een pauselijk legaat. Alle bepalingen die gemaakt worden zullen ook door hem goedgekeurd moeten worden, willen ze kracht van wet ontvangen. Trouwens, het is de paus zelf die al van tevoren beslist wat op de agenda van het concilie komt en wat niet. Hij kan ook, indien hij dat wil, het concilie schorsen of verplaatsen of zelfs beëindigen. Als het hoofd der kerk gaat van hem alle leiding uit, in feite heeft hij de alleenheerschappij.
Voor de hand ligt, dat er veel voorbereidend werk moet worden verricht eer een zo grote vergadering als een concilie kan beginnen.
Met dit voorbereidend werk is men in het Vaticaan al dadelijk na de eerste aankondiging in januari 1959 begonnen. Onder leiding van staatssecretaris Tardini zijn meer dan 3000 brieven de wereld in gezonden, d.w.z. aan alle r.k. bisschoppen, aan alle r.k. universiteiten en faculteiten en aan alle hogere instanties te Rome. In deze brieven werd gevraagd om voorstellen, wensen, verlangens, suggesties etc. voor het komend concilie. Tevens werd op Pinksteren 1959 een „voorbereidingscommissie" in het leven geroepen. Meer dan 2000 antwoorden plus 60 uitvoerige rapporten kwamen als resultaat van dit werk te Rome binnen. De voorbereidingscommissie heeft dit alles doorgenomen, geregistreerd en geordend. Het belangrijkste werd door de paus ook nog persoonlijk doorgenomen.
Nooit eerder in de geschiedenis is men bij de voorbereiding van een concilie zo omvattend en gedegen te werk gegaan. Men heeft de hele kerk in de gelegenheid willen stellen om te zeggen wat men op het hart heeft.
Ongeveer een jaar is de „voorbereidingscommissie" met haar taak druk geweest. Op Pinksteren 1960 kon haar werk worden afgesloten. Er zijn toen door de paus 10 nieuwe commissies aangesteld. Deze hebben elk een onderdeel van de stof toegewezen gekregen. Zo is is bijvoorbeeld een commissie voor de theologische gegevens; zij moet zich bezig houden met de vragen die de Heilige Schrift, de traditie, het geloof en de zeden betreffen. Er is een commissie voor de liturgische vragen; een commissie voor de vragen op het terrein van de missie; en een commissie voor de vragen betreffende het lekenapostolaat.
Behalve deze 10 commissies werden er ook nog door de paus twee secretariaten in het leven geroepen. Een secretariaat voor de berichtgeving, het regelt de publiciteit die het concilie zal krijgen door pers, radio, televisie, film enz. Nog belangrijker is het tweede secretariaat, dat de naam heeft gekregen: secretariaat voor de eenheid. Het heeft tot taak de zaak der oecumene in roomse zin te behartigen. Het wil luisteren naar wat er in de niet-roomse christelijke wereld leeft, en zo de eenheid dienen. Aan het hoofd van dit secretariaat staat een duitse curie-kardinaal, n.l. Augustin Bea s.j., secretaris is de nederlander dr. Willibrands van Warmond. Vermelding verdient nog dat dit secretariaat in tegenstelling tot de andere genoemde commissies van blijvende aard zal zijn, het zal ook na het concilie gehandhaafd worden.
Sinds Pinksteren 1960 is er al heel veel werk door de commissies verricht. In stilte! Dat ligt ook wel in de aard der zaak. Er kunnen niet reeds nu resultaten worden meegedeeld. Toch kon er wel meer openbaar gemaakt worden dan het geval is. Het zijn vele roomskatholieken zelf die deze kritiek op de werkwijze der commissies hebben laten horen. Teveel wordt er aan gissingen en vermoedens overgelaten.
Behalve de reeds genoemde 10 commissies, plus de beide secretariaten, bestaat er ook nog een centrale commissie. In deze commissie zijn vertegenwoordigd de praesides van de 10 commissies, maar bovendien heeft een aantal bisschoppen uit de verschillende delen van de wereld er zitting in, o.a. ook de Utrechtse kardinaal Alfrink.
Op het moment dat we dit schrijven heeft de centrale commissie zesmaal vergaderd, het laatst van 3 tot 12 mei 1962. Op een der laatste vergaderingen was ook de poolse kardinaal Wyszynski aanwezig, wiens moedige houding tegenover het communisme algemeen bekend is.
Het zal duidelijk zijn dat vooral deze centrale commissie van grote betekenis is voor het komend concilie. Wat daar ter sprake zal komen hangt voor een groot deel van deze commissie af (de paus zelf is praeses). Betreurt kan alleen worden de dominerende functie die de romeinse curie er in heeft.
Het ligt in de bedoeling dat als straks het concilie voor het eerst samenkomt er al allerlei voorstellen — men spreekt in dit verband van schemata — kant en klaar ter tafel kunnen komen. Hiermee zal discussie uiteraard niet uitgesloten zijn, maar meent men wel een eindeloze spraakverwarring te voorkomen. De methode die ia. de voorbereiding gevolgd wordt, is er trouwens wel min of meer een waarborg voor dat niet al te grote spanningen op het concilie zelf aan de dag zullen treden. Immers bisschoppen uit alle delen van de wereld hebben straks aan de voorbereiding der voorstellen meegewerkt; men is dus van te voren al van hun instemming verzekerd. De spanningen — als ze er zijn — kunnen reeds nu voor de dag komen.
Uit dit alles is duidelijk dat dus het zwaartepunt van het komend concilie in de voorbereidingstijd is gelegen. Niet voor niets heeft men al gesproken over een „concilie vóór het concilie". Door anderen is dit tegengesproken, maar algemeen wordt toch wel erkend, dat als straks de concilievaders samenkomen er al heel veel werk gedaan zal zijn. En dat dus naar alle waarschijnlijkheid het komend concilie niet al teveel tijd in beslag zal nemen, zoals met voorafgaande concilies weleens het geval is geweest.
Na het verstrekt hebben van deze zakelijke gegevens komen we thans tot de dieper liggende vragen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's