De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

10 minuten leestijd

In de kerkelijke pers van de laatste weken zit echt de vraag in de lucht naar de plaats en de functie van de belijdenis. Het geval wil, dat ook juist in deze tijd verschenen is het boek van ds. H. Volten: Rondom het belijden der kerk. Ook aan dit boek, dat over dezelfde problemen handelt, wordt uitvoerige aandacht besteed in verschillende kerkelijke bladen. Maar deze boekbespreking is nog maar in een beginstadium, zodat we daar nu verder niet op ingaan. Doch ook afgezien van deze boekbespreking verkreeg het genoemde onderwerp in de pers een veelzijdige aandacht. Het kan soms gebeuren dat een bepaald probleem zich over de hele linie aandient, zonder dat men nu een bepaalde reden aan kan voeren waarom dat nu juist op een bepaald moment als een piek uitsteekt uit de kabbelende stroom van artikelen in kerkelijke bladen.

In het Hervormd Weekblad schrijft ds. Groenewoud over deze materie onder het opschrift: Formulier van Enigheid. Hij klaagt er over dat de belijdenis in de kerkelijke discussie en in de strijd tussen de richtingen maar al te veel gebruikt wordt om iemands onrechtzinnigheid aan te tonen, als een bedreiging tegen anderen, als een middel om de eenheid der kerk te verstoren of te verhinderen. Hij wijst dan vervolgens op het voorbeeld van Calvijn, die steeds bij alle verschil van opvatting overwoog of het punt van verschil belangrijk genoeg was om daarop een scheiding te baseren; en als het Calvijn maar enigszins mogelijk was, dan dulde hij een andere opvatting naast de zijne.

Dat betekende voor Calvijn niet een water bij de wijn doen of het niet zo nauw nemen met de belijdenis. Het betekende wel, dat hij de belijdenis op de juiste waarde wilde schatten. Ds. Gr. eindigt zijn artikeltje dan:

We hebben onderscheid te maken tussen datgene in de belijdenis dat tot de fundamenten der kerk behoort en datgene wat meer aan de omtrek ligt. Ook de hantering van de belijdenis is een kwestie van kerkelijk beleid en dit beleid wordt bepaald door de gedachte van de kerk als gemeenschap der gelovigen in de Heere Jezus Christus. Een (beetje meer letten op het grote voorbeeld van Calvijn in dezen, zou de eenheid der kerk bij ons zeer ten goede komen.

In De Wekker bespreekt ds. Velema het probleem vanuit de vraag: Streep door het verleden? Er zijn mensen — zo schrijft hij — die allerlei dingen afwijzen met te zeggen: Als we dit zouden toelaten of aanvaarden, dan halen we een streep door het verleden.

Anderen stellen daartegenover echter de vraag: Is dat zo erg? Moeten we ons dan altijd weer richten op het verleden? Dat is toch een echt roomse gedachte.

Ds. V. ziet hier twee uitersten. Het is zo, dat voor een reformatorisch christen het verleden nimmer beslissend is. Feiten zijn nooit normen; norm is alleen het Woord van God. Met een beroep op het Woord Gods kan men principieel zonder bezwaar een streep door het verleden halen. Het is een verkeerd conservatisme als we bij kerkelijke besluiten deze redenering de doorslag laten geven: Het is altijd zo geweest en daarom moet het ook zo blijven. Het normatief stellen van de traditie wijst ds. V. dus af en wel met een beroep op art. 7 N.G.B.: We mogen geen menselijke geschriften, hoe heilig zij geweest zijn, gelijk stellen met de Goddelijke Schriften, noch de gewoonte met de waarheid Gods enz.

Maar we mogen nu ook weer niet in het andere uiterste vervallen, alsof we nooit meer zouden mogen zeggen: Past u wel op, want u haalt een streep door het verleden. Ook dit licht ds. V. toe met een ander artikel van de N.G.B., en wel art. 9. Daar wordt beleden dat men gaarne aan- en overneemt de 3 oude geloofssommen en al hetgeen daarvan door de Ouden in gelijikvormigheid met deze besloten is.

De reformatie haalde een streep door het roomse verleden, maar keerde daarmee tegelijkertijd terug tot datgene wat altijd, overal en door iedereen beleden was. Reformatie is herstel van het oude in tegenstelling met de revolutie, die iets geheel nieuws wil. Ds. V. besluit dan:

Het is geen roomse redenering, wanneer we vandaag de band met het verleden willen bewaren. We zijn niet bij de Paus in de leer geweest wanneer me, als op revolutionaire wijze in de kerk met een toeroep op de Heilige Geest, met het verleden wordt afgerekend, waarschuwend de vinger opheffen en zeggen: pas op, u haalt een streep door eeuwen kerkgeschiedenis. Af gedacht van het feit dat het grenzeloze hoogmoed is te doen alsof wij pas het rechte inzicht hebben en het verleden maar een beetje „geteut" is geweest, zullen we oog moeten hebben voor de leiding Gods in het verleden. Het is waar: iets kan eeuwenlang in duidelijke strijd met Gods Woord worden gehandhaafd. Maar breken met iets, dat eeuwenlang door de kerk is beleden en ©en duidelijke geloofsinhoud van duizenden is geweest, is eerder een hoogmoedig-revolutionaire, dan een ootmoedig-reformatorische daad. De geest van de tijd, die afrekent met de historie, inspireert eerder tot een dergelijke handelwijze dan de Geest van Christus, Die werkt in de geschiedenis. Daarom enerzijds geen verheerlijking van het verleden als het eind van alle tegenspraak; maar anderzijds ook geen streep door het verleden zonder meer, omdat we in het beden leven!

In het Gereformeerde Weekblad (Kok) wijdt prof. Polman een serie artikelen aan het genoemde probleem. In het nummer van 20 juli noemt hij de belijdenis een stem, en wel allereerst een evangelische stem. Leerzaam en belangwekkend is vooral dat wat hij verder schrijft, als hij de belijdenis ook noemt een continue en een actuele stem.

Het geheim van een gezond kerkelijk leven ligt in de combinatie van beide besloten. De gereformeerden lopen gevaar vóór alles de continuïteit van het belijden te beklemtonen; terwijl de hervormden vaak te eenzijdig het accent leggen op de actualiteit van het belijden. Als de rechte verbinding van twee verloren gaat, ontstaan er geestelijke noodsituaties. In het eerste geval kan daar traditionalisme, orthodoxisme en conservatisme uit groeien; men gebruikt de oude geijkte termen wel, maar het zijn dode cliché's geworden.

Het andere gevaar is een eenzijdige actualisering van de belijdenis. Dit heeft door de eeuwen heen meer revolutie in de kerk gebracht dan de reformatie door de Geest des Heeren. Geïsoleerde actualiteit, waarin de band met het verleden verbroken wordt, leidt tot verschraling, ongeoorloofde reductie, revolutionaire ombouw en fragmentarische vertolking van de oude waarheid. Prof. P. licht dit met een voorbeeld toe.

In de oude christelijke kerk ging het om het vraagstuk van de dood, de verderfelijkheid; niet de verzoening maar de verlossing stond in het middelpunt. In de reformatie ging het vooral om zonde en genade. In onze tijd gaat het veelmeer om de zin van de geschiedenis:

De moderne mens, erfgenaam van twee, wereldoorlogen, geworpen in het atomaire tijdperk, vraagt zich met angst en verbijstering af, of de historie van enkeling en gemeenschap nog enige zin heeft. En daarom moet de belijdenis der christelijke kerk en ook haar prediking volledig op deze situatie worden ingesteld en daarom voor alles op Christus' Koningschap alles concentreren. Centraal moet heden de boodschap zijn, dat God in Christus aan het leven in alle verbanden de rechte zin teruggegeven heeft en dat Christus over alle demonische machten heeft getriomfeerd. Zo alleen wordt het belijden actueel en wordt het door de mens van vandaag existentieel beleefd. Het is zonder meer duidelijk, dat zulk een actualiteit, losgemaakt van de continuïteit der eeuwen, een ontzettende verschraling zou betekenen en het belijden der kerk van de Katholieke en Reformatorische achtergronden zou isoleren. Dan alleen beantwoordt de kerk van Christus aan haar roeping, zo haar belijdenis tegelijk een continue en actuele stem geeft.

In een volgend artikel vergelijkt prof. P. de belijdenis met een staf, de staf van herkenning en van eendracht. In dit artikel maakt hij met voorbeelden uit de dogmen-historie duidelijk, dat het geboden is dat de kerk het ene moment met heilige beslistheid op de letter der gevonden formulering staat, omdat zij vast overtuigd is, dat daarmee het bewaren en doorgeven van het evangelie gemoeid is. En een andere maal zal de kerk grote tolerantie ten opzichte van de formulering betrachten, omdat het haar duidelijk is, dat een kritische instelling tegenover bepaalde formuleringen en uitspraken van de Confessie en het gebruik van andere woorden geen aantasting is van het evangelie Gods. In het nummer van 3 aug. vergelijkt prof. P. de belijdenis met een stok. We zullen meteen begrijpen welk punt hier aan de orde komt: de leertucht. Aan het eind van dit artikel komt de schrijver bij de verhouding: herv. en geref. kerk. Hij schrijft dat hij - in tegenstelling met een vroeger ingenomen standpunt — geen principiële bezwaren meer heeft tegen de formuleringen zoals die in de herv. kerkorde te vinden zijn. Hij gevoelt zich niet geroepen verzet aan te tekenen tegen hetgeen vermeld staat in art. X van de K.O. of tegen Ord. 7.18. De geref. kerken zouden deze bepalingen rustig kunnen overnemen en daarbij op goede gronden beweren, dat er dan geen sprake is van een principiële koerswijziging. Doch dan schrijft hij verder:

Maar waarin ligt dit verschil (tussen herv. en geref. kerk, UdP.) dan wel, dat zo ingrijpend is, dat daarin een rechtvaardiging ligt voor de handhaving van de in Afscheiding en Doleantie geslagen breuk? In het feit, dat tot op vandaag al de waarschuwingen van Christus en Zijn apostelen tegen de valse kerk en de valse leer de kerkelijke koers in de Nederlandse Hervormde kerk niet bepalen. Ieder kent de concrete situatie binnen de kerk. Tal van vrijzinnige predikanten treden elke zondag in volle rechten in haar midden op, die geen enkele van de katholieke belijdenisgeschriften aanvaarden en tegen meerdere uitspraken van de drie Formulieren van enigheid radicaal ingaan. Ik weet het wel, dat in het modernisme allerlei wijzigingen plaats grijpen, maar uit het rapport, dat de vrijzinnige studiecommissie over „Fundamenten en perspectieven" gepubliceerd heeft, blijkt evident, dat zelfs de katholieke belijdenisgeschriften op wezenlijke punten geloochend worden. En toch wordt door meer dan een orthodoxe theoloog uitgesproken, dat de kerk van Christus om vele redenen de vrijzinnige richting niet kan missen, zodat zij als een noodzakelijke modaliteit moet worden erkend. Ook de publicatie van de Generale Synode der Nederl., Herv. Kerk „Over de belijdenis der kerk en haar handhaving" heeft me in dit opzicht diep teleurgesteld. Leertucht wordt hier theoretisch als een gebiedende eis gesteld en praktisch als een onmogelijke mogelijkheid uitgeschakeld. Hier fungeert de belijdenis niet meer als een stok om de ketters te slaan en de kudde van Christus te beveiligen. De apostolische vervloeking over elke verandering van het evangelie heeft hier geen dominerende plaats. Er is veel sinds de negentiende . eeuw veranderd, maar in dit opzicht is het oude geschil tussen ons niet gewijzigd. En zolang dit geschil blijft, is van hereniging van onze kant geen sprake.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's