De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

JEZUS PROCLAMEERT DE GRONDWET VAN HET KONINKRIJK GODS!

9 minuten leestijd

Mattheüs 13 : 12. Want wie heeft, dien zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.

Er staan in de Bijbel teksten, waarvan we de waarheid wel kunnen beamen. Het zijn teksten, die niet zozeer strijden met onze werkelijkheid, al kunnen we de vereiste levenshouding dan ook niet opbrengen. Dit kan echter allerminst van de boven genoemde tekst gezegd worden. Bij het lezen van deze tekst wordt ons sociaal gevoel geprikkeld. Deze tekst is radicaal in strijd met ons denken. Neen, dit beleven we anders: wie heeft, moet er niet bij hebben en wie niet heeft, moet ontvangen. Uit dit oogpunt geven we weg (omdat die ander niet heeft!) en halen we weg (omdat die ander zoveel heeft!). Deze tekst maakt een onbillijke indruk. Het zou toch onrechtvaardig zijn met deze gedachten te leven; het zou toch oneerlijk zijn tegenover de samenleving om zo te handelen; we zouden allerminst voor rechtvaardig doorgaan, als We dit woord in praktijk zouden brengen.

Worden nu ook niet vele bijbelse woorden ongegrond? Daarin vinden we toch vaak het totaal omgekeerde gezegd. Daar is het toch vele malen zo: wie niets heeft, krijgt alles; wie alles heeft, krijgt niets. Denkt u maar aan de Lofzang van Maria. Daar is Maria verheugd, omdat God haar nederige staat heeft aangezien; grote dingen heeft God haar bewezen. Machtigen heeft Hij van de troon gestoten, maar nederigen heeft God verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, rijken daarentegen heeft God ledig weggezonden.

Trouwens, weet u dit niet uit eigen geestelijke ervaring met God. Weet u niet, dat God aan u dacht, toen u arm en ellendig was! Toen u niets meer had en was, heeft Hij u toen niet vervuld met Zijn genade! Toen u in eenzaamheid en donkerheid onder ging, heeft God u toen juist niet bijgelicht en is God u niet nabij geweest! Heeft God u toen niet geschonken, waaraan uw hart zo'n behoefte had!

Dus toch: wie niets heeft, krijgt alles en wie alles heeft, krijgt niets. Dan schijnt bovengenoemde tekst dus toch niet te kloppen met vele bijbelse teksten en onze geestelijke ervaringen!

Deze tekst staat tussen de gelijkenis van de zaaier en de uitleg ervan. In deze gelijkenis is het punt van vergelijk: hoe het er aan toe gaat met de verkondiging van het Woord! Dit wordt verteld onder het beeld van de zaaier, die royaal uitstrooit. Dit is dus de taak van de Kerk: het zaad van het Evangelie uit te strooien over het rond der aard. Dit gaat er dan kwistig aan toe. Het is u wellicht al eens eerder opgevallen, dat er in de gelijkenis sprake is van één soort zaad, maar van vier soorten hoorders. Er zijn dus geen vier soorten zaad. Er is maar één Evangelie, nl. het Evangelie des kruises, de Joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid. Maar omdat er vier soorten hoorders zijn, zullen ook de gevolgen van dit zaaien wel viersoortig zijn. Dit zal zijn verschillende uitwerkingen hebben. U weet dit: de vogels pikken het zaad weg of het valt op steenachtige bodem of het valt tussen de doornen en de distels of het valt in de goede aarde.

Als Jezus dit alles zonder uitleg verteld heeft, laat Hij het tekstwoord volgen. Dit slaat dus terug op het voorafgaande. De zaaier zaait. Als iemand het Woord hoort en niet verstaat, komt de boze en rukt weg, hetgeen in zijn hart gezaaid is. Het kan ook, dat iemand het Woord hoort en het terstond met vreugde aanneemt. Maar het heeft geen wortel. Het is maar voor een ogenblik, het is zo weer weg. Het is ook mogelijk, dat de hoorder het Woord door de zorgen van de wereld en de verleiding van de rijkdom laat verstikken. Deze allen zijn niet bedoeld met „wie heeft"! Daarmee is de laatste groep van hoorders uit de gelijkenis bedoeld. Christus heeft hier voor alles de discipelen op het oog.

Zij hebben dus „iets". Wat is dit dan? Ze hebben een trekking naar hun Meester; ze worden steeds naar Hem getrokken. Niet dat ze dit altijd even klaar en duidelijk beleven. Niet dat zij zich dit altijd goed bewust zijn. U kent hun levensgeschiedenis. Daar mankeerde vaak erg veel aan. Ondanks dat ze dagelijks dicht bij hun Meester waren, waren ze vaak met duivelse gedachten vervuld. Ze stonden het Koninkrijk van God vaak in de weg. Ze beletten Jezus om naar het kruis te gaan.

Ondanks dit alles ligt er diep in hun hart toch die binding aan Christus. Daardoor gaan ze ook aan Jezus vragen: wat bedoelt Gij met de gelijkenis van de zaaier? Door deze innerlijke binding aan Jezus willen ze meer weten van de verborgenheden van het Koninkrijk.

„Wie heeft", dat is een ieder, wiens hart uitgaat naar Jezus Christus. Het Woord wordt gezaaid; er wordt verschillend op gereageerd, dat weet u. Maar het gaat er om, dat er door dit Woord die trekking naar Jezus komt. 'U wilt meer gaan weten van deze verborgenheden. Dit kan vaak nog erg zwak zijn; het is nauwelijks geloof te noemen. Voor deze mens, die leergierig wordt, heeft deze tekst een heerlijke belofte: „Wie heeft, dien zal gegeven worden". Waar iets van deze binding wordt beleefd, komt meer. U kunt er niet meer van los komen; het laat u niet meer met rust. U wordt steeds weer getrokken. Deze begeerte naar Jezus, naar het heil wordt vervuld. En de tekst zegt: nog overvloedig ook! U krijgt nog meer van God dan u strikt nodig hebt. Eenmaal aangeraakt door God, komt Hij u in rijke mate tegemoet.

De discipelen hébben die binding en gaan vragen. En door dit vragen aan Jezus gaan ze steeds beter verstaan, waartoe Jezus in de wereld is gekomen: goddelozen rechtvaardigen! Ze gaan steeds meer de Heiland nodig hebben. Vraagt dus aan Hem, als die trekking naar Jezus er is. Vraagt naar de leiding van God; Hij heeft het beloofd; herinnert God aan Zijn beloften: overvloed en rijkdom voor allen, die het niet buiten Hem kunnen. Wat ligt hier een weelde opgestapeld! Wat is het aanbod van genade toch ruim! Wat een levenskracht, levensvrede, levensvreugde is er toch bij God te vragen! En te verkrijgen!

Maar wat leert de praktijk? Hoevelen vragen er werkelijk naar deze rijkdom? Dit vragen, dit meer willen weten ontbreekt. Niet dat u niet naar de kerk gaat, niet dat u thuis de Bijbel niet leest! Maar de begeerte om meer te weten ontbreekt. De vraag van de discipelen komt niet bij u op: wat bedoelt Gij ermee, Meester? U volstaat met het luisteren. Daarom is het zo dood in uw leven. U vindt het verder wel goed. Die binding is er niet!

Deze mensen zijn er ook in Jezus' dagen. Dit zijn de Farizeeën, die volstaan met een kritisch luisteren (wat zegt Jezus allemaal voor verkeerds!). Ze hebben niet de minste binding aan Jezus. Ze gaan er daarom ook dwars tegen in. Hoe vroom ze ook lijken, Jezus noemt hen daarom ook witgepleisterde graven. Over deze soort mensen gaat het in het tweede deel van de tekst. „Wie niet heeft, van dien zal genomen worden". De Farizeeërs hebben eigenlijk niets. Ja, ze hebben wel iets, n.l. het luisteren, het horen. Maar verder komt het ook niet. Totaal geen heilbegeerte, daardoor ook geen kennis van het heilsgeheim Gods in Christus. Dit éne (het luisteren), wat ze dan nog hebben, zal van hen afgenomen worden. Straks zullen ze niets hebben. Hoe verschrikkelijk zal dit zijn! Met het Woord, met Christus rondom zich en dan toch nog verworpen te worden. Een leven verknoeid, een eeuwigheid verspeeld.

Dit woord geldt dus allen, die wel horen, maar niet verstaan; bij wie geen verlangen is om meer te weten, wiens hart niet getrokken wordt naar Jezus, bij wie een binding aan Christus, het Woord, de kerk niet gevonden wordt! Er komt een tijd, dat u zelfs niet meer kunt luisteren. Nu moet u niet direct aan het uur van uw sterven denken. Denkt u aan de ouderdom met alle gebreken van dien, verstandsvermindering. Maar nog meer: stelt u zich voor, dat u bij het kerkgaan, bij het lezen van de Bijbel thuis nooit verder komt dan alleen luisteren. Dit gaat op de duur vervelen; dit stompt af. Het zegt u niets. Dan komt u een keer zover, dat u dit alles gaat verzaken. In de kerkgang komt de slof; het bijbellezen gaat u overslaan. Zo blijft er niets over. En wat dan? Alleen voor God verschijnen zonder Middelaar?

Wacht u voor dit oppervlakkig luisteren; dit is levensgevaarlijk! Dit zal van u afgenomen worden. En de dood maakt hier een definitief einde aan. De tekst trekt een scherpe scheidslijn: „wie heeft" en „wie niet heeft". Aan welke kant van de lijn staat u?

Gelukkig zijn er mensen, die blij zijn met de zondag. Heerlijk om weer meer van Christus te mogen horen! Zij komen naar de kerk met de bede in hun hart: open mijn hart voor het woord! Zij kunnen dit niet missen. Ze vragen steeds meer, begeren steeds meer te weten van Gods heilsgeheimen. En dan vervult God ook Zijn beloften. Hen wordt gegeven: de overvloed, de volheid, de rijkdom van het woord. Zij kennen Psalm 81 met het hart: „al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo gij dit smeekt, mild en overvloedig".

Hoe gaat u naar de kerk? Om van Christus te horen? Of zegt u: ik heb er niet zon belang bij; mij ontbreekt het vragen naar de diepere dingen. De jongeren zeggen: ik moet naar de kerk! anders kwam ik er niet! Wat valt er nu in de kerk te halen? Wat Jezus heeft te bieden: vergeving van zonden. In de hele wereld is niets te vinden waar de mens werkelijk iets aan heeft; dat is alleen bij Jezus te vinden.

U komt met uw verweer en zegt: ik kan er niets aan doen, dat ik niet getrokken wordt naar Jezus, dat ik niet tot verder vragen kom! Dit is toch ook al een gave van God? Dit moet toch ook gegeven worden!

Dan antwoord ik u: de genade ligt vrij! Als u nog niets hebt, dan 'kunt u dit ontvangen. Geen wegkruipen achter valse leidelijkheid of onmacht! Het Woord doet een appèl op u: wendt u tot Christus! Ik weet het, dit vereist een andere levensstijl van u. Dit kost veel, dit kost alles, dit kost uzelf! Maar het kan, het moet! Wie heeft, ontvangt; wie niet heeft, van dien word afgenomen.

Wie ver van U de weelde zoekt, vergaat eerlang en wordt vervloekt, Gij roeit, hen uit, die afhoereren, en u de trotse nek toekeren. Maar 't is mij goed, mijn zaligst lot, nabij te wezen hij mijn God, 'k vertrouw op Hem geheel en al, de Heer, Wiens werk ik roemen zal.

(Willige Langerak)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's