De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET KOMENDE CONCILIE (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET KOMENDE CONCILIE (3)

7 minuten leestijd

Dadelijk na de afkondiging van het nieuwe concilie is vooral bij vele niet-roomse christenen de vraag gerezen of hier soms weer een of ander nieuw dogma zal worden ontworpen en vastgesteld.

De herinnering aan het Eerste Vaticaans concilie is in dit opzicht nog levend. Daar werden het primaat en de onfeilbaarheid van de paus tot dogma verheven, wat diep indruk heeft gemaakt.

En nog verser ligt ons in het geheugen de dogmatisering van Maria's hemelvaart op 1 november 1950. Weliswaar vond zij niet plaats op een concilie, maar als reeds buiten een concilie om de paus tot een dergelijke dogmatisering kan overgaan dan ligt de veronderstelling, dat ook op het komend concilie — dat er een bijzonder gunstige gelegenheid voor biedt — iets van dien aard zal plaatsvinden, voor de hand.

Hier komt bij, dat de dogmatische ontwikkeling in de r.k.-kerk naar het schijnt nimmer tot staan komt. Juist op het punt van de Maria-leer (mariologie) is dat heel duidelijk. Het is begonnen in 1854, toen de toenmalige paus Pius IX — een vurig Mariavereerder — het dogma van Maria's onbevlekte ontvangenis vaststelde. Men was hier echter op de duur niet mee tevreden. De eenmaal ingeslagen weg dwong tot voortgaan. Als Maria op dezelfde wijze als Christus ontvangen is, d.w.z. zonder zonde, waarom zou zij dan ook niet — op dezelfde wijze als Christus — ten hemel zijn gevaren? In 1950 viel de beslissing. Maria's hemelvaart werd dogma der kerk. Dat betekent dat ieder in de roomse kerk dit onvoorwaardelijk moet geloven, op straffe van in een doodzonde te vallen en daarmee de genade te verliezen.

Is men er nu? Zeer beslist niet! Ook na 1950 heeft de ontwikkeling niet stilgestaan. Maria die in bijna alles aan Christus is gelijkgesteld, wordt reeds onofficieel voor Middelares en Medeverlosseres gehouden, en het ziet er naar uit dat ter een of andere tijd ook dit officieel dogma zal worden. Het is bij Rome zó dat de ene leer per consequentiam uit de andere getrokken kan worden; de binding aan de Heilige Schrift is daarbij geheel losgelaten. Het dogma is een zelfstandige macht geworden, die zich ten aanzien van de openbaring Gods in de Heilige Schrift souverein kan ontwikkelen. Waar dit op uit moet lopen — niemand kan het voorspellen!

Tal van bisschoppen uit de Zuid- en Midden-amerikaanse staten, Italië, Spanje, Portugal, Ierland en Polen — dus landen waarin de r.k.-kerk een heersende positie inneemt — schijnen er bij het Vaticaan op aangedrongen te hebben reeds nu op het komend concilie tot de dogmatisering van Maria's Middelares-zijn over te gaan (zie L. C. Baas e.a., Vragen aan het concilie, Hilversum 1961, blz. 27/28). In genoemde landen heeft de r.k.-kerk nog maar heel weinig „oecumenische ervaring" opgedaan, men kan ook zeggen: hier denkt zij nog zeer conservatief en reactionair; er wordt dus niet gerekend met de indruk die een dergelijke dogmatisering naar buiten wekt. Typerend is ook dat juist vanuit deze delen van de r.k.-kerk het voorstel is gekomen om op het komend concilie iets te doen tegen het moderne existentialisme, dus tegen de geest van de tijd.

Met dit alles rekening houdend kan gezegd worden, dat voor de veronderstelling — en ook wel vrees — aan niet-roomse zijde, dat we reeds op het komend concilie weer een nieuw Mariadogma hebben te verwachten wel enige grond bestaat. En toch is het zeer de vraag of het inderdaad zo ver zal komen. Er gaan n.l. ook andere stemmen op, stemmen uit andere delen van de r.k. wereldkerk. In verschillende Westeuropese landen, n.l. Duitsland, Frankrijk, Engeland, België, Nederland en Scandinavië schijnt het episcopaat niet veel te voelen voor een nieuwe dogmatisering op Mariaal gebied. Hier heeft men wel „oecumenische ervaring"; hier wordt wel gerekend met de indruk die de r.k.-kerk — met name op het komend concilie — naar buiten zal wekken. Men beseft hier goed hoe een nieuw Maria-dogma de niet-roomse christenen zal grieven en teleurstellen; dat het de kloof die hen van de r.k.-kerk scheidt nog dieper zal maken. Hier brengt men dan ook steeds naar voren, dat de vaststelling van zulk een dogma als boven bedoeld nog enige tijd wachten moet, dat het momenteel inopportuun is.

Hans Küng die een boekje schreef: Concilie en hereniging (Hasselt 1961) een boekje dat wel tot het beste behoort wat over het komend concilie geschreven is, meent uit goede bron te hebben vernomen, dat zelfs paus Pius XII — die toch ook een echte Maria-paus was — enkele weken vóór zijn dood zou hebben gezegd, dat hij de kwestie van het Middelares-zijn en Medeverlosserschap van Maria voorlopig nog maar liever wilde overlaten aan de vrije theologische discussie, omdat de vraagstukken die er mee samenhangen momenteel nog te duister en te onrijp zouden zijn om al voor dogmatische vaststelling in aanmerking te kunnen komen.

Ook las ik ergens, dat de nieuwe paus Johannes XXIII niet in die mate een Mariavereerder is als zijn directe voorgangers. Hij zou meer bijzondere devotie koesteren voor Jozef. In deze richting wijst ook wel het feit, dat hij Jozef tot Patroon en Beschermer van het komend concilie heeft aangesteld.

Al met al is het dus nog lang geen vaststaand feit, dat het komend concilie een nieuw Maria-dogma zal creëren. De paus zou als hij het nodig vond en zou willen daar trouwens geen concilie voor nodig hebben. Evengoed als zijn voorgangers Pius IX en Pius XII zou hij zonder en buiten een concilie om zulk een dogma kunnen vaststellen. Het zal dan ook wel niet met déze bedoeling zijn dat hij een concilie heeft aangekondigd. Temeer niet omdat hij in deze aankondiging al herhaaldelijk gezinspeeld heeft op de eenheid van alle christenen. Het komend concilie moet naar zijn bedoe­ling aan de oude kerk nieuwe glans en heerlijkheid geven, haar ook aantrekkelijk maken voor de niet-roomse christenen. Met dit doel voor ogen zal hij er moeilijk toe kunnen besluiten een nieuw Maria-dogma af te kondigen, omdat — zoals gezegd — dat hij de niet-roomse christenen eerder teleurstelling en verwijdering dan toenadering zal verwekken.

Of er dan toch niet andere dogmatische beslissingen op het komend concilie zullen vallen? Niemand weet het. Uitgesloten is het niet.

Eén ding staat in ieder geval vast. Welke dogmatische beslissingen er ook zullen vallen, er is niets wat er op wijst, dat Rome op dit nieuw concilie op haar reeds eerder vastgestelde dogma's zal terugkomen. Zij is een kerk die de pretentie voert onfeilbaar door de Geest geleid te worden. Herziening van de leer op grond van de Heilige Schrift is hier principieel uitgesloten.

Men doet er goed aan dit te bedenken omdat er van protestantse zijde soms zoveel ophef gemaakt wordt over de „vernieuwingen" die er in de r.k.-theologie bezig zijn zich te voltrekken. Deze vernieuwingen zijn er, maar wat zijn ze méér dan een moderner vormgeving van, de oude opvattingen? En al zijn ze inderdaad meer, de hiërarchie blijft in ieder geval onaangetast. Een werkelijke reformatie binnen de r.k.-kerk zou haar einde betekenen! Ze zou zichzelf met al haar pretenties moeten loslaten, daar zij het heeft aangedurfd zichzelf op de plaats van Christus te stellen.

Over de harten der r.k.-theologen en mede-christenen komt niemand — ook ons niet — het oordeel toe. Maar de hiërarchie, de roomse kerk zoals zij zich naar buiten openbaart en zoals ze pretendeert te zijn, van haar kunnen we geen goede verwachtingen koesteren. Voor haar kunnen we ook niet bidden — als is dat het overigens zeer sympathieke verzoek van paus Johannes XXIII, gericht tot de niet-roomse christenen met het oog op het komend concilie.

Alleen dat Christus daar heerschappij krijge door Zijn Woord en Geest kan onze bede zijn. Dat is dus evenzeer een gebed tégen als vóór het concilie. Tégen het concilie, omdat paus Johannes XXIII dit gebed natuurlijk niet bedoeld heeft. En toch vóór het concilie, al zal het dan anders worden dan verwacht wordt. Het gaat om een deel van de christenheid dat ons bijzonder ter harte dient te gaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET KOMENDE CONCILIE (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's