De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

11 minuten leestijd

De 15e augustus — Vrees en verwachting — Uit Parijs — Uit Amsterdam — De I.C.Y.

De dagen rondom 15 augustus 1962, met die dag zelf, zijn de geschiedenis ingegaan als dagen van bijzondere betekenis. Dat zulks geldt van de 15e augustus spreekt wel ieder onzer lezers aan. Toen is immers de, nu nog voorlopige, overeenkomst—niet ten onrechte „vreugloos" genoemd — inzake Nieuw Guinea tussen Nederland en Indonesië een feit geworden. Ik heb dat historisch moment van op verre afstand kunnen meemaken. De Radio zond 't gebeuren in Washington in het gebouw van de Verenigde Naties uit. Zo kon ik de afsluiting van de tragedie meemaken. Het was een sobere plechtigheid. Voor vreugdebetoon in de enscenering was geen reden. Voldoening was wel op te merken in wat dr. Soebrandio, de Indonesische minister van buitenlandse zaken sprak. De toespraak van onze ambassadeur dr. Van Roijen was waardig en beheerst. De wnd. secretaris-generaal der V.N. Oe Thant memoreerde, dat de overeenkomst tussen Indonesië en Nederland de eerste was, die onder auspiciën en leiding der V.N. was tot stand gekomen. Dat dit gememoreerd werd met een zekere verheuging is begrijpelijk na al de spanningsvolle besprekingen, welke waren voorafgegaan.

Na deze uitzending kwam die van de rede, door de minister-president, dr. De Quay, tot het Nederlandse volk gericht. Ik heb het gewaardeerd dat hij zo kort, nadat in de laatste kabinetsvergadering, die om half elf ongeveer eindigde en waarin aan ambassadeur Van Roijen geseind was, dat de regering haar fiat gaf aan de overeenkomst, welker volledige tekst eerst in de loop van die avond haar verstrekt was, deze rede heeft gehouden. Er waren immers velen, die in spanning wachtten! Het was een uiteenzetting van wat de regering als ideaal had nagejaagd, doch dat onder de drang der ontwikkehngen niet had kunnen bereikt worden. Om een uitzichtloze en nutteloze oorlog te vermijden was aanvaard, wat even daarvoor was ondertekend. Bijzonder te waarderen vielen de woorden, die de minister-president aan de toekomst der Papoea's wijdde en de herdenking van de gevallen manschappen bij het beschermen der bevolking, alsmede het meeleven der regering met de betrekkingen dier gevallenen. Het deed mij goed, dat dr. De Quay tenslotte de hoop uitsprak, dat God de Papoea's wilde bewaken. Dat was in heel de plechtigheid de enige keer, dat de Almachtige, onder Wiens leiding alles staat, werd genoemd. Een teken des tijds. Helaas!

Het spreekt vanzelf, dat allerlei reacties in verschillende persorganen zijn versohenen, van lovende en lakende aard. De ergste was wel die van de heer Lunshof in „Elsevier", welke ik hier doorgeef: „Wanneer wij in Washington een ambassadeur hadden bezeten van enige vlees en kracht, en wanneer gezegde ambassadeur gedekt was, van den aanvang, door een stevige Nederlandse regering, dan ware niets geschied." De N.R.Crt. tekent hierbij aan, dat „het blad van de heer Lunshof ervan houdt heden aan te vallen, die niet kunnen terugslaan. Of zij nu in Soestdijk dan wel in Washington wonen". Verder betoogt het blad dan, dat mr. Luns het moet opnemen voor zijn ambassadeur, die zich persoonhjk niet kan verdedigen uit hoofde van zijn ambt.

Het is te hopen, dat over en weer de overeenkomst correct wordt uitgevoerd. Het zal niet aan de nodige spanningen ontbreken. Doch als van beide zijden gestreefd wordt naar gewetensvolle uitvoering van het bepaalde, kan er ook voor het volk der Papoea's nog als volk een dageraad komen. Die zegen schenke onze God, opdat ook het werk der zending onverhinderd voortgang moge hebben!

Het voorgaande is niet het enige waarop ik in het begin van deze Kroniek het oog had. De wereld is verbluft en in spanning geweest over de ruimtevaart der beide Russische kosmonauten Nikolajew en Popowitsj, die gedurende enkele dagen gelijktijdig tientallen malen om de aarde cirkelden. Bedoelt de vermelding van deze gebeurtenis hier, mede te doen aan de bewierroking dier beide „helden"? Allerminst, want niet die twee mensen en wie verder hun prestaties zullen overtreffen, maar God alleen is groot. Toch hébben we deze prestaties — op zichzelf genomen een stout stuk — niet te zien, alsof ze ons niet zouden aangaan. Ze zijn een episode in de wedloop tussen Amerika, het Westen en Rusland, het Oosten, om de beheersing van het luchtruim, om, zo nodig te dienen voor de ontzettende uitbarsting der explosieve krachten, waarvoor ieder beeft bij het indenken, en waarvoor God ons beware. Zal die bewaring ons deel worden, doordat Amerika zijn achterstand inhaalt, opdat zo het evenwicht blijve? Wie zal het zeggen? We zijn in het atoomtijdperk. En de krachten, in de schepping inschuilend, worden helaas niet, of althans nog weinig voor vreedzame doeleinden gebruikt, naar Gods bedoeling, maar tot dreiging en verschrikking van de volken. Zo gezien, kan ook deze „overwinning" van Rusland duiden op wat de mens kan ontketenen tot eigen verderf. Niet ten onrechte is in dit verband gewezen op wat staat in Lukas 21 : 26: „en den mensen het hart zal bezwijken van vrees en verwachting der dingen, die het aardrijk zullen overkomen...." Dat duidt op de eindtijd. Komt die in de periode van het atoomtijdperk niet een stap nader? Maar dan duidt het ook op de Wederkomst van Christus. Leeft die in onze harten? En besluiten wij die in onze hoop, als wij met de Psalmist vragen: „En nu, wat verwacht ik, o Heere? Mijne hoop, die is op U"! (Psalm 39 : 8).

Als al de „wonder-prestaties der mensen ons daarheen leiden, en Christus' komst in ons hart en leven meer een plaats krijgt, zal er innerlijke winst zijn. Daartoe is nodig een waarachtig geloof in Jezus Christus, de Overwinnaar!

Er is in de dagen rondom 15 augustus j.l. meer geschied, dan tot nu toe werd gememoreerd. Er was, wat ik kan noemen, „oecumenische" bedrijvigheid, op meer dan één terrein. Op zichzelf is dat uitnemend. Want ondanks de vreesaanjagende overwinningen in de lucht, die „het hart des mensen" kunnen doen „bezwijken." moet 't grote werk, door Christus Zijn Kerk opgedragen, voortgang hebben. Zullen „de oecumenische bedrijvigheden" daartoe dienen? Beide oecumenische bewegingen, op welke ik doelde, betuigen en proclameren, dat het haar gaat om de doorwerking van het Koninkrijk Gods te bevorderen. En beide spannen zich in om op de wegen en met de middelen, welke zij daarvoor dienstig oordelen, dat streven te realiseren. Daarvan getuigde de vergadering — ze duurde tien dagen — van het Centraal Comité van de Wereldraad van Kerken te Parijs gehouden in augustus dezes jaars.

Het congres der I.C.C.C., iets later gehouden in het Concertgebouw te Amsterdam, liet zich ook wat het grote doel, het staan voor de zaak van Christus in deze wereld door middel van het belijden en getuigen der kerken, m.i. meer positief uit.

In Parijs was, zoals gezegd, het Centraal Comité, het leiding gevende orgaan van het grote geheel, bijeen. Allerlei zaken zijn daar behandeld. Kerken, o.a. een der oudste-christelijke, de Armenische, vroegen aansluiting en werden voorlopig aanvaard. De e.k. Assemblee zal de aansluiting definitief moeten maken. Andere verbraken de band met de Wereldraad.

Voorts werd een deputatie voor contact met de orthodoxe kerk in Rusland benoemd. Onze landgenoot prof. dr. Lekkerkerker maakt er deel van uit. Ook werd besloten waarnemers te zenden — zulks in aanvaarding van een uitnodiging daartoe van de secretaris der commissie daarvoor ingesteld — naar het 2e Vaticaanse concilie dat in oktober e.k. zal gehouden worden.

Secretaris-generaal dr. Visser 't Hooft heeft in een persconferentie nog eens extra onderstreept, dat de afgevaardigden slechts hadden waar te nemen, en niet mee konden delibereren. Geen hoop op vereniging dus, wel op vruchtbare contacten. De vergadering had een rustig verloop — dat was mijn indruk bij lezing der verslagen in de pers — al waren er wel emotionele momenten, bijv. toen de leider der grieks-orthodoxe kerk de afgvaardigden der Armenische Kerk, die zioh eeuwen geleden van haar afscheidde, omhelsde.

In Amsterdam ging het minder rustig toe. Tenminste volgens de verslagen van „Trouw". Een persoonlijke indruk gaf het nr. aan maandag 20 augustus j.l. Ik ontleen daar iets aan. De schrijver heeft een gesprek gevoerd met de bekende president van de I.C.C.C., de Internationale Raad van Christelijke Kerken, en vond hem daarin veel minder fel dan in zijn congresrede. Nu was die rede waarlijk niet zachtzinnig, althans volgens het verslag. Dr. Carl McIntire, de president der I.C.C.C. nam geen blad voor de mond. Zijn openingsrede was een fel betoog tegen „de valse oecumenische beweging", behchaamd, naar McIntire meent, in de Wereldraad van Kerken. De kerken in de Sowjet Unie noemde hij „Chroestsjew-kerken", wier dominees en bisschoppen hij als „communistische propagandisten" betitelde; „geheime agenten". Ook de aartsbisschop van CanteAury kreeg zijn deel, evenals de vrijzinnige kerkleiders in Amerika. Zelfs president Kennedy moest het ontgelden, die onder invloed van oecumenische adviseurs de bijbel-getrouwe kerken der I.C.C.C. tegenwerkt.

Als het positieve van het streven der I.C.C.C. gaf hij (dr. McIntire) aan: „Ons doel is alle kerken op te roepen tot en te bemoedigen in trouwe gehoorzaamheid aan het Woord van God. Daar gaat het om. Sommige Nederlandse luisteraars vonden de rede „veel te gortig" en ook een afgevaardigde uit Amerika was van dit gevoelen. Toen zulks de president door de redacteur van „Trouw" werd gezegd, was zijn antwoord:  „Maar mijn taal was toch niet scherper dan die van de Heer Zelf? En wanneer ik de dodelijke aanvallen van de valse oecumenisten en communisten zie op het hart van het historisch christelijk geloof, kan ik niet anders dan vlijmscherp zijn". Hij gaf toe te weten, dat men het in Nederland niet meer zo gewend was. Doch dit was Amerikaans.

Ik moest hierbij onwillekeurig denken aan het verhaal, dat mevr. Kuyper eens tegen haar man gezegd had, dat hij (dr. A. Kuyper) te scherp was tegen de ethischen, omdat die toch zulke goede mensen waren. Het antwoord was, dat hij zo moest schrijven, om de ogen zijner lezers voor het verkeerde te openen. Kuyper schreef fel: men denke aan de terminogie van „de heelen en de halven".

Dr. McIntire vertelde ook, dat hij in Amerika wel tien miljoen mensen door de Radio bereikte. Wel 333 radiostations geven zijn toespraken door! Hij huurde die voor anderhalf miljoen dollar, hem beschikt door luisteraars. Zo kon hij — voordeel van de „commerciële radio" — zeggen wat hij wil. Zo had hij ook de Amerikaanse regering de les gelezen, dat ze „uw regering" inzake Nieuw-Guinea alleen had laten staan.

Toch, zo zegt de schrijver in „Trouw", was er geen zweem van „zelfvoldaanheid". Neen, het gaat dr. McIntire om het grote goed van Gods onfeilbaar Woord. De methoden moge ons te Amerikaans zijn, de zaak, waarom het gaat, moet ook de onze zijn.

De I.C.C.C. streeft niet naar de eenheid der kerken, maar roept alle kerken op tot pal staan voor de Waarheid Gods. Ze aanvaardt de gescheidenheid der kerken, het bestaan der vele kerken. De eenheid, welke de I.C.C.C. nastreeft is de geestelijke eenheid. Wel zei dr. McIntire, dat „wij om de vreugde over de geestelijke eenheid, die wij innerlijk ervaren, de zaak der kerk niet mogen verwaarlozen". Wellicht moet als bewijs daarvan gezien worden, dat op de laatste dag van het congres is opgericht „een kring van reformatorisch-presbyteriaanse kerken, de International Presbyterian and Reformed association". Secretaris van deze kring is ds. J. C. Maris, secretaris voor Europa van de I.C.C.C. Van deze kring is reeds een resolutie uitgegaan, waarin o.m. stelling werd ingenomen tegen „het verraad" van dr. Craig, de moderator der Schotse presbyteriaanse kerk, wegens diens bezoek aan de Paus. „Alle pre.sbyterianen worden opgeroepen te breken met die instellingen, die de vereniging met het pauselijke Rome bevorderen". Op hen wordt aangedrongen zich bij de in het leven geroepen kring aan te sluiten.

Men ziet, dat de instelling in Amsterdam zeer tegen de Wereldraad was. Amsterdam hgt ons nader, al zullen we onze bezwaren hebben. Waar is hier het volmaakte. Maar het pal staan voor Gods Waarheid spreekt ons aan.

Zaterdag 18 augustus is op het congres de mededeling gedaan, dat uit 18 landen jongeren — zij kwamen onder hun nationale vlaggen het podium op — een Internationale jeugdbeweging was opgericht, de I.C.Y. „International Christian Youth". Een Nederlander van oorsprong, Dick M. Bogaard „proclameerde" deze I.C.Y. Ze willen „de vaders" steunen met „getuigenis en hulp op deze bedreigde aarde".

Dr. McIntire begroette de nieuwe jongeren beweging met de woorden: „Wij hebben vaak gebeden dat er jonge leiders mochten komen oin straks het werk van de ouderen over te nemen. God heeft ons in de I.C.C.C. zo vaak verhoord. Ook nu. Jonge mensen, deze beweging komt van God. Studeer hard. De I.C.C.C. wil een levende, missionaire beweging zijn, en daarin hebben wij jonge soldaten nodig".

Er gebeurt veel in de wereld onzer dagen. Soms horen wij er iets van; soms niet. Wat in de dagen rondom 15 augustus j.l. geschiedde is waard overdacht te worden voor Gods aangezicht. Want in de gangen der eeuwen, die Godes zijn, gaat het om Zijn Koninkrijk. Daarom leerde de Heere Jezus ons bidden: „Uw koninkrijk kome" en het gebed besluiten: „Want Uwer, is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in der eeuwigheid".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 augustus 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's