De ontwikkeling van het godsdienstig leven van PRINS WILLEM VAN ORANJE
I
Door de festiviteiten van dit voorjaar in verband met het zilveren huwelijksjubileum van Koningin Juliana en Prins Bernhard, is de centrale positie van ons Oranjehuis in ons volksleven weer eens bijzonder geaccentueerd.
De band tussen Nederland en Oranje blijkt altijd nog zeer sterk te zijn.
Wel las ik in een jongeren-rubriek een discussie over de vraag of het in deze tijd nog zin heeft een koningshuis aan de top van ons nationale leven te hebben staan. Vervaagt het belang van nationale instellingen niet tegenover de internationale verbanden, waar wij als klein land ons onmogelijk aan onttrekken kunnen? En is het bovendien niet een zeer kostbare nationale instelling, die wij er met zon vorstenhuis, met paleizen en hof- , houding, representatie enz. op nahouden?
Daartegenover werd dan door sommigen gewezen op de grote sympathie, die ons Vorstenhuis door vriendelijkheid en belangstellende presentie bij alles wat ons volksleven aangaat, zich heeft verworven. Het is nu eenmaal van grote waarde, dat er zulk een nationaal verenigingspunt is buiten en boven de verschillende groeperingen van ons volksleven. Bovendien kost de huishouding van een president ook geld. Terwijl presidenten veel meer wisselende figuren zijn, die nooit die saambindende kracht geven, die een permanent vorstenhuis geeft.
In de argumentatie van die jonge mensen miste ik echter al te zeer het verleden. Te weinig klonk daarin door het besef, dat er toch in het bestaan en het voortbestaan van de band tussen Nederland en Oranje een leiding is van Gods Voorzienigheid, waarin het Verbond, dat de Vader des Vaderlands aanging met de alleropperste Potentaat aller Potentaten, een belangrijk element vormt. Die Vader des Vaderlands is toch wel op een uitzonderlijke wijze verbonden aan de totstandkoming van de eenheid en de vrijheid van de Verenigde Provinciën.
Nu is het niet de bedoeling hier een stuk vaderlandse geschiedenis te gaan 'beschrijven. Maar wat ons interesseert is de gang van het godsdienstig leven van Prins Willem van Oranje.
Men heeft daarover zeer verschillend gedacht. Het gevaar van allerlei subjectieve waardering van de historische gegevens, ligt bij een figuur van zo dominerende betekenis als die van Willem van Oranje voor de hand.
Het is bekend dat Prins Willem in vele opzichten meer tolerant (verdraagzaam) was dan de meeste van zijn tijdgenoten, de Gereformeerden niet uitgezonderd. Was deze verdraagzaamheid nu zijn kracht, voortkomende uit de diepte en de breedte van zijn geloofsovertuiging? Of was het zijn zwakheid, omdat hij zelf een weinig vaste overtuiging had, zodat de verwijten, die van de zijde van Petrus Datheen e.a. hem werden toegevoegd, terecht tegen hem werden gericht? Nog altijd blijkt ook onder ons tolerantie een moeilijke zaak te zijn, door de één als een teken van veerkracht verdedigd, door een ander alleen maar als bewijs van slapheid verworpen.
Het loont m.i. de moeite om na te gaan, welke verschillende phasen er in Oranje's godsdienstig leven geweest zijn.
We zullen daarbij van verschillende eenzijdige voorstellingen ons hebben te onthouden.
Sommigen zullen n.l. geneigd zijn hem, van zijn jeugdjaren in het ouderlijk huis, als zoon van zijn Lutherse vader Willem de Oude, (ook wel, ten onrechte eigenlijk, Willem de Rijke genoemd) en van de godvrezende Juliana van Stolberg, tot aan zijn sterven als slachtoffer van de moordaanslag van Balthazar Gerards, enkel te zien als een geloofsheld van het Protestantisme.
Anderen zullen geneigd zijn het eigenlijke godsdienstige leven van Willem van Oranje van weinig of geen betekenis te achten en zich aan te sluiten bij de Jezuïtische geleerde Strada, een vriend van Alexander van Parma, die een deel van onze 80-jarige oorlog beschreef en die de Prins voor weinig of niet godsdienstig houdt.
Hij spreekt van religio ambigua aut potius nulla, d.w.z., iemand van een twijfelachtige godsdienst of liever in het geheel geen.
Nog weer anderen zullen geneigd zijn het godsdienstig leven van de Prins helemaal te doen opgaan in zijn tolerantie-ideaal en zijn tolerantie-politiek. Ik heb eens een recensie van een in Engeland verschenen boek over Willem van Oranje van Miss Wegdwood. Volgens deze schrijfster moet de Prins dan vooral gezien worden als tactvol, verdraagzaam, zachtmoedig, een verzoener en saambinder van de tegenstellingen tussen Calvinist en Katholiek, Waal en Vlaming, edelman en koopman, fanatisme en verdraagzaamheid; als verdediger van de vrijheid van de individuele mens en de individuele staat tegen onderdrukking door een genadeloze overmacht.
Van zijn geloof blijft dan alleen dit over, dat hij een overtuigd geloof had in een eendrachtige regering — in welk geloof de Prins zich dan wel vergist had. De Prins gaat dan min of meer lijken op een figuur als die van de Pruisische koning Frederik de Grote met zijn bekend woord: in mijn rijk moet ieder „nach seiner Facon", d.w.z. „op zijn manier" zalig worden, een woord, dat nog al eens opduikt en gehanteerd wordt niet alleen door verdraagzame heden.
Laten we nu de verschillende perioden uit het leven van Willem van Oranje wat nader bezien.
Dan zijn daar, om te beginnen, de eerste 11 jaren van zijn opvoeding op de Dillenburg.
Veel bijzonderheden geven de archieven uit die tijd blijkbaar niet. Maar welk karakter zijn opvoeding gedragen heeft, kunnen wij genoeg concluderen uit de briefwisseling, die moeder en zoon onderhouden hebben tot aan de dood van Juliana toe in 1580, dus tot 4 jaar vóór de Prins zelf sterft.
Uit de briefwisseling moge ik citeren, wat zij in de zestiger jaren schrijft, wanneer de zaken er hier in de Nederlanden zeer donker uit gaan zien en zij het éne offer vóór en het andere na voor de zaak van onze vrijheid brengt: „ ... bin worlich ein betrübtes Weib (ik ben werkelijk een bedroefde vrouw). Mein Herr (mijnheer, zo noemt Juliana de Prins na de dood van haar man in 1559, als hoofd van het geslacht) — mijnheer (ik vertaal nu verder) schrijft ons, dat ons zonder de wil Gods niets overkomen kan; dat wij daarom met geduld moeten dragen, wat de Heere ons toeschikt; dat alles weet ik en ook dat wij het schuldig zijn te doen. Maar mensen blijven mensen en kunnen zulks zonder Zijn genade niet volbrengen".
Maar dan ook: „Welaan! de dingen mogen dan geschapen staan zoals het God beveelt; ik kan verder niets doen dan de Almachtige om geduld bidden en dat Hij, door Zijn goddelijke genade en barmhartigheid de zaken alzo wille schikken, dat mijn heer en wij allen van Hem in eeuwigheid niet gescheiden worden".
Vooral dat laatste accent van deze zin laat ons de toon van waarachtige vroomheid horen, waar alle dingen gezien worden vanuit de boven alles gestelde gemeenschap met God.
En dit is niet de vroomheid van de rijpere leeftijd, maar dit is ook de grondtoon geweest van haar leven in die jongere jaren van de Prins, toen zijn moeder leefde voor haar groeiende gezin, voor de armen en zieken in haar omgeving, voor wie zij zelfs in eigen tuin geneeskrachtige kruiden kweekte.
Van hoe groot belang deze opvoeding thuis is geweest (waarbij we ook even denken aan de vader, die uit overtuiging de hoge onderscheiding van het Gulden Vlies *) weigerde) blijkt bovenal uit de Apologie (verdedigingsrede) van de Prins in 1581, waarin hij zegt: „Die leer (n.l. waarin hij was opgevoed) was zodanig in mijn hart ingegrift en had zo diep er wortel in geschoten, dat zij op zijn tijd vruchten is gaan dragen".
En in diezelfde Apologie: „ik heb grote reden om God te danken, dat Hij nooit heeft toegelaten, dat het zaad, dat Hijzelf in mij gezaaid heeft, is verstikt".
(Wordt vervolgd.)
1) De bekende orde van het Gulden Vlies was alleen te verenigen met het toehoren tot de Rooms-Katholieke Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 september 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's