De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

8 minuten leestijd

Onze Vader die in de hemelen zijt, door J. H. Sillevis Smit. 102 blz., 5e druk, geb. ƒ 3, 90. J. N. Voorhoeve — Den Haag.

Dit boek opent met een hoofdstukje over het tamilion: de binnenkamer, waar Jezus ons verwijst. „De beste en snelste manier om veel tijd te verliezen is: geen tijd voor God en met God te hebben."

Over datgene, wat zich in deze binnenkamer afspeelt, zegt ds. Sillevis Smit treffende dingen, die u lezen moet.

Naar aanleiding van een woord van Luther over de rijkdom van het Onze Vader, legt de schrijver de nadruk op de ongekende rijkdom van ieder woord uit dit gebed. De binnenkamer is een onfeilbare toetssteen, waar het tussen God en ons stokt en hapert. Zo is het een röntgenapparaat, dat ons van binnen doorlicht en dat op de plaat vastlegt, waar het euvel zit (blz. 18).

Na deze inleidende hoofdstukken worden de beden één voor één behandeld. Wie dit boekje leest, wordt getroffen door de geestelijke zeggingskracht van het Woord Gods, dat ds. Sillevis Smit op zijn indringende wijze vertolkt.

Ik kan u dit boekje hartelijk aanbevelen. Het is zo helder geschreven, dat uw jongen of meisje het begrijpen kan (geef het ze maar cadeau!) en dat u zelf er de handen en hopelijk ook de harten vol aan hebt.

Aan ds. Sillevis Smit onze dank voor dit boeiend werk. Zo'n werk te lezen is een oase in de woestijn.

B.

De Nicolaïeten, over de gang van zaken in de Gereformeerde Kerken, door J. la Roy. Uitg. „Labore et Constantia", Rotterdam-2. Karel Doormanstraat 143, Prijs ƒ 1, —, 20 blz.

Naar aanleiding van Openb. 2:6 houdt de schrijver een beschouwing over de leer der Nicolaïeten, waartegen Christus strijd voert met het zwaard van Zijn mond. Deze leer houdt in: wereldgelijkvormigheid. De wortelen voor deze wereldgelijkvormigheid vindt de schrijver in de verkeerde cultuurbeschouwing van Kuyper en Schilder. „Hun volgelingen zijn, in plaats van in zichzelf gekeerde worstelaars op het smalle pad naar de hemel, uitbundige enthousiaste adorateurs (bewonderaars) van de vooruitgang geworden" (blz. 3) Allerlei uitingen van dit proces worden aan kritiek onderworpen (zede, jeugdwerk, christelijke pers, beschouwingen over de schepping, de programma's van de N.C.R.V. in radio en televisie. Wereldraad enz.)

Het is voor een „buitenstaander" waartoe ik mij reken, moeilijk om alles wat de schrijver zegt, na te gaan. Het is een cri de coeur van een ouderling in de Gereformeerde Kerken over het verval.

De wijze, waarop dit gebeurt is niet altijd billijk, 't Is nu eenmaal onmogelijk om in 20 blz. zo diepingrijpende zaken enigermate bevredigend te behandelen.

Er staat wel eens een alinea in, die beter weggelaten had kunnen worden (blz. 6) of anders anders aangeduid had moeten worden.

Overigens staan er veel dingen in, die tot nadenken stemmen, ja tot bekering roepen. En dat is de bedoeling van de schrijver.

B.

C. S. Lewis, Verrast door vreugde. Hoe ik werd, die ik ben. Uitg. W. ten Have N.V., Amsterdam, 1961. 210 blz., prijs ƒ 10.90.

Wie eenmaal smaak gekregen heeft-in de boeken van Lewis, zal het op prijs stellen ook dit boek te bezitten. Lewis geeft in dit boek een antwoord op de vraag: hoe werd ik van een atheïst een christen? Een autobiografie? Ten dele. Zoiets als de Confessiones van Augustinus? Het lijkt er op, zonder het te zijn. De schrijver heeft dit niet gewild.

Uitvoerig handelt hij over zijn kinderjaren. Het ouderlijk huis, de school (het concentratiekamp genoemd) het college worden breedvoerig beschreven. De reacties op mensen, gebeurtenissen worden haarfijn ontleed. Wat een toestanden heersten er op deze scholen!

Telkens opnieuw beschrijft Lewis zijn ervaringen in de vreugde. Vandaar de titel. Die vreugde is er in de ontdekking van de literatuur, van de muziek, van de vriendschap en in het leren kennen van een groot leermeester.

Boeiend is de godsdienstige schets, die wordt gegeven van het ouderlijk huis en van eigen atheïstische ontwikkeling. Desondanks laat Lewis zich aannemen en gaat naar het Avondmaal. Een ontembaar verlangen naar vreugde (verrukking) doortintelt hem vanaf zijn jeugd. Allerlei bijpaden worden bewandeld en weer verlaten. Het rationalisme strijd met zijn gevoelsleven. De magie wordt doorploeterd, de ervaringen in de oorlog vermeld. Idealisme, existentialisme, gaan door hem heen. „En zo speelde de grote Hengelaar met zijn vis en het kwam nooit in mij op, dat de haak zich reeds in mijn verhemelte had vastgehecht" (blz. 184).

Een wonderlijke tijd breekt aan. Terwijl Lewis atheïst is en zich dus aangetrokken moest gevoelen tot atheïstisch schrijver, is dit toch niet zo. Hij vergeeft de christelijke auteurs als George MacDonald, Chesterton, Johnson, Spenser, Milton e.a. hun „christelijke mythologie", maar vindt ze oneindig dieper en voller dan zijn atheïstische auteurs.

Zijn leefregel werd: „De christenen hebben ongelijk, maar al d'anderen zijn vervelend." Langzaam maar zeker maakt het absolute plaats voor de Absoluti, voor de: Ik ben, die Ik ben! Ik ben de Heer (blz. 198). De verloren zoon — schrijft Lewis — keerde op eigen benen naar huis terug. Maar wie kan naar waarde die Liefde schatten, die haar poorten wil openen voor een verlorene, die binnengebracht wordt, tegenspartelend en worstelend, gebelgd en zijn ogen naar alle kanten heenwendend voor een kans tot ontsnappen? Het was: dwing ze om in te komen. Gods hardheid is milder dan de zachtheid van mensen. Zijn dwang is onze bevrijding! (blz. 199 200).

Het slothoofdstuk geeft weer dat hij gelooft, dat Jezus Christus de Zoon van God is.

Sinds de tijd, dat hij Christen werd, had de vraag naar de vreugde haar zin verloren.

Hier en daar zet ge vraagtekens. Bijvoorbeeld bij de zin: Is het Christendom de gerijpte vorm van de wereldgodsdiensten? Is het paganisme de kindertijd van de religie, of een profetische droom? Zo is er meer!

Maar het boek is waard gelezen te worden. Het is geen „vakantielectuur" zonder meer. Enige geschooldheid in de denkers van de wereld is nodig om Lewis in zijn gedachtengangen te volgen. Hij is een scherp denker en een uitnemend schrijver. Bedenk verder, dat hij niet in een godvrezend klimaat is opgegroeid. Daarom is zijn boek des te boeiender!

Ieder, die belangstelling heeft, leze dit boek.

B.

Gods Wereldpolitiek, door H. Frey, 353 blz., geb. ƒ 12, 90. Uitg. T. Wever, Franeker.

Toen de schriftverklaringen van Frey in de jaren voor de tweede wereldoorlog uitkwamen is er onmiddellijk door velen naar deze werken gegrepen. Men sprak zelfs van onschatbare diensten, die zijn geschriften aan de exegese zouden bewijzen. In de tijd, dat van velerlei kant geroepen werd: weg met het Oude Testament, liet Frey zien hoe hier God een boodschap heeft voor het heden.

Dit werk geeft een verklaring van de hoofdstukken 40—55 van het boek Jesaja. Eigenlijk, zegt de schrijver, geeft de profeet niet anders dan één grote zelfopenbaring van de onbegrijpelijke God in Zijn grootheid en goedheid, waarvoor alle menselijke begrippen ineenstorten en slechts aanbidding overblijft. Schepping en geschiedenis prediken God in Zijn onbereikbaarheid, onbegrijpelijkheid en in Zijn niet te verdragen heiligheid.

De schrijver zoekt deze hoofdstukken te zien als een eenheid en verwerpt de gedachte, die bij vele geleerden leeft als zouden b.v. de liederen van de Knecht des Heeren los van de rest kunnen worden verklaard.

Hij ontleedt de geest van de tijd en als hij geschreven heeft b.v. over de afgoden van Babel tekent hij zijn lezer, welke afgoden in deze tijd gediend en geëerd worden.

In de theologische bezinning worden telkens de lijnen naar deze tijd doorgetrokken. Ik haal enkele zinnen aan als een voorbeeld van de toepassing van de schriftverklaring, die wordt geboden.

Alle streven naar vernieuwing zonder de God van de Bijbel is een zinloos najagen van afgoden. Het moderne woord vernieuwing is zonder inhoud zonder het ouderwetse — zo moet worden vertaald inplaats van verouderde — woord verlossing. 

In verband met het optreden van Cyrus als de verlosser van het volk uit Babel zegt de schrijver: waarlijk God bouwt ook door de machtigen dezer wereld aan de weg zijner gemeente.

Een merkwaardige gedachte: omgang met iemand hebben, in Zijn dienst staan — en Hem niet kennen. Beroepsmatige omgang is nog niet persoonlijke gemeenschap.

Zo is het boek vol van ernstige lering en vermaning.

Met mij zal de lezer op stukken stuiten waar hij op zijn minst een vraagteken zet. De vertaler heeft ook zijn bezwaren en plaatst hier en daar een noot, waarin hij zich van sommige stellingen van de schrijver distantieert. Ik denk dat hij nog wel meer bezwaren heeft dan hij wilde aantekenen. Het lijkt mij ook niet plezierig toe telkens een schrijver — en nog wel één die men vertaalt — in de rede te moeten vallen. Meestal hangt dat samen met de instelling van de auteur ten opzichte van het ontstaan van het boek Jesaja. Had de vertaler toch niet beter in een iets breder nawoord zijn kritiek kunnen samenvatten?

Voor vele theologen is dit boek reeds van grote betekenis geweest en ik denk, dat het ook nu nog van grote invloed kan zijn voor onze pastores. Ook de ontwikkelde leek zal met verwondering en veelzins bewondering dit boek bestuderen.

Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 september 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's