De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

6 minuten leestijd

Ze zeggen door H. J. Diekerhof, 78 blz.. Prijs geb. ƒ 1, 95. Uitg. J. N. Voorhoeve, Den Haag.

Ds. Diekerhof gaat in dit geschrift in op wat de mensen zeggen, als het gaat over de dingen van Kerk en godsdienst. Men zegt, dat ze God nog nooit tegengekomen zijn, dat het allemaal maar bangmakerij is, dat dood dood is, dat de dominees zelf niet geloven wat ze zeggen, dat je maar met beide benen op de grond moet staan. Op de man af schrijft ds. Diekerhof hierover. Als legerpredikant heeft hij zulke antwoorden meer dan eens gekregen en hij heeft er zich met een enkel woord niet vanaf geholpen; hij draait er niet omheen, maar stelt zijn lezers voor het getuigenis van de Bijbel.

Praat zo maar eens met een ander of geef dit boekje maar eens ter lezing aan wie er, zoals men zegt, niet meer aan doet en ga er eens op in. Misschien hebt u er nogal wat aan toe te voegen, best, maar wie het boek ter hand neemt, leest het in één adem uit. Inderdaad-velen spreken tegenwoordig zó, zonder dat er iemand is, die hen tegenkomt.

Bt.

Hersengyninastiek, door M. Noteboom. 110 blz., ing. ƒ 2, 50.

Nieuwe Hersengyninastiek, door M. Noteboom, 110 blz., ing. ƒ 2, 50. Uitg. J. N. Voorhoeve, Den Haag.

Naar deze eenvoudige werkjes van onze overleden vriend Noteboom, die gewerkt heeft, zolang het dag was, blijft vraag. Dat blijkt uit het feit, dat van het eerste een zesde herziene druk uitkwam en van het andere een tweede.

De schrijver spreekt in zijn voorbericht van de sport van van een vraag- en antwoordspel. De vragen lokken andere uit, waardoor het onderlinge gesprek gestimuleerd wordt. Daarbij hangt veel af van de gespreksleider; deze zal naar vragen niet hebben te zoeken; elke bundel telt er meer dan 2000. De schrijver denkt niet alleen aan jeugdverenigingen en clubs, maar ook aan het gezin, dat mede met behulp van boekjes als deze een gezellige en leerzame avond kan hebben. Hij heeft gestreefd naar een zo groot mogelijke verscheidenheid.

Bt.

De Heidelbergse Catechismus, door Prof. Dr. Th. L. Haitjema, 340 blz., geb. ƒ 15, 75. Uitg. H. Veenman & Zonen N.V., Wageningen, 1962.

Dit werk bevat de artikelenreeks, die de schrijver publiceerde in het weekblad van de Confessionele Vereniging, „De Gereformeerde Kerk". Met dankbaarheid zullen velen, die de stukken lazen het boek in handen nemen; in de praktijk blijkt het telkens weer dat het onmogelijk is losse artikelen van een weekblad te bewaren.

In een kort Ter inleiding zegt de auteur: „wij moeten grote bereidheid tonen om lang te zwijgen en te luisteren naar die zware volzinnen uit de vragen en antwoorden van deze catechismus. Het leerboek van Heidelberg zal onszelf de inhoud van het ware belijden moeten leveren". Vandaar, dat de hele titel van het werk luidt: De Heidelbergse Catechismus als klankbodem en in houd van het actuele belijden onzer Kerk.

Op eigen wijze geeft prof. Haitjema een uiteenzetting van de hoofdlijnen van onze catechismus, waarbij hij ingaat op wat in deze tijd van verschillende kanten over en soms tegen de catechismus wordt ingebracht. Het is wel een heel andere bewerking dan de kritische verklaring van prof. Doedes uit de vorige eeuw en ook van de brede commentaar van Kuyper. Hij betrekt vele theologen uit deze tijd in de discussie. Hij waarschuwt b.v. tegen dreigende eenzijdigheid bij sommige door Karl Barth sterk beïnvloede theologen. In verband met Zondag 10 zegt de schrijver, dat het wel heel duidelijk is, dat prof; Smits zichzelf buiten de ruimte der kerk stelt met zijn bruuske, quasi-wetenschappelijke kritiek op de oproep der synode tot bidstonden in de grote droogte van de zomer van 1959. Voor Kohlbrugge komt hij op en Kuyper bestrijdt hij in verband met geloof en heiliging en ook wel in dat verband Berkouwer.

Ten aanzien van de erfzonde spreekt de schrijver een woord, dat niet voor tweeërlei uitlegging vatbaar is. Er zal in onze geloofskennis niet alleen erfzondigheid moeten worden beleden, doch ook erfschuld omdat de eerste mens als Verbondshoofd overtrad en daarom alle mensen, die na hem kwamen en komen, in zijn val meesleepte en de toerekening van zijn schuld aan hen allen een heilige en rechtvaardige reactie van God de Schepper doet worden. De erfzondigheid is ingebed in de erfschuld.

De auteur verdedigt tegen Brunner, Kohnstamm e.a. de dogmatische actualiteit van de wonderbare ontvangenis en geboorte van Christus.

Zo zoude ik door kunnen gaan door de vinger te leggen bij vele stukken, waarin de schrijver zich één weet met de belijdenis van de Catechismus. Ik denk b.v. aan het verzet van de auteur tegen een tegenstelling van onsterfelijkheid en opstanding.

Voelt men niet, zegt de schrijver, dat de diepere zin van het belijden van de opstanding des vleses in de grond der zaak wegvalt als men tegelijkertijd de onsterfelijkheid van de menselijke ziel — niet als animale levensziel, maar als geest — geloochend wil hebben? De schrijver wijst in zijn behandeling van Zondag 38 op de gevaren van een farizeese vroomheid, maar niet minder ook op de gevaren van een verwereldlijking, die doet vragen: wat is hier nog over van de escetische levensstijl, die aan de gemeente van Christus betaamt, omdat zij niet „van de wereld" zijn?

Op zijn tijd prikkelt de auteur tot tegenspraak of ook vraagt zijn betoog een noodzakelijke aanvulling. Ik denk aan Zondag 4 of aan wat hij zegt over de mystieke geloofsvereniging van de zondige mens met Christus. Maar dit werk betekent een belangrijke bijdrage in het theologische gesprek van vandaag en een aanwinst voor ieder, die uit de Catechismus preekt.

Bt.

Het werk der eeuwen, door P. A. de Rover, deel I, prijs ƒ 3, 95. Kok N.V., Kampen.

Het lees-leerboekje is bedoeld voor de hogere klassen van de lagere school en de lagere klassen van de scholen voor het voortgezet onderwijs. Het bestaat uit een aantal korte vertellingen, gevolgd door een stukje „om te onthouden", en vragen hierover.

De verhalen. Kerk- en vooral zendingsgeschiedenis behandelend, zijn om de hoofdpersoon van elk stukje gegroepeerd, wat de stof levendig maakt.

Alle lof voor de aantrekkelijke wijze van beknopt vertellen. Eén kleine opmerking: Bij b.v. Von Zinsendorf en bij Luther lijkt het me, dat de veelheid van stof minder geschikt is om zo beknopt beschreven te worden.

In het tweede deel zullen wat zwaardere onderwerpen behandeld worden.

Hartelijk aanbevolen voor gezin, school en ver­enigingen van meisjes en knapen.

C. S. S.

Onder vier ogen, enige stukjes, uitgesproken voor de N.C.R.V. in november 1961, zijn op aantrekkelijke wijze door Kok te Kampen uitgegeven; mede doordat slechts de titel, als enig ornament het titelblad vult. Prijs ƒ 2, 75.

De inhoud is eenvoudig en waar. Geen kwasi diepzinnigheid of gewilde humor, maar een woord van bezinning, gesproken tot de mens van vandaag uit een warmvoelend hart.

Het woord vooraf van ds. G. Meijnen zegt eigenlijk alles: Moge de lezing voor ouden en jongen, voor zieken en gezonden, voor blijden en bedroefden, voor trouwen en ontrouwen iets betekenen.

C. S. S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 oktober 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's