De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKNIEUWS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKNIEUWS

22 minuten leestijd

Beroepen te:

Door de prov. kerkverg. van Z.-Holland te 's-Gravezande (noodvoorziening evang. unie), G. Verschragen te Blijham — Langerak (toez.), H. Jongebreur te Rotterdam-Heiplaat — Hilversum (vak. W. Willemse), J. J. Poldervaart te Scheveningen — Odoorn, H. J. Roodzant te Bellingwolde — Oostwold (Westerkwartier), vic. S. den Blaauwen te Axel — St. Annaland, C. Baas te Haaften — Katwijk aan de Rijn, A. Baas te Leersum — Den Hoorn (Texel), kand. P. Oskamp te Haarlem — door gen. synode tot pred. voor bijz. werkzaamh. (arbeid t.to.v. evang. studentengem. te Heidelberg, Duitsland), kand. A. Geense, leraar godsdienst a. h. Revius-Lyceum te Doom.

Aangenomen naar:

Putten, C. van Bart te Ter Aa (Utr.), die bedankte voor Krimpen a.d. Lek — naar Nieuwerkerk a. d. IJssel, C. Baas te Haaften — Hei- en Boeicop (toez.), A. Breure te Oudshoorn — Gent, België (2e pred. pi., bijz. werkzaamh.: jeugdwerk en ziekenzorg), vic. jkvr. W. M. van Lijnden te Amsterdam — Maarn-Maarsbergen, W. H. de Jong te Nieuwkoop — Harderwijk, E. J. Schimmel te Oud-Beijerland, die bedankte voor Bennekom (vak. C. Vos, toez.) — Naarden (Diaconessenhuis), H. G. Valeton, doopsgezind predikant te Baarn- Soest — 's-Gravenzande (noodvoorziening evang. unie), G. Verschragen naar Blijham.

Bedankt voor:

Middelharnis, Tholen en St. Annaland, C. Baas te Haaften (die beroep naar Nieuwerkerk a, d. IJssel aannam) — Krimpen a. d. IJssel (nevenpastoraat), H. Harkema te Zeist — Woudenberg (toez.), P. J. Bos te Sprang — (Den Dolder, S. de Boer te Neerbosch (gestichtsgem.) — Kampen (vac. J. Ewoldt, toez.), A. W. Kranenburg te Wieringermeer — Oosterwolde (Fr.), S. Zeilstra te Drachten — Zwartebroek-Terschuur, C. van Bart te Ter Aa (Utr.).

PROEFPREEK

Onder voorzitterschap van prof. dr. S. v. d. Linde hoopt de heer G. P. Smaling, theol. kand. D.V. maandagavond 15 oktober, om 7.30 uur zijn proefpreek te houden in de Geertekerk te Utrecht, en niet zoals vorige week is vermeld op vrijdag 12 oktober.

Goudswaard.

Na een achtjarige ambtsbediening in de Herv. Gemeente van Goudswaard heeft ds. Posthouwer zich zondagmiddag 30 september los gemaakt wegens vertrek naar Heteren met tekstwoorden uit Jesaja 44 vers 21b: „gij zult van Mij niet vergeten worden".

Deze met liefde tot de gemeente gesproken woorden getuigden welke banden er moesten worden losgemaakt. De met ernst uitgesproken prediking die met grote aandacht werd gevolgd riep de gemeente op tot de vraag: Mijn lieve gemeente, kennen wij dit, dat wij van de Heere niet zullen vergeten worden.

In de kerk, die geheel gevuld was, zagen wij 8 ringcollega's en ds. Goedhart uit Delfshaven met enkele van zijn kerkeraadsleden.

Aan het slot van de dienst werden hartelijke woorden van afscheid gesproken tot' kerkeraad en kerkvoogdij, kosteres, organisten, gemeentebestuur.

Burgemeester Vries sprak van de prettige samenwerking en het vele dat tot stand gebracht is. Ds. Kooistra sprak namens de classis Dordrecht. Ds. Boogaards namens de ring. Ds. Kraaij als vriend. Ouderling Roos namens de Ger. Gemeente. Ds. Okken als Consulent.

Toen ouderling Man in 't Veld nogmaals ds. en mevrouw Posthouwer dankzegde voor dat wat zij voor onze gemeente geweest zijn en liet toezingen Psalm 124 : 4, waarna de scheidende predikant de trouw opgekomen gemeente voor de laatste maal als eigen predikant de zegen oplegde.

BEVESTIGING EN INTREDE VAN Ds. G. VELDJESGRAAF

Op woensdag 3 oktober werd ds. G. Veldjesgraaf bevestigd tot predikant van Nederhemert door ds. H. Roelofsen van Zeist. 

De tekst voor de prediking was gekozen uit de brief van Paulus aan zijn leerling Thimotheus: 1 Tim. 1: 15, 16: „Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben; maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al zijne lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen, die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven".

In deze tekst ligt de kern van het evangelie en van de prediking: Christus en die gekruisigd. Paulus spreekt hier geen vrome wens uit, maar hij getuigt van de zekerheid, die in Christus is. Wanhoopt dus niet al waren uw zonden als scharlaken, want zelfs van Paulus die zich de voornaamste der zondaren noemt, is barmhartigheid geschied tot een voorbeeld dergenen die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven. De Koning nu der eeuwen, den alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid.

Na de uiteenzetting over het ambt der Herders uit het (bevestigingsformulier stemde ds. Veldjesgraaf in met de vragen over roeping, leer en leven met „ja ik, van ganser harte".

Veertien predikanten namen deel aan de handoplegging en de gemeente .bad hem 's Heeren zegen toe door het zingen van Ps. 134 : 3.

's Avonds hield ds. Veldjesgraaf in een overvolle kerk zijn intreeprediking over Hebr. 10 : 23 en 24: „Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden; (want die het beloofd heeft is getrouw); en laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken".

De Hebreeënbrief is te vergelijken met een intreepreek in twee delen: een leerstelling en een vermanend gedeelte. In deze tekst wordt de gemeente vermaand tegen traagheid en slapheid in de levensheiliging. De drie hoofddeugden worden haar ingescherpt: geloof, hoop en liefde. Stelt uw, hoop niet op de wereld, op allerlei stelsels of op de vrome mens maar op God alleen. Hierin moeten we elkaar helpen en dit is ook de taak van de voorganger; en dat zoveel temeer omdat de dag nadert. Weest gij - dan ook getrouw en bezoekt de samenkomsten der gemeente. Blijft zo wandelen Gode waardig, die u roept tot Zijn koninkrijk en heerlijkheid. Na een dankwoord tot ds. Roelofsen, ds. Langhout, de Ring en nog 19 andere personen, verenigingen en instanties werd in niet minder dan U toespraken ds. Veldjesgraaf gelukgewenst en een welkom toegeroepen, zodat de dienst, wat de lengte betreft, die van Paulus in Troas dreigde te evenaren. Na het ontvangen van de zegen ging de gemeente uiteen, verblijd dat ze na zo'n langdurige vacature weer een eigen predikant mocht ontvangen.

IN AFWACHTING VAN HET TWEEDE VATICAANSE CONCILIE

Geen feit heeft de laatste jaren zo veel beweging veroorzaakt in de Rooms Katholieke Kerk als de enkele jaren geleden door Joannes XXIII gedane aankondiging van zijn voornemen een „oecumenisch concilie" bijeen te roepen. Grootse verwachtingen zijn gewekt. Daarnaast spreekt zich echter bezorgdheid uit over de mogelijkheid, dat het concilie teleurstelling zal veroorzaken, juist omdat de verwachtingen zo hoog gespannen zijn. „Het Concilie zal de vervulling zijn van een grote verwachting of een grote teleurstelling. De vervulling van een kleine verwachting zou — gezien de ernst der wereldsituatie en de nood der christenheid — een grote teleurstelling zijn". Aldus de vaak geciteerde woorden van Hans Küng. Daarmee is tevens gezegd, dat de protestantse kerken minstens als „waarnemers" (om het even of zij waarnemers naar het concilie zenden of niet) bij het a.s. concilie betrokken zijn. Hun relatie tot de Rooms-Katholieke Kerk zal immers voor lange tijd mede bepaald worden door het feit of het concilie de vervulling van een grote verwachting of een teleurstelling zal zijn. De door de Hervormde Synode aanvaarde richtlijnen voor „De reformatorische houding jegens de Rooms-Katholieke, Kerk en haar leden" spreken dan ook uit dat „alle moeite zal moeten worden gedaan om er zo' veel mogelijk kennis over te verkrijgen en er in mede te leven". Een bijdrage hiertoe wil dit artikel zijn.

DE VOORBEREIDING VAN HET CONCILIE (I)

De aankondiging

De paus maakte zijn voornemen bekend in een toespraak op 25 januari 1959 tot de te Rome aanwezige kardinalen, na op het feest van Paulus' bekering, de plechtige mis in de basiliek S. Paulus buiten de muren bij de sluiting der Bidweek, opgedragen te hebben. De paus sprak als volgt: „Eerbiedwaardige broeders en beminde zonen, een weinig bevend van aandoening, maar toch ook in deemoedige vastbeslotenheid, noemen wij u de naam en het plan van twee blijde gebeurtenissen, nl. van een diocesane synode van de stad Rome en een oecumenisch concilie voor de universele Kerk. — Voor u, eerbiedwaardige broeders en dierbare zonen, is geen uitvoerige uiteenzetting nodig over de historische en juridische betekenis van de beide plannen. Zij mogen met succes tot de gewenste en verwachte aanpassing van het kerkelijk wetboek leiden; zij zal de beide plannen welke de voorschriften van de kerkelijke tucht praktisch toepassen en die de Geest van God Ons gedurende Ons streven ingeven zal, begeleiden en bekronen".

De aankondiging van het concilie werd dus geflankeerd door twee andere aankondigingen van een diocesane synode vóór de. stad Rome en die van de herziening van het kerkelijk Wetboek. Natuurlijk trok de aankondiging van het concilie de meeste aandacht. Tussen het concilie van Trente en dat van het Vaticaan waren drie eeuwen verlopen en het ontbrak niet aan stemmen die beweerden, dat na de afkondiging van het Vaticaanse dogma over de onfeilbaarheid van de paus concilies overbodig waren geworden. De aankondiging verraste dus. Daarbij kwam een tweede punt, waarover aanstonds gesproken zal worden.

De aankondiging leek uit de lucht te komen vallen. Helemaal juist is dat niet. Reeds Pius XI heeft in zijn encycliek „Ubi Arcano" van 23 december 1922 het plan te kennen gegeven het oecumenisch concilie voort te zetten, waarvan Pius IX slechts een deel had kunnen verwerkelijken. In genoemde encycliek en in latere encyclieken heeft hij zich bezig gehouden met thema's die deze voortzetting van het eerste Vaticaanse Concilie zou moeten behandelen. Hij wachtte echter op een duidelijk teken van God betreffende de samenroeping van het concilie, dat blijkbaar niet gekomen is. Ook zijn opvolger Pius XII heeft, naar kardinaal Tardini tijdens een perconferentie op 30 oktober 1959 mededeelde, gedacht aan een concilie en een kleine kring van theologen is tijdens zijn pontificaat bezig geweest met werkzaamheden hiervoor. Maar de plannen van Pius XI zijn min of meer in het vergeetboek geraakt en die van Pius XII waren slechts aan een kleine kring bekend.

Joannes XXIII heeft trouwens niet verzuimd te doen uitkomen, dat het plan een initiatief van hem persoonlijk was. Het plan was „niet de vrucht wan langdurige beraadslagingen, maar als het ware een spontaan opgeschoten bloem van een onverwachte lente", waarvoor hij zich zelfs op de „ingeving van de Allerhoogste" beriep.

Daarmee heeft dus de paus zelf op het plan het stempel van zijn eigen persoon gedrukt. Dit mag worden erkend, ook al acht men het onjuist in polemische zin over „het concilie van de paus" te spreken. Men dient voorts te bedenken, dat het in de R.K. Kerk geldende recht heel sterk het concilie aan het gezag van de paus bindt. Geen oecumenisch concilie kan plaats vinden, dat niet door hem is samengeroepen. Hij alleen heeft het recht het te verdagen, te verplaatsen, te ontbinden. Hij maakt de besluiten bindend door zijn bekrachtiging. Tenslotte blijkt de binding van het concilie aan de persoon van de regerende paus heel sterk uit de bepaling, dat bij de dood van de paus het concilie ipso jure verdaagd wordt tot de nieuwe paus beveelt het voort te zetten.

(wordt vervolgd)

(Overgenomen uit Reformatorische stemmen, door ds. C. A. de Ridder).

Indiase theoloog in Nyborg:

Kerken van Europa geestelijk arm".

Nyborg, woensdagavond — Diepzinnig redeneerden geleerde theologen, die toch ook weer op de Europese kerkenconferentie in Nyborg de toon aangeven, over de verschijnselen van het humanisme en de onkerkelijkheid en over de dienst van de kerk in ons steeds minder christelijk Werelddeel. Wijze en interessante dingen werden gezegd. Tot gisteren plotseling een jonge Indiase predikant iedereen volkomen deed zwijgen. In een vlijmscherp betoog oordeelde hij over de hachelijke situatie van de kerken in Europa. „U weigert nog steeds om de war.e toestand onder ogen te zien. U zit boordevol academische theologie en maakt plannen en projecten voor hulp in ontwikkelingsgebieden, maar de kerken van Europa zijn geestelijk arm. Zij hebben onbewust het gevoel, dat zij niet eens de geestelijke nood van hun eigen werelddeel aankunnen. Laat staan dat zij mensen in vreemde landen geestelijk zouden kunnen helpen. Daarom vlucht u in technisch, economisch en sociaal dienstbetoon". Was het oordeel van de Indiase spreker onbillijk? Getroffen luisterden de bisschoppen, de predikanten en de professoren uit Europa naar zijn rede. Voor het eerst hadden zij een niet-blanke uitgenodigd om te komen spreken en de keus viel op dr. Pol Verghese uit India, die sinds kort in Geneve bij de wereldraad van kerken werkt als toegevoegd secretarisgeneraal voor oecumenische actie. Kern van zijn kritiek op de kerken van Europa was, dat zij steeds meer in Azië en Afrika de verkondiging vervangen door dienstbetoon.

Dienstbetoon.

Vaak maakt men zich een overdreven voorstelling van de materiële noden van de mensen in niet-westelijke landen, zonder zich voldoende te bekommeren om de innerlijke geestelijke noden in Azië en Afrika. „De kerk heeft echter niet alleen een, taak voor deze aarde. Dienstbetoon kunnen humanisten ook organiseren. Vaak zelfs beter dan de kerk. Maar wat de kerk moet openbaren is: de liefde Gods, Zijn wijsheid. Zijn kracht. Het gaat niet om ontwikkelingsplannen en hulpprojecten, het gaat om de geest Gods, de levensmakende geest, waarvan de vruchten zijn: liefde, vreugde, vrede, barmhartigheid, trouw, deemoed en zelftucht. Onze wolkenkrabbers, bruggen, ruimtecapsules zij gaan voorbij, slechts de vruchten van Gods geest blijven bestaan in de nieuwe hemel en nieuwe aarde, die wij verwachten", aldus dr. Verghese.

Methoden.

Scherp hekelde hij de methoden om geld binnen te krijgen door grote meelijwekkende verhalen te vertellen over de armoede en het beklagenswaardige leven van vluchtelingen en weeskinderen, over hongersnood, overstromingen of andere rampen. „Waarom spreekt de kerk in het westen zo weinig over geestelijke armoede", zo riep hij uit. „Is dat pijnlijk, omdat men daardoor aan eigen geestelijke leegte wordt herinnerd? "

Algemeen is men er in Nyborg van overtuigd, dat de woorden van deze Indiase predikant in de kerken van Europa aan de orde moeten komen. Zijn opmerkingen zijn ernstig. Zij komen van een man, die in Geneva bij de wereldraad een leidende functie heeft en men mag hierin dan ook een nieuwe gedachtengang herkennen voor de oecumenische hulpverlening, zoals die door de wereldraad op grote schaal geschiedt.

Belangrijk.

Anderzijds gaf dr. Verghese, concreter dan wie ook, aan wat de verhouding van de kerk is ten opzichte van het in Europa steeds sterker wordende humanisme. Prof. dr. H. Berkhof uit Leiden, die hier in Nyborg ook tot de grote aandachttrekkende redenaars behoort, zei mij, dat hij Verghese's rede uiterst belangrijk acht, omdat hierin wordt afgerekend met de opvatting, dat de functie van de kerk uitsluitend uit dienstbetoon zou bestaan. „Voor ontwikkelingswerk, voor het ontginnen van de aarde hoeven wij niet apart als kerk op te treden, als dat niet nodig is? Wij kunnen dit als christenen best samen doen met anderen, met humanisten bijv. Maar in de kerk gaat het om de mens als kind van God, als naaste van zijn medemens, als heer in zijn verhouding tot de natuur. Met het beginsel dat onze innerlijke verhouding tot God fundamenteel is voor ons menszijn, staan wij eenzaam in de moderne wereld van Europa", aldus prof. Berkhof's commentaar.

Atheïsme.

En, zo voegde prof. J. M. Lochmann, hoogleraar aan de Comenius Faculteit in Praag, er aan toe: „Dat geldt voor ons allen, voor en achter het IJzeren Gordijn. Bij ons in Tsjecho-Slowakije is het atheïsme staatsbeginsel. Bij u in westelijk Europa wordt naar het woord van God door de grote massa evenmin geluisterd. U noemt dat secularisatie of verwereldlijking. Maar het is hetzelfde wat bij ons atheïsme heet".

Wat Nyborg zal zeggen tot de kerken van Europa is nog volop in discussie. Dat de harde woorden, die gisteren zijn gevallen, niet verzwegen kunnen worden, staat echter nu al wel vast.

Overgenomen uit „Trouw"!

OPEN BRIEF VAN EVANGELISCH CHRISTELIJKE KERK OP NIEUW-GUINEA

De classis der Nederlandssprekende gemeenten van de Evangelisch Christelijke Kerk op Nieuw- Guinea heeft een open brief gezonden aan de Generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland en aan de Generale synode van de Nederlandse Hervormde Kerk.

Deze brief luidt als volgt:

Het is ons, als classis van Nederlandssprekende Gemeenten der Evangelisch Christelijke Kerk op (Nederlands - Nieuw-Guinea een behoefte ons met het navolgende tot u te wenden.

1. Hoewel de Evangelisch Christelijke Kerk, onder eigen opdracht en verantwoordelijkheid aan de Koning der Kerk levend, haar roeping en taak ontvangen heeft onder en ten opzichte van het land en volk van Nieuw-Guinea, blijft zij, en in het bijzonder de Classis der Nederlandssprekende Gemeenten, gezien haar historie en de vele banden die haar bestaan nog verbinden met de Kerken in Nederland, ten diepste geïnteresseerd in het kerkelijk leven in Nederland.

2. Zij slaat met grote aandacht de pogingen gade, die ondernomen worden, officieel en anderszins, om te komen tot grotere samenwerking tussen en zelfs een uiteindelijke eenheid van de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Nederlandse Hervormde Kerk.

3. Het is haar een behoefte, u kennis te geven van het feit dat in haar zondagse bijeenkomsten en in het persoonlijk leven van vele harer leden de gebeden voortdurend worden opgezonden voor de eenheid en waarheid en liefde van de Kerken waaraan de Evangelisch Christelijke Kerk voor haar bestaan zoveel te danken heeft en waaraan zij zich met gelijke liefde verbonden weet.

4. Het is haar voorts een behoefte te getuigen van de dagelijkse vreugde die haar geschonken wordt door de Koning der Kerk in de eendrachtige samenwerking binnen de Evangelisch Christelijke Kerk door hen, die in Nederland tot verschillende Kerken behoorden en, naar het scheen, door onoverkomenlijke barrières van elkaar gescheiden werden.

5. Wij ontveinzen ons niet dat wij binnen de Evangelisch Christelijke Kerk in zeer gunstige omstandigheden verkeren, onder andere door het feit dat wij deel mogen uitmaken van een jonge Kerk. Toch willen wij gaarne met grote dankbaarheid getuigen van de bestaande eenheid die in het bijzonder steeds weer openbaar wordt rondom de ene avondmaalstafel.

Wij weten ons bevoorrecht te leven in de noodzaak om samen verder te gaan in wat wij door Gods zegen samen ontvangen hebben, en om inzake dikwijls zeer belangrijke kwesties een beslissing te nemen (wij noemen bijvoorbeeld de kerkelijke tucht, vragen rondom kerkrecht, de sacramenten, enz.).

Onze eenheid kan zeker niet verklaard worden uit menselijke welwillendheid en een gunstige situatie alleen, maar is voor ons een zichtbaar bewijs van de waarheid dat God ons leidt door zijn Heilige Geest wanneer wij elkaar willen vinden in de ene Heer.

6. Het is ons bekend dat in de Kerken in Nederland alom biddend gezocht wordt naar wegen om te komen tot eenheid van hen, die, hoewel één Heer en Heiland belijdend, nog gescheiden leven. Wij beseffen zeer goed dat wij ons te onthouden hebben van advies in een materie, waarover wij nog afgezien van zijn uiterst gecompliceerde en delicate karakter, niet tot oordelen bevoegd zijn.

Het is echter onze vreugdevolle taak om van de grote dingen die God in dit opzicht onder ons gedaan heeft te getuigen juist tegenover de kerken in Nederland waaraan wij ons zozeer vertoonden weten.

Wij geloven nl. dat wanneer God ons tot eenheid roept, daarmee ook de mogelijkheid is gegeven tot deze eenheid.

Bij alle gebreken die ons kerkelijk leven en werken op Nieuw-Guinea aankleven en bij alle specifieke moeilijkheden waarvoor de kerk op- Nieuw-Guinea zich geplaatst ziet, hopen en bidden wij dat u de wegen zult vinden die leiden tot het ontvangen van dezelfde vreugde die wij mogen ervaren: het gezamenlijk werken en getuigen in de dienst van Hem die zich noemt de goede Herder van de éne kudde waarvoor Hij Zijn leven heeft ingezet.

In Jezus Christus u toebiddend de leiding en zegen des Héeren, namens de classis van Nederlandssprekende Gemeenten der Evangelisch Christelijke Kerk, het moderamen

(w.g.) Ds. S. S. van Dijk, praeses

(w.g.) Ds. P. B. W.Polvliet, scriba

ER GAAT MIJ EEN LICHT OP . . . . 

Wist u, dat deze uitdrukking aan de Bijbel is ontleend?

In de Staten-Vertaling staat: ... en over wien gaat zijn licht niet op? 

Na de Reformatie was de Bijbel gemeengoed. Iedereen toediende zich van de bijbelse taal en kende de bijbelverhalen op z'n duimpje.

Op de paplepel stond een bijbelse spreuk; op het bord van de kleuter idem. Aan de wand hingen bijbelse teksten. Ja zelfs op de beddewarmer stond soms een spreuk, ontleend aan de Bijbel. Drie maal per dag las men de bijbelverhalen. De tegels om de haard gaven voorstellingen van veel wat in de Bijbel staat. 

De Bijbel met zijn rijke geschiedkundige, dichterlijke en profetische inhoud, alles geconcentreerd op Christus, die het licht in de wereld en in eigen leven doet opgaan  . . . .dat alles sprak tot de mensen van toen . . .. en tot de mensen van nu!

Om „het licht te laten opgaan" over de wereld van nu, zijn 23 bijbelgenootschappen bezig aan „vertaling, druk en verspreiding" van de Bijbel, omdat het Gods Gebod is.

Wellicht gaat bij u ook een lichtje op, omdat Gods Gebod: „Verspreidt het Evangelie tot aan de uitersten der aarde" ook impliceert, dat de Bijbel dient verspreid te worden „tot aan de uitersten der aarde".

Het Nederlandsen Bijbelgenootschap, opgericht op 29 juni 1814, stelt zich ten doel de vertaling, de uitgave en de verspreiding van de Bijbel in zijn geheel of in gedeelten, zonder aantekening of uitlegging, zowel binnen Nederland als daarbuiten, zonder dat het een commercieel oogmerk nastreeft.

Zo luidt artikel 1 van de Wet van het N.B.G. Wellicht gaat u ook een lichtje op, een lichtje dat u verplicht als Christen het werk van de bijbelgenootschappen te steunen en te helpen door uw jaarlijks lidmaatschapsgeld of uw gave!

VEILIG VERKEER

Een zaak van leven en dood

Het verkeer van vandaag is een zaak van leven en dood geworden. Daar staan wij niet iedere dag bij stil. Maar een doodsbericht in de krant of een autowrak ergens aan de kant van de weg zijn stille getuigen van de mateloze ellende die het moderne verkeer ons — naast alle zegeningen — heeft gebracht en bijna dagelijks wéér brengt.

Natuurlijk kan men van niemand vergen, dat hij zich dag in dag uit en op elk uur van de dag die ellende bewust is. Het leven zou daarbij ondraaglijk worden. Maar wèl is het goed, dat ieder zich bij tijd en wijle afvraagt, of hij of zij wel alles doet wat mogelijk is om het verkeer zo veilig mogelijk te maken. ledere weggebruiker zou zich eigenlijk eenmaal per week de spiegel moeten voorhouden met de vraag „Ben IK een goed weggebruiker? "

Wellevendheid

Het is een angstwekkend verschijnsel, dat zodra mensen aan het verkeer gaan deelnemen, zij dikwijls van beschaafde, wellevende burgers veranderen in agressieve, haatdragende individuen, die vóór alles op hun rechten staan. Statistieken wijzen uit, dat slechts een gering percentage van de verkeersongevallen is terug te voeren op technische mankementen van de verkeersmiddelen. Is dit op zich zelf al niet veelzeggend? Ook de kennis van de verkeersregels is — hoe belangrijk ook — nog geen vrijwaring van een veilige afwikkeling van het verkeer. Véél en véél belangrijker is de houding van iedere weggebruiker jegens zijn medemens. Veilig verkeer is in de eerste plaats een zaak van wellevendheid en eerbied voor de medemens.

Slecht humeur

Een slecht humeur is nóóit prettig, maar op de weg is het dat zeker niet. Erger nog, het kan fataal zijn. Want niets is gevaarlijker op de weg dan een automobilist die zijn ochtendhumeur of zijn huiselijke twisten botviert op het gaspedaal. En de wandelaar, die op de terugweg van kantoor nog helemaal in zijn werk verdiept is, is óók een gevaar op de weg, voor zichzelf èn voor anderen. Er zouden stellig heel wat minder ongelukken gebeuren, als iedereen zijn complexen, zijn opwindingen en zijn zorgen thuis kon laten. Dat is niet eenvoudig en in vele gevallen ook onmogelijk. Het verkeer eist de volle aandacht van alle verkeersdeelnemers. Verslapte of verdeelde aandacht werkt de onveiligheid in de hand. En dat die onveiligheid ( helaas) nog groot is toewijzen de cijfers:

In 1961 bedroeg het aantal verkeersongevallen meer dan 190.000; daarbij werden plm. 2.000 mensen gedood en ongeveer 50.000 zwaar of licht gewond.

Kwestie van mentaliteit

We hebben al gezegd, hoezeer de mentaliteit van de weggebruikers de veiligheid op de weg bepaalt. Die mentaliteit is in feite een kwestie van verkeersbeschaving, die op zijn beurt weer voortvloeit uit de primaire beschavingsvormen zoals wij die reeds als kind krijgen voorgehouden. Daarom is het zo belangrijk dat — het Verbond voor Veilig Verkeer hamert steeds meer op deze stelling — ouders en ouderen het jonge kind reeds iets van die omgangsvormen en wellevendheid bijbrengen, die in het verkeer zo'n grote rol spelen.

Ook de regels kennen

Maar al is het dan op de weg ook in de eerste instantie een kwestie van beschaving en van mentaliteit, toch moeten we ook de spelregels kennen, grondig kennen en ... toepassen. Daar weet het Verbond voor Veilig Verkeer wel raad op... Een uitstekende raad zelfs: de Verkeerssleutel. Deze Verkeerssleutel is een beknopte, maar pittige verkeerstheorie, bestaande uit zes lessen. Groepen kunnen onder leiding van een deskundige, (bijv. een politieman) zich in deze theorie verdiepen en zich na elke les op een serie vragen storten. Het is boeiende stof, vlot en gezellig verteld. Géén schoolse lesjes, en bovendien een prima voorbereiding voor het theoretisch examen van het rij­bewijs.

Dat rijbewijs is voor veel mensen tegenwoordig een „normaal" bezit geworden. Wie 18 is (of wordt) wil 't vaak zo gauw mogelijk halen. Maar de (droge theorie... men heeft juist vaak net geen zin om zich daarin te verdiepen. Men wilt leren autorijden, meer niet. Gevolg: hele series kandidaten zakken „op de theorie". Om maar te zwijgen van alle weggebruikers, die al jaren rijden (of in ieder geval: lopen) en een opfrissertje van hun verkeerskennis en een verdieping van hun verkeersinzicht dringend nodig hebben. Het Verbond voor Veilig Verkeer wil iedereen de - kans geven zich vertrouwd te maken met de verkeerstheorie. Zelf organiseren moet men zo'n cursus natuurlijk wel. Om te beginnen moet er een clubje mensen zijn, dat mee wil doen. Dan maar eens contact opnemen met de afdeling Verkeurssleutel van het Verbond, Servetstraat 5, Utrecht.

De opzet van de Verkeerssleutel is het werken in groepsverband (onder leiding van een deskundige) gedurende zes avonden aan de uit zes afzonderlijke hoofdstukken toestaande cursus. Thuis vult men dan een vragenlijst in, die op de volgende les wordt gecorrigeerd en besproken.

Aan het eind van de cursus wordt door de groep een test afgelegd, die door het Vertoond te Utrecht wordt gecorrigeerd. De kosten bedragen per persoon ƒ 3, —. Daarbij is alles inbegrepen: de 6 lessen, de vragen, het examen, correcte van het examenwerk, voor de geslaagden een certificaat en een draagspeldje. Kortom: echt een initiatief om — óók in de bedrijven — spelenderwijs meer met het verkeer vertrouwd te geraken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKNIEUWS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's