UIT DE PERS
Op het „Hervormd opleidingscentrum" is enige tijd geleden een reünie gehouden waar een forum gesproken heeft over de wenselijkheid van het voortbestaan der richtingsorganisaties.
De voorzitter, ds. J. T. Wiersma, bepleitte het opheffen van de richtingsorganisaties want deze konden wel eens wantrouwen uitdrukken in de macht van de Waarheid-zeLf.
In een tweetal artikelen gaat ds. Groenewoud daar uitvoerig op in, in het Hervormd Weekblad. Het is jammer dat het te veel ruimte in ons overzicht zal innemen, maar de artikelen zijn het waard om in z'n geheel doorgegeven te worden. We moeten helaas nu volstaan met hier en daar een greep uit de artikelen:
Natuurlijk komt het voor, dat gemeenten van een bepaalde richting, een predikant van dezelfde richting wensen. Dit verandert echter niet door het opheffen van de richtingsorganisaties. En, wat men hier aan de richtingsorganisaties verwijt, moet men, om billijk te zijn, evengoed verwijten aan de richtinglozen.
Er zijn ook gemeenten die beslist geen richtingsman willen hebben, en de middenorthodoxie van de richtinglozen bevordert het beroepen van predikanten van dezelfde overtuiging evenzeer als dat geschiedt door hen die wel bij een richtingsorganisatie zijn.
En als het gaat over het „er naast staan", dan valt niet te ontkennen, dat de officiële kerk het bepaald houdt op degenen die geen rlchtingsmannen zijn. Wie een uitgesproken richtingsman is, staat er, wat de kerkelijke organen betreft, naast; men wordt dan niet kerkelijk genoeg geacht.
In dit opzicht treedt de richtingloze middenorthodoxie minstens even partijzuchtig op als de richtingsorganisaties. Het enige verschil is, dat deze middenorthodoxie in de kerk de macht in handen heeft. In zoverre heeft professor Berkhof in zijn boekje over de midden-orthodoxie volkomen gelijk. Het is deze middenorthodoxe partij die de kerk regeert; en van de uitgesproken richtingsmensen aanvaardt ze alleen hen, die zij in haar kader kan gebruiken. De anderen zijn niet kerkelijk genoeg.
Uit het tweede artikel van ds. Groenewoud nemen we nog het volgende over:
Hiermee erkent ds. Wiersma dat het bij de richtingen gaat om de Waarheid. Alleen hij zegt: de Waarheid Gods is zelf machtig genoeg om te overwinnen. Inderdaad. Als zij dat niet was, zouden wij ons niet aan haar onderwerpen, zouden ook de confessionelen haar niet aanhangen. Wij geloven ook, ja we zien het, dat in de Hervormde Kerk van deze tijd, de Waarheid haar macht om te overwinnen openbaart. Men moet het optreden van de Confessionele Vereniging dan ook niet zien als een poging om de Waarheid aan de overwinning te helpen. Maar de Waarheid kan alleen overwinnen als zij gepredikt wordt. En het is de taak der kerk, de Waarheid te verkondigen. Zij heeft er dus voor te zorgen, dat de Waarheid wordt gepredikt. En daarom is de Confessionele Vereniging nu opgericht, omdat de kerk er niet voor zorgde dat de Waarheid, en de Waarheid alleen werd gepredikt. En de Confessionele Vereniging bestaat nog steeds, omdat de kerk er, ondanks de nieuwe kerkorde, nog altijd niet voor zorgt, dat de Waarheid, en alleen die, wordt gepredikt, omdat er nog steeds een bestrijding van de Waarheid in de Hervormde Kerk is, die volstrekt ongemoeid wordt gelaten door de kerkelijke organen die geroepen zijn, daar tegen op te treden. In zekere zin is de Confessionele Vereniging dus het geweten voor deze organen der kerk. De stem van het geweten is niet altijd aangenaam en men is geneigd, daaraan maar liever het zwijgen op te leggen. Zou het daarom zijn, dat zo velen, die niets van leertucht willen weten, zo gaarne de Confessionele Vereniging van het toneel zagen verdwijnen?
Het is onze grief, dat men zelf op dit punt in gebreke blijft en dan aan ons verwijt, dat wij een richtingsorganisatie hebben.
Zal de Confessionele Vereniging dan niet voldoen aan de wens van deze buitenstaanders die en bovenvermelde reünie aan het woord kwamen? Neen, wanneer de situatie in de Hervormde Kerk blijft, zoals die nu is. Neen, wanneer men in de Hervormde Kerk de eenheid die geboden is door het samen Hervormd zijn, belangrijker acht dan de eenheid in Christus; wanneer men de hervormd kerkelijke eenheid blijvend laat bepalen door dat hervormd zijn en niet door de gemeenschap van het geloof in Christus. Neen, zolang de Hervormde Kerk door het niet handhaven harer belijdenis gevaar loopt, van karakter te veranderen. Maar zodra de kerk ernst maakt met haar belijdenis, en de belofte die in de kerkorde is gegeven honoreert, zodra de daartoe geroepen kerkelijke organen en personen eenvoudig hun roeping en hun kerkelijke opdracht vervullen, zal de Confessionele Vereniging daarvan de consequentie aanvaarden. En dat zal ons een grote vreugde zijn; omdat de kerk dan weer wordt wat zij moet zijn.
De kerkelijke pers heeft zich nog al uitvoerig bemoeid met de figuren die men aan wil brengen op de toren van de Eusebiuskerk te Arnhem. Voor- en tegenstanders hebben er hun mening over gezegd. In het Hervormd Weekblad geeft G. Braak Hekke op geestige maar scherpe wijze zijn mening er over te kennen:
Volgens mij zijn het zeer rake typeringen van het geestelijk leven van vele christenen. Olivier Bommel, de domme verwatenheid, Wammes Waggel, de goedgelovige sukkel, Mickey Mouse, handige slimmerik, die zichzelf en de anderen er altijd weer uitredt, zijn het niet zeer juiste typeringen van veel christenen? Van de kerk? Hebt u nooit meegemaakt dat de kerk ongelijk erkende? Hebt u zich nooit geërgerd aan de manier waarop vele moeilijke kwesties door de kerkmensen werden aangepakt en zogenaamd werden opgelost? En is Wammes Waggel met zijn sullige goedgelovigheid niet een veel voorkomende figuur in het kerkelijk leven, dat aan de brandende kwesties van onze tijd voorbij gaat, ze niet eens ziet?
De mooiste plaats zou ik willen geven aan Poppeye de zeeman. Poppeye kan alle moeilijke kwesties aan, niets onmogelijk voor hem. Hij neemt een paar happen spinazie en de zaak komt voor elkaar. Gebruiken vele christenen ook niet op deze manier geloof en bijbel, het gebed, de kerk, en je bent tegen alles bestand.
Het fijne van de zaak is, dat onze kinderen deze figuren heel goed kennen. Ze nemen ze niet ernstig. Is dit niet van grote waarde voor de kerk. De kerk leert hen nu al spelende om al deze vormen van christelijk leven niet ernstig te nemen. De figuren horen daarom ook aan de buitenkant van de kerk. Ik vrees dat ik de namen van deze figuren niet allemaal op de juiste manier heb gespeld. Dat komt omdat ik zelf nog te ouderwets ben.
In Waarheid en Eenheid maakt ds. J. B. V. Mechelen enkele notities bij het korte doopformulier dat de Geref. Kerken in gebruik willen gaan nemen. Hij heeft nog al bezwaren tegen enkele formuleringen. Z.i. heeft men te weinig zijn uitgangspunten gekozen in dat wat de catechismus als essentieel voor de doop en de sacramenten in het algemeen belijdt. Men heeft oude elementen met nieuwe vermengd zonder ze tot een geheel te kunnen samenvoegen. Hij schrijft o.a.:
De Roomse Kerk leert, dat de sacramenten „heilige handelingen en woorden" zijn, „door Jezus Christus ingesteld, om genade te geven die zij aanduiden". Door de doop wordt de erfzonde afgewassen, het recht op de hemel geschonken. Door de doop geschiedt de overbrenging tot de staat van genade of kindschap.
In ons nieuwe doopformulier treft men een zin aan, die, stellig niet naar de bedoeling van de opstellers, maar wel naar wat er letterlijk in wordt uitgesproken grote overeenkomst vertoont met deze Roomse leer. Er staat immers deze zin in: „Door de doop ontvangen wij het Voorrecht, dat de drieënige God Zijn naam op ons legt en ons onder Zijn verlossende heerschappij brengt."
In de loop van de achter ons liggende strijd rond de doop is telkens gebleken, dat liturgische formulieren, en met name het doopformulier, gebruikt worden om een voorgestaan standpunt te verdedigen. In de praktijk fungeerden deze formulieren als belijdenisgeschriften.
Dit mede in aanmerking genomen dient men bij de formulering van liturgische formulieren extra nauwkeurig op de woorden te letten. Zelfs zonder deze bijkomstige omstandigheid is er reeds voldoende reden toe. Over het nieuwe formulier zijn m.i. diverse opmerkingen te maken, die een zeker belang vertegenwoordigen. Ik wil het daar niet, althans nu niet, over hebben, omdat al deze opmerkingen toch zouden wegvallen tegen het overwegende grote bezwaar, dat de aangehaalde zin oproept. Kortweg staat er, dat wij door de doop onder de verlossende heerschappij van de drieënige God gebracht worden. Wat onder deze verlossende heerschappij verstaan wordt, werkt het formulier in drie punten uit: „De Vader is het. Die ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt, de Zoon is het. Die door Zijn bloedstorting aan het kruis voor al onze zonden volkomen voldaan heeft, zodat wij in Hem voor God rechtvaardig zijn. En het is de Heilige Geest, Die ons deelachtig maakt hetgeen wij in Christus hebben en ons tot de dienst des Heeren herschept en bekwaamt".
Dat wij dit voorrecht verkrijgen DOOR de doop sluit heel natuurlijk aan, bijna punt voor punt, op de Roomse beschouwing van de doop, maar het is toch slecht in de Gereformeerde zin uit te leggen. Zelfs als het mogelijk is — hetgeen ik nog niet zie — deze zinsnede Gereformeerd te interpreteren, wekt ze begripsverwarring
Afgezien van de leerstellige aanvechtbaarheid van de formulering, is er m.i. ook een bezwaar uit oogpunt van de pastorale zorg. Met name in gemeenten, waar de „vroegdoop" in gebruik is, maar toch ook wel daarbuiten, komt men telkens de Vraag tegen, hoe wij moeten denken over de kinderen, die sterven voor zij gedoopt zijn. De troost vinden wij dan niet in de doop, maar in de verbondsbelofte, die aan de doop voorafgaat en van meet af rust op de kinderen der gelovigen. De „verlossende heerschappij", als men deze slappe zegswijze wil overnemen gaat aan de doop vooraf, wordt niet door de doop teweeggebracht, zelfs niet tijdens de doop, maar juist omgekeerd, de doop is er een gevolg van, want de doop is een bevestiging, een verzegeling van de verbondsbelofte. Pastoraal acht ik het niet verantwoord de troost ten aanzien van de vroeg gestorven kinderen te ondermijnen door het zicht op de voorafgaande belofte te hinderen, zo niet weg te nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 oktober 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's