De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN BOND, VERENIGING, PARTIJ EN KERK

Bekijk het origineel

VAN BOND, VERENIGING, PARTIJ EN KERK

8 minuten leestijd

II

In een vereniging streeft men de omschreven doelstelling na op het terrein, waarop men gemeenschappelijke belangen gemeenschappelijk wil behartigen. De Kerk heeft haar geheel eigen bestemming en organisatie, zij is des Heeren en gebonden aan Zijn Woord. Het is echter zover gekomen, dat ©r verschillende verenigingen binnen de kerkelijke saamleving zijn ontstaan met een eigen theologie, al of niet in erkenning van de belijdenis, derhalve al of niet met erkenning van het goddelijk gezag der H. Schrift en met een eigen doelstelling: de Confessionele Vereniging, de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden, en ook de Gereformeerde Bond tot verdediging en verbreiding van de Waarheid in de Hervormde (Gereformeerde) Kerk om ons bij de laatste maar te bepalen.

Deze doelstelling is slechts verdedigbaar, als de kerkregering schromelijk in gebreke blijft te doen, wat ze naar de kerkelijke belijdenis schuldig is te doen.

Het statuut van de Geref. Bond omschrijft de grondslag, waarop hij staat, overeenkomstig de grondslag, waarop de Kerk der reformatie in ons vaderland staat en naar zijn overtuiging behoort te staan, onder verwijzing naar de Drie Formulieren van Enigheid en de Dordtse Kerkorde.

Hij wil bevorderen, wat naar zijn oordeel de kerk en de kerkregering niet doen, althans niet naar eis en recht doen, nl. de handhaving van de belijdenis en van de Schriftuurlijke beginselen van kerkorde.

Het ligt voor de hand, dat dergelijke verenigingen in een gezond kerkelijk leven geen plaats kunnen hebben. Ze zijn daarom ziekteverschijnselen van ernstige aard en ondermijnen het normale kerkelijk leven en het normale kerkbesef in eigen kring en bij anderen.

Om een voorbeeld te noemen, niemand behoeft zich er over te verwonderen, dat de leden het lidmaatschap van de kerk en het lidmaatschap van zulk een vereniging niet meer uit elkander houden. Heel gemakkelijk vat de idee van een kerkje in de kerk (d.i. dan het eenheidsinstituut) post bij de mensen, zowel bij de Vrijzinnigen als bij de Confessionelen en de mensen van de Gereformeerde Bond.

Hoe kan het ook anders?

De Vereniging van Vrijzinnig Hervormden koestert een kerkbegrip naar de vrijzinnige trant, en dat is vanzelfsprekend een zodanig, dat een „wettige" plaats geeft aan de vrijzinnigheid, mogelijk een vrijzinnige „kerk" onderstelt, aangenomen, dat kerk en vrijzinnigheid niet als onverzoenlijke tegenstellingen worden beschouwd, hoewel dit voor de orthodoxe belijder zo is.

In ieder geval is het zó, dat de vrijzinnigen een opvatting van de christelijke religie huldigen, die onverenigbaar is met de meest fundamentele stukken der belijdenis. Een opvatting, die de orthodoxie als een verouderd standpunt beschouwt, indien misschien niet als „survival" uit een primitief stadium. Intussen houdt men vast aan sommige christelijke levensvormen als samenkomsten, zeg „kerkelijke" samenkomsten, predikanten, ouderlingen en diakenen.

Het is dus niet teveel gezegd, dat een vereniging als die van Vrijzinnig Hervormden een eigen „kerkelijk" stempel draagt. Daartoe heeft niet weinig bijgedragen, dat hun geschiedenis met die der Hervormde Kerk nauw samenhangt. Ze zijn niet van buitenaf gekomen, maar in de kerkelijke samenleving gegroeid, door het instituut beschermd, althans niet uitgewezen vanwege hun afwijkingen van de reformatorische belijdenis, omdat het ontbrak aan kerkelijke tucht. Dientengevolge ontstond zoiets als een „historisch recht" om in de Hervormde Kerk als vrijzinnige een „kerkelijk" thuis te hebben. Men kan dit recht betwisten, maar de feiten zijn zo. Overgangsbepaling 238 stelt ook voor de vrijzinnigen de weg open voor een nevenkerkje naast (en tegenover) de officiële kerk.

Met de Confessionele Vereniging is het desgelijks. Gelet op de ontwikkeling van de Hervormde Kerk in de voor-oorlogse en na-oorlogse jaren — wij denken aan „Kerkherstel" en „Kerkopbouw", aan het ontwerp van reorganisatie 1938, aan de kerkorde 1951 en hoe deze tot stand kwam — mag men aannemen, dat de met de Confessionele Vereniging sympathiserende groep, de z.g. midden-orthodoxie, wel zo ongeveer de kerk, in ieder geval de kerkorde en kerkregering heeft, die zij wenste en zich voorstelde als een „Christus belijdende volkskerk". De huidige situatie is nog wel niet ideaal, want, ofschoon zij met steun van de vrijzinnigen deze situatie hebben verkregen, vrijzinnig zijn ze niet. Als gij vraagt, of de vrijzinnigheid in de kerk naar middenorthodox patroon kan worden toegelaten, weten ze niet precies, waar zij moeten beginnen, maar ergens toch is een grens tussen toelaatbare vrijheid en ontoelaatbare vrijzinnigheid.

Midden-orthodox — een vreemd begrip — is toch zo iets als de orthodoxie van het midden: niet al te links, maar ook niet al te rechts. De Confessionele Vereniging zet zich af tegen de Gereformeerde Bond, haar aanhangers worden onrustig en maken een vreselijke drukte, als ze op een of andere wijze er aan herinnerd worden, dat de Geref. Bond geen gezangen in de Dienst des Woords zingt, alsof dit zo iets heel bijzonders en opzienbarends is. Zij zijn er als de kippen bij om van schibboleth te spreken.

Het kan daarom zijn nut hébben om degenen, die daaraan meedoen, er aan te herinneren, dat reeds de oud-Christelijke kerk aanleiding heeft gehad het vrije lied uit de Dienst des Woords te weren, omdat het zo gemakkelijke ketterijen in de kerk doet insluipen. Dat argument is nog altijd actueel. Het is dus van origine niet eens specifiek gereformeerd de gezangen te weren.

Zuiverhouding van leer heeft ook de gereformeerde synoden der 16e eeuw bewogen om zich, ook wat de liturgie aangaat, bij de Schrift te houden. Dit bepaalt ook 't standpunt van de Dordtse synode van 1618 (19). In onze eeuw werd dit vastgehouden door de Christelijke Gereformeerde Kerk, door de Gereformeerde Kerken, die er helaas in de laatste jaren mee gebroken hebben, door de Gereformeerde Gemeenten en door de Gereformeerde Bond.

Het is dus waarlijk niet zo'n vreemd verschijnsel.

Overigens is het wellicht niet overbodig er de aandacht op te vestigen, dat deze aangelegenheid te Dordt als een kerkordelijke is behandeld. (Zie art. 69 D.K.). Ook in de Gereformeerde Bond geldt het een kwestie van orde, zo men wil een kwestie van partijdiscipline en niet van kerkelijke tucht. De Gereformeerde Bond is een vereniging en geen kerk. Bovendien zou een kerk, die zich aan de reformatorische belijdenis houdt, geen persoon of kerk van haar gemeenschap uitsluiten om dergelijke kerkordelijke aangelegenheden — hoe belangrijk die ook kunnen zijn — indien er overigens overeenstemming is in de leer.

Er is derhalve geen sprake van een schibboleth, alsof de Bond nu eens zou uitmaken wat gereformeerd of niet-gereformeerd is en alszondanig in de Hervormde Kerk gelden zal. Dit is trouwens een kwestie van belijdenis. Naar traditioneel kerkelijke maatstaf is hij, die met de belijdenis der Drie Formulieren instemt, gereformeerd. Het is de roeping der kerk haar belijdenis zuiver te houden en dit is niet de taak van een Bond of Vereniging.

Wat anders is het, indien de kerk nalatig is in de vervulling van haar roeping ten aanzien van de zuiverhouding der prediking overeenkomstig haar belijdenis, dat leden, die dit ter harte gaat, zich verenigen om middelen en wegen te zoeken ten einde te bevorderen, dat daarin verandering ten goede moge komen. Het ligt voor de hand, dat zij zich als Bond of Vereniging stellen op de grondslag der belijdenis en wie zal het hun kunnen euvel duiden, dat ze de Schriftuurlijke beginselen der Dordtse Kerkorde daarbij zoveel mogelijk vasthouden?

De Confessionele Vereniging gaat in dit opzicht niet met ons mee. Zij richt evangelisaties op in Hervormd-Gereformeerde gemeenten. Ook heeft zij de titel van haar orgaan „De Gereformeerde Kerk" gewijzigd in „De Hervormde Kerk". En hoezeer dit meer dan een oppervlakkige aanleiding heeft gevonden in de midden-orthodoxie, kan men verstaan uit het feit, dat juist in deze evangelisaties het eerst de wens is opgekomen om een zekere kerkelijke zelfstandigheid in zg. noodgemeenten te verkrijgen, zoals door overgangsbepalingen werd mogelijk gemaakt. 

Dat dit kon gebeuren in legitiem gereformeerde gemeenten, kan aantonen, dat de bovenbedoelde zich als „Confessioneel" aandienende evangelisaties ver verwijderd zijn van het klassiek gereformeerd kerkbesef. Het ontbreekt ook niet aan stemmen, die de tegenwoordige gang van zaken in de kerk als „gereformeerd" bestempelen. Dat is ook al weer niet zo, wonderbaarlijk, als men in aanmerking neemt, dat Karl Barth het er voor houdt, zich in de lijn der reformatie te bewegen, zoals prof. Berkouwer mededeelt en wij op zijn gezag gaarne aannemen, (zie Chr. Enc. 2e dr. in voce Barth). Of Berkkouwer het zelf gelooft, blijkt daaruit niet. We kunnen het haast niet onderstellen, maar als je aan zijn „de triomf der genade" denkt, zou je er aan twijfelen.

Hoe het ook zij, de getekende situatie en de heerschappij der „midden orthodoxie" rechtvaardigen niet alleen het voortbestaan van de Gereformeerde Bond, maar stellen de eis, dat hij de lijn van lijn beginselen strak houdt en in eigen kring niet verslapt.

Dit op grond van de ontwikkeling binnen de Hervormde Kerk, doch als we een blik naar buiten werpen, mag een enkele opmerking niet achterwege blij­ven.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VAN BOND, VERENIGING, PARTIJ EN KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's