VAN BOND, VERENIGING, PARTIJ EN KERK
III.
We noemden prof. Berkouwer en prof. K. Barth, en vonden aanleiding om even verder over de muur der Hervormde Kerk naar buiten te kijken. Neen, op de beweging van „de achttien" gaan we niet in, omdat ons standpunt dienaangaande bekend is. Het is echter wel van belang voor onze leden, zij het in vogelvlucht, een indruk te geven van de huidige situatie van kerk en theologie in de wereld. Het zal niet nodig zijn er op te wijzen, dat de tegenwoordige toestand der kerk niet maar op zich zelf staat, doch saamhangt met en voor een niet gering gedeelte vrucht is van de ontwikkeling van de theologie sedert de reformatie.
Zij, die de beweging gevolgd hebben en kennis genomen van de veronderstellingen en uitgangspunten, die heerschappij over de geesten verkregen, en de huidige situatie bepaald hebben, zullen tot de conclusie komen, dat de „theologie" van onze dagen zeer ver verwijderd is van het schriftuurlijk geloof.
Als we „theologie" zeggen, bedoelen we de dusgenaamde wetenschap, zoals aan de theologische faculteiten wordt beoefend en dan met name in haar karakter en strevingen, zoals die door de leiding gevende figuren wordt bepaald : m.a.w. door de mannen van naam, die bij wijze van spreken iedereen kent, althans wel eens gehoord heeft: K. Barth, Brunner, Bultmann, Tillich, Thièlicke om maar enige namen te noemen.
In verband daarmede verdient het aanbeveling een beetje voorzichtig te zijn met het woord „theologie". Voor vele mensen staat theologie gelijk met geloof, godsdienst. Godskennis, en theologie betekent ook kennis van God, maar als wetenschappelijke term heeft het toch een geheel andere zin gekregen dan wanneer men in de gemeente over Godskennis en geloof spreekt.
De afstand dus tussen de tegenwoordige „theologie" en het geloof der gemeente. Die distantie is zó groot geworden, dat zij in verschillend opzicht tot onverzoenlijke tegenstellingen heeft geleid.
Zoals men kan begrijpen, is dat niet in één dag gegroeid, maar het is toch wel zó, dat de symptomen van die onverzoenlijke controversen in alle eeuwen aanwezig zijn. In de grond der zaak vinden deze haar oorzaak in het apart karakter der geloofskennis, in de afhankelijkheid van het werk der openbaring door Woord en Geest, dus in het geestelijk karakter der Schriftuurlijke Godskennis. Dat aan de éne kant en anderzijds in de algemeenheid van religieus beseffen en gevoelens en de drang van de natuurlijke rede om ook deze voor haar ongrijpbare dingen te doorgronden.
Een klaar en duidelijk voorbeeld daarvan levert de geschiedenis der „Godgeleerdheid" sedert de reformatie. Nevens het rein geestelijk uitgangspunt der reformatoren in het Schriftgeloof, laat zich van meetaf de lijn van een wijsgerige geest aanwijzen, die kritiek oefent op de Heilige Schrift en er heen drijft de taak der profetische openbaring over te nemen, als zou deze allengs hebben afgedaan. De mens zou tot een hoogte van ontwikkeling zijn gestegen, die zijn redewezen in staat stelde het licht der openbaring in eigen redearbeid te ontdekken.
Hard van stapel lopende „nieuwlichters" z.g. neologen (achttiende eeuw) roerden zich heftig, hoewel uit de aard der zaak nog niet onmiddellijk met algemene instemming en algemeen welnemen. Intussen bleef er in hun beschouwingen en redevoeringen van de heilsfeiten der christelijke religie zo goed als niets meer over. De „redelijke godsdienst" zou de ware geestelijke vrijheid brengen.
De negentiende-eeuwse theologie heeft het rationalisme niet meer losgelaten, waarmede een soms zeer radicale kritiek op de Bijbel saamhangt, en waarbij de wijsbegeerte een overheersend aandeel op de „theologische" beschouwingen en methoden heeft verkregen.
In deze weg heeft de theologie zich steeds verder van het Schriftgeloof van Christus' Kerk verwijderd. De belijdenis van het goddelijk gezag der Heilige Schrift en van de meest fundamentele stukken der reformatorische geloofsbelijdenis worden door velen als verouderd en voor de moderne mens niet meer aanvaardbaar beschouwd.
Men zal dus kunnen verstaan, dat er onder de theologen zijn, die met het oog op die moderne mens, een voor hen aanvaardbare structuur van de christelijke religie bedoelen te geven. Eigenlijk tekent een dergelijke „moderniserende" trek vrijwel het karakter der hedendaagse theologie.
Het meest typerende kenmerk over de gehele linie is wel de kritische instelling op de Heilige Schrift. Heel menselijk en ook begrijpelijk op rationalistisch standpunt, d.w.z. als de menselijke rede, ook in de dingen die des Geestes Gods zijn, geacht wordt het beslissende oordeel te hebben. Het geloof in het goddelijk gezag der Heilige Schrift is n.l. een gegeven des geloofs. De erkenning van het goddelijk gezag der Schrift is als daad van het geloof van geestelijke oorsprong en geen conclusie van het natuurlijk verstand. Daarin ligt de grond der onderscheiding en der distantie tussen idealistische beschouwingen van de menselijke rede (buiten het geloof) en de geestelijke kennis van het geloof der gemeente van Christus.
De kritische instelling op de Heilige Schrift in de „nieuwe theologie" van onze tijd is zover doorgedrongen, dat ook de pogingen om de theologiserende geesten terug te roepen tot de theologie des Woords, helaas als schromelijke mislukking moeten worden beschouwd, omdat ze al te zeer door de tendens naar de moderne mens ingenomen worden weerhouden van de gezonde leer der Godzaligheid.
Overbodig te vragen, hoe het dan zal gesteld zijn met de Schriftbeschouwingen van die theologen, die de moderne mens begeren tegemoet te komen, en een aan hun aangepaste christelijke religie willen voorstellen. Eén van de in dit opzicht meest op de voorgrond tredende, ook één van de meest radicale theologen van onze tijd is prof. Bultmann.
Zijn methode komt er in feite op neer dat evenals dat in de 19e eeuw bij de radicale critici gebruik is geweest, alles, wat met rede en ervaring in strijd wordt geacht, uit de Schrift als menselijke inkleding te verwijderen. Het overige kan dan dienstbaar gemaakt worden aan een christelijke religie van eigen makelij. Ook ontbreekt het niet aan uitingen van een welbewust streven om de traditioneel christelijke leerstellingen en gebruikelijke uitdrukkingen, ontledigd van de overgeleverde betekenis en inhoud, door nieuwe wijsgerige vullingen pasklaar te maken voor de moderne mens. Indien men bedenkt, dat de geestesgesteldheid, die deze ontwikkeling heeft opgeroepen en bevorderd, enige eeuwen aan het werk is geweest, aan de universiteiten heeft gedoceerd, door studenten en predikanten is overgedragen in de wereld en in de gemeenten, dan kan men begrijpen, dat zij allengs het traditioneel geloof ging ondermijnen en verdringen, het ganse leven ging beheersen en een stempel op de samenleving zetten.
Niet zo heel gemakkelijk het de traditionele prediking zich echter van de kansel, haar wettige plaats, verdringen en nog minder het traditioneel geloof, waar het had postgevat. De ervaring leert echter, dat ook het kerkelijk leven onder de invloed van het rationalisme in menig opzicht zijn geestelijke kracht heeft ingeboet en nog dagelijks zijn offers brengt aan de geest dezer eeuw. De onweerlegbare bewijzen daarvan liggen voor het grijpen : niet alleen in de verwarde en ingezonken toestand van het kerkelijk leven, maar ook in de ontvolking van de kerken, die schier algemeen wordt gemeld, een verklaarbaar gevolg van de kerkelijke wantoestand. En de algemeenheid dezer verschijnselen is een aanwijzing voor de algemeenheid van de wantoestand. En de wantoestand, het kerkelijk manco, het gemis aan schriftuurlijke tucht tot handhaving van de rechte leer, laat zich voor ieder waarnemen, die enigermate inzicht heeft in het waarachtig wezen der kerk en haar roeping.
De kerken hébben het modernisme in geloofszaken niet van de kansels geweerd, het rein geestelijk karakter der Christelijke religie niet bewaard, het rationalisme niet buiten de deur kunnen houden van de consistorie. Zelfs daar kwam het binnen verloop van tijd zover, dat de moderne geest in naam ener christelijke verdraagzaamheid, de overhand nam. Nog een generatie verder en de „oude waarheid" wordt als verouderd en overleefd veracht. Die haar aanhangen, omdat zij haar goddelijke kracht in hun leven hebben leren kennen, moeten het tot hun smart ervaren, telkens weer, wanneer zij voor de belijdenis en haar handhaving opkomen.
Velen, die onder deze omstandigheden kennis maken met het „kerkelijke" leven, met name die er belangstelling voor hebben en misschien wel dominee willen worden, vooral wanneer zulke jonge mensen zijn gewonnen en getogen in een orthodoxe omgeving, worden blootgesteld aan zwaar te verwerken spanningen, zodra ze bewust in aanraking komen met de moderne wereld en haar cultuuridealen.
We zullen de uiteindelijke uitkomsten van meer of minder ernstige worstelingen in deze conflictsituaties niet trachten te schetsen, maar de weegschaal slaat door naar links of naar rechts. De klassieke erfenis van het ouderlijk huis verhuist naar de ijskast en valt de heersende geest ten deel, of het geloof overwint de wereld. Een tussenweg is er niet.
Die wordt echter wel gezocht en zelfs door zeer velen, misschien wel door de meesten, de weg van het compromis. Er is echter geen compromis tussen onverzoenlijke tegenstellingen.
Het geheel van de huidige situatie van kerk en theologie gebiedt de erfenis der reformatoren te bewaren in de onderhouding van hun belijdenis en van de beginselen van kerkorde, die zij aanwezen, zonder daaraan te tornen of er van af te doen. Onze bond, die voor het behoud van deze nalatenschap in het kerkelijk bestel, waaronder we verkeren, opkomt, kan daarvan niet afwijken zonder ontrouw te worden aan de beginselen, die tot zijn oprichting aanleiding zijn geweest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's