BOEKBESPREKING
P. Borchsenius, De pelgrimstocht van het Joodse volk, deel I en V, 248 blz. en 275 blz., geb. ƒ 12, 50 per deel, H. J. W. Becht's Uitgeversmij N.V., Amsterdam, s.a.
Deze twee delen zijn het eerste en het laatste van een reeks van vijf, waarin de geschiedenis van het Joodse volk van de val van Jeruzalem in het jaar 70 tot heden wordt beschreven.
De schrijver. Luthers predikant te Randers in Denemarken, heeft de gave om zo te verhalen, dat het werk van het begin tot het eind boeit. De afwezigheid van illustratiemateriaal, dat men als een eerste oppervlakkige reactie mist, wordt niet meer opgemerkt als men goed en wel de lezing van dit prachtige werk is begonnen.
De schrijver wil de lotgevallen, de gebeurtenissen en de omstandigheden verhalen van het volk, dat geen huis had, maar rondzwierf, — een tijd, waarin de schaduwen vaak diep vielen, maar waarin altijd sterren voorkwamen, die met hun licht de weg wezen.
Het eerste deel, dat tot ondertitel heeft „De zoon der sterren", vangt aan met de val van de vesting Masada, het laatste bolwerk in de handen van de Joodse opstandelingen, drie jaar na de val van Jeruzalem.
Een aangrijpende tekening geeft de schrijver van het beleg en de val van de stad, waarnaar de Joden de eeuwen door opzagen als de stad hunner verwachting. Honger en zwaard deden duizenden omkomen. Josephus spreekt van een miljoen doden; laat dit getal overdreven zijn, het spreekt van één der vele bloedsporen, waardoor de weg van Israël de eeuwen door wordt getekend. Men heeft wel eens gezegd: het was niet zozeer een heldhaftige zege als wel een zege over helden. Mij trof hoe de schrijver de stelling verdedigt, dat Israël de oorlog had kunnen winnen, als de Joden in de verstrooiing de opstanding hadden ondersteund.
Palestina is altijd één van de gevoelige zenuwcentra geweest van de wereldpolitiek. Rome heeft dat niet altijd begrepen met al de ongelukkige gevolgen daarvan.
De keizers van Rome passeren de revue: Vespasianus, Titus enz. De geschiedenis van deze tijd is samengeweven met die van het eerste christendom. Zo horen wij van de christenvervolgingen. De schrijver haalt de passage aan, waar Tacitus vertelt van de vervolgingen van de christenen onder Nero. Uit de correspondentie tussen Plinius en Trajanus blijkt hoe de kerk onder voortdurende bedreiging van het onheil leefde.
Uitgaande van wat in Hand. 2 staat over de Joden in de verstrooiing neemt de schrijver zijn lezers mee om een kijkje te nemen in de verschillende centra van de Joden in de vreemde om een idee te krijgen van hun manier van leven en van hun geschiedenis. Tamelijk uitvoerig verhaalt de schrijver van de legendarische figuur Rabbi Aqiba en de bewogen geschiedenis van de opstand van Simeon BarKochba tijdens Hadrianus. Sinds was het lot van de Joden verbanning.
Het andere werk verplaatst ons naar deze eeuw: een nieuwe dag is voor de Joden opgegaan; op de 14de mei 1948 werd in Tel-Aviv de Joodse staat uitgeroepen. Pas onze generatie zag de dageraad voor het opgejaagde volk aanbreken.
Maar de morgen kwam eerst na een pikdonkere nacht; van die nacht wordt hier verteld, van de gruwelen van het bewind, dat sedert 1933 in Duitsland het voor het zeggen had, toen miljoenen Joden een genadeloze dood stierven. Maar ook elders leefde en leeft het anti-Jodendom; in Rusland wordt geen Zionisme geduld. De zo hoog geprezen godsdienstvrijheid schijnt slechts daarin te bestaan, dat de mensen een godsdienstoefening mogen bijwonen en hun doden op traditionele wijze mogen begraven.
Ook de nieuwe staat heeft zijn moeilijkheden - binnen en buiten - Daarvan vertelt de schrijver uitvoerig. De Joodse bevolking steeg in de dertig jaar tussen 1918 en 1948 van 63.000 tot 600.000. Vraag niet hoeveel problemen dit schiep.
„Men noemt het land Erets Jisrael, dit is het land van Israël en wanneer wij in de grond krabben stoten wij op Israël". Sjaret, van wie deze uitspraak is wilde onderstrepen hoe de archeologische onderzoekingen keer op keer bewijzen hoe sinds de oertijd het land van de Joden was.
Met grote belangstelling zien wij uit naar de drie delen, die het ontbrekende van Israels geschiedenis zullen beschrijven: de drie ringen; achter de muur en verbroken ketenen.
Bt.
„Ik zag Gods Heerlijkheid", door ds. H. J. Hegger. Hoenderloo's Uitgeverij. Prijs ƒ 4, 50.
Dit hartverwarmend boekje geeft reeds in — zijn woord vooraf — één juichkreet te horen over God — Die mij gemaakt heeft, uit wie ik geboren ben. Hij behandelt achtereenvolgend: de heerlijkheid des Vaders, de liefde van Christus, de kracht van de Heilige Geest en Gods heerlijkheid in onze daden. Uit het hele werk spreekt zijn sterk persoonlijk geloof en zijn blijdschap dit te mogen uitdragen. Wanneer hij „de tongentaal" behandelt blijkt hij zich verwant te voelen aan de Pinkstergemeente, maar hij noemt deze gave de geringste. Paulus zei: wie in een tong spreekt, sticht zich zelf. Eveneens staat hij gereserveerd tegenover de gebedsgenezing.
Tenslotte wijst hij de stoere Calvinisten — de mensen van de daad — op zachte wijze terecht: dat ze de verhouding tussen hart en hand meer in het midden zullen stellen, en een hernieuwde bloei van het geestelijk leven naast hun krachtige daden, nodig hebben.
Het is uit een bewogen hart geschreven en daardoor als geschenk, o.a. als belijdenisgeschenk zo bij uitstek geschikt.
C. S. S.
Woestijnbloem, door Esma Kaik, een meipocket van Meinema Delft. Prijs ƒ 1, 25.
Een vrolijk verhaal over meisjes en jongens van een middelbare school. De meisjes worden door een klasgenootje in Egypte te logeren gevraagd, een paar jongens verdienen de reis op een vrachtboot, maar allen hebben een dolgenoeglijke en spannende vakantie. De oosterse sfeer lijkt me heel goed getroffen, en de illustraties van M. Bosch V. Drakestein zijn bijzonder goed. Een goed verzorgd boekje, dat we alle jongeren hartelijk aanbevelen.
C. S. S.
En het werd licht, door Titia Hoekstra. Uitg. Kok, Kampen. Prijs ƒ 3, 90. (Gouden Poortreeks).
Een jonge chirurg wordt blind en ziet daardoor zijn verder leven zonder enige hoop of mogelijkheid. Een goed beschreven begin wordt zeer behoorlijk uitgewerkt, waaruit een mooie, gave roman ontstond. Zijn huwelijk met de hoofdzuster, die hem geestelijk veel geholpen heeft, de ups en downs in hun huwelijk en het bevredigende slot; dit alles zal zeker vele lezers en lezeressen boeien.
C. S. S.
Pim en Puk, door Niek van Noort, Uitg. Kok, Kampen.
Pim, een zesjarig jongetje krijgt op zijn verjaardag een hondje. Een alleraardigst verhaal om voor te lezen, en de vele plaatjes, getekend door J. Kramer aan de kleinen te laten zien. Ook als ze zelf kunnen lezen, zullen ze 't graag nog eens ter hand nemen.
C. S. S.
A. en H. Algra, „Dispereert niet, deel III". 428 blz., geb. ƒ13, 50. Uitg. T. Wever, Franeker.
Het derde deel van het uitvoerige werk Twintig eeuwen historie van de Nederlanden ligt nu in een derde uitgebreide druk voor ons. De auteur tekent hier wat in twee eeuwen is geschied: de tijd van 1740 tot de dagen van crisis en oorlogsdreiging vóór 1940. In drie hoofddelen heeft de schrijver zijn stof samengevat: De schaduw van Frankrijk, Het volk wordt mondig en De passende kroon, in welk laatste stuk de tijd van de regering van koningin Wilhelmina werd beschreven. Deze titel is een goede vondst ontleend aan de opperrabbijn Tal, die een traditie vertelt, dat al wie waardig was en geschikt was voor het koningschap — dat hem bij zijn kroning de kroon paste en uitnemend om het hoofd sloot. Deze tijd ligt nog kort achter ons. Welk een veranderingen hebben zich op schier elk terrein in de regeringsjaren van koningin Wilhelmina voltrokken. In een hoofdstuk: Andere tijden geeft de schrijver van deze veranderingen vele voorbeelden. Op staatkundig terrein veranderde eveneens veel. Met spanning lezen wij de geschiedenis van de eerste wereldoorlog.
Ook de andere hoofddelen zijn niet minder boeiend. Soms is het de geloofskracht van het voorgeslacht, die ons beschaamt en anderzijds verkwikt. Dan weer denken wij aan de psalmist (Ps. 78 : 8), die het huidige geslacht waarschuwt, dat zij niet zouden worden als hunne vaderen een wederhorig en wederspannig geslacht, welks geest niet getrouw was met God.
De achttiende eeuw was een tijd van machteloosheid en inzinking. Willem IV heeft het niet gemakkelijk gehad. Groen zei van hem, dat hij „door verdrietelijken arbeid en grievende tegenkanting is vermoord". Hoe vele moeilijkheden waren er binnenslands en door vele oorlogen werd land en volk geteisterd. Als Willem V het land verlaat dan sprak hij van de nationale zonden als de bron van de ongelukken: God heeft een twist met Nederland. Ons volk heeft wel gedanst om de vrijheidsboom, maar al spoedig zou blijken wat soort vrijheid bedoeld was. Napoleon is bij zijn bezoek aan ons land door velen toegejuicht; men heeft het geweten! Ook in die dagen was er verzet tegen de overheerser. De jongens in de dagen van Lodewijk Napoleon werden, als zij zestien jaar waren, uit de weeshuizen weggehaald om soldaat té worden. In Rotterdam gaf dit aanleiding tot een volksbeweging, waarbij de wezen werden verlost en voor het merendeel konden onderduiken. In die dagen was Bilderdijk de leermeester van Lodewijk Napoleon, die een gemoedelijk man was. Een groot succes schijnt dit onderwijs in het Nederlands niet geweest te zijn. Napoleon moet eens in plaats van Ik Uw koning gezegd hebben: Ik, uw konijn.
De geschiedenis van de afscheiding heeft heel wat beschamende momenten. De minister van justitie schreef over de inkwartiering die meer hielp dan geldboeten en die ook toegepast kon worden, als de wet tekort schoot. Van grote betekenis is de geschiedenis van de schoolstrijd, die een oplossing vond in de wet van minister De Visser, die voor het christelijke onderwijs de financiële gelijkstelling bracht met het openbaar onderwijs.
Wie dit boek leest, zal niet zeggen, dat geschiedenis taai is en vervelend; integendeel, het boeit van begin tot eind. Daarbij komt de uitstekende uitvoering; buiten de tekst zijn 108 illustraties opgenomen. Geschiedenis schrijven is nu eenmaal geen neutraal werk. De auteur vertelt ergens, dat het rechtzinnige volk in de 38de eeuw zijn eigen geschiedschrijvers had. Vooral, zegt hij. Abraham van de Velde was geliefd. Ik dacht, dat deze opmerking enigszins veranderd ook van vandaag geldt.
Ik hoop, dat dit populaire werk door velen gelezen zal worden.
Bt.
„Beatrixkalender 1963", ƒ2, 75. Uitg. W. ten Have N.V., Amsterdam.
Sinds 1938 verschijnt de Prinsessenkalender en ook dit jaar heeft de uitgever zich veel moeite gegeven om deze kalender tot een sprekend geheel te maken. Fototechnisch is het beslist af. Voor elke maand is een foto van het Koninklijke Huis of van één van de leden van het Koninklijke Huis afgebeeld, waarvan een groot aantal te voren niet gepubliceerd is. Het voorblad bevat een schitterende kleurenfoto van de Prinsessen. Gaarne aanbevolen.
Bt.
Prikkie gaat de boer op, door A. van Hartingsveldt. Een meipocket, uitgegeven door Meinema Delft. Prijs ƒ 1, 25.
Een sympathiek achterbuurtjongetje, dat uit het grauwe leven van de armoede in de steeg, uit wil. Sympathiek geschreven, zó, dat het allemaal waar zou kunnen zijn. De ellende wordt door de humor, die op elke bladzijde voorkomt, minder schrijnend, en het geheel zal jongens en meisjes van 9—14 jaar zeker boeien.
C. S. S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's