De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKNIEUWS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKNIEUWS

15 minuten leestijd

Beroepen te:

Kampen (vak. J. Ewoldt), J. Dijkstra te Rhenen — Den Helder (toez.), J. D. Kila te Grijpskerk — Foudgum (toez.), J. J. Winkel te Vorchten — Hillegersberg (wijk Terbregge), J. v. d. Heuvel te Ede — Veenendaal, dr. C. Graafland te Woerden — Oud-Beijerland, J. J. Poot te De Bilt — Arnemuiden, kand. J. Vroegindeweij te Bleiswijk — Leeuwarden, A. Makkenze te Katwijk aan de Rijn — Oosterwolde (Fr.), H. v. Nieuwenhuize te Klooster Ter Apel — Haren (Gr.), als jeugdpredikant (toez.), H. K. de Wilde te Nijbeets — Goenga, T. Houtsma te Wijnjeterp — St. Annaland, W. van Herpen te Nw. Lekkerland.

Aangenomen naar:

Egmond aan Zee, J. Oskam te Akersloot.

Bedankt voor:

Maarssen (toez.), J. H. Cirkel te Huizen (N.H.) — Staveren, Akkerwoude, Murmerwoude en Musselkanaal, M. J. Jorritsma te Vriescheloo — Bennekom en Leiden, Jac. Jongerden te Bruchem en Kerkwijk — Woudenberg, W. Vroegindewey te Barneveld — Rotterdam-Vreewijk, C. Jongeboer te Apeldoorn.

DS. L. BRASSER

Woensdag 14 november a.s. hoopt ds. L. Brasser, Ned. Herv. pred. te Voorthuizen, zijn 25-jarige ambtsjubileum te herdenken. Ds. Brasser werd in 1937 kandidaat in Noord- Brabant, werd op 14 november verbonden aan zijn eerste gemeente Bruchem-Kerkwijk; 1 september 1946 aan zijn 2e gemeente Rijssen en op 6 mei 1951 aan zijn tegenwoordige gemeente Voorthuizen.

HARDINXVELD-GIESSENDAM

Er is een begin gemaakt met de restauratie van de kerk op de Dam. Het werk is aangenomen door de firma J. W. van der Meijden voor de som van ƒ 222.750. Daar komt nog een bedrag van ƒ 100.000 boven voor verwarming, inrichting enz.

Ook zal het orgel moeten worden gerestaureerd.

KAMPEN

Voor de restauratie van de Bovenkerk, de cathedraal van Kampen, heeft de gemeente de som van ƒ300.000 bijeengebracht.

MOERKAPELLE

Door ds. A. Boertje van Moerkapelle werd een gift ontvangen van ƒ 1000, — van een gemeentelid, bestemd voor aflossing van de schuld op de gerestaureerde kerk.

JEUGDAPPèL TE OUD-BEIJERLAND

Op D.V. donderdag 15 november 1962 hoopt de Ned. Herv. Jeugdraad een Jeugdappèl te organiseren in de Ned. Herv. Kerk van Oud-Beijerland. Aan dit appèl zullen medewerking verlenen: Het Christelijk Mannenkoor „Rotterdam-Vreewijk" onder leiding van Bernard Verboom en de bekende organist André Verwoerd.

Ds. N. Kleermaker te Rotterdam hoopt te spreken over het onderwerp „Reis jij ook Incognito".

Aanvang 8.00 uur n.m. Deuren open 7.30 uur n.m. Programma's, tevens bewijs van toegang, á. ƒ 1, — zijn aan de kerk verkrijgbaar. U kunt ook programma's bestellen op girono. 48 54 00 t.n.v. penningmeester der Herv. Jeugdraad te Oud-Beijerland.

Wij hopen, dat velen dit appèl zullen bezoeken en besluiten met de wens: Mogen wij ook U op 15 november a.s. welkom heten.

VIJFTIG JAAR

Op 22 november a.s. hoopt de Openbare Christelijke Bibliotheek en Leeszaal te Hilversum haar vijftig-jarig bestaan te herdenken. Op uiterst bescheiden schaal begonnen, zonder geldmiddelen van betekenis of subsidie, door vrijwillige krachten bediend, is deze instelling in deze halve eeuw uitgegroeid tot een volledige, erkende O.B.L., met een staf van geschoold personeel en een uitlening van meer dan 125.000 banden per jaar. Vooral, sinds na 1945 de gemeente Hilversum een subsidiebasis heeft vastgesteld, die de tot dan bestaande achterstelling bij de zusterinstellingen ophief, heeft de Chr. Leeszaal zich voorspoedig kunnen ontwikkelen.

In het gebouw Havenstraat 71 kan zij beschikken over een uitgebreide bibliotheek en uitleenruimte, een leeszaal, waarvan druk gebruik wordt gemaakt, een jeugdafdeling en jeugdleeszaaltje. In samenwerking met de beide andere leeszalen ter plaatse werd een gemeenschappelijk filiaal „Trifolium" gesticht en geëxploiteerd. Het bestuur, hoopt op 22 november a.s. dit jubileum te gedenken in een samenkomst te 3 uur nam. in het „Hof van Holland", gevolgd door een receptie voor leden en belangstellenden.

A. O. Zijlstra.

EEN PASTORAAL-PSYCHOLOGISCHE LEERGANG (II)

De praktische oefening, want het bleef dus niet alleen bij theoretische informaties, stond onder leiding van dr. v. d. Schoot, dr. Faber en ds. Van Ginkel.

In kleine groepen werd de gespreksanalyse beoefend, waarbij gebruik gemaakt werd van gesprekken die per band waren opgenomen of ook op een stencil waren vastgelegd. Door middel van een rollenspel werden de deelnemers zelf geplaatst in een bepaalde gesprekssituatie.

Bij .deze praktische beoefening van de gesprekstechniek werd min of meer bewust gekozen voor de methode van gespreksvoering van Carl Rogers, die in het counseling als psychotherapie een eigen toepassing ving.

Aangezien m.i. de opvattingen van Carl Rogers van onmiddellijke praktische betekenis zijn voor een goede gespreksvoering geef ik hier, zeer in het kort, enkele fundamentele gedachten van Rogers weer, voorzover deze van belang zijn voor het pastorale gesprek.

Carl Rogers en het counseling

In Amerika is men in theologische kringen wel algemeen overtuigd dat Carl Rogers met zijn methode van gespreksvoering ook voor het pastoraat van grote betekenis is. In zijn voortreffelijke dissertatie *) komt dr. W. A. Smit tot eenzelfde conclusie. Voor een omscholing van de grondhouding van vele pastorale werkers kan het counseling belangrijke diensten bewijzen, zonder dat het pastoraat verpsychologiseerd wordt.

Het counseling houdt in dat de therapeut (pastor) volkomen „bij de ander" is, hem geheel aanvaardt. Belangrijk is dan ook niet zo zeer wat de counseler doet, dan wel wat hij niet doet. Het „systeem" van Rogers is om counselend mee te werken aan het groeien van de juiste innerlijke houding bij de cliënt (Rogers spreekt nooit van patiënt), zodat deze tenslotte zelf komt tot een inzicht in de zakelijke oplossing van het probleem. Daartoe zal de counseler dus nooit mogen

proberen te komen tot het opstellen van een diagnose. Een diagnose zal het voortgaan van het gesprek immers ernstig kunnen belemmeren, bovendien maakt het de ander tot object. Evenmin interpreteert de counseler bepaalde gedragingen als symptomen van tekorten of afwijkingen. Ook zal hij niet trachten de cliënt suggestief tot bepaalde dingen of handelingen bewegen.

Moraliseren en dogmatiseren is uit de boze, daar dit altijd betekent dat men niet werkelijk ingaat op de vragen van de ander. Een van de ergste zonden is een mens te „pushen". Dit is een tekort aan eerbied voor de vrijheid en voor het recht op eigen verantwoordelijkheid van de ander.

Positief betekent dit dat de counseler in het gesprek alleen maar zal „terugspiegelen" wat de ander gezegd heeft, zodat deze het gevoel krijgt begrepen te worden, en vooral, aanvaard te worden. Daartoe is nodig dat de counseler voortdurend in zijn antwoorden binnen het „frame of reference" blijft van de cliënt: terugspiegelend mogen geen andere gevoelens ingedragen worden dan welke zich openbaarden in de woorden van de ander. Hij zal dus altijd trachten congruent te blijven met de gevoelens van degene die tegenover hem zit.

De counseler is dus steeds „non-directief". Het mag duidelijk zijn dat hiermee niet alles over het counseling gezegd is. 3) Van bepaalde filosofische en anthropologische achtergronden zal de theoloog zich ongetwijfeld distanciëren. Deze gehele methode gaat immers uit van de gedachte dat de krachten tot genezing in de cliënt zelf aanwezig zijn. Moge een consequente toepassing van deze methode voor de psycho-therapeut waarschijnlijk tot bevredigende resultaten leiden, de pastor daarentegen zal ongetwijfeld op een gegeven ogenblik met de absoluutheid van het „non-directieve" beginsel moeten breken. In het pastoraat gaat het immers om een verticale dimensie, die alle psychologische categorieën doorbreekt. De pastor, ook als hij in zijn pastoraat een counselende, en daarmee een therapeutische fase kent, mikt hoger dan de neutrale counseler. Het gaat hem er immers om dat de ander de grote Pastor Jezus Christus zal leren kennen, voor God komt te staan met zijn schuld en zonden. Het gaat er niet alleen om de ander tot inzicht te brengen waar zijn moeilijkheden liggen, en zijn zonden, maar ook en vooral hem te wijzen naar Hem die de zonden vergeeft. In het pastoraat kan het counselen daarom hoogstens een bepaalde fase zijn, die zeker niet onbelangrijk is, maar die tenslotte doorbroken moet worden door een evangelische agogie. Waar het in diepste wezen om gaat in het pastoraat dat kan nooit uit de mens zelf opkomen, maar kan hem alleen maar verkondigd worden.

Wie echter de grondhouding (basic attitude) zoals Rogers die voor de counseling aangeeft, beziet, kan niet ontkomen aan de indruk dat deze basic attitude inderdaad ook van groot belang is voor het pastoraat, zowel in het persoonlijk gesprek, als in groepssituaties.

Deze basic attitude kan men zich echter alleen eigen maken door veel oefening, want hel counseling lijkt gemakkelijker dan het in werkelijkheid is.

Daarbij is vooral het rollenspel zeer bruikbaar, daar men daarbij gedwongen wordt zich geheel in een bepaalde situatie ui te leven, en de speler van een bepaalde rol onmiddellijk zelf ervaart en beleeft hoe het gesprek dreigt dicht te slaan door bepaalde antwoorden en reacties van de tegenover hem zittende „therapeut". Daarom zou ik er voor willen pleiten dat, zo mogelijk, in deze leergang meer tijd wordt ingeruimd voor deze praktische oefening.

Het is duidelijk dat met deze leergang nog slechts een begin is gemaakt om een zeker tekort in de opleiding van predikanten aan te vullen. Maar het is ongetwijfeld een veelbelovend begin.

De vraag is wel opgeworpen of niet de gehele opleiding van de predikanten anders opgezet zal moeten worden, meer naar het voorbeeld van Engeland en Amerika, dus meer op de praktijk afgestemd. Dit zou echter betekenen dat zulk een opleiding ten koste zou gaan van de theologische diepgang, of, een aanmerkelijke verlenging van de studie zou daarvan het gevolg zijn. Voor het eerste zal niemand kiezen, en het tweede, verlenging van de studie, is praktisch onuitvoerbaar. Daarom lijken mij deze leergangen een prachtige oplossing, temeer omdat de deelnemers midden in de praktijk staan, waardoor de theoretische informaties als vanzelfsprekend onmiddellijk een praktische toespitsing krijgen.

Wanneer het theoretische deel geheel naar de universiteit werd verschoven dreigt het gevaar dat dit voor de student een voorlopig onverteerbaar theoretisch brok blijft, en zal hij onmogelijk die interesse kunnen opbrengen die algemeen aanwezig was bij de predikanten die deze leergangen volgden. Zij kenden immers de pastorale moeilijkheden en knelpunten uit de praktijk. Dit laatste vooral lijkt mij een belangrijk argument om op de ingeslagen weg voort te gaan, bv. door ook aan andere universiteitssteden mogelijkheden te openen voor het volgen van een dergelijke leergang. Het is te hopen dat het initiatief van de theologische faculteit te Utrecht daartoe een stoot kan geven.

Wat een verdere praktische training betreft zouden mogelijkheden gezocht kunnen worden in de richting van het Amerikaanse voorbeeld van de clinical training, bv. in een groot ziekenhuis of in een psychiatrische inrichting.

Predikant-psycholoog?

Waar gaat het nu eigenlijk om, zal iemand geneigd zijn te vragen. Moeten de predikanten dus omgeschoold worden tot psychologen en psychotherapeuten? In geen geval. Wanneer gesproken wordt van pastoraal-psychologische scholing valt daarbij de volle nadruk op het woord „pastoraal».

Het gaat er om de pastores die psychologische inzichten en methodes bij te brengen die kunnen helpen om hun taak in huidige samenleving zo goed mogelijk te vervullen. Het gaat er om naar ons beste kunnen (en daartoe mogen we niet voorbijgaan aan voor het pastoraat waardevolle psychologische inzichten) mensen te helpen om verwarring en conflicten in hun zieleleven te overwinnen, zodat het evangelie weer gehoord kan worden, en men weer bewust in het geloof kan leven.

1) Pastoraal-psychologische verkenning van die client-centered therapie van Carl Rogers. Kampen 1960.

2) Voor nadere bestudering leze men bv. het boek van Rogers: Client-centered Therapy.

GESLAAGDEN CHR. KWEEKSCHOOL OP DE VELUWE TE EDE

Bij het eindexamen derde leerkring werd de akte van bekwaamheid als volledig bevoegd onderwijzer(es) (hoofdakte nieuwe stijl) aan de Chr. Kweekschool op de Veluwe behaald werd door de dames: G. Konijn, Scherpenzeel; N. Wagenmakers, Ermelo; O. H. Wijnands, Wageningen; B. A. Lammers, Arnhem; M. W. Ratelband, Arnhem; en de heren: H. J. Boelans, Dovewerth; B. W. J. Crum, Heelsum; J. Th. R. Fijnvandraat, Arnhem; G. van Soest, Veenendaal; J. Vonk, Huizen; H. Besselsen, Ermelo; H. A. Folkers, Ermelo; J. A. Haverkamp, Kootwijk; G. J. Leertouwer, Barneveld; W. Nawijn, Apeldoorn; P. F. Tjebbes, Ede; H. Bouw, Barneveld.

ADRESWIJZIGING

Met ingang van 15 oktober 1962 is het adres van de

CHR. KWEEKSCHOOL „REHOBOTH"

Maliebaan 89 — Utrecht-1, gewijzigd in:

KONINGSBERGERSTRAAT 9 — UTRECHT-2

Telefoon 3 07 92 Postrekening 114976

EXAMENS

Bij de gehouden examens voor de „Nieuwe Hoofdakte" aan de Christelijke Kweekschool , De Driestar" te Gouda, slaagden de volgende leerlingen: 

L. J. Bakker, Middelburg; D. J. Bart, Groot- Schermer; C. Bregman, Benthuizen; W. M. Damsteeg, Amsterdam; J. J. Geluk, Gorkum; M. Golverdingen, Stolwijk; W. J. Hagoort, Gouda; H. Hekman, Den Hulst; M. Hofman, Zeist; P. Janse, Middelburg; G. J. v. d. Laan, Sommelsdijk; M. Last, Genemuiden; L. Moerland, Tholen; C. T. Mourik, Nieuwpoort; R. T. Oost, Urk; Mej. G. E. van Ree, Amerongen; J. Romkes, Urk; P. van Tol, Gouda; W. L. Verkerk, Gouda; H. A. Vlug, Zaltbommel; Mej. G. H. Vuyk, Gouda; Mej. L. A. Wijnmaalen, Hazerswoude (Rijndijk); J. Beens, Genemuiden.

Alle kandidaten behaalden hun akte. Geen der kandidaten kreeg een herexamen.

„ZICH NIET ONBETUIGD LATEN..."

Wist u, dat deze uitdrukking aan de Bijbel is ontleend?

In Handelingen 14:17 (Staten Vertaling) staat: „en toch heeft hij zich niet onbetuigd gelaten door wél te doen"

Na de Reformatie werd de Bijbel gemeengoed. Iedereen bediende zich van de bijbelse taal en kende de bijbelverhalen op z'n duimpje. De paplepel van de kleuter getuigde er al van: er stond een bijbelse spreuk op. Het bord idem. Aan de wand hingen bijbelse teksten. Ja, zelfs de beddewarmer was soms voorzien van een spreuk, ontleend aan de Bijbel. Drie maal per dag getuigde het hoofd van het gezin door bijbellezen van zijn „liefde voor de Bijbel". De tegels om de haard

gaven voorstellingen van veel wat in de Bijbel stond.

De Bijbel met zijn rijke geschiedkunde, dichterlijke en profetische inhoud, het wondere gebeuren van Jezus' omwandeling op aarde, Zijn vermaningen en wijze woorden...

dát alles sprak tot de mensen van toen... én de mensen van NU!

Om u niet onbetuigd te laten als Christen en om te voldoen aan het aan alle Christenen gegeven gebod: „Verspreidt het Evangelie onder alle volkeren tot aan de uitersten der aarde" dient u ook stellig het werk van de bijbelgenootschappen te helpen en te steunen.

Laat u dan niet onbetuigd en doe wél... Steun met uw jaarlijks lidmaatschapsgeld de arbeid van uw eigen Nederlandsch Bijbelgenootschap:

de vertaling, het drukken en de verspreiding van de Bijbel in zijn geheel of in gedeelten, zowel binnen Nederland als daarbuiten, zonder een commercieel oogmerk na te streven.

Dat doet het N.B.G. al bijna 150 jaar en Daar aan wilt u natuurlijk meehelpen!

SECTIE INTERNATIONALE HULPVERLENING DER NEDERLANDSE HERVORMDE KERK Maliesingel 26, Utrecht

Waarheen onze gaven gingen:

Madagascar ferme-école ƒ 25.000, —

bouw van 2 bungalows „ 15.000, —

extra hulp „ 6.000, —

meisjeswerk „ 20.000, —

Dakar, totale hulp „ 50.000, —

Iran, 10.000, —

Algerije „100.000, —

Kenya (Wika Windig) „ 12.250, —

Falema „ 10.000, —

Wereldraad van Kerken, waarbij inbegrepen Grieks team, vluchtelingenhulp, enz „ 30.000, —

Rampen „ 30.000, —

Coudekerque en Silo (België) „ 8.000, —

College Vaudoix (Italië, Wald. Kerk) „ 4.000, —

Hulp bij kleine noodgevallen „ 7.700, —

NAAM, PLAATS, DEELNEMERS, TAAL EN BEGINDATUM VAN HET CONCILIE.

„Superno Dei nutu" maakte bekend, dat het concilie de naam van „Tweede Vaticaans Concilie" zal dragen. Terwijl onder Pius XI er nog over gedacht is het eerste Vaticaanse Concilie, dat officieel nooit gesloten is, maar slechts verdaagd, te heropenen, heeft de paus blijkbaar gemeend, dat het geen zin heeft na meer dan 90 jaren een concilie te „heropenen". En anderzijds is toch ook in de naam de wil tot continuïteit voldoende aangegeven. Dat de plechtige plenaire zittingen in de Sint Pieter worden gehouden (in het middenschip en niet zoals het concilie van 1870 in een zijbeuk) staat vast, niet of de andere vergaderingen daar ook zullen worden gehouden. Het zal wel uiterst moeilijk wezen, waar dan ook, werkelijk te vergaderen, met een zo groot aantal deelnemers. Opgeroepen moeten worden voor het concilie krachtens can. 223 C.I.C.: de kardinalen, ook als zij geen bisschop zijn (daar onlangs alle kardinalen, voorzover zij nog geen bisschop waren, dat geworden zijn, is deze toevoeging verouderd); de patriarchen, primaten, aartsbisschoppen en diocesane bisschoppen, ook al zijn zij nog slechts benoemd maar nog niet gewijd; de abten en prelaten „nullius" (die een eigen rechtsgebied hebben buiten een bisdom); de algemene oversten van monnikencongregaties en exempte kloosterorden; opgeroepen kimnen ook worden de algemene oversten van andere kloosterinstellingen (die dan niet automatisch stemrecht hebben) en de titulair-bisschoppen (die dat dan wel hebben). Nu zijn de titulair-bisschoppen voor het concilie Inderdaad opgeroepen. De bisschoppen zullen wel niet allen kunnen komen en in vele gevallen - wij denken aan de bisschoppen in vele communistische landen - zelfs geen procurator kunnen sturen (waartoe zij krachtens can. 224 C.I.C. verplicht zijn; zo'n plaatsvervanger heeft, wanneer hij niet uit eigen hoofde stemgerechtigd is, geen stemrecht). Er wordt echter minstens op 2500 deelnemers gerekend.

De taal van het concilie zal het Latijn zijn, natuurlijk in ieder geval in de plechtige algemene vergaderingen. Voor andere algemene vergaderingen zal het Latijn de voorkeur genieten, terwijl in de commissie-vergaderingen het mogelijk zal zijn zich van een andere taal te bedienen. Tegen de verplichting van het Latijn hebben bisschoppen uit de Verenigde Staten bedenkingen geopperd, maar na de apostolische constitutie „Veterum Sapientia" was het niet te verwachten, dat de traditie van het Latijn als geijkte taal voor het concilie zou worden losgelaten. Men mag er nieuwsgierig naar zijn, of het gebruik van het Latijn in de praktijk van het concilie een anachronisme zal blijken te zijn, al kan men begrip hebben voor het argument, dat de dwang zich van het Latijn te bedienen vele sprekers ervan zal terug houden al te lange redevoeringen te houden.

Bij Motu Proprio „Concilium" vain 2 februari 1962 is als begindatum van het concilie vastgesteld de 11-de oktober. „Wij hebben deze datiun vooral gekozen, omdat hij een herinnering opwekt aan het grote concilie van Efese, dat in de geschiedenis der Kerk zo'n grote betekenis had". Aldus de paus. Op de 11-de oktober valt n.l; het feest van het moederschap van de H. Maagd Maria. Het behoort niet tot de belangrijkste Mariafeesten (in rangorde is het „dubbel 2-de klas") en het is nog niet oud: in 1931 werd het ingesteld door Pius XI, ter gelegenheid van het vijftiende eeuwfeest van het concilie van Efese, op welk concilie de titel „Moeder Gods" een belangrijke rol heeft gespeeld. Vandaar het verband, dat Joannes XXIII legt tussen de datum 11 oktober en het concilie van Efese, een verband, dat in feite niet erg hecht is. 

(Wordt vervolgd).

(Overgenomen uit Reformatorische stemmen, door dr. C. A. de Ridder).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKNIEUWS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 november 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's