Kroniek
In de schaduw der vernietiging — Over het gebruik van kernwapenen — Oproep tot massale dienstweigering — Als in de school Gods Woord niet heerst. ...
De spanningen rondom Cuba zijn, sinds ik de vorige Kroniek verzorgde, verminderd. Heel onverwacht kwam er een keer in de houding van Moskou en gaf Chroestjsjow toe aan de eisen, welke Kennedy had 'gesteld. Natuurlijk zijn er allerlei gissingen naar de motieven, welke de veranderde houding van de Russische premier hebben bewerkt, evenals naar die, welke Kennedy tot het forse ultimatum brachten. Het zullen voorlopig wel gissingen blijven.
Het is opmerkelijk, dat beide staatslieden, zowel Kennedy, die in dezen won, als Chroestjsjow, die de verliezer heet, in hun landen geprezen worden als de redders van de vrede. Maar de ere en de lof komt niet toe aan die groten der aarde, maar aan God Almachtig en Zijn Christus, in Wiens handen het wereldregiment ligt en Die de harten der vorsten, ook dat van presidenten en premiers, neigt als waterbeken. En dus: God heeft dit gewerkt!
Intussen zijn de spanningen tussen Cuba en de Verenigde Staten nog niet ten volle de wereld uit, al is men ten dezen optimistisch gestemd. En voorts zijn er nog andere conflictsituaties en conflicten te over. Men denke slechts aan wat er gaande is tussen India en China.
In Openbaring 9 : 12 staat: „Het ene wee is weggegaan; zie, er komen nog twee weeën na dezen". Natuurlijk gaat het niet aan, dit letterlijk in dat verband toe te passen. Maar de vraag klemt: „Zijn wij niet in een dergelijke periode? " In elk geval wij waren als „in de schaduw der vernietiging" om het te zeggen met de titel, welke prof. Diepenhorst, hoogleraar aan de V.U., gaf aan zijn jongste pennevrucht, een brochure, verschenen zo ongeveer in de dagen van het Cubaanse conflict.
De brochure van prof. Diepenhorst, waarvan ik de titel aanhaalde, houdt zich bezig met het probleem van kernbewapening en atoomoorlog. Het probleem van deze tijd, een zeer brandend probleem, dat zich opdringt aan een ieder, die het leven ernstig neemt. Zo wil het immers de Schrift?
Prof. Diepenhorst, de verschillende vragen, welke met genoemd probleem nauw verband houden, toetsend aan het Woord Gods, is hier niet klaar gekomen. Hoe zou dat ook? Op de vraag of de overheid beide, kernbewapening en atoomoorlog, moet aanvaarden, komt hij tot een bevestigend antwoord, dus een aanvaarding, zij het ook aarzelend en dan nog voorshands. Hij is, zo als gezegd, met de dingen nog niet in het reine.
Ook de Generale Synode der Hervormde Kerk heeft zich bezonnen op dit probleem. De neerslag daarvan hebben we in haar laatste publicatie: „Het vraagstuk van de kernwapenen". De zaak is door haar wel van alle kanten benaderd en in het oog gevat. Zij ontzegt aan de overheid niet het gebruik van geweld, verzet zich dus niet tegen een politiemacht. De overheid moet dus dwingend op kunnen treden. Ook ontzegt zij aan de overheid niet het gebruik van conventionele wapens, d.w.z. de wapens tot nu toe in beide wereldoorlogen in gebruik. Maar als zij tot het punt in kwestie komt, wordt het anders. Daarmede is niet gezegd, dat de Synode uitspreekt, dat de kernwapens moeten vernietigd worden. De Synode wil ze niet afschaffen, omdat „de problemen verbonden aan het voorhanden zijn van de kernwapens nu eenmaal te ingewikkeld zijn om met deze simpele constatering te kunnen volstaan". De overheid mag ze, naar het gevoelen der Synode, wel in voorraad hebben. Maar als het toekomt aan de vraag of de overheid ze' daadwerkelijk mag inzetten en gebruiken, dan komt er een radicaal: neen.
Dit lijkt me een tweeslachtig standpunt en een uitspraak van „doperse" smetten niet vrij. Men weet, dat de doperse beweging — ze kwam krachtig op in de tijd der Reformatie — o.m. van geen wapengeweld, van geen recht der overheid „het zwaard te dragen" (Rom. 13) wilde weten. Ze Met de wereld voor wat ze was in haar verdorvenheid, omdat daar toch niets meer van te redden was en het Koninkrijk Gods op het punt stond alles beheersend door te breken. Excessen daarvan waren in ons land in Amsterdam de „naaktloperij" — er is spoedig een eind aan gemaakt — en het koninkrijk Sion in Munster, waarvan een Leidenaar, Jan van Leiden, zich als koning deed uitroepen.
Geïnfecteerd door deze ideeën — door de „geestdrijverij" zijn ze consequent in praktijk gebracht — zijn ook de pacifistische stromingen in onze dagen. Eveneens is de anti-militairistische stroming er niet vrij van.
Nu zeg ik niet, dat de Synode in haar publicatie „dopers" is. Ik stelde alleen, dat ze met haar uitspraak, die de kerkleden suggereert het hanteren van kernwapens te weigeren, van smetten niet vrij is. „doperse"
Welke invloeden hier in dit stuk werkten, weet ik niet precies. Ik kan slechts gissen en dat is gevaarlijk. Ik kan hier niet de kracht van Gods Woord speuren. Want wat de Synode tenslotte in haar radicaal „neen" uitspreekt, is niet naar de Schrift.
Zijn dan kernwapens en atoomoorlog niet schrikkelijk? Ze zijn afschuwelijk. Maar is diep gepeild dat niet iedere oorlog, met name elke totalitaire oorlog ? Dat de Synode de atoomoorlog met alles wat daarmede gepaard gaat, afschuwelijk noemt, is juist. Onjuist is het advies aan haar leden, te weigeren de kernwapens te hanteren.
Dit Synodale stuk heeft kritiek uitgelokt. Misschien allereerst wel in de Synode zelf, toen het ter tafel lag. Doch daarover heb ik geen gegevens.
Maar van de kritiek buiten de Synode is meer bekend. Het bestuur van de Partij van de Arbeid, is de Synode niet bijgevallen, doch heeft zich achter de regering gesteld, die kernwapens en atoombewapening aanvaardt, — in noodgevallen zou ze niet anders kunnen — en als uiterste middel tot verdediging van vrijheid en recht het gebruik der atoomwapens van haar krijgsmacht vordert. Ze gaat in dezen in de lijn van het oude latijnse gezegde: „si vis pacem, para bellum", indien ge de vrede wenst, houd u klaar voor de oorlog. De vaderen zeiden in dit verband: „Vreest God en houdt uw kruit droog".
Kritiek is op het Synodale stuk ook geoefend door de Staatssecretaris van defensie, de heer M. R. H. Calmeyer. Hij heeft zich in een schrijven gericht tot de hoofd-legerpredikant en meent, dat de leger- en luchtmachtpredikanten en in het bijzonder de hervormde, door de synodale publicatie in een ernstige conflictsituatie kunnen komen. De heer Calmeyer acht het daarom zijn plicht in de kwestie stelling te nemen en plaatst zich daarbij „op het standpunt van een met overheidsgezag over een deel der krijgsmacht bekleed Christusbelijder" (N.R.Ort., d.d. 24-10-'62).
Uit wat de Staatssecretaris in een bijlage bij zijn brief schrijft, citeer ik: „dat het hem een raadsel is hoe men het verantwoord heeft kunnen vinden een oproep tot massale dienstweigering te doen uitgaan en talloze mensen in gewetensnood te brengen, ter bereiking van een doel (het in eerste instantie eenzijdig afschaffen van kernwapens), waarvan de synode zelf zich nog afvraagt of het geen belemmering zal vormen voor de algemene afschaffing van kernwapens. Hij vindt dat „het bedenkelijkste aspect van het synodale schrijven". Ook dit ontleen ik aan de N.R.Crt. van 24 okt. '62.
„Een oproep tot massale dienstweigering. ..." het is kras gezegd. Doch komt het, diep gezien, daarop niet neer? Ik heb mij verblijd in deze reactie van de heer Calmeyer, waarvan hij een afschrift zond aan het Moderamen der Generale Synode.
Op dit stuk van de Staatssecretaris van defensie heeft het Moderamen der Generale Synode gereageerd met een brief aan de hoofdlegerpredikant en de hervormde legerpredikanten, waarin zij hen uitnodigt tot een gesprek over het synodale geschrift: „Het vraagstuk van de kernwapenen" en de brief van de Staatssecretaris. Veel nieuws heb ik in deze reactie van het Moderamen niet aangetroffen. Het hoofdthema, dat het Moderamen stelt is, gelijk „Trouw" d.d. 1 november j.l. het mededeelt: „Tegen middelen, die alle leven vernietigen". Daar zijn wij allen tegen, de heer Calmeyer incluis. En als de Synode aandringt met alle middelen te vermijden, dat het tot een dergelijke verschrikkelijke oorlog komt, dan zijn wij het allen met haar eens. Doch in casu ging het daar niet over. Wel hierover, of de overheid in deze tijd tot vermijding van die oorlog, ook het gewraakte wapen zou mogen doen hanteren door haar krijgsmacht. Daarop zegt de Synode: neen. De overheid en wij met haar, al is het huiverend: . ja.
Het is al met al een trieste geschiedenis, dat de Synode meende het gewraakte standpunt te moeten innemen. God in de hemel verhoede, dat dit uiterste verdedigingsmiddel ooit moet gebruikt worden.
De 31e oktober j.l. hield in Utrecht de Vereniging voor Christelijk Volksonderwijs haar jaarvergadering onder presidium van dr. H. W. Tilanus. In zijn openingswoord citeerde hij Luther's uitspraak: „Als in de school Gods Woord niet regeert, dan raad ik voorwaar niemand aan, dat hij zijn kind daarheen zendt".
Hij wees naar aanleiding van dat woord van Luther er op, dat wij wel terdege in deze tijd ons de vraag hebben te stellen of Gods Woord in de school regeert. Ik weet niet, — ik kon dit uit 't verslag in „Trouw" d.d. 1-11-'62, waaraan ik hier ontleen, niet opmaken — of hij dit zei met het oog op de eigen scholen of de openbare. Ik vermoed op beide. Wel las ik, dat hij met nadruk wees op de vele en grote activiteiten van het humanistisch verbond, dat hard ijvert om haar beginselen, juist door de toegang in de Mammoetwet haar tot de Openbare school verleend, te realiseren. „Andere geesten. regeren, ze zijn zeer actief" zo zei dr. T. Hij betreurde het, dat de overheid aan het humanistisch verbond deze weg had geopend.
De voorzitter van het humanistisch verbond, dr. v. Praag, mocht dit een winstpunt noemen, geenszins alzo dr. Tilanus. „Zo maakt men van deze school een humanistische zuilenschool" zei hij en wekte in dit verband op tot grote waakzaamheid.
Het was goed, dat dr. Tilanus, die bij de behandelingen van de Mammoetwet
zich als een geharnast en vurig pleitbezorger voor de vrijheid van het Christelijk onderwijs bij vernieuwing deed kennen, dit woord sprak. Hij heeft pal gestaan voor het recht en de vrijheid van ons christelijk onderwijs, welke beide hij in de Mammoetwet bedreigd zag, waarom hij tegen stemde. Jammer, dat niet alle leden van de A.R.-fractie zulks deden. Het is een grief van professor Scholten — men leze zijn brochure „Tijd voor verantwoording" — dat van die partij vijf leden vóór stemden. Ook van prof. Scholten, voorheen directeur van de geref. kweekschool Rehoboth te Utrecht, is te verstaan, hoe groot zijn leedwezen daarover is.
Wat dr. Tilanus ter jaarvergadering C.V.O. uitsprak, moge ons prikkelen tot pal staan voor onze scholen met den Bijbel, in een minstens nog groter activiteit, dan het humanistisch verband ontplooit voor zijn vormingsonderwijs. Het woord van Luther zij ons een stimulans, om alle, ook op onze scholen indringende humanistische invloeden te weerstaan, door op te komen voor het eeuwig Evangelie, en zijn alleenheerschappij op de school. Zo zullen we, als Gods genade ons bezielt en bekrachtigt, dit patrimonium, dit vaderlijk erfdeel, bewaren kunnen voor onze kinderen en kindskinderen, opdat ze de Heere Jezus als hun Heiland vinden en volgen mogen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's