De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

7 minuten leestijd

... want Uwe goedertierenheid is beter dan het leven . .. Psalm 63 : 4.

Wat is de mens meer waard dan zijn leven? Daar doet hij alles voor en daar legt hij alles aan ten koste. Het moet er maar eens op aan komen, dan zet hij er alles voor opzij. Wat tevoren waardevol en belangrijk was, is dan zeer betrekkelijk, of zelfs waardeloos geworden. Hoe vaak wordt in tijden van grote nood en gevaarvolle spanningen niet verzucht: als we dan het leven er nog maar mogen afbrengen, al het andere redt zich wel weer. Het schijnt waar te zijn wat Satan de Heere in het geding over Job antwoordt: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven. De praktijk wijst het immers uit.

En toch, het is niet waar. Hij is de vader der leugenen, en de mensenmoordenaar van den beginne.

Hoe vaak doet hij niet in de wanhoop het leven beëindigen, als mensen zich zelf ombrengen, waarmee hij logenstraft, wat hij als stellige waarheid verkondigt.

En anderzijds leert ook de Heere het tegendeel aan al Zijn volk. Neen, niet het leven, hoe gewichtig en kostbaar ook, is het beste en de grootste schat, er is nog iets, dat er boven uitgaat, dat beter dan het leven is. Daar spreekt de man van in de tekst, die we overdenken. Nu, dat is dan zeker een wondermens, een onvoorstelbaar wezen! Neen, lezer, een mens van vlees en bloed, een mens, van gelijke bewegingen als wij. Maar, hij spreekt hier de taal des Geestes. Hij zegt niet, hoe hij er over denkt. Dat is. trouwens ook helemaal niet belangrijk. Maar hij getuigt wat God hem openbaart. Het is David, de man naar Gods hart, de man, liefelijk in de psalmen Israels. En we treffen hem hier aan in een kostelijke gestalte. Gelet slechts op de omstandigheden, zouden we dat niet zo direct zeggen. Dan is hij er toch niet bepaald gelukkig aan toe. We vinden hem in de woestijn van Juda. Hoe komt hij daar nu toch ? Hij is toch koning ? Waarom zetelt hij niet op de troon, in het koninklijk paleis ? Wel, hij is op de vlucht voor Absalom, die een revolutie heeft ontketend, en in het overhaaste vlucht moet hij het vege lijf redden, en alles achterlaten. Dat is toch ook wat voor David! Ja, en toch heeft hij het goed, al is hij in de woestijn. Kent hij dan geen verlangen ? O ja, maar vermoedelijk anders dan u denkt. Geen verlangen naar wat hij op eenmaal is 'kwijt geraakt aan aards bezit, maar heimwee naar.... God. Als de Heere maar bij hem is, dan is het goed. En dat hij de residentie moet verlaten vindt hij daarom zo erg, omdat hij gescheiden is van het heiligdom, de plaats waar de Heere Zijn gemeenschap doet kennen in de priesterlijke dienst der verzoening. De Heere heeft de hoogste plaats in zijn hart. Daar ligt het geheim. De Heere is hem alles geworden. Verstaat ge daar ook iets van ? O, hoe verlangt hij naar die plaats, waar Gods ontmoetingen gekend worden en Zijn Goddelijke deugden uitstralen. Daar ziet hij Zijn sterkheid en eer. Want . . . . en daarom gewaagt hij ervan, Uwe goedertierenheid is me alles, beter dan het leven.

Het is verre van gemakkelijk om aan te geven, wat hier met „goedertierenheid" bedoeld is. De grondgedachte is toch wel die, van welwillendheid, goedgunstigheid. David staat dus hoog op de gunst Gods. Heeft hij deze mee, welnu, dan mag alles verder tegen zijn, het is hem goed. Ja, daar wil hij alles voor kwijt, zelfs zijn leven, als het moet.

Kent ge dat als het grootste geluk ? Is het u daar ooit om te doen geworden ? Als God maar goed op hem is, dan heeft hij vrede met alles wat hij moet doormaken. Dan kan hij in de woestijn zijn, en goed ook.

En dat is het vrije werk Gods. Die goedertierenheid kan hij niet opwekken, die is openbaring van het welbehagen Gods. Ziet u, dan valt David er nog buiten met al het zijne. Als de Heere met hem is, dan is dat, omdat God bij zichzelf vandaan daartoe een weg baande, naar de innerlijke bewegingen van Zijn barmhartigheid. En dat kan alleen in Zijn grote Zoon. In Hem is het en kan het.

Werd deze weg ook voor u ontsloten, waar bet aan uw zijde eeuwig omkomen was en de weg ophield ?

In dat „goedertierenheid" zit evenwel ook iets van Verbondstrouw. David mag hier zien, dat de Heere doorgaat, ondanks alles. Ja, dat Hij instaat voor Zijn eigen werk. Hij is Zijn woord aan David kwijt geworden in de belofte van Davids grote Zoon, en daar kan de Heere nooit meer van af. Dan zou Hij Zichzelf moeten verloochenen, en dat kan Hij niet. Dan zou Hij zichzelf opheffen en geen God meer zijn. Hij houdt in deze bange weg het Woord alleen over, en dat is nu net genoeg. Daar moet hij het mee doen. Zo wordt hij uit zichzelf gezet, en krijgt hij een groot crediet voor de Heere. Dan komt zijn koningschap, zijn verkiezing, ja zijn ganse leven in Hem alleen vast te liggen. Dan is het niet zijn ijver of trouw, o neen, die van God alleen. Hij valt er buiten, maar de Heere is zo getrouw als sterk.

Bent u de vastigheid in uzelf wel eens kwijt geraakt ? Dat is de beoefening van het leven. Dan zijt ge het met David hartelijk eens.

En dan ligt het eenzijdig. Uwe goedertierenheid. Uwe. Het is al uit Hem. Dat is waard vermeld te worden. Van David komt niets in aanmerking, hij heeft niets van zichzelf te zeggen, en daarom van de Heere niets-anders dan goed. Ook in deze weg is er geen kwaad woord van Hem bij. Dat leert nu genade. Was die er niet, David had God reeds lang vaarwel gezegd. Nu wil hij er niets van af hebben. Hij is met Gods wil verenigd. En dat is de hoogste stand in het leven der genade.

.... beter dan het leven.... Is David dan een levensverachter ? O neen, dat leert genade niet. Dan wordt juist het leven zo gewichtig, onder de ernst der eeuwigheid, nietwaar ?

Maar al het aardse, ja, heel het bestaan wordt daardoor in waardij overtroffen. Dan mogen ze van David alles hebben, zijn troon, zijn paleis, zijn schatten, zelfs zijn leven, hij is het alles in God kwijt, en daarom juist in Hem ook weer rijk. Hij acht zijn leven niet bij God.

Och, dat leert de natuur nooit, wel de genade Gods. Bent u uzelf wel eens aan God kwijtgeraakt ? Onvoorstelbaar grote winst wordt in dat verlies uw deel.

Weet ge het geheim ervan ?

Eén heeft er Zijn leven voor willen verliezen, dat al Gods deugden werden hersteld en verheerlijkt. En die mag David in deze belijdenis voorafschaduwen. Dat deed Hij niet voor zichzelf. Dat behoefde ook niet. Hij bezat alles. Maar Hij deed het voor vloekwaardigen, die de ongunst Gods tot hun deel gekozen hebben en voor altoos verdiend.

Welnu, waar ge uzelf nu aan God verliest, en voor Hem overkrijgt, door de liefde ervoor ingewonnen, wordt deze goedertierenheid geopenbaard in het geheimenis der verzoening, waardoor ge David verstaat in deze gang en belijdenis. En wat nooit te voren mogelijk was, doet ge dan. Ge belijdt mee en fluistert na, achter het geheim dan gebracht:

want Uwe goedertierenheid is beter dan het leven.

(Nieuw-Lekkerland)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 november 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's