De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKNIEUWS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKNIEUWS

14 minuten leestijd

Beroepen te:

Terkaple ca., M. J. van Wijck te Edam — Krimpen a. d. Lek, B. M. Meijndert te Waarder — door de gen. synode tot pred. voor buitengew. werkz. (legerpred.), C. W. Schlingemann te Nijeveen — Haaften, toez., kand. J. Vroegindewey te Bleiswijk — Cubaard, E. C. Baart te Nieuw Stadskanaal — Maarssen, toez., W. Vroegindewey te Barneveld — Blijham, toez., K. G. de Noord te Mantgum — Oldebroek, B. M. Meijndert te Waarder.

Aangenomen naar:

Nieuwkoop (toez.), D. Oliemans te Heinenoord — Etten-Ulft, vic. W. H. Schuurmans Stekhoven te Wolvega.

Bedankt voor:

St. Annaland, W. van Herpen te Kinderdijk — Zwartebroek-Terschuur, B. Haverkamp te Groenekan — Tholen, B. M. Meijndert te Waarder ca. — Middelharnis, H. A. van Bemmel te Leerbroek — Eerbeek (2e pred.pl.), A. Sjollema te Wel en Ammerzoden — Lage Zwaluwe (toez.), D. Driebergen te Tange-Alteveer (Gr.) — Oosterwolden (Pr.), H. van Nieuwenhuize te Klooster- Ter Apel.

Ned. Herv. Bond voor Inw. Zending op G.G. in Nederland

Zaterdag 24 november a.s. zal bovengenoemde Bond zijn jaarvergadering houden in het gebouw voor „Kunsten en Wetenschappen", Mariaplaats te Utrecht. De vergadering vangt te half elf aan. In de middag hoopt ds. G. Samson, Hervormd predikant te Rotterdam te refereren over het onderwerp:

„Strategie en doelstelling van de arbeid in de Gemeente"

Ds. A. L. v. d. SMIT

Ds. A. L. v. d. Smit, Ned. Herv. Predikant te Maarssen hoopt in de avonddienst D.V. 2 dec. van zijn gemeente afscheid te nemen.

Ds. C. BAAS

Ds. C. Baas van Haaften hoopt D.V. 25 januari a.s. zijn intree te doen in Nieuwerkerk a. d. IJssel. Als bevestiger hoopt op te treden ds. D. v. Dijk te Eemnes Binnen.

PREKEN OP DE BAND

Zoals sommigen van de lezers wel bekend zal zijn is de Hervormde Bond van Inwendige Zending op G.G. te Bennekom destijds gestart met het beschikbaar stellen van preken op de band voor die mensen, die van de herv./geref. prediking verstoken zijn.

Ook wij hebben reeds een jaar van deze gelegenheid gebruik mogen maken en willen langs deze weg allen die daaraan meewerkten, hartelijk dank zeggen.

Echter bereikte ons het bericht dat de voorraad banden momenteel uitgeput is.

Daarom wilden wij bij deze gaarne een beroep doen op onze predikanten, kerkeraden, enz., om deze tak van arbeid van de Herv. Bond v. Inwendige Zending te gedenken en zo mogelijk de voorraad te doen aanvullen door banden ter beschikking te stellen, hetzij ten geschenke, hetzij in bruikleen, hetzij door heropname der bestaande banden, opdat dit werk voortgang moge vinden en onder beding van Gods Zegen er toe moge bijdragen dat ook hier, niet alleen in eigen kring, maar ook daarbuiten, de gereformeerde prediking nog eens veld moge winnen.

JUBILEUM DS. BRASSER

Het was woensdag 14 november jl. een onvergetelijke dag voor ds. en mevr. Brasser met hun beide dochters en enige familieleden.

Door een comité was nl. een samenkomst georganiseerd in gebouw „Pro Rege". Ds. Van Slooten, als voorzitter van de Kerkeraad, opende deze samenkomst door te laten zingen Ps. 103 : 1, waarna hij voorging in gebed. Hierna las ds. Van Slooten Psalm 103 en sprak vervolgens een welkomstwoord in het bijzonder tot de fam. Brasser. In gevoelvolle woorden richtte hij zich tot de jubilaris en zijn vrouw en kinderen. Grote dankbaarheid vervult ons hart, dat God u 25 jaar door de band des huwelijks samen verbonden heeft, maar ook hiervoor, dat Hij u, juist op deze dag 25 jaar geleden, het voorrecht heeft willen schenken om in Zijn dienst werkzaam te mogen zijn, alsdus ds. Van Slooten. Hij prees de goede samenwerking en hoopte zolang ds. Brasser nog als predikant werkzaam mag zijn, zij beiden mogen samenwerken tot uitbreiding van Gods Koninkrijk in het midden der gemeente Voorthuizen.

Hierna kreeg de scriba van de kerkeraad het woord. Spreker kan zich namens het comité van harte aansluiten bij de woorden van ds. Van Slooten. Er heeft zich een comité gevormd met de bedoeling om u, ds. Brasser een receptie aan te bieden. Door de spontane medewerking van de gehele gemeente, mogen wij u namens het comité, en de hele gemeente, ook een geschenk aanbieden en wel een prachtig bankstel; aldus spreker. Aan mevr. Brasser werden bloemen overhandigd.

Hierna spraken achtereenvolgens de Burgemeester van Barneveld, een lid van de Meisjesver. Ouderling Van de Beerecamp uit Zwartebroek-Terschuur, waarvan ds. Brasser consulent is; ds. Bokma namens de Geref. Kerk, ds. Vos namens de gemeente Rijssen, de heer Vlieg namens de Kerkvoogdij, wethouder Zandbergen namens het Bestuur van de U.L.O. en Kleuterschool, oud. Overeem namens de beide Herv. scholen, de heer Wisgerhof namens het personeel van de U.L.O. en tenslotte ds. Koele van Nijkerk namens de Ring.

Vele geschenken mocht de jubilaris en zijn gezin in ontvangst nemen. We willen er enige noemen. Allereerst veel bloemen, een verwarmingslamp, vulpen, sigaren, boekenbon, en fruitmand.

Hierna kreeg de jubilaris het woord. In een bewogen toespraak getuigde hij van Gods trouw, maar ook van 's mensen tekortkomingen, persoonlijke en ambtelijke zonden. Maar daar tegenover mocht onze dominee gewagen van de trouw van God in zijn gezin en ambt ondervonden.

Ds. v. Slooten verzocht hierna nog te zingen Ps. 75 : 1. Ook 's avonds waren er velen die de fam. Brasser kwamen gelukwensen, o.a. de predikant en andere afgevaardigden van de Kerke­ raad van Bruchem-Kerkwijk.

Het was een goede dag, die zeker niet gemakkelijk vergeten zal worden.

Namens het comité, G. Klaassen.

In het geheel gevulde kerkgebouw mocht zondag 18 november ds. Brasser zijn herdenkingsrede houden.

De dienst werd begonnen met het zingen van Ps. 103 : 1 en 2. Na het lezen van de Wet des Heeren werd gelezen Ps. 103, waarna ds. Brasser in een ootmoedig gebed dank voor de Heere mocht brengen, maar ook het belijden mocht: Heere ga uit van mij, want ik ben een zondig mens.

Vervolgens werd gezongen Ps. 138 : 1, 2 en 3. De tekst der prediking was Gen. 32:10a, waar Jacob spreekt: Ik ben geringer dan al deze weldadigheid en trouw, die Gij aan Uw knecht bewezen hebt. De grondtoon van de preek was ootmoed en dankbaarheid. In een bewogen, gevoelvolle en ernstige prediking werd mede in verband met de tekstwoorden een blik terug geslagen, in het bijzonder naar de eerste gemeente Bruchem, waarvan ds. Brasser getuigen mocht daar geestelijk gevormd te zijn. Ook in Rijssen heeft hij, hoewel het soms moeilijk was, toch ook gezegende en goede jaren mogen hebben. Tenslotte dacht ds. Brasser aan de gemeente Voorthuizen. Dank werd er gebracht voor de liefde en trouw: die er in deze gemeente was. Vaak heb ik, aldus de predikant, met blijdschap des harten het Woord onder u mogen bedienen. Dat ge na mijn elf-en-een-half-jarige arbeid onder u nog zo trouw onder mijn bediening des Woords komt, stemt tot dankbaarheid. In alle zwakheid en gebrek heb ik het Woord onder u mogen bedienen. Voor de dienaar des Woords en voor de gemeente een verantwoordelijke zaak. Moge het alles tot zegen voor u zijn. Na het dankgebed werd nog gezongen Ps. 111: 5.

Ds. Van Slooten was als voorzitter van de Kerkeraad de vertolker van wat er leefde bij de Kerkeraad en de gemeente. Hij bracht ds. Brasser dank voor de goede samenwerking en wenste hem straks aan het einde van zijn loopbaan toe, dat dan mag ontvangen worden de kroon der gerechtigheid, die God zijn getrouwe dienstknechten beloofd heeft. Ds. Van Slooten verzocht de gemeente tenslotte ds. Brasser en gezin te willen toebidden Ps. 121:4. In gevoelvolle woorden bracht ds. Brasser hiervoor dank en sprak tenslotte de Hogepriesterlijke zegen over de gemeente uit. Het was een goede dienst.

Wij hopen, dat onze herder en leraar nog met zegen onder ons mag blijven arbeiden. Dat zal niet zo heel lang meer kunnen zijn. Geve de Heere dat de laatste tijd de beste moge zijn. En waar onze dominee, naar de mens gesproken, straks te midden van zijn volk blijft wonen, daar geve de Heere nog vele en goede jaren in onze gemeente Voorthuizen.

G. Klaassen, scriba.

BIJ DE PAKKEN NEERZITTEN

Wist u, dat deze uitdrukking aan de Bijbel is ontleend?

In Genesis 49 : 14 staat: (Staten-Vertaling) „Issischar is een sterk gebeende ezel, neerliggende tussen twee pakken".

Na de Reformatie was de Bijbel gemeengoed. Iedereen was gepakt door de bijbelverhalen en kende ze op het duimpje. Op de paplepel stond een bijbelse spreuk gegrift, op het bord van de kleuter idem! Aan de wand hingen bijbelse teksten. Ja zelfs op de beddewarmer stond soms een spreuk, ontleend aan de Bijbel. Drie maal per dag las men de bijbelverhalen. De tegels om de haard gaven voorstellingen van veel wat in de Bijbel staat.

De Bijbel met zijn rijke geschiedkundige, dichterlijke en profetische inhoud, het wondere gebeuren van Jezus' omwandeling op aarde. Zijn vermaningen en wijze woorden dat alles sprak tot de mensen van toen.... én de mensen van nu!

Bij de pakken neerzitten betekent: geen gevolg geven aan de opdracht: „Verkondig het Evangelie .... en draag het uit tot aan de uitersten der aarde "

En omdat het niet mogelijk is als Christen zonder Bijbel te leven, daarom is het werk van de bijbelgenootschappen; het vertalen, drukken en verspreiden van de Bijbel in de wereld zo belangrijk.

Het Nederlandsch Bijbelgenootschap opgericht op 29 juni 1814, stelt zich ten doel de vertaling, de uitgave en de verspreiding van de Bijbel in zijn geheel of in gedeelten, zowel binnen Nederland als daarbuiten, zonder dat het een commercieel oogmerk nastreeft.

U kunt niet bij de pakken neerzitten — en wij mogen niet bij de pakken neerzitten, wanneer u en wij ervan overtuigd zijn, dat Gods Gebod moet worden opgevolgd.

Daarom: steunt en helpt het werk van uw eigen Nederlandsch Bijbelgenootschap door lid te worden van het N.B.G.

DE VERWACHTING IN DE ROOMS-KATHOLIEKE WERELD AANGAANDE HET CONCILIE (II)

De enorme belangstelling, die de aankondiging van het concilie heeft gewekt in de rooms-katholieke wereld is een feit van betekenis. Klachten, die men ook zo nu en dan horen kan over het gebrek aan medeleven der gelovigen, doen daar niets aan af; overal vormen de geestdriftigen een minderheid tegenover de onverschilligen. Het is duidelijk, dat de aankondiging van het concilie de gelegenheid heeft gegeven gevoelens, die bij velen leefden, te uiten: gevoelens van onbehagen over het centralisme in de leiding der kerk, over het in haar heersende klerikalisme, over het isolement, waarin de r.k. gelovigen zich bevinden ten opzichte van de rest der christenheid. De aankondiging van het concilie heeft de hoop gewekt, dat het concilie een begin zal maken met de hoog nodige decentralisatie, dat tegelijk ook aan de leek de plaats zal worden gegeven, die hij behoort te hebben in het lichaam van Christus, en dat het concilie, zij het niet in directe, dan toch in indirecte zin iets tot stand zal brengen, dat de hereniging der christenen nader brengt.

Naar voren gekomen wensen

Wanneer wij nu een greep doen uit de literatuur, waarin rooms-katholieke theologen en leken hun wensen t.a.v. het concilie geformuleerd hebben, beginnen wij met het laatstgenoemde punt. Het is uit peilingen van de publieke opinie gebleken, dat nog steeds velen — protestanten èn rooms-katholieken van dit concilie reeds de hereniging in het geloof verwachten.

De literatuur, waarmee wij ons thans bezig willen houden, is natuurlijk beter geïnformeerd. Maar wel geeft zij uiting aan de hoop, dat het concilie in ieder geval op indirecte wijze iets zal doen voor de hereniging. En wel in de eerste plaats negatief door alles na te laten wat de verwijdering zou kunnen vergroten. „Es darf nichts geschehen, was von irgendwelcher Seite mit Grund als Verbreiterung der Kluft angesehen werden kann." Enkele malen wordt de verwachting geuit, dat het concilie geen nieuw Mariadogma of - feest zal invoeren. Geheel overbodig is het niet, dat dit gezegd wordt, daar een deel van de bisschoppen uit Zuid-Amerika wel eens oren zou kunnen hebben voor een dogmatisering van de titel Maria-Medeverlosseres, en gezien een bericht van het K.N.P. d.d. 7 augustus 11., volgens hetwelk men rekening moest houden met de mogelijkheid, dat toch nog een dogma-verklaring over Maria Middelares of Maria Medeverlosseres zal worden voorgestaan.

Het concilie moet dus nalaten wat de kloof zou kunnen verbreden. Daarnaast moet het echter door vernieuwing der kerk zelf de weg tot hereniging openstellen. Dit gezichtspunt is het breedst uitgewerkt in het bekende boekje van Hans Küng, Concilie en Hereniging, Vernieuwing als oproep tot eenheid. Dit boekje bevat een r.k. oecumenisch program, dat niet in enkele zinnen de weergave ontvangen kan, die het verdient — terwijl het in het kader van dit artikel ook slechts ter sprake kan komen als symptoom van wat in bepaalde r.k.-kringen leeft. Stippen wij aan, dat voor Küng de ecclesia catholica tegelijk ecclesia reformanda is. Omdat zij immers uit zondaren bestaat (Küng aanvaardt de uitdrukking „zondige kerk" met restricties, maar spreekt toch liever van „kerk van zondaren") kan in haar deformatie plaats vinden, die door reformatie gevolgd moet worden. Zelfs moet van haar gezegd worden, dat zij „semper reformanda" is, al is de term „vernieuwing" positiever en daarom toch beter dan „hervorming". De beschouwingen van Küng over het verleden laten wij als momenteel voor ons van minder belang rusten. Maar een van de conclusies, die Küng uit de geschiedenis trekt is deze: zo vele eeuwen van terugroepen der gescheiden broeders hebben bewezen, dat het doel zo niet valt te bereiken, daar er voor de anderen geen sprake kan zijn van een terugkeer, „alsof wij geen schuld zouden hebben aan de scheiding". Daarom is een der door Küng geformuleerde wensen t.a.v. het concilie, dat dit een woord van boete zal doen horen: dit „zou ook bij onze gescheiden mede christenen meer deuren voor ons doen opengaan dan alle woorden van dringende uitnodiging tot terugkeer". Ook elders dan bij Küng vinden wij deze wens uitgesproken. Vanzelfsprekend wordt de grens in acht genomen, die altijd blijft: de Katholieke kerk is zichzelf in hoofdzaak trouw gebleven en heeft wat aan katholieke waarheid niet mocht worden opgegeven trouw bewaard.

Er zijn echter gerechtvaardigde protestantse verlangens, die de vernieuwing der katholieke kerk realiseren moet. Kiemen van de verwezenlijking daarvan ziet Küng reeds thans aanwezig: beter inzicht in de religieuze bedoelingen der Reformatie, toenemende waardering der Heilige Schrift, ontwikkeling der liturgie tot volksliturgie, begrip voor het algemeen priesterschap der gelovigen, enz.

Anderen noemen als punten voor behandeling door het concilie, die zouden kunnen leiden tot verbetering der verhoudingen met de gescheiden broeders: een de facto erkenning van het bestaan van afgescheiden christelijke gemeenschappen, een verklaring betreffende de grenzen der kerk en het toebehoren tot het mystieke lichaam van Christus, een verklaring betreffende de geloofsvrijheid, een herziening van de bepalingen aangaande het gemengde huwelijk, enz.

Bijzondere vermelding verdient het feit, dat verschillende malen de nadruk gelegd wordt op de enorme importantie van bezinning op de verhouding tussen Kerk en Israël.

Bij velen blijkt dus de overtuiging te leven dat met de bewering als zou het concilie een interne aangelegenheid der R.K. Kerk zijn niet alles gezegd is noch mag zijn. Tegelijk leeft de overtuiging, dat èn het heil van de eigen gelovigen èn de roeping der kerk tegenover de wereld radicale vernieuwingen nodig maken. Allereerst vernieuwingen in de structuur van de kerk. Gesproken wordt over een herwaardering („Aufwertung") van het episcopaat. De term ontmoet ook wel kritiek en inderdaad moet erkend worden, dat het voor de r.k. theologie altijd als een vaststaand gegeven heeft gegolden, dat de bisschoppen opvolgers der apostelen zijn en door goddelijke zending aan de kerk gegeven. Maar intussen vormt de verhouding tussen pauselijk primaat en episcopaat een vraagstuk, waar het concilie van Trente ondanks veel discussie niet mee klaar is gekomen en het eerste Vaticaanse conci­lie niet eens aan toe is gekomen, omdat de politieke omstandigheden noodzaakten het te verdagen.

Het is nog lang niet duidelijk hoe de huidige r.k. theologie dit vraagstuk, dat een geschiedenis van eeuwen achter zich heeft wil oplossen en of zij aan een oplossing toe is. Wel kan men Hans Küng toegeven, dat reeds het feit van de bijeenroeping van het concilie de gedachten in een bepaalde richting wijst. Immers, de collegialistische richting, die velen uit willen gaan (niet de paus alleen bestuurt de kerk, maar de bisschoppen samen met de paus) vindt steun in het oecumenisch concilie, waarvan immers de Codex Turis Canonic! zelf zegt — ondanks de reeds genoemde beveiligingen, die maken, dat het concilie niets kan doen of zelfs maar beginnen zonder de paus! —, dat het het hoogste gezag in de kerk heeft!

(Overgenomen uit Reformatorische door Stemmen, Dr. C. A. de Ridder). 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKNIEUWS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's