De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

9 minuten leestijd

In het Hervormd Weekblad gaat ds. J. T. Wiersma nogmaals in op het schrijven van ds. Groenewoud. Zoals we ons nog zullen herinneren liep de discussie over de vraag of de diverse richtingsorganisaties ook in deze tijd nog bestaansrecht hebben. Ds. W. vond het voortbestaan van deze organisaties feitelijk maar een rem die het opbloeien van het volle kerkelijk leven tegen hield; ds. Gr. verdedigde de noodzaak van het voortbestaan van deze organisaties gezien de nog steeds bestaande situatie in de kerk.

Ds. W. schrijft zijn artikel onder het sprekende opschrift: „Voed het oud vertrouwen weder". Uit dat artikel konden we alleen niet opmaken hoe „oud" dat vertrouwen nu is en met welke inhoud dit vertrouwen gevuld moet worden; soms krijgt men de indruk dat het meer lijkt op een nieuwe goedgelovigheid, dan op een oud vertrouwen. Om een voorbeeld te geven, citeren we de reactie van ds. W. op een zin uit het artikel van ds. Gr. De laatstgenoemde betoogde, dat de Conf. Ver. nog steeds bestaat, omdat de kerk er, ondanks de nieuwe kerkorde, nog altijd niet voor zorgt, dat de Waarheid, en alleen die, wordt gepredikt, omdat er nog steeds een bestrijding van de Waarheid in de Hervormde Kerk is, die volstrekt ongemoeid wordt gelaten door de kerkelijke organen die geroepen zijn, daar tegen, op te treden. Ds. W. antwoordt daarop het volgende;

Nog steeds is het wachterambt van de Confessionele Vereniging gewettigd, zegt u, omdat de kerkelijke organen, die daartoe geroepen zijn, de bestrijding van de Waarheid in de Hervormde Kerk volstrekt ongemoeid laten. De Gereformeerde Bond zegt hetzelfde, alleen vaak nog wat duidelijker, en zij ziet soms ook daar bestrijding van de Waarheid waar de Confessionele Vereniging die niet ziet. En de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden krijgt het gevoel: het is op ons gemunt, mannen weest sterk! Om mij maar weer tot de Confessionele Vereniging te beperken, ik versta haar bedoeling, historisch en actueel. Ik vind alleen: Ie. dat de richtingsorganisaties historisch te belast zijn — ondanks het positieve werk dat zij ook gedaan hebben — over (corr.: om) in onze situatie een wachterambt te vervullen ten aanzien van het belijden, o.a. in de prediking, van de kerk; 2e. dat zij de orde, de wettige leefregels van de kerk van nu, die veel pneumatischer benut dienen te worden dan veelal geschiedt, thans onwettig, verouderd, achterhaald, doorkruisen, oftewel: zij belemmeren het pneumatische verkeer in de kerk. 3e. dat zij door zich te handhaven, ook nu wij weer ordelijk kerk mogen zijn, het wezen van alle kerkelijk belijden, dat zich voltrekt in de kracht van de Geest maar tegelijk weerloos is als Christus zelf en weersproken kan worden, op een te krampachtige wijze willen schragen. Met onze macht is het niets gedaan.

Ds. W. weet een veel betere oplossing die in tegenstelling met het opschrift boven zijn artikel — dachten we — niet zozeer oud als wel erg nieuwerwets en modern is;

Concreet: laat het bestuur van de Confessionele Vereniging beginnen het de besturen van de andere richtingsorganisaties lastig te maken, christelijk lastig, door hen uit te nodigen samen in retraite te gaan, niet om te zwijgen, maar om met elkaar vanuit Christus te spreken en vooral ook te bidden. Dan met het bestuur van de Vereniging van Vrijzinnige Hervormden, dan met dat van de Gereformeerde Bond. Op zijn minst een aantal dagen. En het niet bij één keer laten. Dat zou een verheugend initiatief zijn.

Het spreekt vanzelf dat het herderlijk schrijven van de Hervormde Kerk inzake de kernwapenen heel wat pennen in beweging gebracht heeft. In het persoverzicht van het Gereformeerde Weekblad (Kok) geeft prof. Bakker een keuze van verschillende reacties in diverse dagen weekbladen. Zijn conclusie is de volgende:

We volstaan nu met drie opmerkingen. Allereerst lijkt het ons niet juist te stellen, dat het herderlijk schrijven talloze hervormde en andere christenen in gewetensnood brengt. Wel is de gewetensnood, die aan het hebben en hanteren van kernwapenen inherent is duidelijk onder woorden gebracht. Geheel afgezien van de oplossing, waartoe de synode komt vereenvoudigt men de problematiek op gewelddadige wijze, wanneer men haar verantwoordelijk stelt voor een gewetenscrisis. Een dergelijke opvatting getuigt van een kerkisme, dat o.i. weinig reformatorisch is-

Alsof het gewetenconflict eerst zou ontstaan doordat de kerk spreekt.

Vervolgens heeft dr. Rothuizen m.i. terecht gezegd, dat men wel het onlogische van de redenering „we kunnen ze niet missen en niet gebruiken" heeft aangetoond, maar dat deze schijnbaar onzinnige conclusie wel eens precies de weergave kon zijn van de situatie, waarin we verkeren. Dan zou ze ook feitelijk juister zijn dan wat „Trouw" vanmorgen schrijft: „Een voorraad kernwapenen, die men niet wil gebruiken heeft geen enkele waarde, zelfs niet om een onderhandelingspositie op te bouwen". Als de „onmogelijke" zin van de heer Calmeyer de werkelijkheid weergeeft, dan moeten we daarvan uitgaan. En noch naar de ene noch naar de andere kant proberen voor ons denken een situatie te vereenvoudigen, die door deze vereenvoudiging niet meer in haar ware aard onderkend wordt.

Tenslotte: De synode onderscheidt tussen „laatste" en „voorlaatste" beslissingen en tracht zo ruimte te creëren voor werkelijke beweging in politiek en militair opzicht. Wanneer men het met de „laatste" beslissing (het „neen zonder ja's" tegen de kernwapenen) niet eens is zal men Iets moeten doen, nl. bewijzen, dat het voor het moment aanvaarden en in zijn politieke berekeningen opnemen van het bestaan van de kernwapens niet betekent, dat men door déze beslissing verlamd is en in een fatalistische houding nu maar afwacht, hoe het verder gaat. Dat betekent verder, dat juist dan iedere kans om „voorlaatste" beslissingen te nemen en kansen te scheppen voor afkoeling, gedeeltelijke overeenstemmingen etc. waargenomen (hier zal men wrs. „weggenomen" moeten lezen (U.d.p.). wordt. O.a. houdt dat in, dat men na de ommezwaai van Rusland inzake Cuba niet gaat zeggen: zie je wel, als je maar flink bent en ze op hun gezicht slaat trekken ze wel terug. Dat zou niet alleen zakelijk een slecht, maar bovendien christelijk een uiterst merkwaardig gebruik zijn van de ruimte, die ons gelaten is en waarom in alle kerken zo vurig gebeden werd.

Woord en Dienst heeft een heel nummer gewijd aan het concilie dat op het ogenblik in Rome aan de gang is. Verschillende schrijvers wijden een artikel aan het onderwerp: het concilie. De één handelt over het verleden en vertelt ons allerlei bijzonderheden over vroegere concilies; de ander schrijft over het heden, over het concilie dus dat nu aan de gang is; een derde is bezig met de toekomst en probeert optimistisch of meer pessimistisch gestemd alvast een begroting te maken van de te verwachten resultaten van dit concilie. In een artikel getiteld Vaticanum II en de Reformatie, vraagt prof. Berkhof zich af of de R.K.- Kerk nog wel „vatbaar" is voor reformatie. Hij beantwoordt deze vraag bevestigend. In de R.K.-Kerk is er principieel plaats voor een ontwikkeling van het geloofsbezit. Dit in tegenstelling met de Oosters Orthodoxe Kerk die alleen maar onbewogen stil blijft staan bij de concilie-besluiten der oude ongedeelde kerk. Rome weet, evenals de Reformatie, dat voor de voortgang der kerk twee krachten nodig zijn: traditie en reformatie. De eerste behoudt haar voor vervaging, de tweede voor verstarring. Hier is dus een overeenkomst tussen Rome en de Reformatie, maar, zo gaat prof. Berkhof verder:

Deze overeenkomst is belangrijk, maar op zichzelf onvoldoende, wijl puur formeel. De eigenlijke vraag is: kunnen wij de hervormingen, die in de R.K. Kerk sinds het concilie van Trente zijn aangebracht, erkennen als reformaties in de geest van Rom. 12 vs. 2 („wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken")? Het antwoord is een beslist „neen". Wel zijn er in detailkwesties juiste beslissingen genomen, maar hun gewicht valt in het niet naast de principiële beslissingen op het gebied van goede werken, heilszekerheid, sacrament, kerk, Maria en pauselijke onfeilbaarheid, die wij wel als een voortgang zien, maar dan als een voortgang op een dwaalweg. De moderne r.k. leer aangaande de traditie, de voortgaande ontwikkeling en ontvouwing van het geloofsgoed, maakt het aan de R.K. Kerk mogelijk, allerlei leringen af te kondigen zonder zich te hoeven rechtvaardigen wat hun schriftuurlijk grondbeslag betreft.

Dus: we erkennen wel dat in de R.K. Kerk traditie en reformatie samengaan, maar wij achten beide een verbastering van wat de Schrift onder „overlevering" en „vernieuwing" verstaat. Eeuwenlang heeft de middeleeuwse kerk een schriftuurlijke vernieuwing afgewezen. Toen deze tenslotte kwam als een enorme uitbarsting die Europa uiteenreet, bracht zij in de R.K. Kerk een „trauma" teweeg, dat zich tot op heden heeft doen gevoelen. Zij verstijfde in een anti-houding t.a.v. de Reformatie. Daardoor was haar weg versperd naar een eigen onbevangen antwoord op de vraag naar de voortgaande schriftuurlijke reformatie der kerk.

Na vier-en-een-halve eeuw schijnt de periode der verstijving op haar einde te lopen. Het trauma geneest. De zgn. „nieuwe theologie" stelt op gedurfde wijze de hervorming 'der kerk aan de orde. Zij hoopt dat het concilie in de eerste plaats een hervormingsconcilie zal zijn. - Nu ik bij het begin van het concilie dit artikel schrijf, lijkt de kans daarop gering. Het ziet er eer naar uit dat het concilie het slagveld zal worden van de tegengestelde krachten van traditie en reformatie, en dat we al blij zullen mogen zijn- als dit niet tot een triomf van de eerste leidt. Maar ook bij de negatieve afloop van het concilie zal de worsteling om de reformatie der R.K. Kerk doorgaan. Alleen vrees ik, dat de vraag steeds klemmender zal worden: of de reformatie in de 20e eeuw goedkoper te krijgen zal zijn dan in de 16e eeuw het geval was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 november 1962

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's