BOEKBESPREKING
K. Hutten, Christen hinter dem eisemen Vorhang, 264 blz., DM. 9.80. Quell Verlag, Stuttgart 1962.
Dit boek spreekt van de christelijke Kerken in de Communistische wereld en dat onderwerp heeft, dacht ik, stelling de belangstelling van onze lezers en het is daarom, dat ik ook in ons orgaan gaarne een aankondiging van dit boek opneem.
De schrijver zal in een tweede deel spreken over de zgn. DDR, over China, enz. Hier in het eerste deel vertelt hij van de toestanden in de Sovjet-Unie, Tsjechoslowakije en Hongarije. Via pers en radio horen wij nu en dan wel over allerlei gebeurtenissen in de kerken achter het ijzeren gordijn, maar wie heeft een totaal-indruk van de verhoudingen, waarin de kerken leven en werken? De schrijver laat zien, hoe hier een strijd is op leven en dood, een worsteling, die nog lang niet afgelopen is en waarvan niemand het einde kan voorspellen. Maar het belangrijkste element van de tegenstand bestaat niet in de daden van de kerkelijke leiders, maar in de stille kracht, waarmede de gemeenten ook in een totalitaire dictatuur, ook in een gedesorganiseerde kerk, ook in het trommelvuur van de atheïstische propaganda, ook in de bedreiging door allerlei mensen het nochtans van het geloof beleven.
De schrijver wijst op het voorlopige in zijn berichtgeving; het is nu eenmaal niet eenvoudig betrouwbaar bewijsmateriaal te verzamelen.
Het boek wil oriënteren en informeren en tot nadenken en bezinning brengen. Het is niet onze verdienste, dat wij in een vrij land leven, wij hebben ook geen garantie, dat wij deze vrijheid zullen blijven behouden. Wij moeten uit de zware ervaringen van onderdrukte kerken lering trekken, opdat wij toegerust zullen zijn, als voor ons de ure van beproeving komen zou, aldus de schrijver in een ernstig en bewogen woord vooraf.
Het is een benauwend stuk kerkgeschiedenis, dat ons hier wordt voortgezet. „De religie is opium voor het volk — deze spreuk van Marx is de hoeksteen van de gehele marxistische wereldbeschouwing", aldus Lenin. De onverzoenlijke vijandschap tegen iedere religie is in de fundamenten van de communistische ideologie onwrikbaar ingebouwd. Van den beginne vocht men tegen de Kerk, die nu eenmaal reactionair is. In Moskou, waar vijf miljoen mensen wonen waren in 1937 van de in 1917 bestaande 1620 kerken er nog een twintig open.
In de tweede wereldoorlog kwam een verandering in de houding van de overheid tegenover de Kerken. In Moskou was het aantal kerken, dat in 1943 open was meer dan 50. Het communisme heeft, zegt de schrijver — glacé-handschoenen aangetrokken, al is het militant gebleven. Voor de atheïsten is het een voortdurend probleem, waarom „de resten van godsdienst" maar niet willen verdwijnen. De priesters gelden in de officiële communistische maatschappij voor paria's. De Kerk heeft nauwelijks middelen om de stellingen van het atheïsme publiek te bestrijden.
In Polen liggen de verhoudingen anders dan in Rusland: Polen is R.K. en de R.K. Kerk is diep in het volksbewustzijn verankerd. De schrijver vertelt van de jaren van de openlijke kerkstrijd. Kardinaal Wyszynski zat bijna drie jaar gevangen. Thans is er een noodzakelijke coëxistentie. De Kerk moest de vrijheid om te kunnen werken terug verkrijgen, de Staat was op de ondersteuning door de Kerk aangewezen. Maar de ideologische spanningen blijven.
In Tsjechoslowakije liggen de verhoudingen heel wat moeilijker. Zeker, ook daar klaagt men over het geringe succes van de atheïstische propaganda, maar het valt niet te ontkennen, dat de grote massa tegenover de grote vragen van de godsdienst steeds meer negatief is ingesteld. Het getal van de ongedoopte kinderen neemt toe; het ontkersteningsproces gaat snel verder. Uit de protestantse kerken komen wel andere stemmen, wat samenhangt met de geschiedenis van het protestantisme in deze streken: wij hebben nu de gelegenheid om het voornaamste te doen wat de kerk doen moet: het evangelie verkondigen.
En tenslotte Hongarije. Uitvoerig vertelt de auteur van de man, die van geen compromis wilde weten: Kardinaal Mindszenty: gevangen genomen, geestelijk gebroken, veroordeeld, bevrijd in de dagen van de Hongaarse opstand en na het mislukken van dit massale volksverzet tot vandaag wonende in het gebouw van de Amerikaanse ambassade, waar hij een asyl vond. „In de laatste jaren is de positie van de religie sterker geworden en dat heeft de politieke betekenis van de Kerk vergroot", zo schreef in '59 de secretaris van de partij in De Communist. In de anonyme christenen — zo eindigt de schrijver — schuilt een kracht, die tot vandaag niet is gebroken.
Zo spreekt dit boek — dat benauwt en verootmoedigt — uiteindelijk van het onoverwinnelijke van Gods genade naar het Woord van Christus: De poorten der hel zullen haar (de Kerk) niet overweldigen!
Ik wens dit boek in veler handen.
Bt.
J. Glissenas, Arabieren huilen niet, 214 blz., geb. ƒ 10, 90. Bigot & Van Rossum, Blaricum, 1961.
Het Midden-Oosten is voortdurend in het nieuws; eigenlijk dreigt het daar de laatste tijd voortdurend; het zit niet goed tussen Israël en Jordanië, tussen Egypte en Israël en iedereen gevoelt, dat de toestand zo niet kan blijven en niet mag blijven; het schijnt een niet te ontwarren kluwen. Van het Midden-Oosten — naar de schrijver van dit werk zegt als vanouds het brandpunt der aard — vertelt dit boek. De schrijver maakte in de laatste tien jaar vier reizen naar het Oosten, waar hij in geheel bijna twee jaar doorbracht en nu geeft hij zijn indrukken en beschouwingen over mensen en toestanden. Hij heeft met de mensen gesproken in hun eigen taal, heeft niet geschroomd om zo nodig hun levensomstandigheden te delen. Hij wil laten zien, waarom het Midden-Oosten het kruitvat der wereld is en een voortdurende bedreiging van de wereldvrede.
Een reisverhaal zonder meer vinden wij hier dus niet; het geeft indrukken; de auteur laat ons meeleven met de mensen, die hij ontmoette.
Het werk vangt aan met een hoofdstuk over contrasten en van tegenstellingen is het gehele Midden-Oosten vol! Men komt, al lezende diep onder de indruk van het harde leven in Lybië, waar armoede regel is; maar het leven in oasedorpen aan de voet van de Antilibanon is niet minder hard.
Het Nijldal en de Nijldelta vormen eigenlijk de grootste en verreweg dichtstbevolkte oase van geheel Noord-Afrika; op een oppervlakte zo groot als Nederland wonen 25 miljoen mensen! De schrijver vond op vele plaatsen een bewonderenswaardige tevredenheid, maar hij stuitte ook op grote opstandigheid in Syrië en in Egypte, waarbij de mensen de schuld van hun armoede op het Westen legden. We lezen van lage lonen, primitieve werktuigen, van nauwelijks bestreden ziekten, van een volslagen gebrek aan de meest elementaire begrippen van hygiëne, van bezwaren tegen nieuwe methoden ten aanzien van het bebouwen van de akkers. De schrijver tekent de weerstanden tegen de moderne ontwikkeling, weerstanden, die in het overwegend islamitische land samenhangen met de overlevering van de Islam: misprijzing van de landbouw, berusting in de armoede als de wil van Allah en de achterstelling van de vrouw. Hoewel ook vele moderne moslims een geheel andere houding aannemen, daarbij gretig het woord uit de Koran aangrijpende: Kun je degenen, die iets geleerd hebben en degenen, die niets geleerd hebben met elkaar gelijk stellen? — De christenen staan in het algemeen zeer positief tegenover de ontwikkeling. De schrijver raakt ook het probleem aan van de positie der Joden in de Arabische landen. Tot de opkomst van het Zionisme en de stichting van de staat Israël hadden de Joden in de Arabische landen betrekkelijk rust en welvaart. „Maar nu hebben wij geen leven", verklaarde een Jood in de eeuwenoude straat De Rechte in Damascus. Dat geldt niet alleen Damascus. De Arabier meent, dat Israël instrument is in handen van westerse imperialistische machten.
Ook van de houding tegenover de christenen verhaalt de schrijver treffende dingen uit eigen ervaringen en op grond van persoonlijke gesprekken.
De voornaamste kritiek, die de auteur heeft op de moderne sociale hervorming luidt: er is te weinig persoonlijke toewijding.
Het boek, vol van boeiende en levendig vertelde verhalen, geeft een typisch beeld van wat er vandaag in het Midden-Oosten woelt en gist. Misschien kan de lezing van een werk als dit deze en gene ook wat meer dankbaarheid leren. Het is verlucht met een zestiental pagina's foto's.
Bt.
Zonnehuis Kalender 1963. De prijs is ƒ 1, 35, te verkrijgen, o.a. aan het verenigingsbureau het Zonnehuis, W. Barentszstraat 15, Utrecht. Telef. 030—18046. Postrekening: 4661.
Deze kalender wordt uitgegeven door de Christelijke Vereniging tot verpleging van langdurige zieken. Als we lezen dat tenminste nog 15000 chronische patiënten geen plaats in een tehuis kunnen vinden, dan is het kopen van deze aantrekkelijke kalender met 7 mooie, grote kleurenfoto's in natuurlijke kleuren, bijna een plicht voor ieder, die het ook maar enigszins kan doen.
Wat het doel betreft, dit is bijzonder sympathiek. Christelijke verpleging van langdurige zieken van alle leeftijden en ongeacht hun godsdienst of kerkelijke gezindte is het doel van de Veren. „Het Zonnehuis". Dit wordt momenteel verwezenlijkt in drie „Zonnehuizen" Beekbergen, Doom en Schiedam. Het 4e Zonnehuis verrijst in Zuidhorn (Gr.). Een volgens de nieuwste inzichten gebouwd verpleegtehuis met 136 bedden. Men hoopt in 1963 met de patiënten-opname te kunnen beginnen. Er staan verder plannen op stapel voor de stichting van nieuwe „Zonnehuizen" te Vlaardingen, Doom en Amstelveen. Worden thans ongeveer 250 zieken verpleegd, bij verwezenlijking der plannen worden dit er ruim 1000. De opbrengst der Zonnehuiskalender moet daarbij helpen. Zolang er in Nederland nog te weinig goed ingerichte en sociaal ingestelde verpleeggelegenheden zijn voor langdurig zieken (en dit zal helaas nog lang het geval zijn) verdient „Het Zonnehuis" aller steun en is het te hopen dat de verkoopactie voor de Zonnehuiskalender elk jaar in omvang toeneemt.
Kalenderactie: Pro Juventute, postbus 7101 — Amsterdam-Zuid II. Tel. 020—79 09 49. Postrekening no. 517400, Amsterdam. Prijs ƒ 2, 90, porto ƒ 0, 30.
De Oranje Kalender 1963 is ditmaal geheel uit kleurenfoto's samengesteld, en bevat ook nu weer verschillende onbekende foto's.
Het sympathieke doel, nl. kinderen, die extra zorg hard nodig hebben, te helpen is overbekend. Hopelijk worden ook van deze kalender heel veel exemplaren gekocht. Ze is bij de meeste boekhandels verkrijgbaar, eveneens bij alle verkoopadressen en bij de vereniging Pro Juventute in tal van steden.
C. S. S.
Op de man af, door ds. Okke .lager. Uitg. Kok Kampen. Prijs ƒ 1, 50.
Deze pocket is een vijfde druk, waaruit blijkt hoe zeer deze korte radiotoespraken alsmede referaten, gehouden op samenkomsten van de interkerkelijke jeugdorganisaties te Rotterdam, in een behoefte voorzien. De titel, waaronder ook de radiotoespraken worden gegeven, zegt het heel duidelijk: ze geven een persoonlijk woord, waar ieder op zijn tijd iets aan heeft.
C. S. S.
Dr. A. Vloemans, Erasmus, 144 blz., ing. ƒ 2.95. Uitg. W. de Haan N.V., Zeist, 1962.
In een voorbericht zegt de schrijver waar hij bij zijn studie over Erasmus is uitgekomen. AI te dikwijls leest men, dat Erasmus wel enig goeds gewild heeft, maar dat hij als mens en als leider te kort is geschoten. Hier wordt hij getekend „in zijn onmiskenbare grootheid, in zijn geestesbegaafdheid en zijn voorname strijdvaardigheid".
Wie dit boek leest, komt onder de indruk van deze grote humanist, die zijn eigen weg zocht te gaan, die zoals hij zelf schrijft, verdiende zich uit het leven terug te trekken en gedwongen werd een zwaardvechter te zijn en met wilde beesten te vechten, alleenstaande tegen velen.
In een vijftal hoofdstukken geeft de schrijver een beeld van Erasmus : Zijn jeugd en leerjaren ; zijn weg naar de roem; Erasmus en de machten van zijn tijd; Erasmus en het Katholicisme; Erasmus en de Hervorming.
Hij is in vele dingen ongetwijfeld zijn tijd vooruit geweest. Een tijdlang was hij de meest gelezen auteur van Europa. Het geschrift, dat hij zelf nimmer bijzonder hoog heeft aangeslagen — het was een kind van „verloren" uren — de Lof der Zotheid, heeft hem met één slag beroemd gemaakt. Men vierde hem. als de Cicero van Duitsland en een tijdlang dong ieder naar zijn gunst. Baanbrekend werk heeft hij gedaan, als hij het Nieuwe Testament in het Grieks uitgaf.
Over Luther's leer en onderneming heeft Erasmus aanvankelijk een zeer gunstig oordeel gehad. Langzaam maar zeker kwam de breuk. Dr. Vloemans zegt: hervorming wilde Erasmus zo goed en zo grondig als Luther en Zwingli, maar zonder opstandigheid, zonder ophitsing, zonder aan de waardigheid van Christus' ene Kerk tekort te doen. De verhandeling over de vrije wil heeft het tafellaken wel geheel doorgesneden. Erasmus, zegt de schrijver, heeft niet geschreven tegen de hervormer, maar alleen tegen de dogmaticus Luther. Katholiek is Erasmus gebleven, aldus de schrijver, maar nimmer in de zin, die tegenwoordig vanzelfsprekend wordt geacht. Het concilie van Trente verklaarde hem tot een ketters schrijver en paus Paul IV plaatste Erasmus op de lijst der verboden auteurs. Het kan verkeren; nauwelijks een kwart eeuw eerder had men Erasmus de kardinaalshoed aangeboden.
Met veel eerbied en liefde voor Erasmus is dit .boek geschreven. Ook de zwakke kanten van Erasmus' karakter heeft hij niet verzwegen. In zijn liefde voor Erasmus gaat de schrijver zover, dat hij diens oordeel over Luther veelszins overneemt. Hij meent, dat het boek over de vrije wil niet meer, maar ook niet minder bevat dan het verzet van het gezonde mensenverstand tegen een dogmatische waan. In een tarief aan Luther, waarin wel sterk de onherstelbaarheid van de breuk aan de dag komt, schrijft Erasmus : Diep doet het mij leed, dat Uw verwaande, verwaten en opstandige natuur de wereld in opstand heeft gebracht. Dr. Vloemans denkt evenzo over Luther; hij schrijft o.a. over de verwaandheid van Luther, die de waanzin nadert.
Zeker, Luther is soms zeldzaam scherp tegen Erasmus ; ik las nog eens na, wat de Hervormer in zijn Tischreden allemaal van Erasmus zegt — en Luther was zeker in zijn latere jaren niet altijd even gemakkelijk, maar dit oordeel is, dacht ik, verre van billijk.
Het boek is geschreven door iemand, die het culturele leven van de 16e en 17e eeuw meer dan een ander kent en het geeft een levendig beeld van het bewogen leven van een groot man. Voor het eerst verscheen dit werk in 1937; nu kwam het uit in de keurig verzorgde Phoenixpocket serie. Het bevat zestien bladzijden illustraties buiten de tekst.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1962
De Waarheidsvriend | 1 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 1962
De Waarheidsvriend | 1 Pagina's