Meditatie
.....zo wandelt in vreze de tijd uwer inwoning. 1 Petrus 1 : 17 c.
Ons tekstwoord is genomen uit de brief van de apostel Petrus. Hij schrijft aan de verstrooide gelovigen in Klein-Azië. Zij hadden het zeer moeilijk nadat zij tot het geloof in Jezus gekomen waren. Zij leefden in een heidense omgeving en in de meeste gevallen te midden van andersdenkende huisgenoten. Welke plaats en houding moesten zij innemen? Petrus komt hen in deze brief veel onderwijs te geven en in ons tekstwoord beschrijft hij in enkele woorden het leven van de kinderen van God hier op aarde. Hij noemt dat leven een wandelen en terecht. Van nature lopen wij allen op de brede weg, die ten verderve leidt. Ja, de satan laat zijn onderdanen geen rust. Hij laat hen voortjagen door dit leven. Het lijkt wel of men bang is dat men niet spoedig genoeg aan 't einde zal wezen. En dan...? Gans anders is het met de kinderen Gods. Zij mogen over de aarde wandelen. Wat een rust, vrede en kalmte gaat er van hen uit. Zoals een wandelaar een beginpunt en een einddoel heeft, zo is het ook met hen. Het beginpunt is de wedergeboorte. Daarvan spreekt Petrus in het derde vers. Zij zijn wedergeboren tot een levende hoop naar de grote barmhartigheid van God de Vader. Wie zal die eeuwige liefde van de Vader ooit kunnen begrijpen. Hij heeft de Zijnen in Christus al uitverkoren van voor de grondlegging der wereld, en daarom heeft Hij hen getrokken uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Hij Zelf doet hen door de werking van Zijn Woord en Geest veranderen van weg en levensrichting. Welk een totale verandering heeft er dan plaats. Wat vroeger een last was wordt dan een lust, en wat eertijds een lust was dan een last. Dan worden de paden der zonde en der ijdelheid verlaten en de wereld de scheidbrief gegeven. Dan wordt er een vragen en zoeken naar God geboren. Daar begint het wandelen op de weg der bekering. En het einde van deze weg bereiken zij pas bij de dood. De bekering is een afsterven van de oude mens en een opstanding van de nieuwe mens (Zondag 33), en daaraan komt tijdens dit leven geen einde. Ook wandelen Gods kinderen op de weg des geloofs. Zie het bij Abraham, Izaak en Jacob en zoveel andere Bijbelheiligen. De rechtvaardige zal uit het geloof leven. Maar wat zijn we hierin afhankelijk van de Heere. En zij wandelen op de weg der heiligmaking. Welk 'n moeilijke weg, vol met teleurstellingen. Op deze weg ondervindt de begenadigde wie hij is en blijft. Paulus kwam niet verder dan „ik ellendig mens". Een wandelaar heeft ook zijn voortgang zo ook de door God bearbeide zondaar in de kennis van God en van zichzelf, zijn zonde en schuld en zijn verdorven natuur. Graaf dieper mensenkind en gij zult nog meer gruwelen vinden. Ook is er een voortgang in de kennis van de Heere Jezus Christus. Eerst is het een zien van de mogelijkheid tot zalig worden buiten zichzelf in Christus. Daarna een openbaring en verklaring van Hem aan het hart. „Wanneer het Code behaagd heeft Zijn Zoon in mij te openbaren". Daar is 'n vervolgen te kennen. Een wandelaar heeft ook allerlei tegenheden, zo hebben Gods kinderen veel te kampen met bestrijding. De satan komt altijd op Gods werk af en zal indien het, mogelijk is de uitverkorenen nog verleiden. Ook ondervinden zij dat de dagen der duisternis vele zijn, dagen met verberging van Gods vriendelijk aangezicht. Wat is er dan een geloof voor nodig om te geloven als er niets meer is om te geloven. Een wandelaar heeft zijn einddoel, zo ook Gods kind. Eenmaal mogen zij de reisstaf neerleggen. Dan worden het geloof en de hoop veranderd in aanschouwen. Maar zover is het nog niet en daarom wandelen zij in vreze. Zij wandelen in de vreze Gods. Wat wordt er door de Heilige Geest een grote eerbied en een diep ontzag voor het Hoge Wezen in het hart gewerkt. En die vreze Gods doet hen voor de zonde vrezen, zodat zij daar tegen leren strijden. Die vreze Gods werkt een besef en beleving van eigen geringheid. Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt? Zij vrezen voor zelfbedrog en zelfmisleiding. Zij wandelen in vreze ziende op eigen zwakheid, zondigheid, onmacht, ongelovigheid en twijfelmoedigheid. Wie zijn zij zelf, hoe zullen zij ooit staande blijven? Daarom wandelen zij in vreze voor de wereld, vooral voor de wereld van binnen. Want al hebben zij de wereld verlaten, de wereld beeft ben nog niet verlaten, die zit in hun hart. Zij wandelen in vreze ziende op de tijd waarin zij leven, daar onze dagen gelijken op de dagen voor de zondvloed. O, hoe zullen zij bewaart blijven voor de geest van de tijd? Hoever gaat de Kerk niet mee in de wereldgelijkvormigheid? De mode van Parijs is de ondergang voor Nederland. Gods Woord tekent ons dat de wijze met de dwaze maagden in slaap zullen vallen en beleven wij die tijd niet? Is het dan wonder dat Gods kinderen in vreze wandelen. Nu moet u niet denken dat dit een naargeestig leven is. De Schrift zegt: „Welgelukzalig is de mens die geduriglijk vreest". Dat drijft de mens uit naar de Heere. „Ai laat van mij uw Heilige Geest niet scheiden. Die is het die mij op het rechte spoor kan leiden".
Het leven van Gods kinderen wordt verder genoemd een tijd van inwoning. Iemand die bij een ander inwoont heeft , geen eigen huis en thuis, zo ook Gods kinderen op de aarde. Zij zijn hier maar vreemdelingen en bijwoners. Zij voelen zich hier niet thuis, tenminste als zij bij hun hart zijn. Zij zoeken een ander huis en een ander vaderland. Juist omdat zij weten dat zij hier geen blijvende stad hebben zoeken zij de toekomende. Het is maar een tijd van inwoning. Die tijd is kort en onzeker. Dit mag wel eens een troost wezen. Zij behoeven hier niet altijd te blijven. Het is maar een verdrukking van tien dagen. Zij behoeven ook niet altijd te blijven zondigen. Zij lopen heel hun leven met dat lichaam der zonde rond. Zij hebben van niemand zoveel last als van zichzelf. Zij zouden zo gaarne voor de Heere willen leven in oprechtheid des harten, maar wie zijn zij? Daarom kunnen zij wel eens moe worden van het zondigen. O Kerke Gods, wandelt in vreze de tijd uwer inwoning. Spoedig zult gij uw wens verkrijgen. Uw blijdschap zal dan onbepaald. Door het licht dat van Zijn aanzicht straalt, Ten hoogste toppunt stijgen. En dan zullen zij altijd bij de Heere wezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 december 1962
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's