De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

MAAGDELIJKE GEBOORTE

11 minuten leestijd

Lukas 1 : 35. En de Engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook dat Heilige, dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.

Hoe teer is het tafereel van de begroeting en ontmoeting van Maria. We lezen er vaak haastig overheen in onze gejaagde tijd. We moeten vaak heel lang kloppen voor de tekst ons binnenlaat. Het is uitermate aanbevelingswaardig om deze moeder te volgen, wanneer ze ons een exempel nalaat in de bewaring en overlegging van de woorden alle tezamen. Jabal is een vader van allen, die tenten bewonen, Jubal een vader van allen die harpen en orgelen hanteren en Tubal-Kaïn een leermeester van alle werkers in koper en ijzer. Maria, de moeder des Heeren, is een moeder en leermeesteres van allen die Gods getuigenis herdenken, bepeinzen en betrachten.

Teer maar tevens treffend is het tafereel van het gesprek tussen de gedienstige geest en haar, die zich weldra noemen zal: de dienstmaagd. Hier klopt het hart van de christelijke godsdienst. Onze gedachten mogen bij dit laatste woord niet direct uitgaan in de richting van de gangbare betekenis. Het is verloochening van de enige Heiland, wanneer we uit welk motief ook maar het christendom rangschikken onder de grote godsdiensten der wereld. Evenmin is het zonder gevaar. De drang naar eenheid wil steeds verder. Wanneer toenadering van protestanten ter tafel komt zijn er velen, die de rooms-katholieken er tegelijk bij willen betrekken. Wanneer Wereldraad en 'Oecumenisch concilie relaties leggen, gaan er stemmen op om alle religies der wereld samen te smelten tot een universele wereldgodsdienst. De HEERE is vreeslijk boven al de goden en schenkt als Koning het zaligst lot ver boven alle goón. HEER, wat goón de heid'nen roemen, niemand is bij U te noemen; daden, als Uw grote daan, treft men nergens elders aan. De gedienstige geest ontmoet de dienstmaagd en roept haar tot haar wonderlijk ambt om Hem te baren, die gekomen is niet om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn ziet te geven tot rantsoen voor velen. Het is een heilzame Kerstoverweging, aller aandacht en elks aanneming waardig. God is onderwerp en niet voorwerp van de dienst in de christelijke religie. Er wacht ongetwijfeld een felle strijd om de apartheid van het geloof. Juist de bezinning op het wezenlijke wonder van de vleeswording des Woords moet ons behouden en behoeden. Het Kerstfeest is verwaaid. Allerlei wind van leer is opgestoken. Modem heidendom, humanisme, romantiek, sentimentaliteit, drijverij van goede wil vallen op het Evangelie. De bruid van Christus moet het aparte, het unieke van Gods openbaring standvastig verdedigen. Hij kwam om te dienen en Zijn ziel te geven tot rantsoen voor velen. Wat is uw liefste meer dan een andere liefste, o gij schoonste onder de vrouwen? Wat is uw liefste meer dan een andere liefste, dat gij ons zo bezworen hebt? Mijn liefste is blank en rood, hij draagt de banier boven tienduizenden. Blank en rood vanwege Zijn dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid. Die miljoenen eens zaligen zal draagt de banier boven tienduizenden. Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. „Laat ons dan henengaan naar Bethlehem en laat ons zien het woord dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft kond gedaan". Zij vonden het kindeke liggende in de kribbe. Blank en rood. Het zijn de goede kleuren van Juda's geslacht. Roodachtig van ogen door de wijn en wit van tanden door de wijn. De klem- van de vader van het doorluchte huis. Hij nu was roodachtig, mitsgaders schoon van ogen en schoon van aanzien. Aanschouw dit kindeke en roep uit diep geroerd: Gij zijt veel schoner dan de mensenkinderen!

Om de heerlijkheid van het tafereel te beseffen moeten we ver terugbladeren in de historie van heil en heilloosheid. De ontmoeting in de maagdelijke hof van vrouw en engel der duisternis. We moeten altoos in de geschiedenis een stap terug zetten om vooruit te komen. Gruwzaam verkrachtte de addertong de ziel van de vrouw. Hartverscheurende bladzij uit het boek der geboorten. Verbijsterend snelle voortplanting. De begeerlijkheid ontvangen hebbende baarde zonde en de zonde voleindigd zijnde baarde de dood. Daar geschiedde de ontijdige geboorte uit de vader de duivel, die een mensenmoordenaar was en in de waarheid niet staande' bleef. Aldaar deden we het op: slangenvenijn onder de lippen, de mond vol vervloeking en bitterheid, voeten snel om bloed te vergieten, snel als 'die van de vader. Als het 'dunne vernis van beschaving en cultuur, van deugdzaamheid en godsdienstigheid wordt weggekrabd zijn we inderdaad zoals Paulus beschrijft. Onze keel een geopend graf. Geen vreze Gods voor de ogen. De slang en Eva, Maria en de engel. Zo wordt er een de kop verpletterd, zo wordt de dood verslonden in de overwinning. Vergelijk de Schrift van Mozes in het boek Genesis met de Schrift van Lucas.

Niet terstond laat Satan af. Hij die meer op Eva's verstand dan op haar hart werkte, is stellig mee aansprekelijk voor het bedenken des vleses van Maria: „Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man beken? " Menselijk geredeneerd was daarmee de zaak af. Maria was een satan, die niet verzon de dingen die Gods zijn, maar die der mensen zijn. Vlees en bloed kan het Koninkrijk niet beërven noch zien. Doch ziet daar wordt de blinde onderwezen in een weg die ze niet geweten heeft. Laten we aanstonds ons aansluiten bij Maria. Want haar vraag is ons probleem. We hebben immers tegenwoordig — zo gewichtig zijn we intussen. — geen vragen meer, maar wel problemen. Is het voor ons, als we ons rustig alles indenken, ook niet hoogst vreemd hoe een maagd een zoon kan baren? Het kruis, maar niet minder de kribbe is de Jood een ergernis, de Griek een dwaasheid. Waren we Maria's tijdgenoten, we hadden ongetwijfeld de schouders opgehaald over Maria's verhaal. Zouden we het geloofd hebben? Een kind wordt toch zo maar niet geboren?

Nu moeten we niet menen dat het bescheid van de engel een afdoend antwoord is. Wat de engel zegt is geen menselijke wijsheid, maar Goddelijke openbaring. Wijzen worden er niet wijzer van en verstandigen niet verstandiger. Kinderen ontvangen 'n openbaring. Maria als eerste. Voor het verstand blijven er onoplosbare moeilijkheden. Hoe bestaat het dat de goddelijke natuur vlees en bloed aantrekt? Hoe waren zijn gedachten, hoe was Hem te moede? God is groot, wij begrijpen Hem niet. Nog minder kan ik me voorstellen God in het vlees. Zieker onze belijdenis stamelt van de vereniging en het onderscheid der twee naturen van Christus in één persoon en zo lezen, geloven en belijden we dat de Godheid in Hem was toen Hij een klein kind was, hoewel zij zich voor een kleine tijd zo niet openbaarde. Dat geloof ik, maar ik kan bet niet vatten. Hoe was Hij God in het kleine kind en hoe was dat kind, omdat de Godheid toch in hem was? De Godheid leidde niet een eigen leven en evenmin verslond het goddelijke het menselijke. Ongedeeld en ongescheiden, onveranderd en onvermengd. Als vier cherubs bewaren deze formules het geheimenis, begerig om in de verborgenheid te blikken. Het eindige kan het oneindige niet omvatten. Gods Zoon geboren uit een maagd. Maar zo komen we er nooit. Het oneindige vat het eindige. De Zone Gods heeft vlees en bloed aangenomen en met vlees en bloed zo heel veel wat wij functies van de ziel noemen. Het is een wonder, dat we zien en aftasten, maar wat we niet doorgronden. De verborgenheid der godzaligheid is groot. God is geopenbaard in het vlees. Het licht, de gloed, de vlam van de goddelijke natuur brandt in de braambos van de menselijke natuur, die nochtans niet verteerd wordt. De jongelingen doorwandelden de vuuroven, hier doorwandelden de vurige vlammen van de Liefde, die God is, vlees uit Maria geboren. O diepte des rijkdoms beide der wijsheid en der kennis Gods. Maria zingt terecht; Hij nam — in haar schoot — zijn Israël op. De verkiezing van Israël en de vleeswording des Woords hangen allerinnigst samen.

Drie dingen zijn voor mij te wonderlijk, ja vier die ik niet weet. Onder andere de weg van een man bij een maagd. Wanneer dit al zo onuitsprekelijk wonderlijk is, zeg me dan hoe was de weg van de Allerhoogste, de weg van de Geest Gods bij de maagd? De Heilige Geest zal over u komen. De grote goddelijke werkmeester, die zo ragfijn het hemelse precisiewerk verricht zal over u komen. Óver u. Nauwelijks zal de Geest u beroeren. Het contact is zo'n lichte toets, dat ge zelf niet weet hoe het wonder in u kiemt en groeit. De Geest, die eens over de wateren zweefde, brengt de connectie van goddelijke en menselijke natuur tot stand. Chirurgie met de fijnste instrumenten is een uiterst grove bezigheid vergeleken met het wonderlijke meesterschap van de Heilige Geest. Alle vergelijkingen falen. Hier opent zich het perspectief, dat Gods Wil gelijk in de hemel alzo ook op aarde zal geschieden. De Geest neemt en schenkt. Als een borduursel ben ik gewrocht, zegt de dichter. Hier borduurt de Geest de Goddelijke natuur op de menselijke, zodat de volheid Gods woont in Hem lichamelijk.

De kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen. Alles geschiedt onder de overwelvende protectie van Hem die alles draagt en schraagt door Zijn oneindige kracht. De schaduw van de Apostel genas de kranke, de schaduw van de Allerlhoogste riep de grote Geneesheer in het aanzijn. Geen overweldigende kracht, naar door de Geest en door de schaduw van de Almachtige voltrok zich het grootste wonder van alle eeuwen. Een van de doorluchte voorvaderen uit het huis van David heeft 'beleden: Het is voor de schaduw licht, tien graden nederwaarts te gaan; neen, maar dat de schaduw tien graden achterwaarts kere. Het was voor de schaduw van de Allerhoogste licht om voort te snellen naar welverdiend verderf en ondergang, maar groot is het dat de schaduw in gadeloze barmhartigheid en ontferming achterwaarts keert. Hier kwam de schaduw van de Allerhoogste achterwaarts in berouwvolle gedachtenis aan een mensdom diep in schuld.

De geboorte is een wonder van de Drieënige God. Want de Tweede Persoon is niet lijdelijk betrokken. Terecht behjdt de catechismus, dat de Zone Gods vlees en bloed aannam. Hij is actief in Zijn geboorte. Niet de Heilige, maar dat Heilige wordt geboren uit Maria en mitsdien uit Abram en uit David. Hij werd opgewekt en stond op, Hij werd verwekt en Hij kwam in de wereld, toen Hij geboren werd. Het zijn alle wonderen, die we slechts even kunnen aanduiden. Hij is het Heilige, de tabernakel, de Tempel, die werd afgebroken en opgebouwd, het Heiligdom. De tijd kwam en was nu dat Hij zou wezen tot een Heiligdom. Ja, zegt oude Simeon, maar er staat nog wat bij. Tot een Heiligdom, maar tot een steen des aanstoots en een rotssteen der struikeling. Wie zal een reine geven uit een onreine. Onmogelijk is zulks voor de mensen, maar mogelijk bij God, want uit Maria geeft God een Reine, Heilige uit een onreine, onheilige. Looft God die onbeperkt gadeloze wonderen werkt. Alzo is Gods Zoon de menselijke natuur deelachtig, ja maar dan wordt in Christus ook Zijn volk de goddelijke natuur deelachtig, want dat moet wederkerig zijn. Uit Maria verheft zich de ladder Jacobs, die reikt tot de hemel.

Hij zal Gods Zoon genaamd worden. Niet bij wijze van spreken. Maar Hij zal zo 'benaamd worden, omdat Hij in waarheid dit is. In het paradijs beschikte de mens over het wondere inzicht en het heerlijk vermogen om alles naar zijne aard te benoemen. Dank zij de verlossing, die Christus tot stand brengt treedt de paradijstoestand althans in beginsel weer in. Hij die zo heilig gebaren werd, wederbaart door Zijn wonderlijke kracht en Zijn Heilige Geest dode zondaren tot levende mensen. Krachtens openbaring van de Allerhoogste en gedreven door de Geest noemde in de velden van Caesarea-Filippi de discipelen Hem Christus, de Zoon van des levende Gods. Waarlijk deze was Gods Zoon roept zelfs de heidense officier van het executiepeleton. Een zwarte Moorman belijdt rijdend op zijn wagen: Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon Gods is. De Naam ziet het Wezen. Het is erkennen en herkennen.

We kunnen de hele Kerst-entourage wel missen, als we dit ene moge fluisteren: Waarlijk Gij zijt de Zone Gods. Zijn geboorte is een afgrond, onpeilbaar diep. Mijn wedergeboorte een afgrond evenzeer onpeilbaar diep. Beide bewerkt door de kracht des Allerhoogsten en de Heilige Geest in en door Christus. Wonderlijk wanneer de ene diepte roept tot de andere. Dan roepen ze beide bij de naam.

Hij kwam om zondaren te roepen en te zoeken. Ja om ze te zoeken, want hoewel er zovele zondaren zijn, hoewel allen gezondigd hebben moeten de zondaren nog met een lampje gezocht. Met het Woord die lamp om het duister in en om mij op te klaren. In dat Hebt zien we het Licht en roepen we: Gij zijt de Zone Gods.

(Putten)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1962

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 december 1962

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's