De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ONZE CATECHISMUS (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONZE CATECHISMUS (2)

7 minuten leestijd

In 1562 droeg de keurvorst de theologische faculteit van Heidelberg op met de voornaamste kerkedienaars een catechismus samen te stellen, die moest gelden als norm voor de zuivere leer en dienen tot onderricht van de gemeente, in het bijzonder de jeugd.

Ursinus en Olevianus hebben hierbij wel het meeste werk verricht. Hoewel nog jong — Ursinus was acht en twintig, Olevianus zes en twintig jaar — waren zij geoefende theologen, versierd met een tere godsvrucht, gerijpt in de kennis des Heeren. Door studie en in wegen van beproeving had God hen gevormd tot machtige kampvechters voor de Waarheid, die naar de Godzaligheid is. Olevianus was een machtig prediker van de vrije genade en de gerechtigheid des geloofs. Waar hij optrad stroomden de scharen samen en hingen ademloos aan zijn lippen. In Trier, zijn geboortestad, werd zijn prediking, die diep insloeg, door de overheid verboden. Hoewel hij eerst onverstoord bleef doorpreken, werd het hem tenslotte toch onmogelijk gemaakt en kwam hij zelfs in gevangenschap. Tenslotte kwam hij na zijn vrijlating op uitnodiging van de keurvorst naar Heidelberg, waar hij in 1560 een werkkring vond als leraar aan het predikantenseminarie. In 1561 werd hij benoemd tot professor in de dogmatiek aan de universiteit. Hij was een geestdriftige leerling van Calvijn.

Ruim een jaar na de komst van Olevianus in Heidelberg wist de keurvorst Ursinus te bewegen naar De Paltz te komen. Hij was afkomstig uit Breslau en jarenlang leerling geweest van Melanchton, voor wie hij diepe eerbied had. Met alle bekwame reformatorische theologen zijner dagen bijna kwam hij in contact. Calvijn had van hem zeer grote verwachting voor de Kerk. De gereformeerde belijdenis legde vol beslag op zijn hart en leven. Daarbij bezat hij een grote theologische kennis en wist hij deze in systeem te zetten. Zwaarmoedig van aard en vroeg getroffen door allerlei beproevingen vanwege een zwakke gezondheid en huiselijk verdriet, mocht hij vroeg verstaan met hart en ziel — door de Heere geleerd — waarin de enige troost in leven en sterven alleen gelegen was.

Nadat Ursinus in Heidelberg was gekomen, werd hem het werk van Olevianus aan het seminarie opgedragen, en nadat hij in 1562 tot doctor in de theologie was gepromoveerd, verving hij ook Olevianus als professor in de dogmatiek. De laatste kon zich daarna geheel geven aan het praktische kerkewerk, wat hem bijzonder lag.

Zo was De Paltz wel bijzonder gezegend met deze twee mannen Gods, van wie de één een uitnemend leraar was en de ander versierd was met grote gaven van leiderschap tot ordening van het kerkelijk leven.

Graag willen we nog wat meer van deze mannen vertellen, maar dat bewaren we voor later, daar we anders de draad kwijtraken.

Frederik III heeft van zijn bekwame theologen gebruik weten te maken. Olevianus kreeg de opdracht een nieuwe kerkorde op te stellen, en in nauw verband daarmee werd het samenstellen van een catechismus ter hand genomen.

Allerlei bouwstoffen waren hiervoor reeds aanwezig. Ursinus was, zoals we reeds opmerkten, een scherpzinnige systematicus en had reeds een paar theologische wei-ken geschreven: zijn „summa theologiae" of „grote catechismus" en zijn „catechesis minor" of „kleine catechismus", die als leidraad dienden voor zijn colleges aan het predikantenseminarie.

Toch mag niet zonder meer aan Ursinus en Olevianus alleen gedacht worden als we de samenstellers van onze catechismus zoeken. Wel hebben zij ongetwijfeld het grootste aandeel geleverd, en ook is wel zeker dat de systematische opzet aan Ursinus te danken is en dat de eindredactie aan Olevianus was toevertrouwd, maar de catechismus als zodanig moet gezien worden als het resultaat van de samenwerking van meerderen. Het schijnt wel zeker te zijn, dat de gehele theologische faculteit er bij betrokken is geweest. Naast Ursinus en Olevianus arbeidden nog andere zeer bekende theologen aan de Heidelbergse universiteit, o.a. de Fransman Boquinus en de Italiaan Tremellius. Frederik III heeft er de nadruk op gelegd, dat de gehele faculteit erbij betrokken was.

Tenslotte leidt het geen twijfel, dat de keurvorst zelf, die theologisch goed onderlegd was, er ook actief aan heeft deelgenomen. Later heeft hij zelf gezegd, dat hij de catechismus „enkele malen vlijtig doorgelezen had en overwogen, en dat hij hem getoetst had aan het Woord van God als regel en richtsnoer; dat hij daarbij ook het een en ander verbeterd had". Daarom noemde hij het leerboekje zeer graag „mijn catechismus", niet slechts uit keurvorstelijke trots, maar omdat hij — zoals hij getuigde op de rijksdag van Augsburg in 1566 — zo goed voorzien was van getuigenissen uit de Heilige Schrift, dat hij niet was omver te stoten.

Nog kunnen we wijzen op het nauwe en voortdurende contact, dat de Heidelbergse theologen hadden met vele andere gereformeerde theologen zoals Bullinger, Calvijn, a Lasco e.a. Zo werd de catechismus het getuigenis der reformatie in gereformeerde geest, mogen we gerust zeggen.

We komen dan ook tot de conclusie, dat in onze catechismus echt de stem der reformatie in de kracht des geloofs doorklinkt; dat Ursinus het gegeven was om de systematische opbouw van het leerboek tot stand te brengen, terwijl het vooral Olevianus zal geweest zijn, die in zijn eindredactie er de warmte van het persoonlijk heilsgetuigenis in heeft mogen leggen.

Daar lag dan de catechismus kant en klaar. Frederik placht zijn super-intendanten met de kerkeraden en de theologen jaarlijks een- of tweemaal in een synode bijeen te roepen. De kerkvergadering, die zich met de nieuwe catechismus heeft bezig gehouden, werd gehouden begin 1563 binnen Heidelberg. Na acht dagen met hem bezig te zijn geweest heeft de gehele synode eensgezind hem aangenomen en ondertekend. Op de zondag, die daarop volgde, 17 januari, hebben allen gemeenschappelijk het Heilig Avondmaal gevierd, waarna op de volgende dag de vergadering door de keurvorst werd gesloten.

De eerste uitgave is gedateerd 19 januari 1563. Waarschijnlijk is zij in februari uitgekomen. Slechts enkele weken later zag een tweede druk het licht. Hierin was een verandering aangebracht. De vraag en het antwoord over de paapse mis (vr. en antw. 80) was hier toegevoegd, waarschijnlijk mede onder invloed van de uitspraken van het concilie van Trente.

In november 1563 verscheen de vierde druk. In deze druk zijn de verschillende hoofdstukjes van een opschrift voorzien, waardoor 't geheel overzichtelijker werd. Bovendien zijn de vragen in twee en vijftig zondagen verdeeld met het oog op de prediking van de catechismus in de middagdienst. Pas in latere uitgaven wordt de nummering van de 129 vragen aangetroffen.

Nog is op te merken, dat in de kerkorde van De Paltz werd bepaald, dat de catechismus voor de preek zou worden gelezen, zodat hij in negen zondagen uitgelezen was.

Zo kon de Heidelberger Catechismus zijn loop beginnen. Wat een invloed dit boekje geoefend heeft is niet te zeggen. Groot is van lutherse zijde het verzet er tegen geweest, groter echter was in vele landen de waardering er voor. Het is vertaald geworden in allerlei talen, waaronder het hebreeuws, het oud en nieuw grieks, het arabisch en het maleis.

Het is echt het boek der reformatie, krachtig en innig getuigenis aangaande de kostbare schat van het Woord des levens, dat door Gods genade herontdekt was. We vonden ergens een aardige opmerking, die nu niet op een goudschaaltje moet gewogen worden, maar die op het eerste gehoor toch aardig is. In de catechismus zou ineengesmolten zijn lutherse innigheid, melanchtonische klaarheid, zwingliaanse eenvoudigheid en calvinistisch vuur.

Een volgende keer hopen we nog wat naders te vertellen over de ervaringen van Frederik III met „zijn" catechismus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ONZE CATECHISMUS (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's