De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De ambten in de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De ambten in de kerk

6 minuten leestijd

I. INLEIDENDE OPMERKINGEN

Op verzoek van de redactie bied ik hier enige artikelen over dit onderwerp. Zij hebben niet de pretentie te willen bijdragen tot de theologische discussie over de ambten, maar beogen bij de gemeenteleden belangstelling te wekken voor de ambten en de functionering van het ambt.

Wij belijden immers, dat Christus zelf de ambten heeft gegeven aan Zijn Kerk om haar welzijn te dienen: „tot de volmaking der heiligen, tot het werk der bediening, tot opbouwing van het lichaam van Christus", zoals Paulus schrijft in Efeze 4 : 12.

Daar de belangstelling voor dit onderwerp niet groot genoemd kan worden is het nodig de aandacht op te eisen. Als Christus gewild heeft Zijn Kerk door middel van de ambten te regeren, mogen wij niet doen alsof dit van geen gewicht zou zijn.

Dat het in onze dagen zo moeilijk is de opengevallen plaatsen in de kerkeraden aan te vullen of aan de kerkeraden de nodige uitbreiding te geven is een veeg teken. Het getuigt van weinig geestelijke bloei in de gemeenten. En waar de ambten niet functioneren overeenkomstig de bedoeling van het Hoofd der Kerk, daar wordt de gemeente niet gebouwd, maar raakt het lichaam van Christus in verval.

Het is dus van groot belang op deze zaak te letten.

Van hoe groot gewicht de ambten en de regering der Kerk zijn blijkt uit het feit, dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis drie artikelen heeft, die daarop betrekking hebben.

Artikel 30. Van de regering der Kerk door kerkelijke ambten.

Artikel 31. Van de dienaren, ouderlingen en diakenen.

Artikel 32. Van de orde en discipline of tucht der Kerk.

Het ligt niet in mijn bedoeling deze artikelen stuk voor stuk te behandelen. Wel zal hetgeen volgt bij de inhoud van deze belijdenis aangaande de ambten en de regering der Kerk aansluiten en daarop toelichting geven.

2) Het karakter van het Kerkelijk ambt.

Wat is eigenlijk een ambt? De oorspronkelijke betekenis van het woord zegt ons niet zoveel, 't Woord ambt schijnt van Keltische oorsprong te zijn en als leenwoord overgenomen in de germaanse talen.

Samenhangend met het woord ambacht heeft het oudtijds niet meer betekend dan arbeid, taak, opdracht, mogelijk ook beroep.

Tegenwoordig gebruiken we daar het woord ambt niet meer voor. We noemen het boerenwerk geen ambt en zeggen ook niet dat iemand het ambt van bankwerker bekleedt. We gebruiken dan het woord beroep. Zoals we ook het arts- of advocaat-zijn een beroep noemen.

Door de loop der tijden heeft het woord ambt dus een minder algemene betekenis gekregen. Het wordt gereserveerd voor openbare betrekkingen in dienst van de overheid of een andere met gezag beklede instantie.

Personen door wereldlijke regeringen in een of ander ambt gesteld noemen we ambtenaren.

Ook op kerkelijk terrein spreken wij van ambt, zij het dat we de personen die in de kerk ambten bekleden geen ambtenaren maar ambtsdragers noemen.

'Het woord werd aan het gewone spraakgebruik ontleend en zegt over de inhoud van het kerkelijk ambt verder niets.

In de Bijbel komen we het woord betrekkelijk weinig tegen, en dan nog bijna alleen in het Oude Testament. Het wordt door elkaar gebruikt voor het vervullen van allerlei bezigheden in de eredienst van de tempel en voor werkzaamheden in dienst van de koning.

In het Nieuwe Testament komen we veel meer het woord bediening tegen. En daarmee corresponderend noemt Paulus allen die in het Evangelie arbeiden dienaren van Christus.

Al wordt in de Kerkorde tussen ambt en bediening onderscheid gemaakt om een verschillende status aan te geven, in wezen zijn ambt en bediening hetzelfde.

De ambtsdragers in de kerk zijn dienaren van Christus. Hij is de Koning der Kerk, die Zijn dienaren roept om het door Hem opgedragen werk te verrichten. Door hun diensten regeert Christus Zijn Kerk op aarde.

Bij Hem alleen berust alle macht. Hij is het Hoofd. De Kerk is Zijn lichaam; Als Koning en Hoofd van Zijn gemeente heeft Christus de ambten gegeven (Efeze 4 : 11). De kerk heeft ze niet zelf ingesteld. Dat moeten we goed vasthouden. Want dit is het meest karakteristieke van het ambt in de kerk. Hoewel in de middellijke weg van wettige verkiezing is het Christus Die tot de bediening roept. Wie tot het ambt geroepen wordt, ontvangt zijn mandaat niet van de kerkelijke gemeenschap, maar uit handen van Christus. Niet wat de gemeente wil moet worden gedaan, maar Zijn wil moet volbracht worden. Derhalve zijn niet de richtlijnen van de kerkelijke gemeenschap bepalend voor het beleid, maar het Woord van Christus. En daarom is de ambtsdrager aan Hem rekenschap verschuldigd.

Al kan uit een bepaalde gezichtshoek bekeken gezegd worden dat zij die als ambtsdragers de gemeente regeren, de gemeente ook vertegenwoordigen („vertonen" zegt het formulier van bevestiging der ouderlingen en diakenen) het wil toch niet zeggen dat de kerk geregeerd wordt volgens een democratisch systeem. Er is geen sprake van volksregering maar van Christus' heerschappij.

Ongetwijfeld zou Christus Zijn gemeente ook onmiddellijk kunnen regeren; zonder de ambten dus. Maar het heeft Hem behaagd Zich te bedienen van mensen, die Hem vertegenwoordigen en uit Zijn Naam spreken en handelen.

Dit betekent niet, dat zij die in het ambt gesteld zijn over de kerk mogen heersen. Christus zelf regeert niet tiranniek, maar als Een Die dient. Zo zijn ook de ambtsdragers geroepen als dienaren van de Koning Zijn gemeente te dienen, d.w.z. overeenkomstig Zijn Woord haar welzijn te bevorderen.

De gemeente is gehouden deze ambten in ere te houden, omdat het de Heere Christus behaagd heeft haar door de ambten te regeren. Zij vormen zegt Calvijn (Inst. IV, III.2) in zijn karakteristieke taal de voornaamste zenuw, waardoor de gelovigen in één lichaam verbonden zijn.

Worden deze ambten niet in ere gehouden, dan kan de Kerk niet ongedeerd bewaard blijven in de wereld.

Wie deze door Christus ingestelde wijze van regeren probeert uit te schakelen of te verzwakken legt het volgens de Geneefse Kerkhervormer toe op de val en de ondergang van de Kerk.

Daarentegen wordt naar het Woord van de Schrift de Kerk bewaard, haar eenheid bevorderd, haar geestelijke groei gestimuleerd, wanneer de ambten werkelijk functioneren in de gemeente.

Onnodig te zeggen, dat de ambtsdragers, hoewel zij de schat in aarden vaten dragen, om het werk dat zij doen, de bijzondere achting van de gemeente behoren te ontvangen, daar het anders onmogelijk is, dat de Christusregering door middel van de ambten werkelijk effect heeft.

Zo staat het kerkelijk ambt dus in dienst van „de geestelijke politie" (Ned. Gel. Bel., art. 30) volgens welke de ware Kerk geregeerd moet worden, zoals onze Heere ons in Zijn Woord geleerd heeft.

In een volgend artikel richten we de aandacht op de buitengewone en gewone ambten, die Christus gegeven heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De ambten in de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's