Meditatie
Voorttrekken!
ZEG DEN KINDEREN ISRAELS DAT ZIJ VOORTTREKKEN. EX. 14 : 15 B.
Op Nieuwjaarsmorgen draait het leven een halve slag om. De laatste dag van het jaar was een dag van terugzien herinneringen, de zegeningen tellen, hoewel dat niet lukte, en van nog eens de slagen voelen, de lege plaats aanstaren. En het jaar eindigde, als het goed was, in een belijdenis: Heere, Gij zijt ons geweest een toevlucht van geslacht tot geslacht (Ps. 90 : 1).
De eerste dag van het jaar is een dag van vooruitzien. Wij wensen, hopen, verwachten, wij zetten vraagtekens. Wat zal de toekomst brengen?
Het vraagteken hoort bij ons leven. Want wij kunnen immers niet vooruitzien. We kunnen wel idealen koesteren en plannen maken, we kunnen ons programma opstellen, maar we kunnen niet zeggen: zo zal het gaan, zo zullen wij gaan. Het vraagteken blijft als teken van onze kleinheid en kortzichtigheid en vergankelijkheid.
Wie echter temidden van eigen onzekerheden luistert naar Gods stem, ziet ook en vooral aan het begin van het nieuwe jaar een uitroepteken staan. Het is een van boven af gesteld teken, een goddelijk- bevel: Zeg den Kinderen Israels, dat zijn voorttrekken!
Past dit uitroepteken bij onze vraagtekens, dit bevel bij onze vragen? Het past er even weinig en evenveeil bij als het paste bij de vragen, die Israël vervulden. En dat waren echte vragen: hoe ontkomen we aan Farao's greep? hoe kunnen we verder, met de zee vóór ons? hoe brengen wij het leven ervan af, terwijl de ondergang ons rondom bedreigt? Allemaal echte vragen, onoplosbare vragen.
Wij, op onze beurt, vragen verder. Hoe ontkomen wij aan de greep der antichristelijke machten? Hoe kunnen wij verder, nu wij persoonlijk, in ons gezin, in onze maatschappelijke positie, in onze gemeente of kerk een doodlopende weg blijken ingeslagen te hebben? Hoe brengen wij het leven ervan af, terwijl ons geslacht en het volgende met atoomoorlog wordt bedreigd?
Ook dit zijn allemaal echte vragen, die werkelijk onoplosbaar schijnen En zeer waarschijnlijk kunt u nog meer vragen noemen. Ze hebben geen einde.
Maar tegenover onze vragen zet God Zijn .... Nee, niet zijn antwoorden, zijn oplossingen, die we dan eventueel gemakkelijk tegen onze vragen zouden kunnen inruilen. Dan zouden wij het wéten, we zouden de toekomst in ónze handen krijgen.
Maar zo doet de God van Israël het niet. Tegenover onze vragen stelt Hij niet Zijn antwoord, maar Zijn bevel. Hij wil blijkbaar niet, dat we zouden weten, hóe het gaan zal. (Wat zouden we eraan weten!) Maar Hij wil, dat wij gaan zullen, voortgaan in gehoorzaamheid aan Zijn Woord. Dat wil Hij van Israël en dat wil Hij van ons.
Nu voelt u wel, dat dit goddelijk bevel iets anders is dan onze menselijke redenering. Men zegt: of we willen of niet, we moeten verder. Het leven gaat immers verder, de klok draait verder, de tijd neemt ons mee. Dit verder-móéten wordt de mens ingegeven door zijn noodlotsidee. Het is dat ijzeren onpersoonlijke moeten. Dit moeten komt niet van boven-af, maar van beneden-uit. Vanuit onze verdraaide godsidee, waardoor wij God hebben verminkt tot een „het", een domme kracht die doorzet.
Het moeten van boven-af klinkt uit de mond van een „Hij", de God van Israël, die een persoon is, een Vader van Zijn volk, een Verlosser uit de hand van Farao. We mogen ook zeggen: dit moeten komt uit de mond van Hem, die eerst beloofd heeft: Ik ben met u. Die eerst ons Kerstfeest heeft laten vieren en in Zijn Zoon ons onze Verlosser heeft doen zien en vinden. Deze God, die in het verleden zó gesproken en zó gehandeld heeft, geeft ons nu het bevel om voort te trekken.
Dit moeten wordt dus alleen in het geloof gehoord en verstaan. Is dit geloof er niet, dan denken we zelfs niet eens aan de mogelijkheid van vooruitgang. De ongelovige Israëlieten wilden terug naar Egypte. Daar wisten ze, wat ze hadden, waar ze aan toe waren. Bij dit oude wilden zij het houden. In vooruitgang geloofden ze niet.
Wie echter luistert naar Gods bevel, die gelooft in de vooruitgang. Hij ziet toekomst, eenvoudig omdat God zegt, dat er toekomst is. Want ook al ligt de zee voor ons, en omringen ons onoverwinbare bergen. God doet het wonder, dat Hij een weg baant, waar geen weg was.
Zo mogen wij ook nu ons weer stellen onder 't goddelijk bevel. Dat heeft echter wel zijn gevolgen. Wij moeten het oude loslaten. God heeft ons op een weg gesteld, die alleen in voorwaartse richting kan worden bewandeld. Een terug naar Egypte, het oude vertrouwde, is uitgesloten. Tracht te beseffen, wat dit betekent in uw persoonlijke situatie vandaag voor geloof en leven, in uw huwelijk, in uw verhouding tot uw kinderen, in uw werk. Laten wij ook trachten te beseffen, wat dit betekent voor onze gezamenlijke positie in onze Hervormde Kerk. Kijken we dan ook niet teveel terug, leven we niet te veel van het hadden-we-nog-maar en het laat-ons-terugkeren of dan toch blijven-waar-we-staan. Ik weet wel: de zee ligt voor ons. Lopen we zomaar door, naar eigen berekenen en bekijken, dan verdrinken we. Maar de stem van God is er ook nog en Zijn verlichtende leiding en de staf van Mozes. Laten we het daarmee toch wagen. God doet Zijn Volk niet omkomen!
Laten we tenslotte beseffen, wat Gods „voorwaarts" voor ons betekent in deze wereld. Israël was bijna aan Farao's verschrikkingen ten ondergegaan. Maar als Farao met al zijn knechten al lang in de golven zijn weggezonken, viert Israël feest op het strand aan de overkant.
God zegt ook begin 1963: er is toekomst. Dus: voorttrekken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's