KRONIEK
Het concilie voorlopig gesloten — Progressieven en Conservatieven — Verschuivingen — Rectificatie — Rondom de jaarwisseling.
Op 8 december 1962 is de Ie zittingsperiode van het Ile Vaticaanse Concilie afgesloten. De sluiting geschiedde op sobere wijze. Dat was wel in tegenstelling met de uitbundige pracht, die tentoongesteld werd bij de opening oktober j.l. De sluiting geschiedde door de paus zelf. Dat was voor velen boven verwachting. Het is n.l. tijdens het concilie gebleken, dat de gezondheidstoestand van Johannes XXIII zorg baarde. Sommigen menen, dat hij een kwaal heeft, die wellicht operatief ingrijpen noodzakelijk maakt, terwijl anderen wat optimistischer zijn. In elk geval, de gezondheidstoestand van de paus baart zorg. Dat bleek ook uit 'n beschouwing over 't concilie in „Trouw", waarin reeds gespeculeerd werd over de verdere gang van zaken met het concilie, indien Johannes XXIII tijdens de schorsingsperiode zou overlijden.
De paus zelf zeide onlangs bij het uitspreken van zijn zegen over „gelovigen, " die op het plein van de St. Pieter voor zijn studeerkamer vergaderd waren, dat hij zijn gezondheid voelde terugkeren. Hij gaat door met zijn werkzaamheden. Zo leidde hijzelf de sluitingsplechtigheid van het concilie. Ook daarna bleven de berichten gunstig.
Er zijn reeds meerdere beschouwingen gegeven over deze Ie zittingsperiode, 'hoewel men er bij voegt, dat het eigenlijk nog te vroeg is om beschouwingen te houden en voorspellingen te doen. Aldus prof. Karl Earth in een interview, dat de roomse reporter De Vree, de man, die geregeld het concilie-journaal voor de K.R.O. verzorgde, met de oud-hoogleraar had. Prof. Barth kwam volgens De Vree bij aanvankelijke beoordeling van het op het concilie verhandelde tot de conclusie, dat zich tot nu toe onder de leden van het He vaticanum twee stromingen aftekenden: een conservatieve en een progressieve.
Ook dr. Visser 't Hooft, de secretarisgeneraal van de Wereldraad van Kerken — hij werd eveneens geïnterviewd, en 't interview werd met het zoeven vermelde vrijdagavond 14 december .1. uitgezonden door de N.C.R.V. in haar programmadeel: „Wijd als de wereld" — kwam ongeveer tot dezelfde uitspraak. Wie geregeld de concilie-verslagen gevolgd heeft — het is een vaak „moeilijke bezigheid, " een bijzondere verplichting voor een kroniekschrijver — kreeg wel dezelfde indruk. De conservatieve stroming wordt wel voornamelijk gevormd door de geestelijkheid, die zich concentreert om en in de romeinse (Italiaanse) Curie. Haar leider is kardinaal Ottaviani. Hij en zijn aanhang hebben meermalen op het cour cilie een echec geleden. Direct na de opening reeds, toen de grote meerderheid de voorgestelde leden der verschillende commissies — het waren er tien — niet zo maar wilden aanvaarden doch tijd van nader beraad vroeg en verkreeg.
De grote nederlaag voor de conservatieven was, toen het schema over de Openbaring — schema der „fontes", der bronnen — met grote meerderheid, zij het niet met de vereiste 2/3 der stemmen werd afgewezen. Het concilie kwam er door in een impasse, want de minderheid wilde een artikelsgewijze behandeling. Toen heeft paus Johannes XXIII ingegrepen en revisie van het schema bevolen. De N.R.Crt. d.d. 22-11-'62 vermeldde dit alles onder het opschrift: „Bedriegers bedrogen door ingrijpen van de paus".
De bisschoppen hebben zich doen gelden. Op een hunner conferenties is gezegd, dat voordat de Heere Jezus Petrus noemde „de petra", waarop Hij Zijn Gemeente zou bouwen, reeds de 12 apostelen had verkozen. Daaruit was wel op te maken — zo werd ongeveer gezegd — dat zij eenzelfde roeping en bevoegdheid hadden als Petrus, ook al kreeg deze later een leidende functie.
De conclusie ligt voor de hand. De bisschoppen hebben een positie en waardigheid in samenwerking en onder leiding van de „bisschop van Rome — de paus — en hebben zich zo te gedragen. Nu is dit niet gezegd op het concilie, maar op een bijeenkomst daarbuiten, doch wel, zoals ik vermeldde, op een bisschoppen-conferentie. Maar het tekent de „progressieven". Wat deze en dergelijke uitingen als gevolg voor de toekomst in zich bergen, weet niemand. Feit is in elk geval, dat in de nu gesloten zittingsperiode geen definitieve besluiten zijn genomen. De leden zijn huiswaarts, behalve degenen, die in het „reces" in commissies de 2e zittingsperiode, die 8 september '63 zal aanvangen, de schema's moeten voorbereiden. Uit: „nieuws uit de katholieke kerk" van 18 december j.l. bleek, dat een commissie van 6 kardinalen is benoemd, waarin het conservatieve element, voorzover ik kon nagaan, niet in de meerderheid is. Er is dus. een tijd van afwachting ingetreden; met stelligheid is niets te zeggen.
De conservatieve vleugel, de minderheidsgroep, zoals het thans lijkt, werkt, gelijk dat meer pleegt te geschieden, met verdachtmaking. Klein, verachtelijk gedoe. Maar het werkt in deze wereld onder de zon. Ook in de kerkelijke, en de r.k.-wereld. Hetgeen volgt diene als bewijs. „Het komt zelfs voor, dat de Italiaanse pers probeert aan te tonen, dat bijvoorbeeld kardinaal Bea — en in enkele gevallen zelfs de paus — sympathie heeft voor het „modernisme".... In een artikel in het gezaghebbend dagblad Corriere della sera wordt kardinaal Alfrink een „activist en een anti-Romein" genoemd. De schrijver van het artikel gaat zover, dat hij het feit dat de aardsbisschop van Utrecht de benen over elkaar geslagen heeft bij de pontificale mis in de St. Pieter interpreteert als een teken van gebrek aan eerbied. Het scheelt weinig of sommige Italiaanse bisschoppen beschouwen het ooncilie als „een ziekte van de kerk." Een hunner zou zelfs gezegd hebben: „Wij moeten nu betalen voor een kwartier dwaasheid van de paus".
Dit fraais(? ) las ik niet in „Trouw", maar in de N.R.Crt. van 30 november 1962.
Men kan nu wel begrijpen, hoe het mogelijk is, dat, terwijl de aards-bisschop van Utrecht, na zijn terugkeer uit Rome in een dienst bad voor de eenheid der kerk, in Italië een bisschop van vloek sprak over wie niet de eenheid zoeken, namelijk niet in de koers welke hij wil, dat de r-k.-kerk zal varen. Uit deze dingen blijkt, — we wisten het trouwens ook vóórdien wel, — dat de door vele „Oecumenie"-enthousiasten zo hoog geprezen eenheid der r.k.-kerk, de toets der feiten niet kan doorstaan. De eenheid waarop velen zich blind staren, is bij Rome evenmin als bij ons. Ook de r.k.kerk tracht velerlei „modaliteiten" bijeen te houden, evenals de hervormde kerk.
Over „beschouwingen" ging het in het voorafgaande. Niet over resultaten. Strikt genomen leverde het concilie die nog niet op. Maar zijn ze er niet tengevolge van wat met het concilie en zijn voorbereiding annex is? Zijn er geen verschuivingen, welke ook in ons land zijn te constateren?
De K.R.O. zond 18 december j.l. in de rubriek „Echo" een fragment uit van een samenkomst in de kathedraal van Den Bosch gehouden. Daarin spraken bisschop Rekkers en ds. v. d. Akker. Men zong o.m.: „Het daghet in den Oosten" en aan het slot: „Nu zijt wellekome, Jesu lieven Heer....".
Men zong uit volle borst. Het klonk goed.
Ook werd uitgezonden het gebed aan het slot. De bisschop begon, op de helft nam de herv. predikant het over. Alles met responsie van de gemeente. Ik beoordeel het gebed niet.
Waarom ik over deze uitzending hier rep? In het verslag der winterzitting van onze synode, het 3e stuk van ds. W. Vroegindeweij in Geref. Weekblad d.d. 15-12-'62, las ik van „de Bossche gesprekskring, " een kring van hervormde predikanten, die geregeld contact hebben met roomsen.
Die „kring" had met het moderamen der synode een onderhoud gehad. Het ging over enkele bezwaren, die men had tegen het schrijven van de synode uitgegaan en handelend over de verhouding van de hervormde kerk tot de roomse (Rome-Reformatie), 't Ging de „Rossche gesprekskring" om punten, die een hinderpaal waren om tot een goed gesprek te komen." Welke die punten zijn, is niet vermeld. Dat mogen we zeker nog niet weten?
Aan bedoelde kring zal gemeld worden door het moderamen, wat ter synode is opgemerkt. Weer geen precisie!
Nu vraag ik: Behoort ds. v. d. Akker, — is hij dezelfde, die in 1950/51 uit en namens de classis Bommel haar bezwaren tegen bepaalde punten van de kerkorde ter kennis van kerk en synode bracht? — ook tot de leden van de „Bossche kring"? Dan krijgt zijn optreden in de „Adventssamenkomst" een zekere achtergrond en doet het vragen: Voltrekken zich verschuivingen en moeten daarom „knelpunten" uit het synodaal geschrift weggenomen worden?
Van verschuivingen gesproken, in de zin van een zekere afvijling van scherpe kanten, voor Rome aanstotelijk, moet ik denken aan een suggestie, onlangs door ds. Hegger, de man van „In de rechte straat", gedaan. Hij vond — ik citeer uit mijn geheugen — de uitdrukking in Antwoord 80 van de Heidelberger, dat „de paapse mis in de grond der zaak een vervloekte afgoderij is", voor deze tijd wel wat al te kras. Of het geen zin zou hebben, zo ongeveer zijn Vraag, hierin enige wijziging te brengen.
Dat verwonderde me van ds. H., want het boek, waarin zijn weg van breken met Rome zo treffend is beschreven zou iets anders doen verwachten. Blijkt hier, dat een mens eigenlijk nooit geheel loskomt van zijn verleden? Of, werken hier invloeden uit de geref. kerken, bij welke hij predikant werd? Dat kan ik haast niet geloven. Want al zijn velen in de geref. kerken meer „oecumenisch" dan vele hervormden, en werken ze in verschillende acties vlot met roomse kerkleden samen, van een bezwaar tegen antwoord 80 bleek mij niet zo openlijk. In het Geref. Weekblad (uitgave Kok) werd in een „Ingezonden" ds. Hegger flink van repliek gediend. Nog eens, ik begrijp de suggestie van ds. H. niet. Want de r.k.-kerk heeft officieel de misleer niet veranderd. Ik weet wel, dat onlangs dr. Fiolet, ik meen op een samenkomst van roomsen en luthersen een opvatting van de mis heeft voorgedragen, die een lutheraan in de vergadering deed interrumperen: dat is luthers. Dat was het ook; het ging de kant van de leer der consubstantiatie uit. Ook die opvatting tolereert Rome. Nominalisten, een theologische stroming in de middeleeuwen, stonden haar ook voor.
Het komt me voor, dat de suggestie van ds. Hegger, misschien hoopvol ten opzichte van toenadering op 't lie Vaticanum, de kant van „verschuivingen" op gaat. Dat zou jammer zijn. In de uitzending „Wijd als de Wereld" waarover ik het hiervóór had, hoorde ik ook de stem van een Italiaans predikantsvrouw, de dochter van dr. Visser 't Hooft, gehuwd met een Waldensisch predikant. Zij sprak zeer bewogen. Het ging over de strijd der Waldenzen voorheen en thans. daar in Italië. Zij hoopte, dat het concilie in elk geval de vrucht zou hebben, dat voor de Waldenzen meer begrip zou komen en zij in de samenleving meer zouden aanvaard worden. Erg hoopvol was ze niet gestemd voor een dergelijke verschuiving als gevolg van het concilie. Want de Italiaanse pers, de gewone dagbladen dan, verzweeg stelselmatig de concilie-besprekingen, welke in het gewone volk, tot een betere verhouding zouden kunnen leiden, 'stelselmatig. Misschien uit vrees voor de curie.
Dat was een stem uit Italië, in hoop op een verschuiving, die ons zou verblijden.
Zal het zo in de toekomst worden, mede door het vervolg van het concilie?
Ik moet een rectificatie aanbrengen. In de vorige Kroniek schreef ik, dat in juni 1963 in Heidelberg het 4e eeuwgetij van de Heidelberger Catechismus zou worden herdacht. Dat moet zijn 19 januari 1963. Een herdenking in ons land zal omstreeks die datum gehouden worden door de „vrijgemaakte geref. kerken". En ook ene van hervormden en gereformeerden? Pogingen daartoe zijn in het werk gesteld. Dat vermeldde ds. V. in bovengeciteerd Synode-verslag.
Prof. H. Rerkhof is naar Amerika vertrokken om daar in verschillende samenkomsten de betekenis van „vierhonderd jaar catechismus" in het licht te stellen. Ik hoop maar, dat hij teruggekeerd, de Leidse studenten de noodzakelijkheid van geregelde catechismusprediking zeer op het hart zal binden. Als de reis en de lezingen hem daartoe inspireren, en de studenten het in praktijk brengen, zal het nationaal-kerkelijk leven nog baat hebben bij dit internationaal herdenken.
Het zal begin januari zijn als deze Kroniek geplaatst wordt. Het Kerstnummer van de „Waarheidsvriend" is alzo het laatste nummer van ons orgaan, dat daarmede zijn jaar-gang afsluit. Daar ligt iets schoons in. Kerstmis spreekt van een nieuw begin in de wereldgeschiedenis, maar ook van het enige dat blijft door alle wisseling heen, welke in de jaarovergang een bijzondere onderstreping ontvangt. „Het blijvende" schreef ik zoeven. Maar dat is te zwak. Want Kerstmis roept voor ons de verschijning op van Hem, van Wien Hebr. 13 : 8 ons boodschapt: „Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid", de Enige, in Wien de ware rust is, temidden van alles, dat vervloeit. Hebben wij in de herdenking van „de. vleeswording des Woords zegen ontvangen, de rust des geloofs?
In onze kringen, vooral bij de ouderen onder ons, is een afwijzen van de kerstboom. Ook bij de jongere generatie? Prof. V. Niftrik heeft in het Kerstnummer van de „Strijdkreet" gewaarschuwd tegen de „verwereldlijking" van het Kerstfeest. In dat verband zei hij ook: „Ik versta steeds beter dat er calvinisten zijn, die van de kerstboom niets willen weten". Ik was verheugd, dat hij het zei. Van hem zullen „calvinisten" en nietcalvinisten het eerder aanvaarden, dan wanneer het uit onze kring was gekomen.
Evenwel, ook zonder kerstboom kan Kerstmis op wereldlijke wijze gevierd worden. Ook met het uitspreken van afkeer van al de „verwereldlijking" in dezen, kan het een vorm zijn zonder inhoud. Indien het zo bij ons was, dan is het droevig. Hoezeer is dan bekering tot God nodig, opdat we uit die grote liefdedaad Gods de echte „blijdschap" mogen deelachtig worden, wij en onze kinderen. Simeon heeft Gods „zaligheid" gezien, en hij heeft van het Kindeke in zijn armen met allen, die de „vertroosting Israels verwachtten", mogen ontvangen „kinderen Gods te worden". Indien dit door het geloof ons deel mag zijn, is er licht opgegaan over de jaarwisseling. Dan wordt „de adventstijd der wereld" voor ons advent, het verwachten van de grote komst van Christus tot de genieting van „de aannneming tot kinderen, " om „altijd met de Heere te zijn." Dat sterkt, om, zolang wij zijn in de wisseling der tijden, te doen wat God onze hand doet vinden om te doen; en dat met alle macht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's