Meditatie
(Niet) haasten
Wie gelooft, die zal niet haasten. Jes. 28 : 16 b Haast u, behoud u ... Gen. 19 : 22 a
Soms lijkt het alsof de Schrift zichzelf tegenspreekt. Zoals in de twee bovengenoemde teksten. Aan de ene kant de oproep zich te haasten tot behoud. Aan de andere kant de belofte, dat, wie gelooft niet zal haasten. Wat is het nu: haasten of niet haasten? Het is het beide. Luister maar.
De oproep om zich wel te haasten kwam tot Lot in Sodom. Deze Lot had bepaald geen haast. Hij woonde in Sodom naar zijn zin. Hij voelde zich er thuis ondanks de zonden, die er bedreven werden en waaraan hij zich ergerde (vgl. 2 Petr. 2 : 7). De engelen hadden grote moeite Lot tot evacuatie te bewegen. Zij sporen hem aan. Ze sporen hem nog eens aan. En tenslotte moeten ze hem bij de hand nemen en zijn huis en de stad uittrekken.
In zo'n omstandigheid klinkt het: haast u. En deze omstandigheid herhaalt zich telkens weer. Want Lot is het type van de mens, die, hoewel hij beter weet, zich met de wereld der zonde heeft vertrouwd gemaakt. Hij voelt zich wel eens ongerust, hij laat ook nog wel eens een waarschuwing horen, tegenover anderen en tegenover zichzelf. Maar intussen blijft hij, waar hij is. En als het erop aankomt, is hij niet ertoe te bewegen om deze plaats der ongerechtigheid vaarwel te zeggen.
Daarom komt God nog met de oproep: haast u. Hij doet dat d.m.v. de prediking allereerst. Hij doet dat ook wel d.m.v. bepaalde gebeurtenissen. Wij spreken dan van roepstemmen. Ze klinken ook vandaag tot ons door. In de politieke dreiging, in het krantenbericht, dat u vandaag las, in het verlies van uw man, uw vrouw, uw moeder, uw kind.
En daarin is het werkelijk Gods bedoeling, dat u zich haast. God zegt dan niet: doe het maar kalmpjes aan. Ook niet: als 't u vandaag niet gelegen komt, begin er dan morgen maar mee. Nee: heden, vandaag, op dit zelfde ogenblik. Het kan geen uitstel velen. Haast u.
Nee, zeg nu niet; waarom zou ik .. . Want er zijn klemmende redenen voor.- Zoals de lucht boven Sodom al donker werd, zo toch ook de hemel, waaronder u leeft? Wijzen de tekenen der tijden niet daarop en de tekenen, die in uw leven zich aandienen? Uw leven is kort en het einde kan in één seconde zich voltrekken. Daarom: haast u.
Deze haast is ook nodig, omdat de plaats, waar God u wil hebben, uw haast waard is. Het is zo goed en zo veilig en zo vreugdevol om buiten Sodom binnen Gods gemeenschap te verkeren. Wie daar aankomt, moet zeggen: wel te laat, maar nooit te vroeg.
Daarom is de haast nodig, zoals Christen zich haastte uit de stad Verderf. En Hij riep, ai haastende: leven, eeuwig leven.
Maar nu dat andere woord: wie gelooft, die zal niet haasten. Dat is ook Schriftwoord, dus Gods Woord. Maar het wordt gesproken in een geheel andere omstandigheid. Het vorige woord was een oproep. Dit is een belofte.
Voor wie? Voor hem, die gelooft. En dat betekent in dit verband: zich vertrouwend verlaten op Gods werk in Christus Jezus.
Over dat werk Gods wordt in het voorafgaande gesproken. Er zijn in Juda, die in de benarde politieke toestand (bedreiging door Assyrië) vertrouwen op Egypte. Met deze bondgenoot durven ze het te wagen.
Maar nee. Wie op mensen vertrouwd en op mensenwerk, komt bedrogen uit.
God echter zal tonen, wat Hij doet. Hij zal Sion bouwen. En dat op een beproefde, kostelijke, vast gegrondveste hoeksteen. Zijn werk, op deze steen gebouwd, is hecht en duurzaam. Het trotseert alle aanvallen van de vijand
Wat dat Godswerk inhoudt, wordt in 1 Petr. 2 voluit verklaard. God werkt aan Zijn Rijk. Hij bouwt aan Zijn geestelijke tempel. Hij vergadert Zijn gemeente van het begin der wereld tot aan haar einde. En het fundament, dat dit gehele werk draagt, is Christus en zijn volkomen werk. Dat is het fundament, dat gelegd is, en er kan en behoeft geen ander fundament gelegd worden.
En wie nu op dat fundament gegrond is, die zal niet haasten. De profeet ziet in zijn gedachten namelijk al degenen, die op Egypte c.s. vertrouwen, reeds op de vlucht slaan. De vijand overrompelt hen en geen enkele tegenstand baat. Egypte laat hen in de steek. Alleen de vlucht, een zich haastig uit de voeten maken, blijft over. Dat is de haast van de achtervolgde, de haast van de reddeloze vluchteling, voor wie toch geen redding is. Al vluchtende komt hij om. Ook Jezus. ziet ze al vluchten. Tot de bergen roepen ze: valt op ons. Tot de heuvelen: bedekt ons. Maar niets en niemand onttrekt hen aan de machtige greep van het oordeel.
Alleen die op het fundament gegrond zijn, die haasten zich niet. Zij vertrouwen namelijk niet op mensenwerk, noch op hun eigen werk, maar op Gods werk. En nu mag de vijand grote macht hebben, Gods werk vernietigen kan hij niet.
Tegen Gods Sion breken alle aanvallen stuk. Zelfs de poorten der hel kunnen haar niet overweldigen (Matth. 16).
Dus mag de ware christen rustig aan doen. Niet in een valse rust, ook niet in een werkeloze rust, maar in een rust, die gedragen wordt door het levende vertrouwen in Christus. Op Hem ziet hij. En daarom kan hij wandelen over de golven. Over de golven van de wereldzee, en ook over de golven van het vaak zo onstuimige meertje van ons persoonlijk leven.
Zo blijven dus beide gelden. Haasten waai- het oordeel dreigt en wij nog buiten Christus staan. En niet hoeven te haasten, waar wij in leven en sterven, en met lichaam en ziel Zijn eigendom zijn. Want deze veilige schutse zal ons niet beschamen. Nu niet en straks niet.
Gelukkig hij, die na de haast uit Sodom leeft van de rust in Sion!
(Woerden)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 januari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's