KERKNIEUWS
Beroepen te:
Goes, (vak. N. M. Nijssen), J. Tammeling te Koudum — door gen. synode tot pred btgw. werkz. (evang. post te Couderkerque, Frankrijk), kand. R. Drost te Driebergen — Kamerik toez.), A. N. Langhout te Brakel — Zierikzee (vak. C. Bezemer), A. Lam te Op- en Neder-Andel — Rotterdam-Schiebroek, S. van den Bos te Vlaardingen.
Aangenomen naar:
Apeldoorn (vak. P. Visser), J. Folkertsma te Wanneperveen.
Bedankt voor:
Oud-Beijerland, (vak. E. J. Schimmel), P. J. Bos te Sprang — Heinenoord (toez.), J. de Jager te Amerongen — Leiden (vak. M. Ottevanger), A. van Eijk te Bergschenhoek — Woerden (vak. dr. C. Graafland), Jac. Jongerden te Bruchem en Kerkwijk.
STRIJEN
Het gebouw waarin 's zondags diensten worden gehouden, waarin Geref. Bondspredikanten voorgaan, was te klein geworden. (De zaal is nu vergroot en het uitgebreide gebouw werd donderdag 17 januari jl. in gebruik genomen. Toen op 4 febr. 1959 de eerste dienst werd gehouden kon men niet vermoeden, dat binnen 4 jaar reeds een tekort aan ruimte zou ontstaan. Ds. H. Goedhart van Delfshaven leidde evenals toen, ook thans de samenkomst. Na te te hebben laten zingen Ps. 68 : 10 en het lezen van Ps. 103, sprak hij: Heden bijeen voor de ingebruikneming van het vergrote gebouw toestemmen wij deze ruimte opnieuw tot de dienst des Woords, met dankbaarheid in het hart, omdat de Heere ons de mogelijkheid geeft hier onder de geref. prediking samen te komen en met de bede dat God ons weldra in de gelegenheid zal stellen om ons in de Herv. Kerk, die ons lief is, te begeven onder de bediening van het Woord en de Heilige Sacramenten. Amen. Nadat Ps. 103 : 1, 3 en 5 gezongen waren, sprak ds. Goedhart over Ps. 2: 11 b, „Verheugt u met beving". Uit zijn toespraak nemen wij het volgende over: Zonder thans lang bij het verband van de tekst stil te staan, willen wij in deze bijzondere samenkomst, slechts op een facet van de tekst letten. De dichter vermaant de goddeloze vorsten zich tot God te toekeren. Zij moeten Hem dienen met vreze en zich verheugen met beving. Opdat zij niet zullen denken, dat de dienst des Heeren louter verschrikking is, spreekt hij over verheuging. Opdat zij de ware blijdschap niet zullen verwarren met de dartelheid van het vlees, verbindt hij die met beven. Naast de oproep tot 'blijdschap staat de vermaning om zich tegelijk in nederigheid aan God te onderwerpen. Zo strijden er ook heden twee gevoelens in ons gemoed om de voorrang: blijdschap over de welvaart van de geref. groep in deze gemeente en droefheid, omdat wij nog steeds in een noodgebouw moeten verkeren. Wij mogen er ons over verheugen, dat de geref. prediking door zovelen wordt begeerd dat de plaats van samenkomst te klein geworden is. Toen men 4 jaar geleden begon, vroegen sommigen zich bezorgd af: Wat zal ervan terecht komen? In korte tijd werd de vergaderruimte te klein.
Er zijn middelen gezocht en gevonden om meer ruimte te krijgen. Men mag zeggen: Rehoboth, want de Heere heeft ruimte gemaakt. Nog meer personen kunnen het woord der prediking horen. De thans voltooide uitbreiding is een teken in de dorpsgemeenschap, dat er grote vraag is naar een prediking in gereformeerde trant. Wij mogen de Heere daarvoor danken en ook voor de middelen. die Hij ons verschafte om aan dit toenemend verlangen te voldoen. Maar ieder rechtgeaard Hervormde zal tegelijk pijn voelen in het hart, omdat deze weg nodig was. Na vele jaren van samenspreken met de kerkeraad is het pover resultaat, dat er nog steeds geen plaats Is voor de Herv. belijders in de Herv. Dorpskerk. De gestelde vraag is niet overdreven te noemen: Wij willen in de gelegenheid zijn elke zondag het Woord Gods te horen in overeenstemming met de belijdenis der kerk. Hoe lang moet het nog duren, voordat aan dit rechtmatig verlangen wordt voldaan? Er stijge uit de gemeente een voortdurend gebed op tot God: Neig de harten der kerkregeerders! Intussen mogen wij niet vergeten, dat God ons hier in rijke mate zegende, zowel onder de prediking des Woords als door de middelen om die te kunnen beluisteren. Met beving verhegen wij ons. De ingehouden blijdschap wordt ook veroorzaakt door het besef hoe groot onze verantwoordelijkheid is, omdat wij steeds de prediking mogen horen. Telkens weerklinkt de oproep tot bekering en geloof, tot liefde en heiligmaking. Hoe ontvangen wij de ontvangen zegeningen? De ontvangen weldaden maken ons nog des te meer schuldig en onze blijdschap zij gemend met de bede om vergeving en ontferming. Wij verheugen ons met beving in het besef dat juist de groei en welvaart van de groep ons het gevaar doet lopen van zelfvoldaanheid en overmoed. Laat onze kerkelijke tegenstanders ons niet in een vleselijke hoera-stemming vinden, maar in een godvruchtige blijdschap met vreze. Laten wij ootmoedig zijn met het oog op ons zelf en op de toestand, waarin de Herv. Kerk verkeert. Wij staan immers niet alleen. De groei van de geref. groep hier is een symptoom van een beweging in het gehele land. Niet alleen in de provincie Zuid-Holland neemt de vraag naar de geref. prediking toe, ook in Groningen en Overijssel, in Brabant en Zeeland vormen zich groepen van hen die zich aan de belijdenis der kerk gebonden weten. Wij moeten de betekenis van deze beweging niet overschatten. De bevolking van ons land groeit in snel tempo. Wij kunnen zeggen, dat de geref. gezindheid in het algemeen in ons land niet in dezelfde mate meegroeit. Dat is een droevig feit. De geref. groepering in de Herv. Kerk groeit echter wel mee. Dat is een gewichtig verschijnsel. Velen hadden gemeend, dat de geref. leer in de moderne tijd geen aanhangers zou overhouden. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. Dit is zelfs één van de oorzaken, waarom er zo moeizaam een plaats voor hen wordt ingeruimd. Soms krijgt men de indruk, dat er in de leidende groepen in de Herv. Kerk een zekere vrees is voor de groeikracht van het geref. beginsel. De geref. minderheidsgroepen staan echter zwak, omdat ieder op eigen gelegenheid werkt.
Er moest een centraal adres zijn, waartoe men zich om advies kon richten en één of meer personen, die in een bepaald rayon de belangen van de groepen konden behartigen. Deze adviseurs zouden vrijgesteld moeten zijn van andere arbeid, zodat zij al hun tijd aan besprekingen, correspondentie en planningsarbeid konden geven. Er zou ongetwijfeld meer voor de minderheids- groepen te bereiken zijn, wanneer er een raadsman was, die zich geheel aan deze voor de kerk zo belangrijke arbeid kon geven. Er moest overal een zelfde lijn worden getrokken, aangepast aan de .plaatselijke omstandigheden, bij besprekingen tussen minderheidsgroepen en kerkeraden. Een naburig predikant heeft in eigen gemeente te veel werk om zich diepgaand met de problemen elders bezig te houden. Wij moeten niet vergeten, dat wij als gereformeerden in de Herv. Kerk in een ongunstige positie verkeren. Slechts ongeveer i/e van het aantal predikantsplaatsen wordt door gereformeerden bezet. Het aantal kerkgangers weerspiegelt een geheel andere verhouding. Slechts - door een krachtige leiding aan de geref. minderheidsgroepen te geven, kan men de schijnbare geringheid neutraliseren. Dit geldt met name in de groeiende dorpen en steden. Men mag er geen aanleiding toe geven het geref. beginsel als een Plattdandsaangelegenheid te beschouwen. In de steden is het aantal kerkgangers reeds sterk gedecimeerd. Laat de kerk er niet de oorzaak van zijn dat nog meer van haar, nu nog trouwe leden haar de rug toekeren, omdat zij zich niet kunnen vinden in de theologie van de leiding der kerk. De gereformeerden.moeten zelf zorgen, dat zij hieraan niet mede schuldig voorden door een gebrek aan een goede organisatie. Vanwege het gebrek aan samenbinding verheugen we ons over de plaatselijke verschijnselen met beving. God geve ons mannen, die zich aan de organiserende taak jegens de minderheden kunnen wijden. Door op dit alles te letten verstaan wij, dat wij niet alleen staan in de strijd om de waarheid. Op tal van plaatsen is de worsteling gaande. Gods Geest werkt nog in de Herv. Kerk. Daarom zijn wij niet zonder hoop; Daarom verheugen wij ons. Moge de geref. prediking in dit gebouw gebracht vruchten dragen in de bekering en leiding van velen. God zij geloofd voor Zijn zegeningen. (Hij voege nog nieuwe gunstbewijzen daaraan toe, opdat Zijn naam door velen geprezen worde. Met het zingen van Ps. 118:14 werd de, ondanks het barre winterweer goed bezochte, bijeenkomst besloten.
Naschrift.
Met liefde plaatsen wij dit stuk — ons toegezonden uit Strijen. Wij verheugen ons met de broeders uit Strijen over de voortgang van het werk. In de toespraak van ds. Goedhart staan woorden, die waard zijn overdacht te worden. Het overkomt ons allen, dat wij, wanneer wij taken zien, die niet allen tegelijk kunnen volbracht worden, zeggen:
Er moesten vrijgesteld zijn, of: Wat ligt hier of daar een arbeidsveld. Niemand meent, dat met een raadsman alle vragen zijn opgelost. Immers, wanneer iemand raad geeft, is het nog niet gezegd, dat men ook naar die raad luistert. Met deze algemene opmerking is de zaak, die ds. Goedhart aan de orde stelt, niet afgedaan. Wellicht wil hij zijn gedachten over deze zaken nader laten gaan en ze op schrift zetten en dit aan de orde stellen op de plaats, waar dit toehoort.
(Red.)
OUDERLINGEN TER CONFERENTIE
De vraag of ouderlingen voor hun taak in de gemeente van vandaag geschoold dienen te zijn, is een overbodige. Want deze vraag is in deze jaren even dringend met „ja" beantwoord zodra hij maar gesteld werd.
Dit bevestigende antwoord wordt ook waargemaakt door het feit, dat er de laatste zeven jaar honderden ouderlingen hebben deelgenomen aan conferenties en cursussen op Kerk en Wereld, in samenwerking met de Sectie ouderlingen van de R.H.Z. Deze vorming van ouderlingen gaat dóór, verdiept zich en breidt zich uit!
Ditmaal vragen wij uw aandacht voor een conferentie (weekend) en een cursus (2 lange weekends).
De conferentie wordt gehouden op 16 en 17 februari 1963 in De Voorhof. Thema: „De veranderende gemeente in een veranderende wereld".
Dit thema is gekozen met het oog daarop, dat de gemeente niet onbewogen en ongeschokt met haar boodschap in de wereld staat alsof die wereld haar niet aangaat, want de gemeenteleden zélf maken deel uit van die wereld èn die wereld daagt ons uit onze boodschap zó te verkondigen en te beleven, dat dit ook werkelijk — kort gezegd — „hout snijdt".
Maar moet de gemeente nu op sleeptouw genomen worden in het wereldse vaarwater? Wat blijft er dan van de boodschap over?
Ziehier een aantal vragen die direct te maken hebben met het leven der gemeente en met de ouderling en zijn ambt.
Programma:
Zaterdagmiddag
17.00 uur — opening van de conferentie;
19.30 uur—Ds. T. Poot „De veranderende gemeente";
Zondagmorgen
10.00uur— kerkgang, voorganger ds. F. J. Pop; daarna mededelingen enz.
14.30 uur — Prof. Dr. W. Banning , De veranderende wereld", waarna een algemeen gesprek van de deelnemers over het gehoorde, ten overstaan van de beide inleiders; sluiting bij de broodmaaltijd.
De leiding toerust bij dr. H. Bartels, secr. Centrale voor Vormingswerk. De prijs bedraagt ƒ 9, 50 p.p
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 januari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's