De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

8 minuten leestijd

In een artikel dat nu niet bepaald uitblinkt door eenvoudige helderheid en begrijpelijkheid constateert prof. Miskotte in „In de Waagschaal", dat de catechismuspreek in de „middagkerk" niets meer uithaalt. Op dat punt kunnen we niet meer spreken van de „eeuwige jeugd" van de Heidelberger, maar zit hij al lang vergeten weggestopt in een oudemannenhuis, om het eens met onze woorden te zeggen. Toch wil prof. Miskotte nog een poging wagen om hem een „verjongingskuur" te laten ondergaan, en zijn jeugd te vernieuwen. Hij denkt daartoe aan een suggestie van dr. Berkhof uit 1951. We moeten de gemeente gaan activeren door middel van de oud-kerkelijke stijl van samenspreken, de conversatie over en rondom de heilige woorden en tekenen. Het moet dan een samenzijn worden met veel zang en vrije inventie; vooral niet een discussie achteraf, maar een positief hardop mediteren en een uitwisseling, minder van meningen dan van ervaringen en inzicht.

Hier wordt dus het pleit gevoerd voor de conventikels, de gezelschappen, zoals verschillenden onder ons die ook nog wel kennen. We dienen daarbij echter wel te beseffen, dat het ontaarden van die gezelschappen in een oeverloos gepraat, menigmaal regelrecht in verband stond met de vraag of de gezelschappen gehouden werden nadat men ter kerk was geweest, dan wel of het gezelschap de kerkdienst moest vervangen; of men op het gezelschap een Schriftgedeelte behandelde, dan wel of men alleen niet zozeer meningen dan wel ervaringen en inzichten uitwisselde.

Prof. Miskotte verwacht dat er hoogstens een minderheid door aangetrokken zal worden, maar deze zal dan ook een kern kunnen vormen, anders dan door bijbelkring, anders dan de koorwerkzaamheden, anders dan door goede gezelligheid als vóórvorm van communicatie:

Maar geen van die elementen behoeven te ontbreken, als de predikant als rabbi van het leerhuis zich goed rekenschap geeft van zijn bescheiden rol; hij zal gemoed en intellect met de neus moeten drukken op de leer als tekening van de wegen der vreugde, beter: in huis moet een geur hangen indringend en verrukkend, omdat ook het verstand als een wierookstokje ontstoken en verteerd wordt, hulde aan de waarheid, die zich als heil onthult.

Zijn conclusies in dit eerste artikel zijn dan de volgende:

Zo vonden wij in, een avonddienst met. als centrum homilie en samenspraak van christengelovigen van meelevenden, die hun broeders en hun vaders zoeken 1) een nieuwe nodiging aan de voorgangers, zich tot het onderricht in de heilige (dat is: bijzondere, gewijde, tot kennis en heil leidende) leer te begeven, 2) een nieuwe gelegenheid voor minstens een minderheid in een nieuwe soort kerkedienst, communicatie te vinden in de sfeer van de heilige leer en haar bevrijdende werking voor hart en verstand tezamen.

In hetzelfde blad schrijft dr. K. Strijd een fel artikel tegen Elseviers Weekblad. Dit blad heeft namelijk samengespannen met de „N.V. Wiilem-II Sigarenfabrieken" in een grootscheepse vergiftigings-actie van met name de predikanten. Het gaat hier niet om nicxrtinevergiftiging. Maar Elsevier heeft in zijn Kerstuitgave enkele artikelen opgenomen over de Bijbel en de Willem-II fabrieken hebben dit gedeelte als een reclame voor hun sigaren toegezonden aan alle predikanten. En het vergif zit dan niet zozeer in de sigaren ais wel in Elseviers Weekblad.

De politieke voorlichting in dat blad betekent, volgens dr. Strijd, een steeds weer terugkerende giftige injectie voor een groot deel van het Nederlandse volk. En nu wordt Elsevier zo rondom Kerstfeest ineens vroom en „wordt de christelijke godsdienst geprostitueerd tot meerdere glorie van Elseviers voorlichting". Het toezenden van dit Wad vindt dr. S. eigenlijk een belediging; op die manier wil men met een vroom smoesje de predikanten er laten inlopen.

Als men het zo leest zou men werkelijk tot de gedachte komen dat dr. S. wel wat zou voelen voor het opheffen van de persvrijheid. Dit Kerstnummer is namelijk een voorbeeld van aangepast en aangetast christendom. Dit geschrijf is verneveling van de Waarheid, en kennelijk bedoelt de schrijver hier de Waarheid van het Woord Gods, want hij merkt op:

Over de revolutionaire geluiden van de Bijbel — men denke alleen maar aan de profeten — wordt gezwegen. Dat de Bijbel een vernietigende kritiek op de door Elsevier verdedigde politiek laat horen, komt nergens aan de orde. Op blz. 1 lezen we wel: „de Bijbel blijft door de eeuwen heen modern" — maar wij merken van dat modern-zijn niets: de bestaande politieke gang van zaken wordt niet aangetast. De NATO is een vanzelfsprekendheid, èn de kernbewapening, èn de afschrikkingstheorie, èn het machtsevenwicht  . . . .het kan allemaal rustig doorgaan. Dat op deze wijze het wezen van de Boodschap van de Bijbel wordt geloochend, schijnt bij geen der schrijvers en samenstellers der bladen op te komen.

In een artikel in het Geref. Weekblad (Kok) getiteld: Misdaad zonder straf? gaat prof. Brillenburg Wurth uitvoerig in op een brochure van dr. Trimbos, een rooms-Katholiek psychiater.

Tot zijn ontsteltenis constateert prof. Br. W. dat het betoog van genoemde dr. Tr. er op neer komt, dat het straffen van de misdadiger eigenlijk afgeschaft moet worden en daar moet voor in de plaats komen de verbetering en de heropvoeding. Het begrip „straf" moeten we laten vervallen, want daar zit alleen maar in wraakneming en vergelding; we moeten het begrip straf vervangen door maatregel. Prof. Br. W. schrijft dan:

wij verwonderen er ons over dat bij hem als gelovig katholiek in heel zijn studie met geen woord gerept wordt van wat het bijbels getuigenis ten aanzien van het onderhavige onderwerp ons leert, dat volkomen onbesproken blijft de aantasting door de misdaad van het goddelijk recht wat de mens voor de Rechter van hemel en aarde schuldig stelt, dat ook volledig miskend wordt hoe de aardse rechter iets van de onaantastbaarheid van het goddelijk recht in deze wereld representeert.

Van een schuld is bij de misdadiger bijna geen sprake meer; hij wordt alleen een ongelukkige die geholpen moet worden. Dit heeft nu met liefde in de bijbelse zin niets meer te maken. Rechte straf eert altijd de mens ook nog in de diepst gezonken misdadiger. Dat God zelf een mens straft en ook dat Hij hem door de aardse rechtbank laat berechten en straffen is omdat Hij in hem de mens blijft zien in zijn schuld, die vergelding eist opdat in de weg van het rechtsherstel het echte menszijn ook weer tot zijn recht zal komen.

Dat stelt aan het straffen heel, heel hoge eisen. Maar wie, omdat het zo moeilijk is, de straf zou willen laten vervallen doet noch de mensheid noch de delinquent zelf een dienst. Straf en liefde (genade), liefde (genade) en straf sluiten elkaar allerminst uit. Echte liefde weet zo te straffen dat die straf niet verbittert maar tot verbetering leiden kan, omdat ze een appèl op de mens en zijn waarachtig mens-zijn voor God inhoudt.

De psychiatrie kan de rechtspraak een waardevolle dienst bewijzen zolang ze die helpt de mens in de misdadiger te zien. Maar dat doet ze zeker niet als ze, gelijk hier 'geschiedde, voor terzijdestelling van de straf gaat pleiten.

In „De Wekker" onder de rubriek Van Hier en Daar worden ons verschillende bijzonderheden doorgegeven betreffende de Anglicaanse Kerk in Engeland. Eerst lezen we verschillende cijfers waaruit blijkt dat 't aantal ambtsdragers in die kerk de laatste tijden onrustbarend is achteruit gelopen waardoor de geestelijke verzorging sterk vermindert; één predikant moet voor verscheidene parochies zorgen, en kleinere parochies moeten het helemaal zonder predikant stellen.

Vervolgens worden ons enkele bijzonderheden verteld over het kerkelijk leven in Engeland in het algemeen, zoals het zich met name aftekent in de Anglicaanse Kerk:

Men kent in Engeland niet de felle, actieve vijandschap tegen kerk en godsdienst, die men op het Europese continent soms aantreft. Publieke uitingen van vijandschap tegen de kerk vindt de Engelsman „niet netjes". Géén vijandschap, wèl onverschilligheid. De kerk is een eerbiedwaardige instelling uit het verleden, die men voorbijloopt, behalve in enkele uitzonderlijke gevallen zoals huwelijks- en doopplechtigheden, waarbij men „de hulp van een geestelijke" nu eenmaal niet met goed fatsoen kan missen.

Men onderscheidt tegenwoordig in de Anglicaanse kerk vooral een „hoogkerkelijke" richting die een duidelijk romaniserend karakter heeft, de geloofsbelijdenis en het liturgieboek op zeer spitsvondige wijze zoveel mogelijk in roomse zin uitlegt en alle nadruk legt op het episcopaat, de liturgie en de centrale positie van het avondmaal.

Daarnaast is er een „laagkerkelijke" richting, die een veel meer protestants en methodistisch karakter heeft. En tenslotte is er ook een „breedkerkelijke" stroming, die de nadruk legt op sociale arbeid en puur modernistisch van inslag is. Maar het helpt allemaal niets: de mensen komen toch niet meer naar de kerk, want het volle, rijke evangelie, dat de harten vernieuwt en de wereld omzet, dat wónderen kan verrichten, omdat het geladen is met de kracht van Gods Geest, dat evangelie - wordt niet meer verkondigd. En een kerk die op dit punt in gebreke blijft, tekent haar eigen doodvonnis op termijn.

In het kerkelijk leven in ons vaderland zijn er verschillende dingen aan te wijzen die verdacht veel lijken op symptomen van deze „engelse ziekte"; de gevolgen ervan zullen ook hier niet uitblijven, en blijven trouwens nu al niet uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's