ONZE CATECHISMUS (5)
In de Paltz heeft de catechismus zijn invloed niet regelmatig kunnen laten gelden. Telkens werd hij verdrongen hetzij door roomse hetzij door lutherse tegen hem gerichte agitatie. Toch werkte de catechismus ondergronds ondanks alles zo door, dat een regeringsambtenaar in het begin van de 18e eeuw, toen weer eens een bevel werd uitgevaardigd om alle exemplaren van de catechismus te vernietigen, moest bekennen: „De gereformeerden zijn als de wilgenbomen, wanneer men ze snijdt en hakt, spruiten ze altijd weer op nieuw uit". Geen slecht getuigenis zou ik zeggen. Het moge nog van hen gelden! Het zal vruchtbaarder zijn dan het sluiten van geestelijke of kerkelijke compromissen. De geschiedenis kan ons in dat opzicht heel wat leren. Toen na de Franse revolutie de keurvorstelijke Paltz voor goed onderging en op kerkelijk gebied de „Union" van de gereformeerde en lutherse kerken tot stand kwam in de „Evangelische Kirche", was het ook met de invloed van de catechismus gedaan. Hij werd voor goed in het archief opgeborgen. Alleen in de harten van ouderen leefden de vragen en de daarbij behorende antwoorden nog jaren lang voort. Ds. Thelemann, een bekende Duits uitlegger van de catechismus in de vorige eeuw, verhaalt, dat hij in 1851 in zijn Paltzisch vaderland een gemeente bediende. Dat was een 23 jaar na de „Union". Hij gaf aan zijn catechisanten dictaat en gebruikte daarbij de catechismus. Na korte tijd bemerkte hij dat de kinderen de vragen niet meer opschreven, en toen hij ze daarover ondervroeg, antwoordden zij, dat zij het thuis al gedrukt hadden; waarom dan nog opgeschreven? Toen de 'kinderen het gedicteerde thuis van buiten leerden, was de herinnering aan de oude catechismus bij de ouders weer levend geworden, en uit alle hoeken en gaten was hij weer te voorschijn gekomen. — Nu zijn we weer meer dan een eeuw verder. Het ware de moeite waard om te onderzoeken of ook nu nog de catechismus hier of daar onder de mensen in de Paltz bekend is. Een hoge verwachting koesteren we in dat opzicht niet. Zouden de gereformeerden in onze tijd, waarin de eenheid steeds meer beklemtoond wordt, zich niet hebben te spiegelen aan deze geschiedenis van de catechismus in Duitsland. Als de Waarheid van het gereformeerd belijden op de achtergrond wordt gedrongen terwille van de oecumene zal het verlies straks groter blijken te zijn dan de winst.
Wonderlijk zijn Gods wegen. De catechismus werd opgesteld voor de kerken in de Paltz, maar in de gereformeerde kerken in de Nederlanden kreeg hij de plaats, die hem toekomt. Daartoe heeft Petrus Dathenus het middel mogen zijn. Deze was van 1562 tot 1566 predikant bij de Nederlandse vluchtelingen-gemeente te Frankenthal in de Paltz. Een aantal Hollandse gereformeerden waren vanwege vervolging, waaraan ze in 't vaderland bloot stonden, uitgeweken naar Frankfort aan de Main. Toen hun ook hier het leven onmogelijk gemaakt werd, bood Frederik III van de Paltz hun een wijkplaats in het klooster te Frankenthal. Aan hen heeft de huidige grote industriestad met deze naam haar opkomst te danken.
Datheen berijmde voor zijn gemeente de psalmen door de franse psalmen op rijm te vertalen. Hij voegde daaraan toe een zeventien liturgische geschriften en de vertaling van de catechismus. Zo schonk hij zijn gemeente een volledig kerkboek. Doch weldra was dit Frankenthaalse kerkboek ook in de Nederlandse kerken bekend en in veler handen. In 1566 verschenen er drie, in het volgend jaar vier en het daarop volgend jaar nog eens drie uitgaven. De taal van de catechismus was de gereformeerden uit het hart gegrepen. Trouwens het hele kerkboek werd terstond opgenomen in het kerkelijk gebruik. In Amsterdam is het eerst uit de catechismus gepreekt: in 1566 door ds. Peter Gabriel. De verschillende kerkvergaderingen hadden steeds de catechismus op haar agenda staan. Het convent van Wesel (1568) — door Datheen zelf gepresideerd — wilde hem in de Nederlandse Gereformeerde Kerken in gebruik zien genomen. Evenzo de synoden van Emden (1571), Dordrecht (1574, 1578), Middelburg (1581), 's-Gravenhage (1586), die ondertekening eisten en prediking over de catechismus voorschreven. Ook 'de synode van Dordrecht in 1578 werd door Datheen gepresideerd.
Zo is de catechismus niet slechts het leerboek, maar ook één van de belijdenisgeschriften van onze kerk geworden. Dat kreeg volledig zijn beslag op de grote Nationale Synode te Dordrecht in de jaren 1618-'19. Op 1 mei 1619 hield de Synode zich met de catechismus bezig. Hij werd voorgelezen en vond algemene instemming. Alleen in de verklaring van het artikel over de nederdaling ter helle 'behielden zich enkele buitenlandse theologen het recht van een andere uitleg voor. De britse godsgeleerden verklaarden „dat noch de hare, noch de Fransche Kerkcken sulcken bequamen Catechismum hebben; dat die mannen, die de selve hebben ingestelt te dier tijd sonderlingh met den Geest Gods waren aangedaen geweest; dat die selve in verscheyden andere saecken eenighe Theologen waren te boven gegaen, maer in het stellen van dien Catechismum haer selven hadden overtreft". In de Acta van de Synode van diezelfde dag werd als verklaring gesteld, dat de leer van de Catechismus van de Paltz in alles met Gods Woord overeenstemde, en dat hij derhalve met grote stichting in de Nederlandse kerken moest worden geleerd.
Men moet echter niet denken, dat het met de erkenning en hantering van de catechismus overal koek en ei was. O neen, van begin af was er van verschillende zijden verzet tegen ondertekening en gebruik van de catechismus. De Kerk heeft van begin af aan te worstelen gehad met een sterke heterodoxe geest. Mannen als Coolhaas en Coornhert moesten dan ook van de catechismus niets hebben. En met het preken uit de catechismus stond het ook niet altijd best. Gouda is hierom berucht. Men weigerde hier doodeenvoudig catechismus te spreken. Op een gegeven ogenblik bleek, dat de predikanten in Gouda zelf een catechismus hadden gemaakt, waarin — zoals synode-leden beweerden — zelfs de voornaamste stukken van de christelijke leer niet voorkwamen. Tenslotte is Gouda onder zware druk gezet en sinds 1618 voegde zich ook Gouda in het geheel der Kerk.
Het is te begrijpen, dat de Dordtse Synode bijzonder aandacht schonk aan de catechismus-prediking en verwaarlozing ervan ten strengste afkeurde. In de 14e zitting werd nog weer onderstreept, wat reeds vroeger was bepaald: „Dat de Predicanten in alle plaetsen ordinarelick inde namiddaeghsche predicatie, de somime der Christelicke leere inden Catechismo nu ter tijdt inde Nederlandsche Kercken aengenomen, begrepen cortehcken zullen verclaeren, op dat hy also alle jaren geabsolveert moghe worden, naer de afdeelinghe desselvighen Catechismi, tot dien eynde ghemaeckt".
Er was een sterke gereformeerde leiding, want voor onze Kerk tot rijke zegen is geweest. Heimwee daarnaar vervult ons hart.
Als catechisatie-boek heeft de catechismus van het begin af het bezwaar gehad, dat er lange vragen en antwoorden in voorkomen, waarbij voor het heden nog komt de verouderde stijl: de lange zinnen en latijnse zinswendingen. Reeds ds. Herm. Faukelius, predikant in Middelburg, schreef in 1608 zijn „Kort Begrip", waarin de hoofdzaken van de catechismus samengevat zijn.
Toch waag ik er ook heden nog een lans voor te breken, dat de catecheet er naar zal streven om zeker de echte klassiék-geworden ontwoorden van de catechismus, zoals b.v. antw. 1, 21, 60 enz., onverkort in het geheugen van de catechisanten te prenten. Dat gaat ook best, als er maar vroeg genoeg mee begonnen wordt.
De Koning der Kerk heeft de vaderlandse kerken wel bijzonder onderscheiden door haar zon heerlijk boekje te schenken. Laat ons deze erfenis der reformatie, waarin de Kerk Gods zo heerlijk getuigenis geeft van haar geloof in ere houden: niet door er bij een jubileumviering weer eens even de aandacht op te vestigen en dan weer over te gaan tot oecumenische en activistische orde van de dag, maar door te zoeken het te beleven en zo deze schat — de enige Troost in leven en sterven — te bepreken en te onderwijzen aan de gehele gemeente, zowel oud als jong. Altijd weer blijkt de prediking en het leven der gemeente te verarmen en te verschralen — om van erger nog maar niet te spreken —, als de catechismus bij de dominees en de gemeente een onbekende : grootheid dreigt te worden, of — nog erger — reeds is geworden.
"Nota bene. — J. v. B. te V. schrijft mij er op gewezen te zijn, dat bij Frederik III vooral voor zou gezeten hebben in zijn catechismus een compromis te stellen tussen Luther en Calvijn. De waarheid is, dat Frederik III met beslistheid de gereformeerde belijdenis aanvaard had en die tot uitdrukking wilde gebracht zien in de catechismus; dat hij zich daarbij wel beijverd heeft uitdrukkingen te vermijden, die onnodig de luthersen zouden irriteren. Altijd weer is men van bepaalde zijde er op uit om een soort tegenstelling te scheppen tussen de 37 art. en de Catechismus. Men maakt dan van hetgeen ligt in het vlak van de vormgeving een theologisch beginsel. Hetzelfde reformatorische geloof bracht in zijn theologische bezinning 'beide geschriften voort, niet het één theologisch van opzet, het ander anthropologisch, maar het één als belijdenis der Kerk, het ander als praktisch-pastoraal leerboek. Het woord „compromis" wijst op het zich bewegen op het rationele vlak, de belijdenis en de catechismus zijn vrucht van het geloof der Kerk in het Woord Gods.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 februari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 februari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's