De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Meditatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Meditatie

Bekeert u!

6 minuten leestijd

De goddeloze verlate zijnen weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij zich zijner ontfermen en tot onze God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk. Jes. 55:7

De Verloren Zoon had geen heimwee aleer vaders goed verteerd was. Toen hem hongerde kwam hij tot zichzelf. Hij was ingelijfd in het hemels regiment van de dorstigen en van hen die geen geld (meer) hebben. Toen zag hij dat hij zijn geld had weggesmeten aan wat niet verzadigt en dat er thuis, zelfs voor de huurlingen, vettigheid is om er zich in te verlustigen. Hij rees op en kwam. Zijn ziel zou leven, daar hij tevoren dood was. 's Vaders omhelzing betekende een eeuwig verbond en de knechten kwamen aandragen met kleed, ring, schoenen, kalf, voorwaar de gewisse weldadigheden van David. De jongen kwam aangelopen om zijn vader te leren kennen, die hij tevoren nooit had gekend, hoewel hij voor zijn vertrek bij hem was.

De moeite is niet vergeefs, wanneer we Jesaja 55 zo vaak lezen tot we het helemaal van buiten en van binnen kennen. We hebben dan een geestelijke fontein, die in stille uren en gedurende slapeloze nachten opspringt tot in het eeuwige leven.

Bekering, wederkeer is nodig. Wedergeboorte: ik was dood en ik ben weder levend geworden. Bekeert u aleer ge gelooft en gelovende bekeert u nog. Zich bekeren is verlaten. Heb er terdege erg in hoe vaak in het evangelie sprake is van verlaten. Verlaten van netten, tolhuis, watervat en van alles. We mogen daar niet al te luchthartig over heenspringen. Velen hebben spitsvondige denkarbeid in overmaat aangewend om te betogen dat het wel in orde is, wanneer we maar innerlijk los zijn van de dingen. Als we er dan uiterlijk aan verkleefd zijn is dat blijkbaar niet zo bezwaarlijk meer. De profeet spreekt van een verlaten van zijn weg, van eigen weg. Alle dwalende schapen lopen op een pad met een bordje: „Eigen weg". (Jes. 53) zelfgekozen. Onze weg is heel onze handel en wandel van elke dag en van de zondag. Daar moeten we af, want onze wegen zijn wegen des doods, hoe recht en hoe positief-gereformeerd en bevindelijk-vroom we ze ook vinden. Vaak zegt men: vertel je weg eens. Het kan goed bedoeld zijn en adrem worden beantwoord, maar mij benauwt wel eens de gedachte: Mijn weg? Zou alles na alles dan toch nog iets anders dan mijn weg zijn? Niet ieder mens kan zich bekeren. Strikt genomen kan niemand dat. Niet ieder mens wordt bekeerd. Alleen maar goddelozen en nooit anderen. Daar zit de grote moeilijkheid, want wij verkiezen van nature niet te wonen in een huis met het naambordje: Goddeloze. Staande op en in gemeenschap met de belijdenis der vaderen moeten we toch wel bekennen dat we in al onze wegen goddeloos, verkeerd en verdorven zijn geworden en dat we alle uitnemende gaven kwijt zijn op kleine overblijfselen na. In alle wegen goddeloos, daarom onverwijld onze weg verlaten. Het Nieuwe Testament kent een Grieks woord voor bekering dat een ommekeer op ons levenspad aanduidt. Zo'n bekering lees ik in de eerste vijf woorden van onze tekst.

Maar het N.T. kent nog een woord door bekering vertaald, dat letterlijk aangeeft: verandering van gedachten. Die nuance lezen we eveneens in onze tekst. De ongerechtige man — die onrecht drijft in een gans richtig land; hoe durft hij toch? — verlate zijn gedachten. Onze gedachten, ook ons getob, geprakkizeer en pogen om onszelf de zaligheid in te denken. Uit de werken der wet wordt geen vlees gerechtvaardigd, evenmin uit de werkzaamheden. We moeten onze gedachten volledig laten varen. „Uw gedachten zijn Christus niet", voegde von Staupitz Luther toe in zijn zielestrijd.

We moeten een andere kant uit. We moeten wederkeren tot de HEERE met de woorden: Vader, ik heb gezondigd. Verlating van onze weg, en prijsgeving van onze gedachten resulteren in de bekering. Graag accentueren de profeten dat deze beweging niet mag blijven steken halverwege, maar dat we met ons ganse hart ons moeten bekeren tot aan de HEERE toe. Velen komen helaas nooit aan Hem toe.

Bekering heeft een rijk „loon". Immers wanneer we ons bekeren zullen we de ontferming Gods verwerven. Laten we echter niet menen, dat we die erbarming door goed gedrag verkrijgen. Neen, de Hemelse Vader ziet van verre. Bekering is geen werkheilige conditie om ontferming te erlangen. Wanneer we ons bekeren zullen we verrassend ervaren dat we als het ware opgenomen zijn in een grootscheepse ontfermingsactie, die al lang aan de gang was eer iets in ons begon te leven en te ritselen. Niet desgenen die wil, niet desgenen die loopt en terugkomt, maar des ontfermden Gods.

De Naam HEERE spreekt van verbond, van genegenheid, van trouw en liefde, de naam God van almacht en kracht. Afkeer van onszelf, van onze weg en gedachten, inkeer en toekeer tot de HEERE is tegelijk zich wenden tot de Alvermogende, die overtredingen uitdelgt, zonden wegwerpt achter Zijn rug in de diepe zee. Bergen van zonde verzet in het hart van de oceaan. In Christus is Hij een gaarne vergevend God. Hij vergeeft menigvuldiglijk — gedurig weer als we uit zwakheid in zonden vallen — veler en velerlei zonden.

Waarvoor moeten we onze weg en gedachten verlaten? Het vervolg geeft uitsluitsel. Voor 's HEEREN weg en gedachten. Vertel niet je weg, maar vertel nu eens hoe je van eigen weg op Gods weg kwam! Maar zijn die gedachten en wegen Gods niet hemelhoog? Hoe kunnen we daarop komen? Zij komen bij ons van de hemel gelijk regen en sneeuw en ze brengen in mijn onvruchtbaarheid een heel nieuw leven uit God voort. De zaaier en de eter kan terecht. Zo doet het Woord dat, zo min als Sauls zwaard, nooit ledig weerkeert. Het begint met blijdschap en gaat met vrede verder. Dat Woord Gods dat nooit ledig weerkeert is door de Geest een wederbarend, een herscheppend getuigenis. Waar een doorn stond gedijt een den en de distel moest wijken voor de myrt. Eertijds onnut en nu zeer nuttig. Eertijds onwijs, ongehoorzaam, dwalende, menigerlei begeerlijkheid en wellust dienende, in boosheid en nijdigheid levende, hatelijk zijnde en elkander hatende. Dorens en distels en nu een vallei der myrten.

Hoe wonderlijk rijk is Jesaja 55. Wat hebben we een heerlijke Bijbel. Behoort ge tot die gelukkigen, die graag en met smaak in Gods Woord zitten te lezen? Leest ge wel eens voor pure vreugde of komt de Bijbel alleen ha de maaltijd op tafel voor het plichtmatige kapitteltje? Gelukkig het volk dat Zijn onwankelbaar verbond en Zijn woorden als Zijn schat­ten gadeslaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 februari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Meditatie

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 februari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's