De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

10 minuten leestijd

Over de e.k. zitting der Generale Synode der Ned. Herv. Kerk — Perspectieven 1963 — tweede-rangs lidmaten der Herv. Kerk?

De Synode der Ned. Herv. Kerk zal D.V. 18 en 19 februari e.k. haar eerste zitting in dit jaar houden. De agenda voor die vergadering is gepubliceerd. Ik trof ze niet aan in „Woord en Dienst" dd. 2-2-'63. Maar in een andere publikatie kreeg ik die onder ogen. Eerst moet plaats hebben de verkiezing van een praeses. De Synode wordt daarbij gepresideerd door het oudste lid in jaren. Waar de praeses, ds. v. d. Hooff uit Hilversum, van het jaar 1962 herkiesbaar is, zal deze wel opnieuw met het presidiaat belast worden. Er moeten ook andere benoemingen geschieden. Dan zal ook het traktementsvoorstel wel in behandeling komen. Men herinnere zich, dat in de winterzitting van '62 deze aangelegenheid ook ter tafel was. Toen is geen definitieve uitspraak gedaan. Men heeft de stem der kerk — in casu die der betrokkenen, de predikanten — willen horen, alvorens tot nadere yaststelling te komen. Naar ik vernam is men over de voorgestelde wijzigingen niet verrukt. Ze betekenen voor een enkele categorie verbetering, voor anderen niet direct, al kan van een verslechtering niet gesproken worden.

De voorgestelde wijzigingen houden verband met het feit dat met ingang van 1 januari 1963 de staat over de hele linie aan de met kinderen gezegende gezinnen een 'kinderbijslag uitkeren zal, te beginnen bij het 3e 'kind. Zolang er in een gezin geen drie kinderen zijn, wordt geen kindergeld uitbetaald. Dat lijkt me onbillijk. Want het vanouds gezegde dat ieder kind f 1.000, — meebrengt — in werkelijkheid betekent het een waarde, welke in geen geld is uit te drukken — het Ie kind brengt, evenals de andere, kosten met zich mee. Daar rekende de Synodale regeling der kinderbijslagen wel mee. De voorgestelde wijziging houdt dus voor jonge predikantsgezinnen met één of twee kinderen een nadeel in. Bovendien zijn de bedragen, welke de staat geeft geringer, dan wat de kerk uitbetaalde. Voor deze derving komt wel compensatie in ander opzicht, zodat al met al van een teruggang dus geen sprake zal zijn. En voorts is er ook nog altijd een oud recht, naar ik meen, dat de staat voor ieder predikantskind per jaar ƒ 25, — uitkeert. Dit bedrag is niet naar de maatstaf van deze tijd. Dat was het voor een twintig, dertig jaar ook al niet, maar wij waren er indertijd toch blij mee. Men zal het nu ook niet versmaden. Wij hebben ook in dezen „de dag der kleine dingen" niet te verachten. Dat neemt niet weg, dat de minister van financiën — onder diens departement ressorteren de „kindergelden" — wel eens mocht overwegen en besluiten deze uitkeringen te verhogen. Dat is m.i. wel „een eis des tijds".

In „Woord en Dienst" van 5 januari 1963 plaatste ds. G. Spilt uit Utrecht, een art. getiteld: „Perspectieven '63". Hij het daarin o.m. de revue passeren, wat in de toekomst, met name in 1963 der Synode ter behandeling zou voorgelegd worden. Onder het vele daarin genoemd — in uitzicht werden o.m. psalmberijming en een nieuwe gezangenbundel gesteld — viel mijn oog ook op het volgende: „Het geschrift over de kernbewapening zal zeker niet in het archief-62 afgelegd worden, maar na de verschijning, die met plotseling knallend vuurwerk opzien baarde dit jaar eerst goed en grondig doorwerken bij de opinie-vorming door de bestudering, ook in gemeentekringen, mogen we verwachten. Als een handreiking, een hulp, zoals het bedoeld is. Niet als een kreet, die ruzie maakt, maar als een op het evangelie afgestemd getuigenis, dat zich niet bij de feiten kan neerleggen, omdat ons heilsfeiten zijn geopenbaard."

Toen ik dit stukje uit het artikel van ds. Spilt onder ogen kreeg, had ik ook kennis genomen van wat prof. v. Niftrik in de kroniek van „Kerk en Theologie" van januari '63 over dit onderwerp publiceerde. Het geeft iets van de voorgeschiedenis van 'het bekende Synodale stuk, dat — om ds. Spilt te citeren — „met knallend vuurwerk opzien baarde".

Prof. V. N. geeft iets door, dat z.i. de Synode in het „Ten geleide" bij de publicatie van „Het vraagstuk van de de kernwapenen" wel had mogen vermelden. Wat de Synode niet deed, memoreert nu prof. V. N. Hij begint met er aan te herinneren, dat er in juni 1958 ook een rapport over de kernwapens op de Synodale tafel werd gelegd. Het was van de daarvoor ingestelde commissie waarvan prof. v. N. voorzitter was. Verder waren leden: prof. de Graaf, mr. dr. W. Verkade, generaal Calmeijer en prof. Smelik. Dat rapport is teruggegeven om nader uitgewerkt te worden volgens „nieuwe richtlijnen". „Daarvan is niets terecht gekomen, zo verhaalt prof. v. N., „omdat de commissie niet tot eenstemmigheid kon komen". Over het rapport van 1958 zegt hij dan, dat het niet zulk een „stoer" geluid gaf als dat van 1962, „dat stellig niet door een commissie is opgesteld". Prof. v. N. vindt het echter „eerlijker" omdat het weergaf, „de twijfelingen en onzekerheden" van hen, die met deze materie „worstelen". Tot zover de kroniekschrijver van „Kerk en Theologie" op dit punt.

Het is op zijn minst wel eigenaardig, dat de Synode in het „Ten geleide" bij 'haar in 1962 gepubliceerde brochure niet even herinnerde aan het rapport van 1958. Het zal in het verslag van de juni-zitting van dat jaar wel vermeld zijn. Doch wie weet dat onder het kerkvolk na 4 jaar nog zo precies?

Waarom het niet herhaald! Synodeverslagen en brochures van haar geven toch meermalen mededelingen, welke al eerder den volke waren kond gedaan. Waarom dan hier niet? We worden in sommige gevallen niet verwend met preciese mededelingen van Synodale zijde. Dat kan niet zijn omdat de Synode de openbaarheid niet aandurft. Enfin, we weten nu weer van de commissie van 1958, haar samenstelling — bij mijn weten niet zo in bijzonderheden gemeld — en van haar moeilijkheden om tot een eenstemmig advies te komen.

En nu zonder deze of een andere commissie, het „stoere" rapport, dat zoveel deining teweeg bracht in de kerk en daarbuiten!

De kroniek van „Kerk en Theologie", waaraan ik iets ontleende, heeft nog meer over dit punt gezegd dat ons allen, in het bijzonder, indien wij ons niet kunnen vinden in de conclusies van het rapport van 1962, toch wel raken moet. Prof. v. N. heeft daarin meermalen in het licht gesteld, dat de Synode dit rapport heeft aanvaard. Wat dit inhoudt? Prof. v. N. haalt enkele uitspraken aan uit wat dr. A. Th. V. Leeuwen, mededirecteur van „Kerk en Wereld" in het tijdschrift „Wending" over deze brochure der Synode heeft geschreven. Betreffende de uitspraak in het rapport van 1962, dat „kernwapenen niet als echte wapenen kunnen worden aanvaard, omdat zij te enenmale onbruikbaar zijn voor het bereiken van enig doel, waarvoor wapengeweld legitiem zou kunnen zijn", roept dr. V. Leeuwen uit: „Hier klinken reeds de tonen van de Geloofsbelijdenis". En wat het „radicale neen" der Synode betreft tegen het gebruik van kernwapenen, zegt dr. V. Leeuwen in „Wending": „Hier klinken reeds de tonen van het Dogma". „Het radicale neen van dit rapport is voor hem van gelijke betekenis als het anathema sit (die zij vervloekt) van middeleeuwse synodes" (Wending pag. 658). Volgens dr. A. Th. v. Leeuwen heeft de Kerk hier gesproken in „statuconfessionis", d.w.z. als kerk een nieuw leerstuk belijdend. (Wending 659) Daarop zegt prof. V. N.: „Als dat waar is, heeft de Synode op de 26ste juni van het jaar 1962 uitgesproken: Wie Jezus Christus belijdt en daarmede ernst maakt, moet een radicaal neen tegen de kernwapenen uitspreken; doet hij dat niet, dan is het met zijn belijdenis van Jezus Christus niet in orde! Zo interpreteert dr. A. Th. van Leeuwen het Synodale rapport en zo ook dr. K. Strijd. „Niet ieder lidmaat kan deze sprong meemaken, en dat te minder, naarmate men een groter politieke verantwoordelijkheid draagt". (v. Leeuwen pag. 662) Betekent dit, dat de stakkers, die de sprong niet 'kunnen meemaken, voortaan tweederangs lidmaten der Herv. Kerk zijn? En aangezien de Herv. Kerk van plan is aan leertucht te gaan doen; komen Calmeijer en ik onder censuur? Dat alles zal nu voorlopig nog wel zo'n vaart niet lopen. Maar het zit er in! Schrijft Van Leeuwen niet: „Eén ding staat echter met onschokbare zekerheid vast: het anathema over de kernbewapening is als Woord Gods gesproken en hiervan 'kan de Hervormde Kerk niet meer terug zonder zich zelf als kerk op te geven". (Wending pag. 668).

Ik moet de verleiding weerstaan om nog meer uit wat prof. v. N. in genoemde aflevering van „Kerk en Theologie" over het rapport van 1962 aan te halen. Ik gaf het vorenstaande, om te laten zien hoever zij, voor wie de Synodale brochure evangelie schijnt te zijn, in hun conclusies gaan. Dr. v. L. noemde in verband met dit schrijven zelfs het woord „reformatie". Dr. Strijd durfde zelfs in „Militia Christi", in bestrijding van wat prof. v. N. in Chr. Hist. Tijdschrift okt. '62 tegen het synodale rapport 1962 had geschre­ven, zeggen: „dat prof. v. N. een vreemde god aanbad, die niet de Vader van Jezus Christus is".

Men moet maar durven!

Als ik nu, wat ik hiervóór uit prof. v. N.'s Kroniek overnam, leg naast wat ds. Spilt in „Perspectieven 1963", over het aangelegen punt opmerkte, dan klopt het een met het ander niet. Ds. Spilt sprak van „een handreiking". Prof. v. N. onderstreept — en terecht, gegeven de stellige toon van de brochure der Synode! — van „aanvaarding". Dat tendeert naar wat dr. L. en dr. Str. er in zien, een soort dogma. Heeft de Synode zich rekenschap gegeven van wat zij uitsprak? Heeft zij, hebben alle 'leden — hoeveel stemden voor, hoevelen tegen? — de consequenties van „aanvaarding" doorzien? Als ik het geheel op mij laat inwerken, weer de zekere toon hoor opklinken, zeg ik ja. Of was het geheel bedoeld als een „cri de coeur"? Dan is het te waarderen, althans in zijn verfoeiing van de kernwapenen.

Prof. V. N. vraagt of dit stuk der Synode ook naar haar bedoelen consequenties heeft voor de e.k. kamerverkiezingen. Dan zou, concludeert hij, de Synode haar kerkvolk hiermede eigenlijk, zij het niet ipsis verbis, met de woorden zelf een advies geven alleen maar te stemmen op de P.S.P. Een ondeugende opmerking? Och, misschien wel. Maar consequent doorgedacht, ligt een dergelijk advies in het stuk als geheel, en in rekening gebracht, dat de brochure een getuigenis der kerk wil zijn, tot heel ons volk. De N.H.K. wil immers — zie de Kerkorde — zijn: „Christus belijdende volkskerk"!

Luther heeft — ik meen in Worms — gezegd, dat de kerk, de concilies eveneens, kan dwalen, dit gezegde wil ik toepassen op het rapport 1962, krachtens Rom. 13, waar de zwaardmacht der overheid ons geleerd wordt. Dr. v. L. moge spreken van „onschokbare zekerheid", ik hoop van harte, dat de Synode op deze haar uitspraak zal terugkomen, ook al stond er niets van die mogelijkheid in „Perspectieven 1963". Het laatste woord van de zijde der Synode schijnt trouwens nog niet gesproken te zijn. Trouw" dd. 5- 2-'63 publiceerde, dat „de Raad voor pers en publiciteit binnenkort hoofdredacteuren en kerkredacteuren van persbureaus, dag- en weekbladen zal uitnodigen, voor een gedachtenwisseling over de reactie welke 't bekende geschrift „Het vraagstuk van de kernwapenen" in de pers heeft opgeroepen. Dit zal zijn op 1 en 2 maart in het Eykmanhuis in Driebergen.

Ook is men nog in gesprek met de hervormde leden van de Eerste en Tweede Kamer, die bezwaren hadden tegen het bekende geschrift. Op zaterdag 22 februari e.k. hoopt het moderamen der Synode een conferentie te 'houden met alle hervormde leden der Staten Generaal, bezwaarden en niet-bezwaarden. Voorlopig wordt over al deze samensprekingen niets gepubliceerd. We hopen te zijner tijd wel iets van de resultaten te vernemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 februari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van woensdag 13 februari 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's