UIT DE PERS
De atoombom is wel in alle opzichten een verschrikkelijk wapen. Als hij ontploft richt hij een niet te beschrijven verwoesting aan; maar ook nóg lange tijd na de ontploffing blijft zijn vernietigende werking doorgaan. Alsof dat alles nog niet genoeg is, zien we in de laatste weken, dat de atoombom ook al allerlei onheilen stichten kan nog voordat hij ontploft.
Het schrijven van de herv. synode over de kernbewapening is op meer dan één plaats een knuppel in het hoenderhok geweest die binnen één partij of verband de meningen tegenover elkaar deed staan.
We zien zelfs gebeuren dat het probleem van de kernwapenen tweespalt heeft verwekt in de gelederen van de geref. kerken. Niet dat het daar altijd alleen maar één-richting-verkeer was; nee, daar is het de laatste tijd nog al ver vandaan. Maar we mogen wel zeggen. dat het één-zijn van gevoelen in de geref. kerk wel het langst en hardnekkigst zich heeft weten te handhaven op het punt van de politiek. Dit wordt echter erg moeilijk als het voor- of tegen-zijn wat betreft het herv. standpunt niet meer zo eenvoudig naast elkaar kan blijven voortbestaan in één en dezelfde politieke partij.
De eindredacteur van het Gereform. Weekblad (Kok) heeft het over deze dingen in een redactionele ontboezeming. In zijn tijd heeft prof. Ridderbos duidelijk het standpunt van het herv. herderlijk schrijven afgewezen. Maar vervolgens heeft prof. Brillenburg Wurth in een viertal artikelen in hetzelfde Geref. Weekblad betoogd, dat hij toch wel in kon stemmen met het standpunt van de herv. synode. Het verschillen van mening is natuurlijk op zichzelf geen ongewone zaak; het kan nuttig en leerzaam zijn om de twee tegenover elkaar staande opvattingen in hetzelfde blad te publiceren. Het zal de lezers tot nadenken en tot onderzoek prikkelen. Maar in het nu genoemde geval wordt het even iets anders; in de praktijk zijn de twee standpunten van dien aard, dat ze elkaar niet verdragen; zo lezen we althans in de redactionele ontboezeming:
De moeilijkheid in het onderhavige geval is, dat de twee standpunten zich inderdaad niet verdragen. In de "theorie" niet, maar ook in de praktijk niet. Het standpunt van de Herv. Synode voorstaan betekent voor mijn besef, als men het niet bij beschouwingen daten wil, het voorstaan van een politiek, waarvoor men in Nederland alleen bij de P.S.P. en de communisten terecht kan. Dat wij tot nu toe noch door de Herv. Synode, noch door prof. Wurth worden opgewekt tot deze praktische consequentie van hun standpunt, acht ik een gelukkig verschijnsel en geeft ook een zekere mogelijkheid om binnen het raam van één blad of van één partij er met elkaar over te discussiëren. Toch ben ik van mening, dat hetgeen in deze beschouwingen nog als een wijze terughoudendheid of' een gelukkige inconsequentie beschouwd mag worden, in haar uitwerking op anderen (jongeren b.v.) tot deze praktische consequenties leiden moet en het is daarom, dat ik er ook moeite mee zou hebben een standpunt, dat ik met heel mijn hart verwerp, ook al wordt het door mijn beste vriend voorgestaan, geregeld in ons blad verdedigd te zien.
In hetzelfde nummer snijdt ds. Plomp een geheel ander probleem aan. Het gaat over de eenwording van kerken en gezindten. In dat verband wijst ds. Plomp er op dat de geref. kerk twee ijzers in twee vuren heeft. De geref. kerk doet allereerst mee aan het Gereformeerd Convent, dat streeft naar een kerkelijk samenleven van de „gereformeerde belijders". Maar daarnaast is er het contact tussen de herv. en geref. kerk; dus met name de activiteit van de „18". Met recht zijn dit twee ijzers in twee vuren. In het Geref. Convent zijn bijeengebracht de leden van die kerken die het predikaat „gereformeerd" in hun naam hebben opgenomen. Wat de herv. kerk betreft, wordt de geref. bond er nog bij geteld en misschien een heel enkele confessionele, maar dan heeft men het toch gehad.
Maar in het contact met de herv. kerk liggen de dingen volkomen anders. Men streeft daar naar eenwording met belijders die helemaal niet aangeduid wensen te worden als „gereformeerde belijders"; en dat terecht, want ze zijn ook niet gereformeerd, voor een belangrijk gedeelte.
Dus aan de éne kant neemt men deel aan het Geref. Convent, en aan de andere kant voelen velen zich sterk aangetrokken tot de midden-orthodoxie in de herv. kerk. Er is voor de gereformeerden nog wel een onaanvaardbare vrijzinnigheid in de herv. kerk, maar daarnaast zien ze toch ook weer bij velen van hen een ernstige bestudering van de H. Schrift waarbij men soms tot resultaten komt die wel niet helemaal stroken met wat sommigen gereformeerd noemen, maar die wel eens meer gereformeerd konden zijn dan allerlei overgeleverde, voor gereformeerd doorgaande tradities.
Ds. Plomp vraagt zich af of de gereformeerden het nog lang zullen kunnen volhouden om zo naar twee kanten te blijven uitkijken, en hij geeft zelf dit antwoord;
Laten zij voorlopig zo blijven zitten. Maar dan moeten zij erop staan, dat rondom beide vuren met klem de vraag aan de orde gesteld wordt: wat is nu eigenlijk gereformeerd? Herijking van dit begrip, waarmee zo ontstellend veel gesold is en nog wordt, komt mij zeer noodzakelijk voor. Ze zou rondom het hervormd-gereformeerde vuur de hervormden wel eens kunnen helpen echt en onecht scherper te onderscheiden, om van de winst voor onszelf maar te zwijgen. En in het Gereformeerd Convent kon ze de aangeslotenen wel eens tot de ontdekking leiden, dat veel wat tot nu toe met zo groot gemak , "klassiek gereformeerd" is genoemd, dit in werkelijkheid niet is en ook, dat nog anderen met niet minder recht dan zijzelf zich gereformeerd noemen.
Ds. Plomp wil dus erg graag een antwoord op de vraag: Wat is nu eigenlijk gereformeerd. Hij wil dit, zo vertelt hij ons, omdat er tegenwoordig tal van gereformeerden zijn, die in tegenstelling met hun vroegere zienswijze, nu de grenzen voor gereformeerde belijders veel ruimer willen trekken. Daarom zal de beantwoording van de gestelde vraag zeker wel een brede stroom van belijders te zien geven, die zichzelf met recht gereformeerd mogen noemen; tenminste als ze dat willen, want ik geloof nooit dat de midden-orthodoxie, — niettegenstaande dit edelmoedige gereformeerde aanbod —, er dol er op zal zijn om nu voortaan ook gereformeerd genoemd te worden.
Wanneer nu de bovengenoemde vraag een antwoord gekregen heeft: Wat is gereformeerd, dan geloof ik dat het zin heeft ook eens een andere vraag aan de orde te stellen en er een antwoord op te geven, en wel de vraag: Wat zijn de gereformeerden. Het kon namelijk wel eens zijn dat men in de geref. kerken het iets te vanzelfsprekend vond dat deze twee aan elkaar gelijk zijn: De gereformeerden zijn natuurlijk gereformeerd; en gereformeerd is, wat de gereformeerden zijn.
In de Reformatie schrijft R v. Reest onder de rubriek Literatuur en Kunst over: De Engelse Ziekte. Eerst heeft de schrijver het over het boek, zoals dit in Amerika ook al een produkt gaat worden van een machtige reclamecampagne, waardoor men de verkoop van een bepaald boek dwingen kan, afgezien van de inhoud van dat boek. Al schrijvende komt hij op het taalgebruik. Hoe langer hoe meer wordt het zuiver nederlands verdrongen door engelse woorden en zinnen, en v. Reest vergelijkt dan deze tijd met het einde van de 18e eeuw. Toen was het alleen maar goed, deftig en actueel als het frans was; vandaag is dat zo met het engels. Tenslotte gaat v. Reest er ook nog de politiek bij halen: De Gaulle is tenminste een vent, die zich niet zo zonder meer uitlevert aan Engeland en Amerika.
Amerika weet van de wereld niets af. De oude Monroe-leer" heeft dat volk introvers gemaakt. Verder denkt het zuiver provinciaal. Toen de politionele acties in 1946 aan de gang waren was ik in Amerika en ontmoette daar een journalist van een groot Chicago's dagblad. De man was wild op ons en zei: ik begrijp jullie niet, je bent nog maar net door ons bevrijd en je gaat precies hetzelfde in lndië doen wat de Duitsers bij jullie gedaan hebben. Het volk onderdrukken, met bommen, werpers bestoken en weer .knechten. Begrijpen jullie dan niet dat de autochtone bevolking recht heeft op haar eigen land? Ik antwoordde: „Jullie kennen je eigen geschiedenis niet eens. Toen wij drie eeuwen geleden op Java kwamen waren er vier miljoen Javanen. Nu zijn er zestig miljoen. Toen jullie drie eeuwen geleden in Amerika kwamen waren er vier miljoen Roodhuiden, óók autochtonen, nu zijn er vierhonderdduizend en die zitten opgesloten in reservaten, op de armste grond, die je hebt kunnen uitvinden en sterven aan t.b.c. De rest is uitgemoord". Dit is de enige manier om nog met een Amerikaan te kunnen praten over zulke dingen.
De Gaulle weet daar blijkbaar ook iets van. Hij heeft er tijdens de oorlog mee te maken gehad. Hij ziet drie machtscentra: Washington, Peking, Moskou. Hij wil van Europa een eigen macht maken, omdat hij weet dat Amerika een rietstaf is, die de hand doorboort. Wij willen in de E.E.G. een beetje economie spelen. We zijn allang afgedaald tot het amerikaanse pragmatisme, waarbij wasmachines, auto's en televisietoestellen de eerste viool spelen. Maar De Gaulle begrijpt dat er andere waarden in het geding zijn. Hij is een man van enorme statuur, die eerst zijn eigen volk van de afgrond der chaos gered heeft en nu bezig is Europa een beetje zelfvertrouwen bij te brengen. Of het nog lukt, zullen de eerstkomende maanden leren . . .
We kunnen niet ontkennen dat een dergelijk geluid wel eens even fris aandoet, als men verder in de pers bijna niet anders leest dan dat we uit dankbaarheid voor de bevrijding alleen maar moeten doen en laten wat Engeland en Amerika graag willen. Maar aan de andere kant vragen we ons af of v. Reest nu werkelijk alle facetten heeft laten meespreken in het zeer ingewikkelde spel van de internationale politiek. Trouwens voorzichtigheidshalve voegt de schrijver aan zijn betoog nog toe:
Ik wil daarmee niet gezegd hebben, dat we ons vertrouwen op de Gaullistische politiek moeten zetten. Oók die zal falen, zo ze niet is naar het Woord. Maar wij zijn zeker op de verkeerde weg met onze veramerikanisering.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 februari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's