De proeve van een nieuwe psalmberijming
1.
Het is stil geworden rondom de nieuwe psalmberijming, schreef enige tijd geleden prof. Miskotte (in Woord en Dienst 13 okt. '62). Is men uitgepraat? Of is het de stilte der verlegenheid? Is het mogelijk, dat men echt niet weet, wat men moet aanvangen nu de ene vernieuwing nog nauwelijks aan de kant is of een andere proeve wordt aan de Kerk aangeboden? Zeker is, dat er binnenskamers nog heel wat beraad over is en dat dit overleg nog niet af is. Ik kan het dan ook alleen maar betreuren, dat de revisie begonnen is, naar ik vernam. Zij had nog minstens een jaar moeten worden uitgesteld. Wat werden destijds de mannen, die bezig waren aan de Statenvertaling opgejaagd. Op elke classicale vergadering werd er naar gevraagd. Maar zij namen de tijd en eerst in 1637 kwam het grote werk gereed. Ik wil geen parallel trekken; de verhoudingen liggen vandaag wel wat anders, maar herinner slechts aan de vele jaren van voorbereiding, die nodig waren.
In ons orgaan heeft ds. Spilt een aantal artikelen geschreven, waarin de discussie werd begonnen. Menige brief kwam bij de Redactie binnen, enige ais een directe reactie op deze stukken, andere in verband met wat elders gezegd of geschreven was. Wat hier volgt geeft in grote lijnen weer, wat in de kring van het Hoofdbestuur leeft, wat natuurlijk niet wil zeggen, dat ieder elke zin voor zijn rekening zal nemen.
Is een nieuwe berijming noodzakelijk?
Het is niet vandaag of gisteren, dat de vraag naar een nieuwe Psalmberijming aan de orde is gekomen. Principieel is er ook niets tegen te zeggen, dat de oude berijming op bruikbaarheid en overeenstemming met de Schrift onderzocht wordt. Misschien maken wij wel eens te weinig ernst met artikel 7 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Men mag ook geen geschriften van mensen, hoe heilig zij ook geweest zijn gelijk stellen met de Goddelijke geschriften, noch de gewoonte met de waarheid Gods, die boven alles gaat. Dat moeten wij ook toepassen op de oude berijming. Afgedacht van allerlei woorden, die in gevoelswaarde volkomen veranderd zijn in de loop van twee eeuwen, er staan in de oude psalmen aanvullingen op de grondtekst, die wij wél in gereformeerde zin kunnen zoeken te verstaan, maar die zo oorspronkelijk beslist niet bedoeld zijn. Wie kritisch naar de norm van. de Schrift de oude berijming bestudeert zal meer dan eens bezwaar moeten maken. Een revisie is dus niet principieel onaanvaardbaar. Voordbeelden geef ik niet, in de eerste plaats omdat er reeds elders vele genoemd zijn, maar vooral omdat het niet gaat over de oude, maar over de nieuwe berijming.
Vele psalmen afgedankt.
Dat zeer bekende en geliefde psalmen in de nieuwe berijming ook niet herzien zijn opgenomen, is zeer jammer. In 1949 adviseerde een Commissie die rapport uitbracht over de berijming van ds. Kaspers, een berijming op de grondslag van die van 1773 met dien verstande dat deze zoude worden herzien en gedeeltelijk worden vervangen.
Dat Ps. 42 : 5 wegviel en Ps. 27 : 7 om slechts deze twee te noemen betekent niet alleen voor mij persoonlijk maar voor velen dat de nieuwe bundel een verarming is en geen geringe. Op deze wijze wordt de continuïteit in het liturgisch beleven van de Kerk zonder dwingende noodzaak gebroken. Hadden wij hier te doen niet een persoonlijke berijming, dan ligt dit wel anders, maar niet, nu wij hier een berijming hebben van de Kerk vóór de Kerk. Dezer dagen las ik van iemand, die schreef: Dat mogen wij de gemeente niet aandoen. Ik zou zeggen: dat mogen wij onszelf niet aandoen.
Wie schreef ook weer over het wonder des Geestes van het zingen van de psalmen in de nacht en van de adembenemende stilte tussen nacht en zingen in het vijfde vers van Ps. 42?
Op zijn minst wordt bij invoering van de nieuwe bundel door het zonder dwingende reden uitrangeren van overbekende en geliefde psalmen het afdrukken van oude en nieuwe berijming naast elkaar noodzakelijk. En ook afgedacht van dit motief is het de vraag of het niet juist zal zijn — voor het geval, dat deze berijming zal worden ingevoerd — om bij een uitgave van het Psalmboek oude en nieuwe berijming naast elkaar af te drukken.
De zangwijzen.
De Commissie voor de Psalmberijming is gebonden aan een bepaalde opdracht. De psalmen moeten zingbaar zijn op de bestaande melodieën. Nu kan het niet ontkend worden, dat deze melodieën klassiek zijn. Door de melodieën is er ook een band met buitenlandse protestantse kerken. Het blijft toch altijd een verheffende ervaring in de Kerkdiensten in Schotland of in Frankrijk op de oude, bekende wijze in een vreemde taal de lof des Heeren te zingen. Maar als over de gehele Knie de dichters aan deze wijzen gebonden zijn en daarmede voor jaren de gemeente aan al deze zangwijzen gebonden wordt, dan betekent dit, dat reeds bij voorbaat een aantal psalmen voor het gebruik bij de ere dienst wordt uitgesloten. Uit ervaring — ook veel ervaring in diensten in kleinere plaatsen — weet ik hoe de gemeente reageert op het opgeven van psalmen, die moeilijk te zingen zijn en die het ook blijven nadat men getracht heeft de gemeente een onbekende wijze te leren. Dit is de praktijk en allerlei redeneringen hieromheen zijn theorie. Wij kunnen rustig zeggen, dat op het ogenblik de helft van de psalmen niet wordt gezongen en dat ligt beslist niet aan de berijming of aan de inhoud, maar aan die zangwijze. Vroeger gebeurde het wel, dat een voorganger een psalm opgaf met het verzoek die te zingen op de wijze van een andere. En ik herinner mij, dat vele jaren geleden in de Waarheidsvriend een lijstje werd gepubliceerd van psalmen, die op een andere melodie konden worden gezongen. Ik vind het jammer, dat deze zaak niet breder bezien is, nu de gehele psalmberijming op de helling is gekomen.
Een berijming voor het gehele kerkvolk
Een nieuwe psalmberijming geven is geen kleinigheid en alle kritiek ook op de nieuwe berijming moet beginnen dat te erkennen en daarmede respect op te brengen voor een poging, die de gemeente van vandaag wil helpen en dienen. De dichter is gebonden aan de tekst; mag zijn gedachten niet aan de tekst ten grondslag leggen, maar moet zelf zoveel mogelijk terugtreden en dienen om het woord van de psalmist te laten leven en spreken. Bovendien dicht hij — en dat is meer en iets anders dan berijmen — het het oog op de gemeentezang. Nu is één van de argumenten die van de zijde van de voorstanders van deze proeve nogal eens wordt gehoord tegen bepaalde kritiek op de inhoud: men moet de nieuwe verzen zingen en dan is het anders. Dit argument wil er bij mij niet in. Ik wil begrijpen en indenken en doorleven, wat ik zing. De gemeente zingt haar lofliederen als de lof Gods en de aanbidding leeft in het hart en ook omgekeerd: het loflied roept op tot de lof, wekt de aanbidding in het hart.
Verstaat gij, hetgeen gij zingt?
In deze tijd is het mode geworden om te vragen of iets de moderne mens aanspreekt. Met dit germanisme wordt bedoeld: Zegt het hem iets?
Hier krijgt de dichter weer een moeilijkheid erbij. Kan hij afdalen naar het peil van de gewone kerkganger? Wat zegt deze berijming de doorsnee kerkganger, want voor die is zij bestemd, niet voor een bepaalde élite.
Ik las enige tijd geleden in een hogere klas van een Lyceum enige bijbelse gedichten en nieuwere psalmen en vroeg: Zou de gewone kerkganger dit nu verwerken kunnen? Daar volgde wel een bespreking op, maar een antwoord, dat mij „aansprak" kwam er toch niet uit. Het feit, dat ik dit aansnijd wijst wel in de richting, waar ik het antwoord zoek. Er zijn stellig regels, die moeten worden toegelicht, zullen zij de kerkgangers niet voorbijgaan.
Overeenstemming met de Schrift.
De voornaamste vraag bij het bezien van de nieuwe berijming is: In hoeverre kunnen wij van deze proeve zeggen, dat hij in overeenstemming is met de Schrift. Elke berijming is een stuk paraphrase en heeft practisch in elk vers aanvullingen. Op de aanvullingen in de oude berijming richt zich de kritiek. Hoe zit dit nu hier? Achter elke berijming zit dus een verklaring, een bepaalde opvatting over de zin van de tekst. Ik geef een eenvoudig voorbeeld: In Ps. 32 vindt men in vers 1, wat in de oude berijming over twee verzen was verdeeld. In de oude berijming is sprake - van: verouderden mijn beenderen door geklag, in mijn gebrul en angst de ganse dag. De nieuwe berijming heeft: Ik kwijnde weg, zolang ik zwijgen wilde — In zelfbeklag mijn levenskracht verspilde. Dit is dus een bepaalde uitleg van de psalm. Ik geloof niet, dat dit zelfbeklag hier opgaat, maar ik geef het slechts als een enkel voorbeeld. Bij de — noodzakelijke — uitleg stuiten wij op de moeilijkheden.
Hoe moet ik het Oude Testament lezen? Wij lezen het Oude Testament als Christenen en het gaat dus om het christelijk verstaan van het Oude Testament. Dat wil dus zeggen, dat van de berijming geldt wat van het spreken uit het Oude Testament 'geldt: Wij preken uit het Oude Testament, maar wij preken niet oud-testamentisch. De toepassing van deze stelling is heel wat zwaarder dan wel lijkt. Als er over iets verlegenheid is bij de geleerden, die zich met de studie van het Oude Testament bezighouden, dan is het wel met deze vraag: Hoe lees ik het Oude Testament? Ik noem weer een eenvoudig voorbeeld Ps. 117 luidt in de Statenvertaling: Looft den Heere alle heidenen. Prijst Hem alle natiën. De oude berijming heeft: Loof, loof den HEER, gij heidendom. Gij volken, prijst Zijn Naam alom.
De Nieuwe Vertaling leest in plaats van heidenen volken:
Looft den HEERE, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën. Zo heeft de berijming: Looft, alle volken, looft den HEER,
Vergelijking met het Nieuwe Testament laat zien, dat de apostel volken neemt in de zin van heidenen. Dat betekent dus: wij willen hier in de berijming het woord heidenen handhaven. Zo las Paulus het woord van de psalmist in Rom. 15:11 en zo willen wij het verstaan en zingen.
Dit is met een eenvoudig voorbeeld duidelijk gemaakt wat ik bedoel met het hier aan de orde stellen van een christelijke exegese van het Oude Testament.
Het is jaren geleden, dat Fr. Hahn schreef over de verchristelijking der Psalmen door Luthers vertaling (Theol. Studiën und Kritiken 1934/35 S. 173 ff.) De opvatting van Ps. 51 bij Luther wordt, zegt Hahn, bepaald door Paulus. Hij wil daarmede zeggen, dat Paulus verder gaat dan de dichter van de psalm bedoelde; Paulus zou er ingelegd hebben, wat er in de grond der zaak niet staat. Hier dus evenzeer aan de orde: Hoe moet ik dit lezen. Wij houden vast aan een christelijke exegese. Prof. de Groot placht te zeggen: de woorden hebben in het Oude Testament een meerwaarde. Het Oude Testament is dus altijd open naar de vervulling en zo lezen wij en zingen ervan.
Psalm 51.
Ps. 51: 3 luidt in de oude berijming: „Is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf; Neen, 'k ben in ongerechtigheid geboren: Mijn zonde maakt 't voorwerp van uw toren Reeds van het uur van mijn ontvang'nis af. Hetzelfde gedeelte is nu als volgt berijmd:
De overmacht van bloed en duisternis Waarin ik ben ontvangen en geboren, Het is een nacht, waarin ik ga verloren. Een hard geheim dat onontkoom'baar is.
Hier gaf de dichter een omschrijving, waarin het persoonlijke schuldbewustzijn ontbreekt. Als David zijn zonde belijdt, dan herkent hij en erkent hij daarin zijn natuur. Hij wil niet maar zeggen: zo ben ik geworden, zo groot zondaar, maar: zo ben ik altijd geweest en: de medegekregen zonden is mijn zonde en schuld.
De uitdrukking „overmacht van bloed" vind ik maar weinig bijbels, maar ik wil hier alleen wijzen op de sterkere klemtoon, die moet liggen op de erfzondigheid des mensen, die hier in dit woord van David gepredikt wordt. De vulling moet komen uit het Nieuwe Testament.
Psalm 17.
Het niet open zijn naar 't Nieuwe Testament is één van de tekorten in Ps. 17. Het laatste vers luidt in de nieuwe vertaling:
Maar ik zal in gerechtigheid uw aangezicht aanschouwen en bij het ontwaken mij verzadigen met Uw beeld. De oude berijming heeft dit als volgt berijmd:
Maar (blij vooruitzicht, dat mij streelt!) Ik zal ontwaakt, Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen, Verzadigd met Uw Goddelijk beeld.
Nu is de vraag: welk ontwaken wordt hier bedoeld? Is hier sprake van de eeuwige morgen? Velen ontkennen dit. Als er sprake is van de morgen, dan herinnert dat aan de nacht: Gij hebt mij des nachts bezocht (Statenvertaling) of zoals de nieuwe vertaling leest: onderzoekt Gij mij des nachts — (vs. 3). Er is dus verschil van mening over of dit vers eschatologisch te verstaan is of niet. Nu heeft de berijming gekozen voor het laatste:
Ik schouw uw liefelijk gelaat, Uw licht, 'Heere, komt mij overstromen. Ik ben ontwaakt uit boze dromen En Gij zijt mij de dageraad.
Ik laat nu de boze dromen daar, waarvan de psalmist niet spreekt, maar moet tegen dit vers bezwaar maken, omdat de eschatologische uitleg is afgesneden. Want, al zou ook de psalmist alleen aan het heden denken, dan zingt de nieuwtestamentische gemeente deze psalm ziende op de eeuwige toekomst: wat een uitzicht heeft Gods Kerk. Ik ben niet de enige uitlegger, die bij deze psalm verwijst naar Op. 22 : 5.
Er zit in dit vers een stuk profetie over het ontwaken uit de slaap des doods.
Psalm 65:1.
Slap is de berijming van Ps. 65 : 1. De gelofte, die betaald wordt (onberijmde psalm vs 2 b) is er uit. De overtredingen verzoent God — jammer, dat hiervoor in de berijming alleen staat: die alle schuld vergeeft. De belijdenis van de ongerechtige dingen, die de overhand hadden op de psalmist (vers 4)
Daar zal men, Heer, tot U zich wenden. Tot U komt al wat leeft. Tot U, o redder uit ellende, Die alle schuld vergeeft.
De dichter spreekt hier over een overmacht van zonde en het is goed, dat dit in de berijming uitkome.
Psalm 106.
Bezwaren heb ik tegen de berijming van Ps. 106 : 3. Dit is vers 4 in de oude berijming.
Wij hebben God op het hoogst misdaan; Wij zijn van 't heilspoor afgegaan; Ja, wij en onze vaad'ren tevens. Verzuimend alle trouw en plicht Vergramden God, den God des levens. Die zoveel wond'ren had verricht.
De nieuwe berijming luidt als volgt: Heer, wij zijn zondig, wij zijn boos. Als onze vaad'ren goddeloos Die in Egypte U verachtten enz.
Hier is de nieuwe schriftuurlijker dan de oude. De oude vertaling geeft de tekst aldus weer: Wij hebben gezondigd, mitsgaders onze vaderen wij hebben verkeerdelijk gedaan; wij hebben goddelooslijk gehandeld.
De nieuwe vertaling heeft hier minder juist: Wij hebben gezondigd, evenzeer als onze vaderen, maar hier zien wij, hoe de psalmist de solidariteit in de schuld erkent. De zonde der vaderen is onze zonde. En dat moet nu juist in de berijming uitkomen.
Het is wel duidelijk, dat deze bundel als zodanig door ons niet aanvaard wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's