KRONIEK
Trouw-forum over zondag en zondagsviering — Reacties van de lezers — Was er noodzaak? — Uit een rapport aan de Classis Dordrecht over de Nieuwe Psalmberijming — Schuld erkend.
Het dagblad „Trouw" heeft het nodig en nuttig geoordeeld een soort forum te doen houden over de „zondag", zijn betekenis, zijn viering, zijn waardering en zo maar meer. Het eerste stuk, waarin aan het woord waren: ds. Visser, geref. pred., dr. A. A. Koolhaas, de VU. professoren: J. v. d. Berg, Kuiper en Kuipers, prof. V. Stempvoort (Herv.) en prof. W. Kremer uit Apeldoorn, verscheen 8 februari jl. In het nr. van 14 februari jl. kon men reacties op hetgeen bovengenoemde scribenten in het licht hadden gesteld, aantreffen, terwijl in het nr. van 16 februari jl. de genoemde prominenten op dit terrein weer aan het woord waren. Ziedaar een summier verhaal van het gesprek over de „zondag" in „Trouw".
Het gaat natuurlijk niet aan hier een verslag te geven van wat ieder der scribenten als zijn oordeel gaf over de zondag en op welke wijze deze zij door te brengen. Ik volsta met een persoonlijke indruk te geven.
Allen — dit is het eerste wat ik releveer —, willen hem zien en aanvaard hebben als de dag des Heeren, de gedenkdag van Christus' verrijzenis, en daarom als dag voor de kerkdienst. Dat betreft dan de morgendienst, de „hoofddienst" gelijk men — niet in dit forum — hem ook wel betitelt, zonder dat bewust in roomse trant te bedoelen. Over de middag- of avonddiensten is men minder eenstemmig.
Niemand wil die afschaffen, tenminste dat wordt niet zo uitgesproken. Dat hij er moet zijn, omdat de gemeente tweemaal dient „op te gaan", accentueerde alleen prof. Kremer. Anderen vonden de 2e dienst nodig voor wie 's morgens niet konden opgaan, bijv. jonge gezinnen, waarvan vader en moeder elkander moeten verbeurten. En dan verder? De scribenten uit de geref. kerken legden er nogal de nadruk op, dat de zondag ook voor de recreatie was. Uitgaan per auto of anders werd niet als ongeoorloofd aangemerkt. Een merkte op niet voor een zondagsrit te voelen, omdat hij dan voortdurend in een file moet rijden. De vraag werd geopperd of de kinderen op zondag huiswerk mochten maken. Een der professoren. Kuiper of Kuipers, nam als regel aan, dat het niet zou gebeuren, doch als er 's maandags een repetitie was, gaf hij gelegenheid om iets na te kijken. Dan is er ook nog op gewezen, dat men de Kerk bij de mensen moet brengen.
Dit voor de velen, die de zondag volop voor recreatie in de zin van uitgaansdag gebruiken.
Men sprak van strandevangelie, kerkdiensten voor automensen, alias „zondagsrijders" en zo maar meer. Opmerkelijk vond ik het, dat van een verband tussen de zondag en het 4e gebod weinig te speuren was, al schemerde het in sommige uitspraken door.
Wat ik hier weergaf is niet uitsluitend uit het eerste stuk, maar ook uit wat de scribenten in het nr. van 16 febr. jl. gaven.
De reactie op de „artikelen" waren niet onverdeeld gunstig. Ze kwamen uit verschillende delen des lands. Uit welke kringen precies, werd er niet bij vermeld. Ze leken mij voor het merendeel uit de ger. kerken. Maar dat is een vermoeden. In elk geval, de reagerende schrijvers hadden hun bezwaren. Ik heb mij daarin verblijd. Een hunner vroeg: „waarom zich begeven op de grens van wat mag en niet mag? " Een tweede wees op de noodzaak van „geestelijke recreatie". Een derde wees op wat aangaande de Sabbath staat in Jes. 58. Een vierde vroeg of wij door het kruis en de opstanding van Christus nu vrij waren van alle der 10 geboden. Er was er ook een, die wees op wat de Heere Jezus zegt in Markus 2 : 27 dat de mens niet is gemaakt om de Sabbath, maar de Sabbath om de mens, daarmede wel overbuigend naar de vrijere zondagspraktijk in sommige der „artikelen" voorgestaan. Ook de latere reacties — ca. 80 in getal — waren in grote meerderheid afwijzend. Wat dus tot nu toe als reactie werd gepubliceerd, was hoofdzakelijk in verzet tegen wat de scribenten, het merendeel van hen, had beweerd. Deze schapen der diverse kudden, volgden de herders niet. Ze waren dacht ik — meerderen drukten het zelfs zo uit — het eens te zijn met wat prof. Kremer had gezegd over de onder geref. belijders in ere zijnde zondagspraktijk.
Met het hierboven geschrevene kan ik niet volstaan. De vraag laat mij niet los of er nu noodzaak was om dergelijke „artikelen" te geven, en zulk een soort forum in te stellen? Was het om de voortgaande zondagsontheiliging een soort „geestelijke" sanctie, om aan de kerkleden jongeren en ouderen, die eraan meedoen, een soort vrijbrief te reiken? Hoe ver die ontheiliging doorwerkt is zondag 17 föbruari jl. wel gebleken toen duizenden en duizenden naar Amsterdam togen om de ruïnes van .de „grootste brand" na de oorlog ontstaan, te bezichtigen, zodat het verkeer dusdanig in moeite kwam en de politie er handen vol werk door kreeg. „Sensatie", zal men zeggen. Zeker, maar is dat niet erg? Hoeveel waren er bij uit christelijke kringen? De auto rijdt wel! De „scribenten" van „Trouw" zullen dit niet goed keuren, dat geloof ik wel. Maar de schare, die hen hoort of leest, trekt haar conclusies!
„Was er noodzaak"? Ik herhaal de vraag. Wat is ons in meerdere — niet alle — der artikelen geboden? Het gebod Gods, of de consequentie van een zekere cultuur-visie alias cultuur-optimisme, dat in sommige leidende kringen der geref. kerken en de hei'v. midden-orthodoxie wordt aangehangen? Dat laatste leidt, meen ik, onherroepelijk tot een doorbraak van wat van ouds onder ons vast stond, nl. dat onze zondag en zijn viering nauw verband houdt met het 4e gebod van Gods Wet.
„Maar het ceremoniële van het 4e gebod is door Christus vervuld" zal men mij tegenwerpen. VoIkomen waar. Doch dan blijft nog, dat de Sabbath ook tot een „teken" is gesteld (Ex. 31 : 13; Ezech. 20.) Er wordt zelfs het woord „eeuwig" bij genoemd. Een heenwijzing naar een geestelijk goed, dat door middel van het houden van de Sabbath onder de zegen van Gods genade kan verkregen worden. Zou dat niet gelden onder de nieuwe bedeling? Niet van kracht zijn voor ons? Men leze maar eens wat Calvijn in Boek II c VIII van zijn Institutie hierover zegt. Ik noem expres Calvijn, omdat hij wel tot schutspatroon van de vrijere zondagsopvatting is gepromoveerd; hij zou na de kerkdienst meermalen zijn gaan spelevaren op het meer van Geneve en zomaar meer. Zelfs bij zeer humanistische auteurs over Calvijn's leven en arbeid heb ik dat niet aangetroffen. In elk geval poneert hij in boven aangegeven plaats van zijn Institutie met klem, op grond van het 4e gebod, de geregelde onderhouding van de zondag als rustdag en dag voor de kerkdienst.
Ik weet het ook wel, dat onze zondagsviering een zekere puriteinse inslag kreeg onder invloed van Engelse puriteinse stromingen — die tot wetticisme kan leiden. Daartegen dient gewaakt. Zondag 38 van onze Catechismus is in deze zeer instructief. Laat men die maar naar eis van deze tijd preken! Dan wordt het 4e gebod voor onze zondagsviering mild en van grote waarde. Het is Gods Gebod. Het zal een remedie kunnen zijn tegen wat de Heere verbiedt als Hij door Jesaja zegt: „.. .Indien gij uw voet van de Sabbath afkeert, van uw lust te doen op Mijn heilige dag en indien gij de Sabbath noemt een verlustiging, opdat de Heere geheiligd worde. Die te eren is" (Jes. 58 : 13). Dit geldt meen ik, ook ons. En wie zegt dat Christus de Wet vervuld heeft, en dus ook dit gebod, die heeft gelijk. Hij heeft de vloek der wet vervuld. Maar zijn wij dan los van de Wet? Behoeven wij ook onze ouders niet te eren, ons van diefstal te onthouden? We weten allen beter. Zo zijn we ook gebonden aan het 4e gebod, waarvan de Heere herhaaldelijk zegt, dat de Sabbath een teken is.
„Trouw" heeft reden gehad voor dit „Forum". Het is het recht der redactie. Doch ik ben er niet gelukkig mee, en meerderen met mij evenmin. Is dit een staaltje van het „mondiale", dat de A.R.P. naar dr. Bruins Slot schreef in haar politiek moet betrekken? In „mondiaal" zit iets van wereld. Ik heb heus wel begrepen wat men er mee bedoelt. Doch ik pas het „mondiaal" hier anders toe. Een dergelijke richtlijn haalt de wereld nog meer in onze christelijke kringen binnen dan ze er al is. Het ondergraaft, naar ik meen, de fundamenten van onze christelijke, onze gereform. zede. Tot schade van het kerkelijk en gezinsleven. Bij verschillende gelegenheden heb ik onze christelijke pers voor het gezinsleven aanbevolen en zal dit blijven doen. Doch zij zorge dat het kan!
Ze bestaat niet alleen uit „Trouw". Maar als het die lijn in „Trouw" blijft uitgaan wordt aanbeveling wel heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Neen ik zeg mijn abonnement niet op, gelijk een dergenen die een reactie inzond, dreigde. Ik blijf wel abonné al zou het alleen maar zijn om te weten welke koers wordt aanbevolen.
In haar e.k. vergadering — 6 maart — hoopt de classis Dordrecht der Ned. Herv. Kerk haar oordeel over de voorgestelde Psalmberijming uit te spreken. Een uit haar midden benoemde commissie ad hoc zond haar rapport rond, dat mij ter kennisname werd verstrekt. Ik geef hier de slotconclusie door, die om haar bijzonderheid — ze is eenstemmig, wat ik cursiveer — wel meerdere aandacht verdient.
Ze volgt hier:
„Onze slotconclusie is dan ook de volgende, en ik meen te mogen verklaren namens de commissie, dat wij, ondanks het feit, dat wij enerzijds tot verschillende modaliteiten in de kerk kunnen gerekend worden en anderzijds organisten en predikanten vanuit een verschillend gezichtspunt tot een gevolgtrekking zullen komen, tot het volgende eenstemmig oordeel menen te moeten komen: deze proeve van berijming is zoals ze voor ons ligt niet te aanvaarden, wij kunnen dit niet aan onze kinderen meegeven voor de toekomst; dan zou waarschijnlijk over 50 jaar alweer een nieuwe berijming nodig zijn.
Het komt ons voor, dat zelfs niet volstaan kan worden met enkele wijzigingen hier en daar; er zullen zeer ingrijpende veranderingen moeten plaatsvinden, wil de gemeente, die toch al vaak huiverig staat tegenover elke vernieuwing, een nieuw berijmde psalmbundel aanvaarden.
De cantores-organisten merken op, dat het aan te bevelen zou zijn om behalve in de tekst ook hier en daar kleine wijzigingen in de melodie aan te brengen, waardoor het geheel zingbaarder zou worden. Misschien zou ook eens een geheel nieuwe melodie te proberen zijn, hoewel dit wel een zeer verstrekkend voorstel zou zijn.
En tenslotte moet het hoge woord er maar uit: de commissie is unaniem van oordeel, dat het zeer aanbevelenswaardig zou zijn deze proeve eens te vergelijken met de berijming van ds. Hasper of ook met andere berijmingen en dan desnoods daaruit een bloemlezing te maken. Zo is tenslotte ook de berijming van 1773 tot stand gekomen. De commissie heeft vaak vergelijkingen met de berijming Hasper getroffen en wij menen, dat die dan dikwijls een betere en nauwer aan de tekst aansluitende berijming geeft.
Ons bewust, dat dit rapport onvolledig is en gebreken vertoont, spreken we de wens uit, dat bet dienstbaar kan blijken voor het gesprek der vergadering en het geven van consideraties over deze voor de toekomst van kerk en liturgie zo uitermate belangrijke zaak."
Ik voeg er niets aan toe. Het stuk spreekt voor zichzelf.
Tenslotte nog iets over de beschuldiging van ds. Amelink, predikant bij de gereformeerde kerken (vrijgemaakt)", aan het adres van prof. G. C. Berkouwer, als zou deze „geknield de apostolische zegen" van Paus Johannes XXIII hebben aanvaard. Ik schreef hierover in de voorlaatste Kroniek onder „Verdriet en Verweer". Ds. Amelink heeft in zijn kerkblad — aldus „Trouw" d.d. 3 of 4 febr. jl. — zijn beschuldiging teruggenomen en erkend dat hij niet ongecontroleerd dit bericht had mogen lanceren. „Het boetekleed ontsiert de man niet" heeft wijlen dr. A. Kuiper Sr. eens gezegd. Het siert ds. Amelink dat hij ruiterlijk zijn vergissing heeft erkend. Vergissingen erkennen gaat betrekkelijk gemakkelijk, schuld belijden is moeilijker. Dat het hier geschiedde stemt tot verheuging en voor de betrokkene geeft het een vrije consciëntie. Dat is een zegen voor een christen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 februari 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's