Meditatie
ÉÉN VOOR HET VOLK
Joh. 11: 49—52. En één uit hen, namelijk Kajafas, die hogepriester van dat jaar was, zeide tot hen: gij verstaat niets, en gij overlegt niet, dat het ons nut is, dat één mens sterve voor het volk, en het gehele volk niet verloren ga. En dit zeide hij niet uit zichzelf, maar zijnde hogepriester van dat jaar, profeteerde hij dat Jezus sterven zou voor het volk; en niet alleen voor het volk, maar opdat Hij ook de kinderen Gods die verstrooid waren, tot één zou vergaderen.
De opwekking van Lazarus zo vlak bij Jeruzalem heeft een diepe indruk gemaakt. Het is een machtig wonder. Lazarus, die a!l vier dagen in het graf lag, is opgewekt uit de doden. Velen komen erdoor tot geloof: deze Jezus is de Messias. Anderen worden ia hun verzet ten diepste geprikkeld. En voordat de evangelist verder gaat, geeft hij ons een moment-opname van de spoedvergadering van het sanhedrin onder leiding van Kajafas. Zullen ze nu toegeven, dat Jezus de Christus is? Zullen ze erkennen, dat God met Hem is? Maar dan moeten zij zelf het veld ruimen. En ondanks hun onderlinge vijandschap zijn ze het samen eens. Deze gang van zaken is onduldbaar. De één ziet gevaren op het politieke vlak de verhoudingen met de Romeinse bezetting is al gespannen genoeg. De ander ziet meer geestelijke gevaren. Die volksverleider vertrapt al hun regels en wetten. Waar moet dat op uitlopen? Dan staat de hogepriester op, Kajafas, een doortastend man. Hij weet hun vijandschap vroom te bemantelen en stelt vast dat er een offer gebracht moet worden. Het volk gaat anders verloren. Maar wie zal dat offer brengen?
Hij zelf soms? En wie bedoelt hij met dat volk? O, vergis u niet. Het gaat deze mensen alleen om hun positie in het volk. Praten wij ook niet vaak zo over de kerk, over het Koninkrijk Gods, dat het toch de eigen zaak, de eigen eer is waar alles om draait. En daar zijn zij het allen over eens in de grote raad. Die gehate Nazarener moet worden opgeofferd aan hun eigen belang. Maar Johannes ziet een licht vallen over deze duistere hartstochten, zoals de lichtval in een schilderij van Rembrandt. Kajafas spreekt als hogepriester en hij profeteert. Hij is als het ware een Bileam-figuur. Hoe goddeloos zijn mond ook spreekt, zijn woorden bevatten een profetie, de allerhoogste waarheid. Zo heeft de hemelse Vader ook gesproken in Zijn altoos wijze raad. Die Zijn eigen Zoon niet spaart om een heel volk te behouden. Niet als Kajafas, die een ander er aan waagt voor zijn eigen belang, een ander, die zijn eerzucht in de weg staat.
De Vader geeft Zijn Zoon, Zijn enige, die Hij liefheeft. En de Zoon geeft Zichzelf tot 'n rantsoen voor velen. Zo moet Kajafas, zo moet de grote raad de eeuwige Raad Gods dienen. Zo voltrekt zich het goddelijk handelen dwars door de duistere hartstochten van de mens heen. Eén voor het volk.
Kajafas bedoelde alleen het Joodse volk, of liever de bovenlaag van priesters en schriftgeleerden. Maar de bedoelingen Gods reiken veel verder. Hij geeft Zijn enige Zoon, voor een ieder, die in Hem gelooft. Hij zal Zijn kinderen, die verstrooid zijn tot één vergaderen uit alle volk en taal en natie. Een voor het volk. Johannes ontdekt in deze duistere woorden van Kajafas ineens de diepe zin van het lijden en sterven van Christus. Daarom houdt hij hier stil aan de ingang van bet lijdensevangelie. Want de grootheid en de rijkdom van dit plaatsvervangend offer moet in het volle dit lijdens-evangelie laat zich in woorden verder niet verstaanbaar maken. Al wie hoog van hart is loopt er zich tegen te pletter. Maar tollenaren en zondaren worden er onweerstaanbaar door aangetrokken. Het is een heel ander volk, dan Kajafas zich had voorgesteld. Het wordt uit de heggen en steggen opgehaald en gedwongen om in te gaan. Zo vergadert deze goede Herder, die Zijn leven stelt voor de schapen, al de Zijnen rondom Zijn Kruis. Hij trekt hen door Zijn liefde.
Ze komen niet om te roemen, dat ze voortreffelijke kinderen zijn. Ze komen aarzelend, en belijden ootmoedig: „Ik ben niet waard Uw kind genaamd te worden'. En ze getuigen met weinig woorden, maar met grote zeggingskracht: „Hij voor mij". En zo is er de kerk dank zij dit offer. En zo wordt dit volk vergaderd dat eigenlijk Lo-Ammi, niet-Mijn-volk moest heten. Omdat er Eén was, die Zich liet verstoten, die Zich in de dood wilde geven om een héél volk te behouden. En dit geheimenis zal in 't nieuwe Jeruzalem worden bezongen:
„Gij hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht en taal en volk en natie".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's