De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

9 minuten leestijd

Wensdroom uit 1925 — Geen protestantse angst — Een tachtigjarige prominente.

De verhouding Rome-Reformatie houdt de geesten in onze tijd gestadig bezig. Zij heeft dat trouwens steeds gedaan, sedert de revolutie hier te lande in 1795 — ze was een gevolg van de Franse revolutie van 1789 — de r.k. kerk heeft geëmancipeerd en deze zich, vooral na 1853 — de instelling van het huidige episcopaat —, in volledige vrijheid beeft kunnen ontplooien. Vooral de Evangelische Maatschappij heeft sinds haar oprichting in 1853 tot op heden telkens tegen het zich bij tijd en wijle zeer agressief tonende rooms-katholicisme niet nagelaten alarm te blazen. Men duchtte vooral gevaar uit het samengaan van de christelijke partijen met de R.K. Staatspartij — ze vindt haar voortzetting in de huidige K.V.P. — op politiek terrein in de bekende „coalitie", die tot stand was gekomen, doordat Dr. Abraham Kuyper en Dr. Schaepman elkander hadden gevonden om met vereende kracht aan de overheersing van bet liberalisme een einde te maken. Aan de strijd tegen het opdringende roomskatholicisme nam met anderen — ik noem hier ook de naam van dr. W. A. Bronsveld, bekend door zijn maandelijkse Kroniek in „Stemmen voor Waarheid en Vrede" — ook de Rotterdamse hervormde predikant dr. A. Krop, een werkzaam aandeel. Verschillende brochures verschenen daartoe van zijn hand.

Als illustratie van wat de leiding der in invloed gestadig toenemende r.k.groepering zich als ideaal stelde moge het volgende dienen, dat ik ontleen aan een artikel in „Herv. Nederland" d.d. 16-2-'63 en daarin geplaatst werd door ds. M. A. Krop, zoon van de zo pas genoemde Rotterdamse predikant. Het luidt aldus:

„In 1925 gaf .het r.-k. dagblad „De Maasbode" een soort wensdroom voor ons land in het jaar 1975.

a. Het communisme vernietigd.

b. de R.-K. Kerk als draagster van het christendom door de meerderheid van ons volk aanvaard en door de overblijvenden geëerd.

c. De Utrechtse Domkerk (nu hervormd) in handen van de rooms-katholieken; een Nederlandse kardinaal-aartsbisschop, omgeven door 12 Nederlandse bisschoppen en de 20 abten der r.-k. orden en congregaties „in al de glorie van onze liturgie in de Utrechtse Dom."

d. Drie rooms-katholieke universiteiten. Misschien is met de oprichting van het standbeeld van Willebrord, de Ie bisschop van Utrecht, op het Jansplein te paard toerijdend op de Utrechtse Dom, een zekere manifestatie van die „wensdroom" bedoeld. Het monument verrees naar ik meen in de dertiger jaren van onze eeuw.

Koestert het r.k. volksdeel ook vandaag nog die „wensdroom"? Ds. Krop meent van niet. „Nog bijna geen 40 jaar later wordt publiekelijk hier niets meer van bespeurd", zegt de schrijver. En hij poogt in zijn artikel, hierboven genoemd, dat met verschillende aanduidingen aannemelijk te maken.

Het spreekt wel vanzelf, dat daarvoor moet dienen de verandering in waardering der Reformatie in roomse kringen. Die zou.o.a. blijken uit een elkaar benaderen van beide groeperingen hier te lande, in oecumenisch verlangen, toenemend bijbelonderzoek in roomse kringen, in één woord, door de invloed der dusgenoemde „theologie nouvelle", de ^ nieuwe theologie. Letterlijk schrijft ds. Krop:

Het is niet toevallig, dat Nederlandse rooms-katholieken een zo groot aandeel leveren bij het Vaticaans Concilie, evenals de Nederlandse protestanten aan de Wereldraad van Kerken.

Het rooms-katholicisme is tot 1795 in Nederland wel onderdrukt en benadeeld geweest, maar het werd niet uitgeroeid. De achteruitzetting bleek de wil tot zelfontplooiing niet geknot te hebben. Integendeel! Nu zij zichzelf hervonden heeft, blijkt zij geraakt te kunnen worden door de ontwikkeling der oecumenische beweging en bet nieuw belijden binnen de Nederlandse Hervormde Kerk. Zij wordt deemoediger, zij zoekt het gesprek, zij is bereid tot luisteren en tot rekenschap geven van eigen woord en daad. Het gaat alles snel, zelfs zeer snel."

Er behoeft z.i. „geen protestantse angst" meer voor Rome te zijn. Ds. Krop grondt deze uitspraak — zij vormt het opschrift boven een onderdeel van zijn artikel — op het feit dat in de Ned. Herv. Kerk het reformatorisch bewustzijn de laatste tijd hoe langer hoe meer groeit.

Ds. Krop vertelt, dat toen hij zijn artikel schreef zonnestralen over zijn bureau speelden. Die verleidden hem niet de koude buiten te vergeten. Zo mag men, meent hij, ook de zonnestralen, die heenspelen door de tegenstelling Rome-Reformatie niet vergeten, al zijn er ook nog „vastgevroren verhoudingen en ijzige omstandigheden". Hij zegt dan:

„De R.K. Kerk in Nederland heeft er recht op, dat wij bewust reformatorisch willen even en denken. Deze reformatorische instelling is bereid zichzelf als kerk op te heffen op het ogenblik, dat binnen de R.K. Kerk de reformatorische aandrift wordt erkend en verrekend. Zij rekent dus met de mogelijkheid, dat het protestantisme volledig een geschiedkundig feit kan worden, wanneer de R.K. Kerk „hervormd" geworden is."

Zijn er werkelijk aanwijzingen, dat „binnen de R.K. Kerk de reformatorische aandrift wordt erkend en verrekend, en de R.K. Kerk „hervormd" zal zijn? " Ik ben in dezen niet optimistisch. Juist, omdat er m.i. weinig te speuren is van echt reformatorisch leven in onze eigen kerk. Ds. Krop ziet het anders. Ik kan zijn zienswijze niet delen, horend van leger wordende kerken, vervlakking der prediking, toename der verwereldlijking en de teruggang van het ledental onzer kerken. Hiermede sta ik midden in de harde werkelijkheid, die er is, mede door en tengevolge van onze ontrouw en geloofsinzinking. Zeker er spele zonnestralen doorheen. God heeft ook in deze tijd nog Zijn kinderen, en Christus blijft Zijn gekochten vergaderen. Doch de geestdrift uit de tijden der Reformatie is schaars.

En wat Rome betreft? Is in het Concilie — ik noem dit, omdat ds. Krop over dat 2e Vaticanum, zoals het zich tot nu toe openbaarde zeer hoopvol is —, de invloed van het Nederlands episcopaat wel zo groot geweest, als ds. Krop het doet voorkomen? Zeker, er is naar de stem van Kardinaal Alfrink geluisterd doch er is eigenlijk nog niets vastgesteld. De 2e zitting moet nog komen. En voorts, men vergete niet, dat al zijn er in bepaalde landen in de r.k. kerk stromingen, die een nieuwe koers zouden wensen, zelfs al hadden die gezamenlijk een meerderheid in het Concilie, ten laatste bij de Paus de beslissing is. Het is in dit verband wel tekenend, dat Paus Johannes XXIII kort geleden in een persoonlijk schrijven aan iedere „Concilievader" nog wees op dit feit — bet is als een dogma —, en er de nadruk op heeft gelegd.

Hij schijnt dit nodig gevonden te hebben. De r.k. kerk in Nederland heeft er een proefje van gehad. Een door het episcopaat hier te lande uitgevaardigd schrijven mocht in Italië niet verschijnen. Kardinaal Alfrink heeft het moeten introkken. Het „ultra-montanisme", de zeggenschap van Paus en curie — ze zetelen „ultra montes" aan de overzijde der bergen (Alpen) is nog van kracht, al komt men het woord niet zo meer tegen in de theologische pers. Paus Johannes XXIII is naar men zegt niet gespeend aan diplomatie. Hij spreekt wel van de protestanten als „broeders in Christus", maar bij een ontvangst van de „waarnemers" namens hem uitgenodigd, sprak hij ze aan met „dames en heren". Een kwestie van protocol? Het is in élk geval tekenend, (vrij naar een artikel van ds. Hegger in G.W. v. Kok)

Hoe dit alles ook zij, het is voor de reformatorische kerken en christenen nodig op hun zaak te letten. Niet in antipapistisch drijven, doch in een leven uit de „schat der Kerk", het eeuwig Evangelie van de gekruiste Zaligmaker. En men zij op zijn hoede voor de „oecumenische tendenzen", die in sommige onzer bladen, dag- en kerkelijke bladen — het artikel van ds. Krop is er naar mijn gevoelen een staal van, — gesuggereerd worden.

Tachtig jaar is nog steeds de leeftijd der „zeer sterken", al bereiken thans meerderen die dan voorheen. Maar het is toch altijd een gebeurtenis. En wanneer zulks een der prominenten op welk terrein dan ook, ten deel valt, wordt er bijzondere aandacht aan gewijd.

Zo is het dr. K. H. E. Gravemeijer geschied, die 25 februari jl. zijn 80e verjaardag mocht vieren. De N.R.Crt. van 24 februari jl. gaf een artikel, waarin wel alle activiteiten van dr. Gravemeijer de revue passeerden. In „Herv. Weekblad" van dezelfde datum gaf dr. Terlaak Poot een warm gesteld artikel, dat voor een deel werd overgenomen in het vorig nr. van ons blad in de rubriek „Uit de Pers". In „Herv. Nederland" dd. 23 feb. j.l.. verscheen het volgende:

„Op 25 febr. a.s. wordt dr. K. H. E. Gravemeijer 80 jaar. Wij willen dit feit op deze plaats niet onvermeld laten. Zijn betekenis voor de Hervormde Kerk is groot geweest. Wij verheugen ons erover, dat hij in goede gezondheid zijn emeritaat mag beleven, en wij hopen, dat hem nog vele goede jaren geschonken worden." ('t K.

Ik heb mij over dit min of meer strak gehouden artikel enigszins verwonderd. Ik had meer verwacht. Immers, de huidige structuur van de Herv. Kerk, althans formeel genomen, is niet zonder de activiteiten van dr. Gravemeijer te denken. Ik dacht, dat „Woord en Dienst", wat ik in „Herv. Nederland" miste, zou gegeven hebben. Ik trof het in het nr van 1 maart jl. niet aan. Ik heb nog extra in de vorige nrs gezocht, omdat onder de foto in „Herv. Weekblad" stond: „cliché van Woord en Dienst". Tevergeefs.

Wat mag de reden zijn van het ontbreken van een artikel in „Woord en Dienst" en het sobere, strak gehouden stukje in „Hervormd Nederland"?

Houdt het verband met wat een publiek geheim schijnt doch nimmer door hem zelf, bij mijn weten, gepubliceerd werd, dit nl. dat dr. Gravemeijer in de ontwikkeling van het Hervormd Kerkelijk leven teleurgesteld is? Er zullen er meerderen zijn als hij, die rondom 31 oktober 1945 vol hoop waren, en daarna de desillusie meer en meer moesten aanvaarden. Jammer voor hen, maar het meest voor de kerk zelve, in welke, ondanks de nieuwe vorm in wezen niet veel veranderde bij vroeger. Want lijkt het er in de praktijk vaak niet veel op, dat „de zaak op dezelfde voet wordt voortgezet" als voorheen? Men denke slechts aan de „modaliteiten" ook wel als „ondergedoken richtingen" betiteld.

Dr. Gravemeijer heeft op velerlei wijze in de branding gestaan, naar dat hij het als zijn roeping zag. Dat zullen ook wie reserves ten opzichte van zijn gangen en wegen hadden, gul erkennen. Hij was echter vóór alles Dienaar des Goddelijken Woords. Zo is hij wellicht het meest tot zegen geweest.

Toen hij begin 1946 het ambt van predikant in algemene dienst aanvaardde, was ik in de Jacobskerk te 's Gravenhage onder zijn gehoor. Hij had de tekst uit Jesaja 8: „Tot de Wet en de Getuigenis". Ik heb toen gevoeld hoezeer hij door zijn prediking het hart van velen uit Den Haag en Scheveningen had. De prediking was „naar hét hart van Jeruzalem!" Ik had een gezegende kerkgang. Dan is luisteren ontvangen van „teerkost op den weg" Het ga dr. Gravemeijer „op weg" hoe kort of lang die moge zijn, naar de tekst uit Jesaja 8 „het verlossende woord" gelijk hij hem noemde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 maart 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's