Synodale geluiden omtrent de kernbewapening (1)
Inleiding
Het is niet zonder aarzeling, dat ik thans voldoe aan het verzoek, mij maanden geleden reeds gedaan, om een duit in het zakje te doen van wat men wel de atoomdiscussie belieft te noemen. Wat toch is hier het geval?
Daar is om mede te beginnen mijn status als officier. Wie verlangt er nu iets van een man, die a.h.w. aan die kernbewapening vastgeklonken zit? Mag er van hem iets anders worden verwacht dan „bis masters voice"?
Dat b.v. ook de N.A.V.O. een vredesfactor zou kunnen zijn, zien velen niet in, laat staan bet Nederlandse leger, zo in opspraak gebracht door de zaak-Van der Putten. En wat de officieren betreft: de uitspraak van Frederik de Grote, krachtens welke een soldaat zijn eigen officieren meer te vrezen beeft dan de gemeenschappelijke vijand, schijnt een deel van ons volk uit het hart gegrepen
Genoeg hierover. Immers qui s'excuse, s'accuse....
Vóór ons ligt daar dan dat omstreden rapport (1).
Nu is het speciaal met betrekking tot dit rapport, dat ik mij geremd weet. Lezing toch van een Synodaal geschrift vergt een bijzondere geoefendheid, naar de ervaring leert.
Niet zelden loopt zo'n confrontatie op een spiegelgevecht uit. Dat ondervond staatssecretaris Calmeyer: zijn kritiek sprong af op het schild van de dialectiek
Iets dergelijks overkwam ook de beide inleiders ter conferentie op „de Horst", in het begin van dit jaar. Een synodale figuur meende daar toen te moeten poneren, dat zij geen van beiden het rapport begrepen hadden. Let wel, dit werd gezegd aan het adres van een vlagofficier b.d. en een professor!
Blijkbaar kan het rapport op zeer verschillende wijzen worden geïnterpreteerd.
Ik acht dit één van de grootste tekortkomingen van het geschrift.
Zeker, ons past tegenover een college als de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde kerk eerbied, afstand en maat. Participeren wij niet allen in het gezag van dat college?
Wat een noten zijn er in de afgelopen jaren omtrent dat gezag al niet gekraakt! Doorgaans was het vanuit het defensief, dat wij met die noten bezig waren. Hier rijst derhalve bij mij de vraag: Geeft ook niet onze Synode daartoe keer op keer aanleiding? Mocht terzake van de kernbewapening van haar niet een leesbaar rapport worden verwacht?
Zo is er meer, dat mij ervan weerhield in de discussie te treden.
Ons spreken is vaak zo hol, want wat baat al dat heen-en-weer gepraat, als ons spreken niet voortkomt uit het geloof? Maar wie onzer beschikt over dat geloof op het moment, dat hij denkt zich daarvan te kunnen bedienen? Het geloof is geen „provisiekast"
Het vraagstuk van de kernbewapening is daarenboven zo ingewikkeld, als ook door onze Synode opgemerkt (blz. 5 o.a.). En bestaat er ook niet zoiets als een atoomimpasse (Mathon)?
Ik kan het dan ook billijken, als een lezer mij voor de voeten werpt: Wat zoudt gij nog aan de discussie hebben toe te voegen? Is die discussie niet reeds totaliter uitgeput.. . . ?
Ik herhaal: het is met zeer veel schroom, dat ik mij thans daarin meng.
1. Wat is dit voor een geschrift?
Want wij schrijven u geen andere dingen dan die gij kent of ook erkent. (2 Kor. 1:13a)
Als wat lanceerde onze Synode haar geschrift, met welk oogmerk en aan wie?
Wij laten hieronder de Synode zelf aan het woord (blz. 5, 66 en 85).
1. Het geschrift wordt ons door de Synode aangeboden te overweging.
Wat wordt ons ter overweging aangeboden?
Wij zouden alsnog kunnen overwegen, wat onze Synode bewogen heeft tot het doen van die geruchtmakende uitspraak inzake de legitimiteit van de kernwapenen, om dan al of niet op hetzelfde punt uit te komen: „een neen zonder ja's" (blz. 25).
Maar dit is niet wat de Synode van ons vraagt, dacht ik. Haar oogmerk is veeleer, dat wij voor onszelf uitmaken wat ons nu en hier te doen staat, gegeven dat „alea iacta est" . . . .
Te overwegen valt er niet zo heel veel meer, nu die uitspraak daar ligt. Het is toch duidelijk, dat op die „A" moeilijk een andere letter volgen kan dan de „B", resp. de „C". Wie verwacht hier een „X" of een „Y"?
2. Het geschrift moet worden gezien als een nadere uitwerking en aanvulling van het Herderlijk Schrijven betreffende het vraagstuk van oorlog en vrede.
Inderdaad moet dit geschrift worden gezien als een vervolg op dat van 1952. Edoch, dit geschrift is meer dan een aanvulling, het is ook een correctie.
Begaf onze Synode zich de vorige maal niet op het vlak van de politieke en militaire discussie — enerzijds wist zij zich daartoe niet bekwaam, anderzijds zag zij dat niet als haar taak (blz. 85) — thans doet zij dat wel, en bewust.
De keerzijde hiervan is, dat het schrijven van 1962 de politici en de militairen — vooropgesteld een zekere ontvankelijkheid hunnerzijds voor het spreken van de kerk — aanzienlijk minder „armslag" geeft dan het schrijven van 1952.
3. Het geschrift heeft niet de pretentie een „oplossing" van het vraagstuk der kernwapenen te bieden.
Naar de letter moge het juist zijn, wat onze Synode stelt, doch ik vrees, dat het „ist"-effect een ander is dan het „soli" effect Essentieel is hier de vraag: als wat zal het geschrift nu binnen en buiten de kerk worden gehanteerd (Mr. Aantjes)? Het is m.i. niet aan twijfel onderhevig, welke letter thans door velen achter die „A" zal worden geplaatst!
Calmeyer zag m.i. niet ten onrechte het spook van de communistische heilstaat opkomen Zelden oogstte iemand zoveel bijval (prof. Van Niftrik, staatsraad Ruppert, Pieter 't Hoen, enz.)!
En dan doet het niet aangenaam aan, als zo'n autoriteit achteraf te horen krijgt: Gij hebt onze bedoelingen niet begrepen! Onze Synode beware toch voord ook de stijl, die haar past.
Onze Synode behoeft niet terug te krabbelen, als zij ons — krachtens haar verantwoordelijkheid in verticale zin, naar boven zowel als naar beneden — meent te moeten vermanen en op dat vermaan een stroom van kritiek losbarst. Het Evangelie is nu eenmaal niet naar de mens (Gal. 1: 11). Zalvende of vleiende taal verwachten wij niet van de Synode ener reformatorische kerk, doch heldere geluiden zoveel te meer.
4. Het geschrift is een poging om in een uitermate moeilijk en gecompliceerd vraagstuk informatie en voorlichting te geven.
Ik acht dit een welluidende formule. Dat onze Synode in dat pogen slechts ten dele zou zijn geslaagd, behoeft op zichzelf niet te bevreemden. Wie onzer is daartoe bij machte?
Het pogen is er zeker geweest.
Onze Synode te verwijten, dat zij haar oor niet bij de deskundigen te luisteren zou hebben gelegd (prof. Patijn e.a.), gaat mij te ver. Wie is er eigenlijk deskundig op het gebied van de internationale politiek of de strategie? Wie de moeite neemt zich eens te verdiepen in hetgeen daarover allemaal gezegd en geschreven is geworden — een onmogelijkheid overigens —, komt alras tot de conclusie, dat hij zich in een doolhof bevindt, om wanhopig van te worden . . . .
Iets anders is natuurlijk de vraag, of onze Synode wel steeds aan het juiste adres is geweest.
In dit verband is een waarschuwing voor het zgn. professionele denken (blz. 53) alleszins op haar plaats. Onwillekeurig dringt zich hier het beeld op van het paard in de molen.....
Politici en militairen — ik spreek hier uit langjarige ervaring — zitten uit hoofde van hun ambt gekluisterd aan het „apparaat", dat circulaires uitzendt met de ondertekening „w.g. onleesbaar", dat bij voorbaat geen precedenten schept, dat strikt onzijdig wenst te blijven, dat geen medelijden kent en althans niet in staat is, „mea culpa" te roepen (kenmerk bij uitstek van hetgeen des mensen is). Hier kan een woord van de kerk heilzaam zijn. Zo'n „schoktherapie" (dr. Strijd) heeft die ambtelijke wereld van tijd tot tijd zelfs nodig!
Anderzijds dreigt van de zijde van de kerk het gevaar, dat zij in de ruimte spreekt, als in het verleden zo dikwijls het geval is geweest. Dit gevaar is geenszins denkbeeldig, nu zoveel theologen zich op die kernbewapening hebben geworpen. Reeds kwam het tot excessen hier en daar
Uit het vorenstaande moge blijken, dat voorafgaand beraad in het breedst mogelijke vlak doorgaans het meest belooft. De stem van een man uit de praktijk kan een pregnante bijdrage betekenen, waar kamergeleerden het heft in handen menen te moeten nemen. Ieder heeft zo zijn eigen inzichten, doch het zijn de ervaringen vooral, die node kunnen worden gemist.
5. Het geschrift bevat enkele richtlijnen voor het christelijk denken en handelen.
Hoe goed bedoeld wellicht ook: een meervoud van lijnen zie ik zo niet, wel een meervoud van punten op één en dezelfde lijn. Want de draad, die door het geschrift heenloopt, is m.i. zonneklaar...
6. Het geschrift is niet bedoeld ah een afsluiting maar als een voorlopige plaatsbepaling.
Anders dan een moeizaam voortschrijden van plaats tot plaats mocht van onze Synode ook niet worden verlangd. Het is, als uit het geschrift duidelijk blijkt, een wikken en wegen geweest van het begin tot het einde, op die ene uitspraak na, welke zo fel afsteekt bij het gemis van houvast, waar onze Synode zich inlaat met de politieke toestand in de wereld
Hier proeven wij al iets van dat tweeslachtige karakter van heel het geschrift, als ook van vele zijden reeds opgemerkt (Algra e.a.).
7. Het geschrift moet worden gezien als een woord, dat leiding en voorlichting geeft ......tot opscherping, leiding en troost der gewetens, als getuigenis voor kerk en volk.
Aldus introduceerde onze Synode haar rapport van 1952. Uit niets blikt, dat deze formule zou zijn komen te vervallen. Niet voor niemendal is het rapport van 1952 gehecht aan dat van 1962 (blz. 85-93).
De formule moet ook op zijn minst correct heten. Onze Synode hebbe een woord voor kerk en volk in een tijd als de onze, waarin de mens van alle zijden wordt belaagd en het zicht voor hem met de dag kleiner wordt. In een tijd ook van geloofsverschraling en toenemende afval.
(wordt vervolgd)
1) „Het vraagstuk van de kernwapenen", Boekencentrum N.V. — 's-Gravenihage 1962.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 maart 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's